Meer
Publicatiedatum: 08-07-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf A Lokale heffingen

Paragraaf A Lokale heffingen

Wettelijk kader
In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan inwoners en
bedrijven mag opleggen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleid en de belangrijkste ontwikkelingen in 2019 met betrekking tot de lokale heffingen. Daarnaast wordt ingegaan op de belastingopbrengst, de ontwikkeling van de lokale lastendruk en kwijtscheldingen.

Beleidskader
Op basis van door de raad vastgestelde verordeningen zijn de volgende heffingen opgelegd: OZB, hondenbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting, reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht), rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges, marktgeld en lijkbezorgingsrechten. De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid.

Bij de belastingen en tarieven zijn de volgende beleidsuitgangspunten toegepast:
a. Aanpassing van tarieven met 3% in verband met de ontwikkeling van de inflatie;
b. De tarieven voor het variabele deel van de afvalstoffenheffing zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van 2018;
c. In 2019 is de eerste tranche van de afschaffing van de hondenbelasting uitgevoerd waarbij de tarieven met 10% zijn verlaagd;
d. Streven naar kostendekkende heffingen, zo nodig met gebruikmaking van egalisatiereserve of –voorziening.

Uitvoering
Het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn (GBLT) verzorgt de heffing en inning van de OZB, rioolheffing, reinigingsheffingen, hondenbelasting, en de toeristenbelasting. De overige heffingen int de gemeente Leusden zelf.
Het GBLT verzorgt eveneens de uitvoering van de wet Waardering onroerende zaken (WOZ).

Tarieven
In de tabel hieronder worden de belangrijkste belastingtarieven in 2019 vermeld, en de tariefontwikkeling ten opzichte van 2018.

Opbrengst

 

 

Toelichting
Er is in 2019 minder OZB ontvangen. De voornaamste verklaring is dat bij de niet-woningen een nadeel van € 64.000 is ontstaan als gevolg van uitspraken van de Hoge Raad. Op grond hiervan is een drietal objecten verschoven van de categorie niet-woningen naar de categorie woningen waarvoor een lager tarief geldt. De correctie van deze verschuiving is financieel verwerkt binnen de categorie niet-woningen en had betrekking op 2019 en voorgaande jaren.
Bij de afvalstoffenheffing is de raming voor het variabele deel (diftar) in de Najaarsnota met € 216.000 verlaagd naar
€ 261.000 op grond van een lager verwacht aantal aanbiedingen. Achteraf gezien is de raming te ver verlaagd. Begin 2020 heeft GBLT € 329.000 opgelegd op grond van de geregistreerde aanbiedingen.
Bij de leges is een meeropbrengst van € 96.000 ontstaan door meer aanvragen om omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten.

 

Ontwikkeling lokale lastendruk
Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de bedragen die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2019 bedraagt de gemiddelde woonlastendruk in Leusden € 605 voor een meerpersoonshuishouden. Dat is ruim beneden het landelijk en provinciaal gemiddelde (zie tabel hierna). Dit blijkt uit de landelijke ranglijst van gemeenten van bureau Coelo, waarop Leusden in 2019 de 19e positie inneemt van de in totaal 355 gemeenten.
De tabel geeft een overzicht van de gemiddelde woonlasten van meerpersoonshuishoudens in Leusden en in omringende gemeenten. Ten opzichte van deze gemeenten heeft Leusden de laagste woonlasten. De gegevens zijn ontleend aan de Coelo Atlas lokale lasten 2018 en 2019.

 

Kwijtschelding
Voor inwoners met de laagste inkomens is er de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en bij de hondenbelasting voor de eerste hond.
In totaal is er in 2019 voor € 107.000 aan kwijtscheldingen verleend: afvalstoffenheffing € 59.000, rioolheffing € 42.000 en hondenbelasting € 6.000.

 

 

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf B Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Algemeen
Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Leusden in staat is middelen vrij te maken om (incidentele) financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een financieel vangnet voor optredende gevolgen van risico’s die niet goed kunnen worden afgedekt op basis van het gevoerde risicomanagement. In deze paragraaf geven wij u inzicht in risico’s van de gemeente, het beschikbare en het benodigde weerstandsvermogen.

