Meer
Publicatiedatum: 03-10-2016

Inhoud

Uitgaven

2,84%

€ 1.512

2,84% Complete

Inkomsten

53,81%

€ 28.653

53,81% Complete

Saldo

28910203899,41%

€ 27.142

Programma onderdelen

Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien

Uitgaven

2,84%

€ 1.512

2,84% Complete

Inkomsten

53,81%

€ 28.653

53,81% Complete

Saldo

28910203899,41%

€ 27.142

Algemeen

In de vier programma’s van deze begroting zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten die niet aan een programma zijn toe te rekenen. Het betreft de algemene uitkering, de algemene belastingen, de financiering,  de onvoorziene uitgaven en de stelposten en de vennootschapsbelasting. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. Onderstaand geven wij het totale overzicht en een toelichting per taakveld.

Wat mag het kosten?

Exploitatie Werkelijk 2015 Begroting 2016 Begroting 2017 MJR 2018 MJR 2019 MJR 2020
Lasten 531 1.416 1.444 1.638 1.841 1.890
Baten 26.453 27.976 27.884 28.670 29.184 29.726
Gerealiseerd saldo van baten en lasten 25.922 26.560 26.440 27.032 27.343 27.836
Toevoegingen en onttrekkingen Werkelijk 2015 Begroting 2016 Begroting 2017 MJR 2018 MJR 2019 MJR 2020
Stortingen 3.163 67 68 68 65 63
Onttrekkingen 4.836 206 770 227 325 88
Mutaties reserves 1.673 139 702 159 260 25
Gerealiseerd resultaat 27.595 26.699 27.142 27.191 27.603 27.861

Saldo taakvelden

Saldo taakvelden 2016 2017 2018 2019 2020
0.5 Treasury 674 476 628 693 732
0.61 OZB woningen 3.664 3.812 3.870 3.930 3.936
0.62 OZB niet-woningen 2.360 2.468 2.488 2.508 2.528
0.64 Belastingen overig 207 209 209 209 209
0.7 Alg. uitk. en overige uitk. gemeentefonds 20.040 19.725 20.288 20.629 21.080
0.8 Overige baten en lasten -471 -229 -418 -456 -670
0.9 Vennootschapsbelasting 0 -109 -121 -258 -67
3.4 Economische promotie 156 158 158 158 158
6.3 Inkomensregelingen -70 -70 -70 -70 -70
0.10 Toevoeging/onttrekking reserves 139 702 159 260 25
    26.699 27.142 27.191 27.603 27.861

 

0.5 Treasury

Vanaf het begrotingsjaar 2017 is een BBV wijziging voor de rentetoerekening en renteberekening van toepassing. Althans, dat was het voornemen van de wetgever. De wijziging is gedeeltelijk uitgesteld tot 2018. Wel zijn doorgevoerd de wijzigingen met betrekking tot de rente van het grondbedrijf. Aan het grondbedrijf mag alleen de externe rente worden doorberekend. Aangezien Leusden geen geldleningen heeft voor de financiering van grondexploitaties rekenen wij vanaf 2017 geen rente meer door naar het grondbedrijf.

Een ander onderdeel betreft de verantwoording van de rentelasten op één centraal taakveld Treasury. Wel moet vanuit dit taakveld rente (kapitaallast) worden doorbelast naar andere taakvelden voor de activa behorend tot deze taakvelden. Onderstaand geven wij het renteschema weer. Hier hebben we aan toegevoegd op welke taakvelden deze renteposten zijn verantwoord zodat ook de aansluiting kan worden gevonden met het totaal van het taakveld treasury. 

a.

externe rente lasten over korte en lange financiering

 

-98.208

0.5 treasury

b.

externe rente baten

 

122.500

0.5 treasury

 

saldo rente lasten en rentebaten

 

24.292

 

c.

rente die aan grondexploitatie wordt doorberekend

0

   
 

rente van projectfinanciering aan betreffende taakveld

-98.208

 

4.2 onderwijs

     

-98.208

 
 

aan taakvelden toe te rekenen rente

122.500

 

d1

rente over eigen vermogen

-68.066

0.10 mutaties reserves

d2

rente over voorzieningen

-267.017

diverse taakvelden

 

Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente

-212.583

 

e.

aan taakvelden toegerekende rente

242.785

diverse taakvelden

 

renteresultaat op het taakveld treasury

30.202

 
 

kapitaallasten op taakveld treasury

-1.270

0.5 treasury

 

dividenduitkeringen

65.000

0.5 treasury

 

bespaarde rente

202.921

0.5 treasury

 

Stelpost verlaging rentelasten budgettair neutrale kapitaallasten

184.934

0.5 treasury

 

aansluiting taakveld treasury

 

475.877

 

 

0.61 en 0.62 Onroerende zaakbelastingen

Bij de OZB is een maatregel van kracht om de opbrengst in 2017 met € 140.000 te verhogen (zie de paragraaf lokale heffingen). Er wordt een inflatiecorrectie van 1% toegepast. De inflatiecorrectie op belastingtarieven dient om loon- en prijsstijgingen in de begroting op te kunnen vangen. Op grond van het nieuwe BBV worden op deze taakvelden ook verantwoord de lasten van uitvoering, heffing en waardering.

Bedragen x € 1.000

Raming 2016

6.298

Hogere raming wegens nieuwbouw (oplevering in 2016)

57

Verhoging OZB met opbrengstmaatregel uit de begroting 2015-2018

140

Inflatiecorrectie 1%

      63

Totaal OZB

6.558

Uitvoering OZB, heffing en waardering (GBLT)

-/- 278

Raming 2017

6.280

 

 

0.64 Overige belastingen

De hondenbelasting en precariobelasting zijn aangepast met 1% inflatie.

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

Algemeen

De algemene uitkering vormt de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De totale omzet in deze begroting wordt geraamd op € 50,1 miljoen. Het aandeel van de algemene uitkering hierin is circa 40%. Ter vergelijking: de algemene belastingen zorgen voor 13% van de inkomsten. Deze verhoudingen geven aan dat de afhankelijkheid van gemeenten van de algemene uitkering groot is. Deze afhankelijkheid is in 2015 verder vergroot door de toevoeging van de Integratie Uitkering Sociaal Domein aan het gemeentefonds. Op dit taakveld wordt voor 2017 een bedrag geraamd van € 19.725.000. Dit bedrag bestaat uit de algemene uitkering  van € 19.818.000, een negatieve stelpost van  € 93.000 voor taakmutaties algemene uitkering. De Integratie Uitkering Sociaal Domein hebben wij opgenomen onder het programma Domein Samenleving.

Meerjarenperspectief algemene uitkering

De algemene uitkering voor 2017 wordt geraamd op € 19.818.000. Het meerjarenperspectief over de periode 2016-2020 laat zien dat de algemene uitkering verder stijgt. De stijging in meerjarenperspectief wordt met name veroorzaakt door een stijging van het accres en de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Als we naast de Algemene Uitkering rekening houden met de Integratie-Uitkering Sociaal Domein dan laat het gemeentefonds de komende 4 jaar een toename zien van circa € 1 miljoen. Wij schetsen dit beeld omdat naar verwachting de Integratie-Uitkering Sociaal Domein over 2 jaar zal worden toegevoegd aan de Algemene Uitkering. Wij verwachten dat door de aantrekkende economie de accressen in de komende jaren verder zullen gaan stijgen. De septembercirculaire zal hier meer duidelijkheid in geven.

Meicirculaire 2016

De raming van de algemene uitkering in deze begroting is gebaseerd op de meicirculaire 2016. Wij hebben u in het voorjaar middels een aparte memo al  geïnformeerd over de uitkomsten van deze circulaire. De meicirculaire verscheen na het opstellen van de Voorjaarsnota 2016. De septembercirculaire 2016 verschijnt na het opstellen van deze begroting. De raad zal hier separaat over worden geïnformeerd.

