Meer
Publicatiedatum: 25-09-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Risico's, reserves en financiering

Risico's

De gemeentelijke risico’s worden tweemaal per jaar op gestructureerde wijze in beeld gebracht en op de mogelijke consequenties beoordeeld. De eerste monitor bieden wij u aan bij deze Voorjaarsnota. Het risicobeeld van de gemeente neemt iets af. De ingeschatte risico’s in monitor 2017-2 bedroegen
€ 3,1 miljoen. Wij schatten deze nu in op € 3,0 miljoen.

Risico’s Sociaal Domein
De kosten op het gebied van de jeugdzorg zijn in 2017 verder toegenomen. Het structurele effect daarvan hebben wij in deze voorjaarsnota verwerkt, maar de verwachting is dat, op basis van volume- ontwikkeling, de kosten de komende jaren nog verder zullen stijgen. Voor de verwachte volume- en prijsstijgingen heeft het Rijk via de maartcirculaire aanvullende middelen aan de gemeenten beschikbaar gesteld welke wij op een stelpost in onze begroting hebben opgenomen.

In het IBP zijn er afspraken tussen gemeenten en Rijk gemaakt met de bedoeling een goede basis binnen het Sociaal Domein te bieden voor de komende jaren. De financiële vertaling daarvan is op basis van macro-ontwikkelingen via de maartcirculaire 2018 vertaald naar de gemeenten. Voor individuele gemeenten kunnen zowel de afspraken als de ontwikkelingen anders uitpakken. Bovendien is het ook duidelijk dat er op een aantal punten nog verschil van inzicht tussen gemeenten en Rijk bestaat over de uitwerking en vooral ook de financiële gevolgen van bepaalde maatregelen. Het gaat daarbij concreet om:
*  Discussie tussen rijk en VNG over de volume-ontwikkelingen bij met name de jeugdhulp;
*  Specifieke tekorten als gevolg van de achterblijvende transformatie, beperkte valide gegevens aan de start van de decentralisaties en de door te maken leercurve.
*  Scheefheden in de toegepaste verdeelmodellen voor WMO en Jeugd;
*  Nieuwe ontwikkelingen zoals de invoering van het abonnementstarief, de extra kosten als gevolg van de nieuwe loonschalen voor Huishoudeljike Hulp.

Met betrekking tot de binnen onze regio toegepaste risicoverevening voor de duurdere vormen van jeugdzorg loopt Leusden een risico dat niet in onze begroting is afgedekt: De laatste 2 jaar heeft deze verevening, waarbij de totale kosten op regioniveau worden verdeeld naar rato van het aandeel in de rijksbijdrage Jeugd, voor Leusden geleid tot een aanzienlijk positief herverdeeleffect (€ 940.000 over 2017). Het principe van risicoverevening loopt echter t/m 2019 en het (politieke)draagvlak binnen de regio voor het continueren van de risicoverevening neemt af.

Algemene Uitkering Gemeentefonds
In de maartcirculaire zijn de gevolgen van het Regeerakkoord Rutte III verwerkt. Voor de berekening van de groei van het gemeentefonds wordt nu uitgegaan van een bredere basis voor het vaststellen van de rijksuitgaven. Ook de uitgaven voor sociale zekerheid en zorg worden nu meegeteld omdat de gemeenten sinds 2015 ook extra taken op deze gebieden uitvoeren. Door deze bredere basis komen meer middelen beschikbaar voor het gemeentefonds en neemt naar verwachting de stabiliteit van de accresontwikkeling toe. Ook voor Leusden betekent dit een forse groei van de algemene uitkering. In deze Voorjaarsnota groeit de algemene uitkering met € 0,5 miljoen in 2018 oplopend tot € 5 miljoen in 2022. Tegenover deze inkomsten staan echter ook hoge uitgaven. Voor loon- en prijsstijgingen (algemeen en sociaal domein) en volume toename sociaal domein ramen we in 2018 € 0,2 miljoen oplopende tot € 2,9 miljoen in 2022. Het gaat om relatieve grote bedragen waar derhalve ook grote afwijkingen in kunnen plaatsvinden. Dit neemt niet weg dat de door dit Kabinet ingezette koers voor de gemeenten positief uitpakt.
Het Kabinet heeft met de decentrale overheden een InterBestuurlijk Programma (IBP) afgesproken. In het IBP is vastgelegd dat partijen opereren als één overheid bij het aanpakken van een aantal urgente maatschappelijke opgaven. Wat betreft de financiële uitgangspunten is afgesproken dat alle overheden zich financieel inzetten voor de opgaven. Daartoe stelt de rijksoverheid accres en andere middelen (IU/DU, enveloppen) beschikbaar in het gemeentefonds. Het kabinet gaat er van uit dat gemeenten vanuit eigen middelen een bijdrage zullen leveren. De enveloppen worden in het IBP gevoed door de rijksoverheid in de vorm van een decentralisatie-uitkering. Gemeenten kunnen daar een beroep op doen en worden tevens gevraagd een eigen bijdrage te leveren uit de accressen. In de boekhoudmethode van de rijksoverheid zullen de enveloppen eerst overgeheveld moeten worden van de vakdepartementen naar het gemeentefonds. Daarna kan pas iets gezegd worden over wat dit gaat betekenen voor afzonderlijke gemeenten. Mededelingen kunnen op zijn vroegst gedaan worden bij de septembercirculaire 2018, maar meer waarschijnlijk is de decembercirculaire 2018.

