Meer
Publicatiedatum: 24-11-2020

Inhoud

Domein Samenleving

Inhoud

Belangrijkste mutaties uitvoering begroting 2020 - 2024

 

De lasten en baten op het Domein Samenleving leiden in 2020 tot een incidenteel nadeel van
€ 478.000. Dit nadeel wordt grotendeels veroorzaakt door het bijstellen van de zorgbudgetten voor de
nieuwe taken Jeugd en WMO (€ 120.000), de bijdrage aan de regio voor de tijdelijke opvang van licht
verstandelijk beperkten (€ 90.000), en extra kosten op het taakveld Werk en Inkomen (€ 138.000 extra
door te sluizen rijksmiddelen WSW en € 60.000 nieuwe wet Inburgering). Daarnaast leiden, het
functioneel ramen van de Extra rijksmiddelen Voogdij 18+ (€ 30.000 en) en een technische bijraming
(€ 30.000) in dit programma tot het nadelige resultaat voor dit jaar.

1. Zorgkosten Sociaal Domein
Er is sprake van een verwachte stijging van zorgkosten die grotendeels al is verwerkt in de primitieve
begroting- en voorjaarsnota van 2020. Initieel is € 7,7 miljoen begroot, additionele kosten komen voort
uit het (raads)besluit met betrekking tot de aanvullende middelen rond de Breed Spectrum aanbieders
en de boven het inkoopkader uitstijgende volume- en prijsstijgingen (eerste deel reeds ingezet bij het
besluit over het inkoopkader 2020). Daarmee zijn de verschillen van de zorgkosten ten opzichte van
de begroting overzichtelijk.

Vanuit de regio Amersfoort is een eerste prognose van de zorgkosten voor de nieuwe taken Jeugd en
WMO over 2020 ontvangen. Deze prognose is gebaseerd op de gemaakte zorgkosten t/m juni 2020.
De afgegeven prognose laat, met daarbij nog een aantal disclaimers, een stijging zien van circa 13%
ten opzichte van de rekeningcijfers 2019. Dit vanwege een toename in volume door meer aantallen
cliënten, hogere zorg indicaties en langere zorgperioden. Na de intensivering op grip op de uitvoering
(in de lijn van het beleidskader dat door de raad in de zomer van 2019 is vastgesteld) is mogelijk
gebleken op basis van data van de eigen zorgadministratie een lokale prognose te maken waarbij
zowel ingediende facturen als fluctuatie in het aantal ‘cliënten’ en een (nog opbouwend)
retroperspectief worden gebruikt. Ook deze prognose laat een stijging van circa 6% zien ten opzichte
van de rekeningcijfers 2019. Omdat dit de eerste ‘eigen’ prognose is, wordt voorgesteld om
voorzichtigheidshalve uit te gaan van een stijgende lijn die overeenkomt met de kostenstijging in 2019
namelijk 8%.
De stijging in zorgkosten wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal volwassenen met
ambulante ondersteuning binnen de WMO. Uit de data blijkt dat deze toename niet direct te verklaren

is door toename van uitbreiding van één specifieke zorgvorm en/of aanbieder. Wel bijzonder is dat er
in de regio een stabilisatie is en in Leusden een significante toename. Meer duiding wordt verwacht na
een onderzoek in indicatiestelling en triage.

Hoewel de effecten van het coronavirus op de uiteindelijke rekeningcijfers 2020 moeilijk zijn te
voorspellen beschouwen wij deze prognose als een winstwaarschuwing. Wij achten de afwijking ten
opzichte van het begrote zorgbudget dusdanig substantieel dat we willen voorstellen het zorgbudget
voor de nieuwe taken Jeugd en WMO in deze najaarsnota bij te stellen.
Dat kan met de vanuit onze begroting beschikbare stelpost voor volume- en prijsstijgingen SD, het
aanvullende budget 2019/2020 voor de Breed Spectrum Aanbieders en de verwachte onderbesteding
op andere budgetten binnen de brede SD begroting voor de jaarschijf 2020. Daarbij ontstaat het
volgende budgettaire beeld:

Met deze bijstelling kan voor dit jaar een mogelijke budgetoverschrijding van circa 8% goed binnen de
begroting worden opgevangen.

