Meer
Publicatiedatum: 22-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Risico's, reserves en financiering

Risico's

De gemeentelijke risico’s worden tweemaal per jaar op gestructureerde wijze in beeld gebracht en op de mogelijke consequenties beoordeeld. De eerste monitor bieden wij u aan bij deze Voorjaarsnota.

Risico’s Algemene uitkering

Hoewel de exacte financiële effecten nog niet bekend zijn mag het duidelijk zijn dat de herijking van het Gemeentefonds een enorm risico gaat vormen voor de ontwikkeling van onze begrotingspositie. Voor 2/3 van de gemeenten, waaronder Leusden, zal gelden dat de Algemene Uitkering vanaf 2022 zal afnemen. Op basis van de informatie die wij hebben schatten wij de gevolgen voor Leusden in op € 750.000 in 2022 (€ 25 per inwoner) oplopend tot € 1.400.000 structureel vanaf 2023. Daarnaast heeft het kabinet ook nog geen duidelijkheid gegeven over aanvullende compensatie voor de kosten als gevolg van de invoering abonnementstarief en het verlengen van de aanvullende middelen voor Jeugd voor de jaren 2022 en verder. Het lijkt er op dat het nieuwe kabinet daarover een knoop zal moeten doorhakken. Voor beide onderdelen hebben wij stelposten in onze begroting opgenomen. Een ander groot risico is het Covid-19 virus. Hoewel er nog grote onzekerheid is over de werkelijke effect van de Corona crisis, wordt verwacht dat de accressen de komende jaren zullen dalen als gevolg van de economische recessie. De duur van deze recessie en de impact daarvan op het accres is mede afhankelijk van de snelheid waarmee en mate waarin het kabinet de door het RIVM opgelegde maatregelen weer terugdraait. Hoewel wordt verwacht dat het rijk voor de komende 2 jaar het accres zal bevriezen is het risico reëel dat op de langere termijn het accres zal dalen. Voor meer informatie over deze ontwikkeling verwijzen wij u naar de kadernota betreffende de onderdelen Algemene Uitkering (herijking en corona).

Sociaal Domein

De zorgkosten binnen het Sociaal Domein blijven sneller stijgen dan de compensatie die het rijk daar tegenover zet in de vorm van volume- en prijsstijgingen. Het inkoopkader 2020 voor de zorgkosten nieuwe taken WMO en Jeugd ligt onder het kostenniveau van 2019. Naast de nog te realiseren taakstelling van € 420.000 legt dit grote druk op onze doelstelling om de uitvoering dit jaar binnen het beschikbare financiële kader te realiseren. Er zijn stijgende trends zichtbaar op diverse WMO onderdelen (HH, hulpmiddelen, ambulante begeleiding) als gevolg van de relatief grote vergrijzing in Leusden en de kosten voor geëscaleerde jeugdzorg, Samen Veilig Thuis (SAVE/VT) nemen toe. Ook vanuit de regio worden signalen ontvangen over stijgende kosten van regionaal georganiseerde taken. Daarbij zijn te noemen de kosten voor de breedspectrumaanbieders die verder onder druk komen te staan als gevolg van het toenemende aantal cliënten en de kosten voor tijdelijk verblijf Licht Verstandelijk Beperkten (LVB).

Voor de uitvoeringskosten Werk en Inkomen hebben we van de gemeente Amersfoort inmiddels de afrekening 2019 en de offerte 2020 ontvangen. Hierin zien we een forse toename van het aantal uren dienstverlening, met name voor trajectbegeleiding. Dit brengt hogere kosten met zich mee. Er vinden nog gesprekken plaats met Amersfoort, zowel ambtelijk als bestuurlijk, over het ontstaan van deze meerkosten, waardoor het momenteel nog te vroeg is om de financiële gevolgen in deze Voorjaarsnota op te nemen. Deze ontwikkeling legt een grote druk op het beschikbare budget voor de uitvoeringskosten. We komen hier in de Najaarsnota op terug.