De algemene uitkering blijft bovenaan de lijst van financiële risico’s voor de gemeente staan. Op basis van de verwachting dat de stabiliteit door de bredere basis zal toenemen verlagen wij wel het ingeschatte risico met € 170.000 tot € 630.000.

Reserves

In de Voor- en Najaarsnota informeren wij de raad over de stand van de algemene reserve basisdeel en flexibel deel. De algemene reserve; basisdeel geeft het weerstandsvermogen van de gemeente weer. De algemene reserve; flexibel deel is de vrij besteedbare ruimte. Daarnaast hebben wij de stand van de reserve Sociaal Domein weergegeven. Deze reserve is ingesteld om de risico’s in de uitvoering van de drie decentralisaties op te kunnen vangen. Gelet op het feit dat genomen besluiten soms een meerjarig karakter hebben geven wij het verloop van deze reserve voor de komende vier jaar weer.

 

Het benodigde weerstandsvermogen (2) is genormeerd op 10% van de omzet van de algemene dienst. In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen heeft de raad de bandbreedte voor de ratio vastgesteld op 0,8-1,2. De ratio ligt met 0,80 net op de ondergrens van de bandbreedte.

Aanvulling weerstandsvermogen
De weerstandsratio ligt met 0,80 net op de ondergrens van de afgesproken bandbreedte. Bij de Voorjaarsnota 2017 bedroeg de weerstandsratio 0,76. In de nota risicomanagement is vastgelegd dat wanneer de weerstandsratio onder de beneden de afgesproken grenzen komt er een overgangsperiode van een jaar wordt aangehouden alvorens over te gaan om maatregelen te treffen om de ratio weer binnen de grenzen te krijgen. Aangezien de ratio in deze Voorjaarsnota nog steeds onder de ondergrens ligt stellen wij u voor om het weerstandsvermogen aan te vullen. Indien de ratio weer op de norm van 1 moet worden gebracht dient de algemene reserve basis deel te worden verhoogd met € 1.039.000 tot € 5.248.000.
In de raad van juni is de actualisatie grondexploitatie 2018 vastgesteld. Door winstnemingen en andere mutaties hebben er stortingen in de algemene reserve grondbedrijf plaatsgevonden en is de vrij besteedbare ruimte (= weerstandsvermogen) op € 4.203.000 gekomen. Dit levert een ratio op van 1,45 zijnde 0,45 boven de afgesproken bandbreedte. Wij stellen u voor om het surplus in het grondbedrijf aan te wenden om het weerstandsvermogen in de algemene dienst aan te vullen. Het surplus in de algemene reserve grondbedrijf bij een ratio van 1,0 bedraagt € 1.295.000. Indien de ratio van de algemene dienst op 1,0 wordt gebracht betekent dit een overheveling van € 1.039.000. Na deze overheveling komt de ratio van het grondbedrijf op 1,09.

De norm voor de reserve sociaal domein bedraagt maximaal 10% van de integratie-uitkering sociaal domein zijnde € 920.000.

Financiering

In het vernieuwde rentebeleid is vastgelegd dat periodiek moet worden gerapporteerd over de liquiditeitsprognose. Dit doen we in de Voor- en Najaarsnota. Uitgaande van de investeringsplanning maken we een liquiditeitsprognose. De laatste prognose is gemaakt voor de Najaarsnota 2017. Ten opzichte van deze prognose is het beeld in grote lijn ongewijzigd. Wel is de voor 1-1-2018 geprognoticeerde stand van € 7,7 miljoen iets hoger. Per 1-1-2018 bedraagt het iquiditeitsoverschot € 12,6 miljoen. Alle investeringen voor de periode 2018-2032 zijn opgenomen in de liquiditeitsprognose. Om te voorkomen dat er een liquiditeitstekort ontstaat dient er projectfinanciering te worden aangetrokken voor de projecten:
- Hart van Leusden € 5,7 miljoen
- IKC Berkelwijk € 7,3 miljoen
- IKC Groenhouten € 5,1 miljoen
Indien we rekeninghouden met deze externe financiering is de liquiditeitsprognose als volgt:

 

De daling in 2029 wordt veroorzaakt door de renovatie scholen Achterveld.