Meer
Publicatiedatum: 26-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Risico's, reserves, financiering en subsidieplafonds

Risico's

De gemeentelijke risico’s worden tweemaal per jaar op gestructureerde wijze in beeld gebracht en op
de mogelijke consequenties beoordeeld. De eerste monitor was gekoppeld aan de Voorjaarsnota
2019. De tweede monitor is opgesteld in het kader van de begroting 2020 en wordt tevens gekoppeld
aan de Najaarsnota. Ten opzichte van de vorige monitor is het risicoprofiel met € 695.000 afgenomen.
Voornaamst oorzaak hiervoor is het bij de jaarrekening 2018 opgetreden risico op lagere
afvalopbrengsten € 450.000 lager ingeschat wordt voor begrotingsjaar 2020 omdat de structurele
financiële gevolgen zo goed mogelijk in de begroting en tarieven van 2020 zijn verwerkt en de
gevolgen voor het begrotingsjaar 2019 zijn meegenomen in het resultaat van deze najaarsnota. Voor
de WMO is onze risico-inschatting met € 245.000 gedaald omdat wij zo goed als mogelijk de effecten
van het abonnementstarief voor de WMO in de begroting 2020 hebben verwerkt.

Sociaal Domein
De zorgbudgetten Jeugd en WMO zijn vanaf 2019 op het niveau van de werkelijke kosten 2018
gebracht. Als gevolg van de nieuwe, meer taakgerichte, inkoopstructuur die vanaf 2019 geldt is er op
dit moment nog geen goed inzicht in de ontwikkeling van de zorgkosten. Het risico bestaat dat de in
onze begroting geraamde budgetten voor zorgkosten en volume- en prijsstijgingen ontoereikend
zullen zijn om de kostenstijgingen de komende jaren op te kunnen vangen. Het open einde effect van
de pxq financieringsvorm en een versterkte toename van de vergrijzing in Leusden zijn daarbij grote
risicofactoren.
Voor het Sociaal Domein is vanaf volgend jaar een te realiseren taakstelling van € 420.000 in de
begroting opgenomen. Het risico bestaat dat deze niet direct voor 100% gerealiseerd gaat worden en
dat er incidentele aanloop- en besparingsverliezen zullen ontstaan.
Naast bovenstaande is er nog een aantal ontwikkelingen die de komende jaren financiële impact op
onze begroting zullen hebben. Het gaat dan om de intrede van de Wet Verplichte GGZ en de effecten
van de gewijzigde regionale risicoverevening (2020), de herverdeeleffecten van de nieuwe
verdeelmodellen Jeugd en WMO, de Nieuwe Wet Inburgering, en de wijziging van het
woonplaatsbeginsel (2021) en de doordecentralisatie van Beschermd Wonen en Maatschappelijke
Opvang van centrumgemeenten naar lokale gemeenten (2022). Of deze effecten nadelig dan wel
voordelig zijn en om welke bedragen het gaat is in dit stadium nog niet in te schatten.

Algemene Uitkering
Hoewel de accressen bij de septembercirculaire voor het eerst sinds lange tijd vanaf 2020 weer een
stijging laten zien, blijven de schommelingen als gevolg van de “trap op - trap af” systematiek een
risico in onze begroting. Momenteel worden de voorbereidingen getroffen voor de Herziening
Financiële Verhoudingswet. Daarbij worden zowel de huidige verdeelmodellen voor het Sociaal
Domein als de klassieke verdeelmaatstaven van het gemeentefonds tegen het licht gehouden. De
resultaten zullen in het voorjaar 2020 bij de meicirculaire bekend worden gemaakt. De herziening van
het Gemeentefonds is van grote betekenis voor de gemeentelijke financiën. Het ontstaan van
financiële herverdeeleffecten voor gemeenten is inherent aan het wijzigen van de verdeelsystematiek
van het fonds. Eerder is als kader aangegeven dat deze maximaal € 15 per inwoner per jaar mogen
bedragen (voor Leusden € 450.000). De Raad Openbaar Bestuur geeft aan dat deze norm, gelet op
de toename van het GF met de middelen SD zou kunnen worden herzien en bijvoorbeeld als
ondergrens zou kunnen worden gehanteerd.

Reserves

 

De ratio voor het weerstandsvermogen wordt als volgt berekend

Het benodigde weerstandsvermogen (2) is genormeerd op 10% van de omzet van de algemene
dienst. In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen heeft de raad de bandbreedte voor de
ratio vastgesteld op 0,8 – 1,2. Het beschikbare weerstandsvermogen ligt met 0,67 beneden de
ondergrens van 0,8. In de nota risicomanagement is vastgesteld dat wanneer de weerstandsratio
onder de afgesproken grens komt, er een overgangsperiode van een jaar wordt aangehouden
alvorens over te gaan om maatregelen te treffen. Bij de kadernota 2021 zullen wij, indien de ratio nog
steeds beneden de ondergrens ligt, met voorstellen komen om het weerstandsvermogen aan te
vullen.

 

 

 

Financiering

In het vernieuwde rentebeleid is vastgelegd dat periodiek moet worden gerapporteerd over de
liquiditeitsprognose. Dit doen we in de Voor- en Najaarsnota. Uitgaande van de investeringsplanning
maken we een liquiditeitsprognose. De laatste prognose is gemaakt ten behoeve van de paragraaf
financiering van de begroting 2020. Ten opzichte van deze prognose zijn er geen wijzigingen.
Op basis van de door de raad genomen besluiten over investeringen en andere geplande
investeringen is de liquiditeitsprognose geactualiseerd. Hierin is gerekend met het aantrekken van
externe projectfinanciering voor de volgende geplande projecten:
De Korf                                                                              € 4,0 miljoen (volgens raming 2020)1
IKC Berkelwijk – deel ’t Ronde incl BSO       € 3,0 miljoen (volgens raming 2020)
IKC Groenhouten                                                       € 5,1 miljoen totaal (volgens raming 2022)

1) Voor de Korf is uitgegaan van het scenario van het voorgaande raadsvoorstel. De
liquiditeitsprognose wordt aangepast op basis van het in december 2019 te nemen besluit.

 

Toelichting op prognose:

- De stijging in 2019 wordt met name veroorzaakt door de verkopen in het project Biezenkamp
   conform het gesloten financieel arrangement bij de projectontwikkeling.
- De renovatie van de Korf is wel opgenomen in de liquiditeitsprognose maar heeft een beperkt
   effect omdat conform het rentebeleid voor de grote investeringen projectfinanciering wordt
   aangegaan.
- De daling van de liquiditeiten in 2029 betreft de renovatie scholen Achterveld.
- De conclusie is dat Leusden gedurende de hele periode geen liquiditeitstekort gaat krijgen.
   Daarop wordt expliciet gestuurd: een “nul-positie” (kost het minste rente) of bij voorkeur een
   liquiditeitsoverschot.

Toelichting algemeen:

- Er bestaan geen landelijke normen voor de omvang van de liquiditeitspositie. Wel bestaat op
   grond van de wet Fido ( wet financiering decentrale overheden) een kasgeldlimiet van 8% van de
   begrotingsomzet. Voor Leusden is deze circa € 4,6 mln. Voor dat bedrag mogen we “rood” staan
   bij de bank, ofwel financieren met kortlopende middelen, zoals kasgeld. In Leusden halen we bij
   lange na niet de norm omdat we aanzienlijk over liquide zijn.
- Het “spiegeldbeeld ” van de liquiditeit is de netto-schuldpositie. Meer investeren betekent minder
   liquiditeit en (mogelijk) meer lenen, waardoor de schuldpositie van de gemeente toeneemt. Ook
   daar bestaan geen verplicht voorgeschreven normen voor, wel hanteren provincie en VNG
   indicatoren voor de financiële kengetallen, waar onder de nettoschuldpositie. Wij verwijzen
   hiervoor naar de uitgebreide toelichting in paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing.

Subsidieplafonds

Met het vaststellen van de programmabegroting 2019 zijn tevens de, daarbij als bijlage opgenomen,
subsidieplafonds voor het jaar 2019 vastgesteld. Na het moment van het vaststellen van de primitieve
begroting 2019 hebben zich gedurende het jaar mutaties voorgedaan met betrekking tot subsidies,
voor een bedrag van in totaal € 235.000. Het betreft € 202.000 binnen het programma Samenleving
en € 33.000 binnen het programma Ruimte. Hiervoor zijn reeds op de gebruikelijke manier,
via raadsvoorstellen en begrotingswijzigingen, de benodigde financiële middelen door u beschikbaar
gesteld. De mutaties hebben nu dus geen budgettaire gevolgen meer.
Wij stellen u voor het subsidieplafond programma 3 Samenleving als gevolg van deze mutaties met
€ 202.000 te verhogen en die van programma Ruimte met € 33.000 te verhogen.