Uitbraak coronavirus

We zien een aantal risico’s op ons afkomen die direct verband houden met de uitbraak van het coronavirus. Wij verwachten dat de uitgaven voor de bijstand gaan toenemen door de hogere instroom van bijstandscliënten als gevolg van het corona virus. Ook verwachten wij dat de belastingopbrengsten lager gaan uitvallen door betalingsproblemen of kwijtschelding van belastingen. De verplichte sluiting van sportvelden en sportzalen heeft als gevolg dat er minder verhuurinkomsten zijn. Daarnaast verwachten we dat als gevolg van de Coronacrisis er minder behoefte zal zijn aan reclame uitingen waardoor vergoedingen van buitenreclame-exploitanten voor het gebruik van onze openbare ruimte lager gaan uitvallen.

 

Reserves

Het benodigd weerstandsvermogen (2) is genormeerd op 10% van de omzet van de algemene dienst. In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen heeft de raad de bandbreedte voor de ratio vastgesteld op 0,8 – 1,2. Het beschikbare weerstandsvermogen ligt met 0,70 beneden de ondergrens van 0,8.

Aanvulling weerstandsvermogen

In het raadsvoorstel tot vaststelling van de actualisering grondexploitaties 2020 hebben wij aangegeven dat wij u bij de Voorjaarsnota 2020 een integraal voorstel zouden doen op welke wijze met het surplus in de ARG zal worden omgegaan. In deze paragraaf gaan wij daar nader op in en doen wij een concreet voorstel.
Het positieve resultaat 2019 van het grondbedrijf is in zijn geheel toegevoegd aan de algemene reserve grondbedrijf in afwachting van een nadere bestemming. Door deze toevoeging verbetert de weerstandratio van de algemene reserve naar 1,5 (norm is 1,0). Dat betekent dat het beschikbare weerstandvermogen (€ 2.663.146) meer is dan het benodigde weerstandsvermogen (€ 1.779.966). Het surplus bedraagt € 883.180. Hieraan kan een nadere bestemming worden gegeven. We benaderen dit surplus vanuit twee invalshoeken.
De eerste betreft de tussentijdse winst voor een bedrag van € 330.000. Onderdeel van het positieve resultaat betreft de volgens de voorschriften verplichte tussentijdse winstneming. Kijken wij echter naar de financiële impactanalyse van de coronacrisis voor het grondbedrijf dan vinden wij het nemen van tussentijdse winst onder die omstandigheden te voorbarig, niet voldoende behoedzaam en daarmee niet verantwoord. We moeten tussentijdse winst nemen, maar uw raad kan tegelijk beslissen om de middelen voor het bedrag van de tussentijdse winstneming in de ARG te laten zitten als “extra strategische buffer”. Voordeel hiervan is dat van de impactanalyse coronacrisis het “best case scenario” en het “mid case scenario” goed kunnen worden opgevangen binnen de ARG. De gevolgen voor de weerstandsratio zijn beheersbaar en te overzien; voor 2021 daalt de ratio iets onder de onderbandbreedte en voor de jaren daarna stijgt de ratio weer boven de 1. Gelet op de uitzonderlijke omstandigheden waarmee we te maken hebben vinden we dit een aanvaardbare ontwikkeling. Een dergelijke aanpak en uitkomst sluit nog voldoende aan bij een gezond en solide financieel beleid.
De tweede betreft de weerstandsratio van de algemene reserve van de algemeen dienst. Deze is onder de gewenste onder-bandbreedte van 0,8 gekomen als gevolg van het dekken van diverse financiële tekorten. Er is dus te weinig weerstandsvermogen beschikbaar. Uitgangspunt vanuit de kaderstelling van het risicomanagement is een weerstandsratio van 1,0. Aanvulling (binnen één jaar) is dus noodzakelijk. Dit klemt des te meer nu de impactanalyse van de algemene dienst laat zien dat de coronacrisis ook daar gepaard gaat met financiële risico’s. Gelet op het vorenstaande vinden wij het noodzakelijk en verstandig om het restant in het surplus van € 553.180 (€ 883.180 - € 330.000) toe te voegen aan de algemene reserve algemene dienst ter versterking van het weerstandsvermogen.