In het voorjaar 2021 komen de (voorlopige) rekeningcijfers 2020 beschikbaar en hebben we zicht op
de werkelijke kostenstijging. Bij de voorjaarsnota 2021 zullen we dan de budgetten actualiseren op
basis van de rekeningcijfers 2020 en het vastgestelde regionale inkoopkader voor 2021.
Voor de jaren 2022 en verder zal een ander financieringsregime gelden voor de Rijksmiddelen Sociaal
Domein. Daarbij zullen op basis van nieuwe verdeelmodellen voor jeugd en WMO herverdeeleffecten
ontstaan zowel op landelijk als mogelijk ook op regionaal niveau. Deze effecten zullen naar
verwachting bij de decembercirculaire 2020 bekend zijn en nemen we mee bij het samenstellen van
de meerjarenbegroting 2022-2025.

Het verstrekkingenbudget voor de Huishoudelijke Hulp is vanaf 2020 structureel met € 350.000
verhoogd als gevolg de doorgevoerde 2e tranche abonnementstarief. Op basis van een prognose
lijken de kosten met circa € 520.000 toe te nemen, maar door de onderbesteding in 2019 verwachten
we per saldo voor dit jaar uit te komen met het budget. Wij hebben het budget 2020 in onze begroting
kunnen verhogen vanuit het voordeel dat destijds is ontstaan vanuit de septembercirculaire 2019. Zo’n
bijstelling kunnen we ons voor de komende jaren echter niet meer permitteren. De kostenstijging
wordt voor circa € 320.000 veroorzaakt door het omzetten van de oude AV-voorziening, waarbij de
cliënt € 12,50 per uur betaalde naar de nieuwe situatie waarbij een bijdrage van € 19,-- per 4 weken
geldt. Daarnaast spelen het effect van een aanzuigende werking van nieuwe cliënten (door de relatief
beperkte eigen bijdrage), extra-muralisering en externe niet beïnvloedbare demografische effecten
van verdere vergrijzing in Leusden een rol. Een verdere aanzuigende werking op de HH
voorzieningen is niet wenselijk, en een afvlakking in de kostenstijging is noodzakelijk om de komende
jaren binnen de budgettaire kaders te kunnen blijven.

Afrekening zorgkosten voorgaande dienstjaren
Gedurende dit jaar hebben er een aantal afrekeningen plaatsgevonden met betrekking tot de
zorgkosten over de periode 2016 t/m 2019. Zorgleveranciers kunnen in principe tot 5 jaar na levering
van jeugdhulp declaraties indienen. Het is de verwachting dat de nog te verwachten afrekeningen over
de periode 2016 t/m 2019 per saldo zullen leiden tot een incidenteel voordeel van € 139.000. Wij
stellen u voor dit bedrag ten gunste te brengen van de reserve Sociaal Domein.

2. Zorgkosten Licht Verstandelijk Beperkten (LVB) met tijdelijk verblijf
Vanaf 2018 heeft het rijk de middelen voor de doelgroep LVB (met noodzaak tot tijdelijk verblijf) aan
de IU Sociaal Domein toegevoegd. Deze extra middelen vormden destijds onderdeel van een per
saldo door het rijk doorgevoerde korting op het WMO budget (de startstreepmutaties), en zijn
gesaldeerd om het toch al ontstane tekort op het WMO budget zo beperkt mogelijk te houden. De
zorgkosten voor LVB cliënten konden tot en met 2019 worden verrekend vanuit het regionale budget
ambulantisering i.c. de restende middelen Beschermd Wonen van Amersfoort. Vanaf dit jaar zal
Amersfoort de kosten voor de opvang van deze doelgroep waarvoor de regiogemeenten de
rijksmiddelen ontvangen gaan doorberekenen. Op basis van de destijds ontvangen rijksmiddelen gaat
het voor Leusden om een bedrag van circa € 90.000 voor 2020 en 2021. De incidentele kosten zullen
worden verrekend op basis van nacalculatie. Voor 2022 en verder moet, bij de verdere doordecentralisatie
van de budgetten voor beschermd wonen, opnieuw worden bezien wat de financiële
gevolgen zullen zijn.

3. Lasten en baten Corona
Door de coronacrisis zijn diverse kosten gemaakt of minder inkomsten ontvangen. Dit leidt binnen dit
domein tot een nadelig saldo van € 142.900. Voorgesteld wordt dit bedrag ten laste te brengen van de
egalisatiereserve corona, waardoor deze mutaties budgetneutraal verlopen (zie Onderdeel E voor
nadere toelichting).
Het gaat om de volgende posten:
- doorstorting aan RWA voor het opvangen van wegvallende bedrijfsopbrengsten    €    113.700
- doorstorting aan ouders voor doorbetalen van eigen bijdrage voorschoolse
   voorzieningen peuters tijdens (gedeeltelijke) sluiting                                                                  €      11.900
- gederfde inkomsten Eigen Bijdrage Wmo                                                                                            €      25.500
- kosten inhuur personeel                                                                                                                                 €      16.800
- minder kosten leerlingenvervoer tijdens periode sluiting scholen                                       € -/- 25.000
Totaal opgenomen aan meerkosten/minderopbrengsten                                                             €    142.900

Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers (Tozo)
Om de groep zelfstandigen als gevolg van de coronacrisis financieel te ondersteunen is er de
Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers (Tozo). Doel van de regeling is
tweeledig: allereerst om te voorzien in het levensonderhoud van zelfstandigen en ten tweede om
liquiditeitsproblemen als gevolg van de coronacrisis op te vangen. De uitvoering van deze regeling
verloopt via de gemeenten.
De eerste Tozo-regeling gold in eerste instantie voor drie maanden (maart, april en mei 2020), maar
inmiddels is deze regeling verlengd en zijn er 3 regelingen, Tozo 1, 2 en 3. En komt er een Tozo 4 met
een looptijd t/m 30 juni 2021.
Gemeenten worden volledig financieel gecompenseerd voor de uitkeringskosten én de uitvoeringskosten
in het kader van de Tozo. Voor de vergoeding van de uitvoeringskosten is afgesproken dat
gemeenten hiervoor een vast bedrag per genomen besluit op een aanvraag ontvangen. Via een
specifieke uitkering hebben wij, vooruitlopend op de daadwerkelijke verantwoording achteraf, een
bedrag van € 5.216.154 ontvangen als voorschot.
Op basis van de gerealiseerde uitkeringen en verstrekkingen van leningen en de huidige inschatting
van het aantal aanvragen uitkeringen en leningen zijn onderstaande ramingen in de Najaarsnota
opgenomen:
Uitkeringen levensonderhoud       €  3.750.000
Kredietverstrekkingen                      €      600.000
Uitvoeringskosten                                €      500.000
Totaal lasten Tozo                                 €  4.850.000

Omdat we uitgegaan van 100% financiële compensatie door het Rijk is het bedrag van
€ 4.850.000 ook als inkomst opgenomen, waardoor deze mutaties budgetneutraal verlopen.

Continuïteit in de levering van zorg
Door een veranderende- en soms verminderde vraag naar zorg en/of inzetbaarheid van personeel
door ziekte neemt de omvang van zorg en ondersteuning tijdelijk af van de normale situatie. Als
gemeenten de vergoeding daarop aanpassen dreigen zorgaanbieders in acute financiële nood te
komen. Om dit te voorkomen hebben de VNG en het Rijk in maart afgesproken dat de financiering van
de omzet tot juli 2020 onverminderd plaatsvindt, zoals die contractueel overeengekomen was dan wel
een zo goed mogelijke inschatting daarvan. Met als doel acute liquiditeitsproblemen te voorkomen en

de gevolgen van de coronacrisis voor de financiële positie in 2020 van deze zorgaanbieders te
neutraliseren. Van zorgaanbieders wordt verwacht dat zij zich inspannen om de professionele inzet zo
goed mogelijk te benutten (binnen hun organisatie dan wel op andere plaatsen waar de acute
behoeften bestaat), en daarmee de eventuele omzetdaling te beperken.
Op dit moment is nog niet bekend in welke vorm of welke mate nieuwe regionale of landelijke
afspraken vereist zijn om zorg continuïteit te borgen.

4. Werk en Inkomen
Voor het jaar 2020 wordt een voordeel verwacht op de bijstand van € 189.000. Dit voordeel bestaat uit
het saldo van de hogere rijksbijdrage ad. € 136.700 en de lagere bijstandslasten ad. € 52.300 ten
opzichte van de begroting.
Het rijk heeft de definitieve rijksbijdrage BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen
Gemeenten) 2020 bekend gemaakt, welke voor Leusden € 4.727.000 bedraagt. Op basis van de
verwachte uitgaven ad. € 4.538.000 voorzien we een voordelig resultaat van € 189.000. In de uitgaven
is een bedrag inbegrepen dat wordt toegevoegd aan de voorziening dubieuze debiteuren als gevolg
van oninbaarheid (oudere) debiteurenposten.
In 2020 is het aantal bijstandscliënten a.g.v. de coronacrisis gestegen. Tussen februari en begin
oktober is dit aantal met 12 uitkeringen gestegen. Dit is een stijging van 4%. Als gevolg van de tweede
golf houden we rekening met een stijging in het najaar van 2020. Echter, omdat in het begrote aantal
bijstandscliënten nog niet de daling van 2019 was verwerkt, is het aantal cliënten in de eerste
maanden van 2020 lager dan begroot. Daarnaast is in het definitieve BUIG budget van het Rijk
rekening gehouden met een toename van het aantal bijstandscliënten als gevolg van de coronacrisis.
Dit veroorzaakt voor 2020 het voordelig resultaat op de bijstandslasten.