In de meicirculaire 2016 is ook de bijstelling van de Integratie-uitkering Sociaal Domein voor de komende jaren verwerkt. Het gaat daarbij om een verhoging van de uitkering met € 521.000 structureel vanaf 2020. Daarvan heeft € 156.000 betrekking op doorgevoerde loon- en prijsstijgingen, en € 184.000 op taakmutaties die functioneel in de begroting zijn verwerkt. In de begroting hanteren we het principe dat mutaties in de rijksbijdrage Sociaal Domein budgettair neutraal worden opgevangen. In dat kader hebben wij de daarna nog resterende middelen (€ 181.000) ten gunste gebracht van de stelpost nader te nemen maatregelen sociaal domein (zie ook de uiteenzetting financiële positie).

De ontwikkeling van de uitkeringsbasis en de ontwikkeling van het accres geven per saldo een positief resultaat voor Leusden. In de uiteenzetting van de financiële positie gaan wij nader in op deze mutaties.  Per saldo zijn de effecten voor Leusden als volgt:

X € 1.000

2017

2018

2019

2020

Ontwikkeling accres en ontwikkeling uitkeringsbasis

-155

63

58

98

Integratie-Uitkering Sociaal Domein

429

551

542

521

Reserveringen taakmutaties

   88

    70

    86

  101

Totaal

362

684

686

720

In bovenstaande tabel wordt onder meer de ontwikkeling van het accres weergegeven. We vermelden hierbij wel dat het uiteindelijk gaat om het budgettaire effect van enerzijds de bijstelling van de algemene uitkering en anderzijds de bijstelling van stelposten. De gemeenten ontvangen een accres om onder meer de loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Met de bijstelling van het accres in de meicirculaire is ook de stelpost prijsontwikkeling in de begroting bijgesteld. Per saldo geeft de ontwikkeling van het accres voor de jaren 2017-2018 een tegenvaller. De accrespercentages in de meicirculaire 2016 zijn als volgt:

 

2017

2018

2019

2020

Nominaal accres in bedragen (bedragen x € 1 miljoen)

70

205

250

363

Nominaal accres in procenten

0,43%

1,28%

1,54%

2,21%

Prijsontwikkeling BBP (raming Centraal Planbureau)

0,9%

1,4%

1,5%

1,5%

Reëel accres in procenten

-0,47%

-0,12%

0,04%

0,71%

De tabel toont aan dat er in de periode 2017-2020  sprake is van een relatief beperkt reëel accres. Een reëel accres betekent dat de algemene uitkering harder groeit dan de prijsontwikkeling. In 2017 en 2018 is er zelfs sprake van een negatief reëel accres. We kunnen de prijsontwikkeling in die jaren dus niet opvangen met de groei van de algemene uitkering. De verwachting is dat, gelet op de economische groei, het accres de komende jaren verder zal toenemen.

0.8 Overige baten en lasten

Onder dit  taakveld vallen de stelposten, waaronder de taakstellende bezuinigingen en ruimte nieuw beleid, de post onvoorziene uitgaven algemeen en de incidentele baten en lasten.

Stelposten

In de begroting is een aantal stelposten opgenomen. Onderstaand geven wij u een totaaloverzicht.

x € 1.000

2017

2018

2019

2020

1.        Loon- en prijsstijgingen

108

245

333

397

2.        Ruimte nieuw beleid

83

82

132

182

3.        Bezuinigingen

-114

-248

-445

-445

4.        Centraal knelpuntenbudget (personeelslasten)

136

136

136

136

5.        1% buffer (personeelslasten)

62

160

259

359

6.     Overige stelposten

 -67

-59

-59

-59

Totaal stelposten

208

316

356

570

Zowel het aantal stelposten als de omvang van de stelposten is in 2017 afgenomen. Dit komt omdat, in het kader van het “lean” maken van de begroting, er voor is gekozen om vanaf 2017 zo veel mogelijk stelposten functioneel op de betreffende taakvelden te ramen.  De belangrijkste stelposten lichten wij onderstaand kort toe:

ad 1. In de begroting is een stelpost opgenomen om loon- en prijsstijgingen te kunnen opvangen. Een dergelijke stelpost is noodzakelijk omdat in de accresramingen van de algemene uitkering compensatie is opgenomen voor loon- en prijsstijgingen;

ad 2. De beschikbare ruimte voor nieuw beleid wordt jaarlijks verhoogd met € 50.000;

ad 3. De in de begroting geraamde stelposten voor bezuinigingen betreffen de nog openstaande heroverwegingstaakstellingen vanuit de eerder gevoerde kerntakendiscussies. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen algemene taakstellingen (zie onderdeel uiteenzetting financiële positie) en taakstellingen op het   gebied van de bedrijfsvoering (zie ook paragraaf bedrijfsvoering);

ad 4./5.   Het betreft hier in de begroting opgenomen stelposten voor het opvangen van personele knelpunten als gevolg van vacatures, ziekte of capaciteitstekort (centraal knelpuntenbudget) en het opvangen van autonome loonstijgingen (periodieken) e.d. waarvoor een stelpost van 1% van de loonsom is opgenomen.