Wij stellen u voor om het surplus binnen de algemene reserve grondbedrijf (ARG) als volgt aan te wenden:

  1. Een bedrag van € 330.000 binnen de ARG extra beschikbaar te houden als “strategische buffer” voor het opvangen van de mogelijke financiële risico’s ten gevolge van de coronacrisis;
  2. Een bedrag van € 553.180 toe te voegen aan de algemene reserve van de algemene dienst ter versterking van de weerstandsvermogen en verbetering van de weerstandsratio

Bij de kadernota 2021 zullen wij met voorstellen komen om het weerstandsvermogen (verder) aan te vullen.

 

 

Financiering

In het vernieuwde rentebeleid is vastgelegd dat periodiek moet worden gerapporteerd over de liquiditeitsprognose. Dit doen we in de Voor- en Najaarsnota. Uitgaande van de investeringsplanning maken we een liquiditeitsprognose. De laatste prognose is gemaakt ten behoeve van de paragraaf financiering voor de Najaarsnota 2019.

Op basis van de door de raad genomen besluiten over investeringen en andere geplande investeringen is de liquiditeitsprognose geactualiseerd. Hierin is gerekend met het aantrekken van externe projectfinanciering voor de volgende geplande projecten:
Uitbreiding MFC Atria                                                € 0,9 miljoen
IKC Berkelwijk – deel ’t Ronde incl. BSO         € 3,2 miljoen
IKC Groenhouten                                                          € 5,3 miljoen

Toelichting op prognose:

  • Het gemeentelijke rioleringsplan 2019-2023 is in december 2019 vastgesteld door de raad. De investeringen uit het nieuwe GRP zijn in de liquiditeitsprognose verwerkt.
  • In de liquiditeitsprognose zijn de voorziene besteding van middelen vanuit de reserve bovenwijkse voorzieningen opgenomen t.b.v. aanleg en verbetering van infrastructuur. Voor 2020 is opgenomen: Verkeerplan Achterveld Hessenweg (€ 0,4 mln.), Rotonde Zwarteweg – Olmenlaan bij AFAS (€ 0,7 mln.) en verkeersmaatregelen bij nieuw IKC Berkelwijk (€ 0,5 mln.).
  • Met de uitbreiding van MFC Atria is een financiering gemoeid van € 0,9 mln.
  • Voor IKC Berkelwijk is in 2019 een deel van de financiering gerealiseerd. Voor het deel van ’t Ronde incl. BSO is in 2020 een financiering van € 3,2 mln. beoogd. De start van de werkzaamheden is gepland in oktober 2020.
  • Het grondbedrijf levert een positieve bijdrage aan de liquiditeitsprognose, voor 2020 een bedrag van € 4,3 mln. en voor 2021 een bedrag van € 2,7 mln.
  • De daling van de liquiditeiten in 2029 wordt veroorzaakt door de voorgenomen nieuwbouw van scholen in achterveld.
  • De liquiditeitsprognose geeft aan dat Leusden vanaf 2030 een liquiditeitstekort gaat krijgen. De investering in de nieuwbouw van scholen Achterveld zorgt dat we onder de nullijn komen. Te zijner tijd zullen we moeten bepalen of voor deze investering een financiering wordt aangetrokken.

 

Toelichting algemeen

  • Er bestaan geen landelijke normen voor de omvang van de liquiditeitspositie. Wel bestaat op grond van de wet Fido (wet financiering decentrale overheden) een kasgeldlimiet van 8,5% van de begrotingsomzet. Voor Leusden is deze circa € 4,6 mln. Voor dat bedrag mogen we “rood” staan bij de bank, ofwel financieren met kortlopende middelen, zoals kasgeld. Begin 2020 is binnen de limiet een kasgeldlening van € 4 mln. voor een aantal maanden aangetrokken.
  • Het “spiegeldbeeld ” van de liquiditeit is de netto-schuldpositie. Meer investeren betekent minder liquiditeit en (mogelijk) meer lenen, waardoor de schuldpositie van de gemeente toeneemt. Ook daar bestaan geen verplicht voorgeschreven normen voor, wel hanteren provincie en VNG indicatoren voor de financiële kengetallen, waar onder de nettoschuldpositie. Wij verwijzen hiervoor naar de uitgebreide toelichting in paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing.