Meer
Publicatiedatum: 14-06-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Domein Samenleving

Belangrijkste mutaties uitvoering begroting 2018 - 2022

De nadelen voor de jaarschijven 2018 en 2019 binnen dit domein zijn vooral het gevolg van de lagere baten uit verhuur van de binnensportaccommodaties (2018) en de raming van hogere lasten aan de GGDrU als gevolg van loonstijgingen en de bijdrage voor uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (2019 en verder). De jaarschijven 2020 t/m 2022 laten voor het Domein Samenleving grote nadelen zien vooral als gevolg van de nog niet afgedekte tekorten op de zorgkosten WMO en Jeugd ter hoogte van € 890.000.

1. Ontwikkeling zorgkosten Sociaal Domein
In lijn met de landelijke ontwikkelingen zien wij ook in Leusden een verdere toename van de kosten voor de jeugdzorg en ondersteunende begeleiding WMO. Op basis van de door Amersfoort afgegeven prognose 2018 verwachten wij een overschrijding van € 803.000. Onderstaand een analyse op hoofdlijnen van het voor dit jaar verwachte tekort:

De zorgkosten voor verevening bedroegen in 2017 voor Leusden circa € 6,7 miljoen. Uit het bovenstaande overzicht is af te leiden dat de stijging van de zorgkosten voor verevening naar circa
€ 6,9 miljoen in 2018 ten opzichte van 2017 dus maar beperkt is geweest. Daarnaast heeft ook het (verwachte) effect van de risicoverevening (€ 500.000 verwacht in 2018 ten opzichte van € 900.000 werkelijk in 2017) invloed op het uiteindelijk verwachte budgettaire tekort voor dit jaar.
Voor een verdere inhoudelijke toelichting op dit onderdeel verwijzen wij u naar de memo ”Financiën Sociaal Domein 2018” die is behandeld in de informatie uitwisseling van 18 oktober jl. Deze memo is ook als bijlage bij deze Najaarsnota toegevoegd. Wij stellen voor om het ontstane tekort voor 2018 als volgt te dekken:

In deze najaarsnota doen wij u een dekkingsvoorstel voor 2018. Het tekort voor 2019 bedraagt op basis van het vastgestelde regionale inkoopkader € 890.000 structureel. Bij de behandeling van de begroting 2019 is besloten dit tekort te dekken vanuit de resterende middelen binnen de reserve Sociaal Domein (€ 434.000), de Algemene reserve basisdeel (€ 409.000) en het begrotingsoverschot voor dat jaar (€ 47.000). Door de in deze najaarsnota behaalde voordelen op andere onderdelen binnen het Sociaal Domein kan er, na dekking van het tekort 2018, nog een aanvullende dotatie van € 403.400 aan de reserve Sociaal Domein worden gedaan. Deze toevoeging biedt de ruimte om het tekort voor 2019 ook ten laste van de reserve Sociaal Domein te brengen.
Daarmee is de reserve Sociaal Domein nagenoeg volledig aangewend waarmee de buffer om tekorten vanaf 2020 vanuit de reserve op te kunnen vangen is verdwenen (zie ook D. overzicht reserves). Bij de jaarrekening 2018 wordt bezien of er vanuit de begroting Sociaal Domein, de lopende aanvraag voor de stroppenpot en/of de afrekeningen zorgkosten 2016 en 2017, een aanzuivering van deze reserve kan worden gedaan.
Omdat de dekking voor het tekort kan worden gevonden binnen de reserve Sociaal Domein stellen wij u voor het eerder aan de Algemene reserve onttrokken bedrag voor dekking van het tekort 2019 ad € 409.000 weer terug te storten in deze reserve.

2. Uitvoeringskosten Sociaal Domein
Er heeft een aanbesteding plaatsgevonden van de zorgadministratie voor de WMO en Jeugd-taken. Op dit moment wordt vol ingezet op het implementatietraject zodat vanaf 1-1-2019 de nieuwe Zorgadministratie voor deze taken operationeel kan zijn. De aanbesteding heeft geresulteerd in een budgettair voordeel op de uitvoeringskosten van € 80.000 oplopend tot € 150.000 vanaf 2020. Het lagere voordeel in 2019 is het gevolg van nog te maken overgangs- en frictiekosten. Voorgesteld wordt het behaalde aanbestedingsvoordeel vanaf 2020 vooralsnog op een stelpost te ramen en deze te betrekken bij het dekkingsvoorstel tekort Sociaal Domein zoals deze bij de voorjaarsnota 2019 zal worden vastgesteld (collegebesluit L190468).
De voor dit jaar geraamde frictie- en implementatiekosten als gevolg van de ontvlechting met de Zorgadministratie Amersfoort van € 370.000 (raadsbesluit L172237) zullen pas in 2019 worden gemaakt. Voorgesteld wordt dit bedrag voor 2018 af te ramen en via de reserve met aangewezen bestemming over te hevelen naar 2019.