 Onvoorziene uitgaven algemeen

Volgens het geldende rentebeleid wordt 50% van de bespaarde rente over de algemene reserves en bestemmingsreserves toegevoegd aan de stelpost onvoorzien. Deze stelpost is bedoeld voor incidentele aanwending gedurende het begrotingsjaar. De raming 2017 kan als volgt worden gespecificeerd:

x € 1.000

2017

€ 2 per inwoner x 29.072 inwoners

59

Toevoeging 50% rente algemene- en bestemmingsreserves

€ 14.036.400 x 1% x 50%

70

Incidenteel nieuw beleid 2016, jaarschijf 2017 (uitvoering kaderbrief en nieuw beleid)

    -80

Totaal raming onvoorzien algemeen begroting 2017

49

 

0.9 Vennootschapsbelasting

Onder dit taakveld worden de geraamde lasten vennootschapsbelasting opgenomen naar aanleiding van de invoering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheden per 1 januari 2016. De raming die is opgenomen is de verwachten vennootschapsbelasting over grondexploitaties (zie ook 274321 raadsvoorstel gevolgen wijziging BBV grondexploitaties en vennootschapsbelastingplicht grondbedrijf)

3.4 Economische promotie

Tot dit taakveld behoort ook de toeristenbelasting. De tarieven van de toeristenbelasting zijn voor 2017 aangepast met 1% inflatie.

6.3 Inkomensregelingen

Het betreft hier de kosten voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

0.10 Toevoegingen en onttrekkingen reserves

Er vindt een aantal toevoegingen en onttrekkingen plaats aan reserves waartoe reeds eerder is besloten of die elders in deze begroting worden voorgesteld c.q. toegelicht. In onderstaande tabel geven wij een specificatie:

X € 1.000

2017

2018

2019

2020

Dekking Algemene bedrijfsreserve

203

-

-

-

Dekking Algemene reserve grondbedrijf

281

227

325

88

Dekking Algemene reserve flexibel inzetbaar

286

-

-

-

Stortingen bespaarde rente bestemmingsreserves

-68

-68

-65

-63

Totaal stelposten

702

159

260

25

  • De Algemene reserve basisdeel is aangewend om het resterende begrotingstekort voor het jaar 2017 te dekken.
  • De onttrekkingen aan de Algemene reserve grondbedrijf zijn nodig om:
    -  de in de exploitatiebegroting geraamde VPB lasten te kunnen dekken
    -  het nadelig resultaat als gevolg van het niet meer kunnen toerekenen van rente aan het grondbedrijf op te kunnen
        vangen.
  • De  algemene reserve flexibel deel is aangewend om het tekort van de incidentele ruimte voor nieuw beleid in 2017 te dekken.
  • Onder bestemming bespaarde rente is opgenomen de toevoeging van de rente aan de bestemmingsreserves. Het betreft hier toevoegingen aan de reserve onderwijshuisvesting, de reserve starters- en duurzaamheidsleningen en de reserve dekking kapitaallasten investeringen met economisch nut.

BBV indicatoren

De verplichte beleidsindicatoren worden per domein weergegeven. De indicatoren staan op waarstaatjegemeente.nl en zijn daar ook te raadplegen. In onderstaande indicatoren wordt Leusden vergeleken met gemeenten van 25.000-50.000 inwoners. Op de website kunnen ook andere vergelijkingen worden gemaakt.

 

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.

Bron COELO, Groningen

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.

Bron COELO, Groningen

De gemiddelde WOZ waarde van woningen

Bron: CBS - Statistiek Waarde Onroerende Zaken