Meer
Publicatiedatum: 04-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Belangrijkste mutaties uitvoering begroting 2019-2023

1.  Algemene uitkering
De Algemene Uitkering is geactualiseerd op basis van een bijstelling van de verdeelmaatstaven en de gevolgen van de decembercirculaire 2018 die nog niet in de begroting is verwerkt. Het budgettair saldo is als volgt te specificeren:

De mutaties als gevolg van de bijstelling in de verdeelmaatstaven wordt vooral veroorzaakt door de inwoner gerelateerde maatstaven en een bijstelling van de WOZ waarden. De inwoner gerelateerde mutaties hebben te maken met een verschuiving in de woningbouw planning, de afname van de woningbezettingsgraad en de leeftijdsopbouw van de bevolking. Bijstelling van de WOZ waarden zijn het gevolg van een bijstelling van het rekentarief WOZ als gevolg waarvan een lagere Algemene Uitkering wordt verwacht. Deze kosten kunnen worden gedekt uit de stelpost rekentarief WOZ (zie onderdeel 2, stelposten).

BTW compensatiefonds (BCF)
Bij de jaarrekening 2018 van het Rijk is gebleken dat, door extra declaraties van gemeenten op het fonds, de ruimte onder het BCF plafond sneller krimpt dan voorzien. Voor 2019 wordt bij de meicirculaire op basis van 2018 een extra uitname van 68 miljoen verwacht waarvan € 60.000 voor Leusden. Verwacht wordt dat de ruimte ook voor 2019 en verder sneller zal afnemen. Voorgesteld wordt de stelpost BCF in onze begroting te verlagen van 80% naar 60%. Daarbij ontstaat het volgende budgettair nadeel:

Onlangs is bekend geworden dat het rijk bij de voorjaarsnota extra incidentele middelen beschikbaar heeft gesteld voor de gestegen kosten binnen het Sociaal Domein. Mogelijk zou het daarbij gaan om een bedrag van macro 350 miljoen voor 2019 en € 190 miljoen in de drie daaropvolgende jaren. Op basis van het aandeel van Leusden in de Rijksmiddelen voor de jeugd zou het dan om een indicatief bedrag gaan van € 450.000 in 2019 en € 250.000 voor 2020 t/m 2022. Op dit moment worden de onderhandelingen tussen VNG en Rijk hierover nog gevoerd. Aan de andere kant hebben wij het signaal ontvangen dat er forse onderbestedingen bij het rijk zijn die mogelijk structurele gevolgen zullen hebben voor de ontwikkeling van het accres. Pas bij de komende meicirculaire zal hier meer duidelijkheid in komen. De financiële gevolgen van de meicirculaire 2019 worden voor 2019 meegenomen bij de najaarsnota en voor de jaren 2020 en verder bij het samenstellen van de begroting 2020-2023.

2.  Stelposten

  • De stelpost loon- en prijsstijgingen wordt ingezet voor:
            - € 12.500 oplopend naar € 67.200 in 2023 voor de VRU (zie domein Bestuur ad. 1);
  • De stelpost onvoorzien wordt ingezet voor:
           - € 11.146 Benchmarkonderzoek (zie domein Overhead ad. 1);
           - € 13.000 Koningsdag (zie domein Ruimte ad. 1);
           - € 23.000 Jongeren Ontmoetingsplek (zie domein Leefomgeving ad. 7);
           - € 2.333 Kapitaallasten overbruggingswerkzaamheden brandweerkazerne (zie domein Leefomgeving ad 3).
    Hierna resteert nog een bedrag van € 11.421 op de stelpost.
  •  Toevoegen jaarschijf 2023:
          - Jaarlijkse verhoging IBOR-voorziening                          € 90.000
          - Indexering IBOR-voorziening                                               € 30.000
          - Jaarlijkse verhoging (structureel) nieuw beleid         € 50.000
          - 1% buffer incidentele loonsomstijging                            € 100.000
          - Nominale loon- en prijsstijgingen                                       € 438.300
                                                                                                                              € 708.300
    Tegenover deze hogere kosten staat ook een hogere algemene uitkering. Het accres voor 2023 bedraagt € 999.900 en is daarmee toereikend voor de hogere kosten.

  • Stelpost rekentarief WOZ:
    De stelpost rekentarief WOZ kan worden aangewend om de lagere Algemene Uitkering (zie onderdeel 1) als gevolg van een bijstelling van de WOZ waarden op te kunnen vangen.

  • Stelpost taakstellende bezuinigingen:
    In april 2016 is door het college besloten om een deel van de realisatie van de taakstelling overhead (oplopend tot € 250.000) vanaf 2018 toe te voegen aan de flexibele schil. Deze flexibele schil overhead is op de stelpost taakstellende bezuinigingen geraamd. Besloten is om twee formatieve uitbreidingen hieruit te dekken (kaderbrief 2019). Via deze voorjaarnota ramen wij dit deel van de stelpost functioneel, zie samenvatting toename lasten bij de overhead.

  • Stelpost nader te nemen maatregelen:
    Naast de ontwikkelingen in deze Voorjaarsnota zijn er nog diverse ontwikkelingen die de begrotingspositie (negatief) beïnvloeden. In de memo ‘Verkenning begrotingspositie’ zijn deze ontwikkelingen (en risico’s) verder toegelicht. Over deze ontwikkelingen dient nog besluitvorming plaats te vinden. Wij ramen hiervoor een bedrag van € 100.000 in 2020 tot oplopend € 250.000 vanaf 2021.

3.  Centraal Knelpunten Budget (CKB)
Zoals elke organisatie heeft ook Leusden te maken met ziekteverzuim. Om personeelsknelpunten als gevolg van ziekteverzuim te kunnen oplossen is een Centraal Knelpuntenbudget (CKB) in de begroting geraamd van € 142.300. Tot 2012 was dit budget € 230.000 (circa 2% van de loonsom). Bij een bezuinigingsoperatie in 2012 is het budget gehalveerd naar € 115.000 (daarna is jaarlijks indexatie toegepast). Destijds is wel aangegeven dat het een ‘technische’ bezuinigingsmaatregel betrof omdat deze kosten niet altijd beïnvloedbaar zijn. Indien in enig jaar het budget ontoereikend is vanwege een hoog ziekteverzuim dienen aanvullende incidentele middelen beschikbaar te worden gesteld.

Het gemiddeld ziekteverzuim over 2018 was 6,41%. Voor 2019 zien we in de eerste maanden wederom een ziekteverzuim met langdurige uitval. Het CKB is reeds overschreden met € 170.000 en dient incidenteel bijgeraamd te worden. Gelet op het verloop voorzien we dat dit bedrag niet volledig toereikend zal zijn voor 2019. Wij stellen u voor een totaalbedrag van € 220.000 incidenteel bij te ramen in de voorjaarsnota en de stand van zaken in de najaarsnota te bezien.

4.  Aanvulling weerstandsvermogen
Bij onderdeel D Reserves hebben wij de stand van de reserves toegelicht en voorgesteld:

  • Het surplus van de algemene reserve Grondbedrijf ad. € 1.900.000 ter aanvulling van het weerstandsvermogen toe te voegen aan de algemene reserve basisdeel;
  • Tijdelijk € 96.100 over te hevelen van de algemene reserve basisdeel naar de algemene reserve flexibel deel.

Tabel mutaties uitvoering begroting 2019-2023
Voor de overige mutaties verwijzen wij u naar de tabel “Mutaties uitvoering begroting 2019-2023”.

De technische wijzigingen zijn over de taakvelden binnen de diverse domeinen onderverdeeld, het resultaat is budgetneutraal.