Vanaf 2020 is de bekostiging voor de Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) gewijzigd. De
financieringssystematiek sluit nu aan bij die van de Participatiewet. Door deze wijziging blijkt nu dat
een aangehouden stelpost ad. € 40.500 voor BBZ-uitkering levensonderhoud niet meer benodigd is,
en kan vrijvallen. De uitkeringslasten van de BBZ zijn nu volledig opgenomen in de BUIG uitkering.

Op basis van toenemend cliëntenbestand én een hoger aantal toekenningen bijzondere bijstand is de
inschatting dat een aanvullend budget benodigd van € 50.000 is voor de uitvoeringskosten door
Amersfoort.
Samenvattend zijn in onderstaand overzicht de resultaten Werk en Inkomen opgenomen:

Voorgesteld wordt de resultaten welke een sterke relatie hebben met de coronacrisis toe te voegen
aan de nog te vormen Egalisatiereserve corona. Het betreft per saldo € 139.000, zijnde het voordelig
resultaat bijstand (€ 189.000) en het nadelig resultaat uitvoeringskosten (€ 50.000). Dit met het oog op
de te verwachten toename van het aantal bijstandscliënten en de als gevolg hiervan toenemende
uitvoeringskosten. Het voordeel van € 40.500 als gevolg van de BBZ valt vrij en is hiermee onderdeel
van het resultaat Najaarsnota. De gevolgen van de coronacrisis op de meerjarige begroting vanaf
2021 worden meegenomen in de Voorjaarsnota 2021.

5. Taakstelling Sociaal Domein
We voeren de afgesproken kostenbesparende maatregelen door waarvan in 2020 een deel van de
financiële effecten zichtbaar wordt.

Bij de uitvoering van de zorg worden er binnen de diverse zoekrichtingen resultaten geboekt. Zo wordt
er bijvoorbeeld minder doorverwezen naar dure JGGZ zorg, is de toeleiding naar zorg/triage
aangescherpt en zijn de interventie niveaus verlaagd. De resultaten worden gekapitaliseerd en zoveel
als mogelijk inzichtelijk gemaakt. Hoewel dat niet per definitie herleidbaar per maatregel is, is het de
verwachting dat de effecten van de maatregelen in de 2e helft 2020 beter zichtbaar worden waardoor
een verdere afvlakking van de kostenstijging kan worden gerealiseerd of – bijvoorbeeld in het kader
van het onderzoek over de gevolgen van de rechterlijke uitspraken over woonplaatsbeginsel- een
incidenteel voordeel kan ontstaan.
Daarentegen worden we ook ingehaald door een hogere autonome groei van zorgkosten, waardoor
we op het totaal nog geen directe verlaging zien van de zorgkosten. De begrote zorgbudgetten
kunnen hierdoor nog niet neerwaarts worden bijgesteld ten gunste van de openstaande taakstelling.
Een belangrijke oorzaak is de autonome kostenstijging als gevolg van volume- en prijsstijgingen die
hoger ligt dan het effect van de kostenbesparingen en de middelen die we in onze begroting hebben
geraamd voor het opvangen van volume- en prijsstijgingen.

Het college ziet het als noodzakelijk om de al ingeboekte taakstelling Sociaal Domein ook
daadwerkelijk te realiseren en de kostenstijgingen op te vangen door toepassen van de ingezette- of
aanvullend uitvoerende maatregelen. In onderstaande overzicht de laatste stand van zaken m.b.t. de
realisatie taakstelling SD:

De taakstelling voor dit jaar hebben we daarmee volledig gerealiseerd waarbij bij de voorjaarsnota
50% ten laste van de reserve Sociaal Domein is gebracht. Voor de komende jaren rest nog een te
realiseren taakstelling van uiteindelijk € 113.000 structureel. Voor een verdere inhoudelijke toelichting
kan worden verwezen naar de bijlage Monitor bezuinigingen.

Voor de overige mutaties verwijzen wij u naar de tabel “Mutaties uitvoering begroting 2020-2024”.

De technische wijzigingen zijn over de taakvelden binnen de diverse domeinen onderverdeeld, het
resultaat is budgetneutraal.