3. Ontwikkelingen Participatie, Werk en Inkomen
Binnen de begroting van Werk en Inkomen wordt voor het jaar 2018 een voordeel verwacht van € 496.100. Dit voordeel is als volgt onderbouwd:

Wij stellen u voor een bedrag van € 416.100 toe te voegen aan de reserve Sociaal Domein, waardoor de verwachte tekorten op de zorgkosten voor de jaren 2018 en 2019 volledig kunnen worden opgevangen zonder een beroep te doen op de Algemene reserve c.q. een verlaging van het weerstandsvermogen. Het daarna nog resterende saldo van € 80.000 willen wij ook reserveren in de reserve Sociaal Domein als “stimuleringsbudget uitstroom W&I.

Ad a)
Het voordeel van € 463.000 bestaat uit het saldo van de hogere rijksbijdrage ad. € 518.500 en hogere bijstandslasten ad. € 55.500 ten opzichte van de begroting.

Het rijk heeft inmiddels de bijgestelde rijksbijdragen BUIG 2018 bekend gemaakt. Voor 2018 bedraagt de rijksbijdrage € 4.371.600. Op basis van de verwachte uitgaven ad. € 4.248.200 betekent dit dat het rijksbudget dit jaar voldoende is. Er hoeft in 2018 dus geen beroep te worden gedaan op de vangnetregeling van het rijk, zoals in voorgaande jaren wel het geval was.
Het positieve verschil ten opzichte van de begroting ad. € 518.500 wordt enerzijds veroorzaakt door het feit dat de definitieve uitkering € 214.300 hoger is dan de voorlopige rijksbijdrage BUIG. Dit is met name als gevolg van de aanvullende bijdrage voor de vergunninghouders. Daarnaast houden we in de begroting voorzichtigheidshalve vast aan het uitgangspunt dat de (rijks)inkomsten ca. 8% lager zijn dan de geraamde bijstandsuitgaven. Deze 8% is gebaseerd op de regeling vangnet en betreft het gedeelte wat maximaal voor eigen rekening van de gemeente komt alvorens de vangnetregeling in werking treedt. Dit is een reëel en stabiel uitgangspunt in de begroting. In voorgaande jaren is dit ook noodzakelijk gebleken om tekorten op de rijksbijdrage BUIG op te vangen.
Omdat de daling van het aantal bijstandscliënten minder groot is dan verwacht, vallen de bijstandslasten 2018 € 55.500 hoger uit dan oorspronkelijk begroot.

Ad b)
Op basis van historische uitgaven en inkomsten is de inschatting dat de raming van € 52.000 naar beneden kan worden bijgesteld met € 42.000.

Ad c)
De kosten voor de bijzondere bijstand nemen in 2018 toe met € 30.700. Met name het gebruik en de kosten van bewindvoering en maatwerk nemen toe. De structurele financiële gevolgen hiervan zijn al in de begroting 2019-2022 verwerkt.

Ad d)
Op basis van de afgenomen aantallen bijstandscliënten in 2017 en de verwachting voor 2018 werd bij de Voorjaarsnota 2018 het budget voor de uitvoeringskosten incidenteel naar beneden bijgesteld met € 50.000. Op basis van realisatie in de eerste helft van dit jaar, stellen we de verwachtingen echter bij en verwachten we extra kosten ad. € 34.200. Oorzaken hiervan zijn te vinden in de toename van het aantal aanvragen bijzondere bijstand, meer inzet op maatwerk vangnetregeling en het feit dat de daling in het bijstandsbestand minder heeft doorgezet in 2018.

Ad e)
Binnen de begroting Werk en Inkomen is een stelpost van € 56.000 aanwezig ten behoeve van Loket Werk en Inkomen, welke incidenteel voor het jaar 2018 kan vrijvallen.

Structurele gevolgen
Bovenstaande mutaties leiden ook tot structurele gevolgen, zoals naar verwachting hogere uitvoeringskosten Werk en Inkomen. In de Voorjaarsnota 2019 willen we hierop terugkomen in samenhang met de structurele gevolgen voor de rijksbijdrage BUIG, de begroting BBZ en de beschikbare stelposten.

Voor de overige mutaties verwijzen wij u naar de tabel “Mutaties uitvoering begroting 2018-2022”.

De technische wijzigingen zijn over de taakvelden binnen de diverse domeinen onderverdeeld, het resultaat is budgetneutraal.