Beleidskader
Het beleid is vastgelegd in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2010. Er wordt onderscheid gemaakt in risico’s van de algemene dienst en die van het grondbedrijf.    

Risicomanagement
Bewustwording van risico’s is een belangrijke stap in het beheersen van risico’s. Daarom is het van belang regelmatig stil te staan bij de risico’s die het bereiken van de doelstellingen in de weg staan en het gesprek hierover te organiseren. Onze risico’s worden systematisch in beeld gebracht en op mogelijke consequenties beoordeeld. Tweemaal per jaar wordt een monitor samengesteld waarbij risico’s worden geïnventariseerd dan wel geactualiseerd. Daarnaast zijn risico’s en risicobeheersing een vast onderdeel van de planning en control gesprekken in onze organisatie. Risicomanagement draagt zo bij aan een grotere weerbaarheid en wendbaarheid. En dat is goed voor de continuïteit van de gemeente als het gaat om de uitvoering van taken en verantwoordelijkheden in de samenleving.

Ontwikkelingen
De uitbraak van COVID-19 (corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Het corona virus heeft geen financiële gevolgen heeft voor de jaarrekening 2019. Maar wel voor naar verwachting veel beleidsterreinen van onze begroting 2020 en mogelijk voor de jaren daarna. Het is moeilijk in te schatten wat de gevolgen zullen zijn. Het centraal planbureau heeft meerdere scenario’s geschetst van de gevolgen voor de economie. Duidelijk is dat de ernst en lengte van een eventuele recessie wordt bepaald door de lengte van de lock down die nu van kracht is. Dit zal ook gevolgen hebben voor onze financiële positie.

 

Risico’s algemene dienst
Op basis van de eerste Risicomonitor 2020 zijn de belangrijkste risico’s van de algemene dienst in beeld gebracht aan de hand van een drietal scenario’s, namelijk het optimistische scenario, het pessimistisch scenario en het midden scenario.
Het midden scenario beschouwen we als meest realistisch en wordt in relatie gebracht met het berekende benodigde weerstandsvermogen. Bij het opstellen van de risicomonitor zijn de mogelijke gevolgen van het corona virus zo goed als mogelijk meegenomen.

Wij willen benadrukken dat de uitkomsten van de scenario’s geen voorspelling geven van de werkelijkheid, maar inzichten geven wat er gebeurt als er op meerdere onderdelen van de gemeentelijke begroting sprake is van tegenvallende ontwikkelingen en stress (gevoeligheidsanalyse). De uitkomsten moeten daarom ook met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd en beseft moet worden dat een verkenning van een toekomstige situatie gepaard gaat met inherente beperkingen en onzekerheden.

 

Benodigd weerstandsvermogen Algemene dienst
Het benodigde weerstandsvermogen is genormeerd op 10% van de omzet van de algemene dienst (exclusief
sociaal domein), namelijk € 5.113.000,-. Omdat het totaal van de geïnventariseerde risico’s aan de hand van het midden scenario lager is dan het genormeerd benodigd weerstandsvermogen wordt bij berekening van het weerstandsvermogen uitgegaan van het genormeerd benodigd weerstandsvermogen.

Beschikbare weerstandsvermogen Algemene dienst
Het beschikbare weerstandsvermogen voor het afdekken van de risico’s bij de algemene dienst wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve (basisdeel). Dit bedraagt € 3.416.000,- zijnde het saldo van deze reserve per 31 december 2019.

Naast dit deel is voor het opvangen van risico’s in het sociaal domein een afzonderlijke reserve sociaal domein is ingesteld. Op 31 december 2019 bedraagt de omvang van deze reserve € 989.000,-.

Ratio weerstandsvermogen Algemene dienst
Wij drukken het weerstandsvermogen uit in een ratio. Met behulp van dit verhoudingsgetal wordt bepaald of het weerstandsvermogen toereikend is. De gemeente streeft naar een ratio van 1,0 met als toegestane bandbreedte een bovengrens van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Komt de ratio buiten de bandbreedte dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:

Conclusie:
De ratio van 0,67 (afgerond op 2 decimalen) valt buiten de bandbreedte. Het weerstandsvermogen is niet toereikend. In de Voorjaarsnota 2019 is de ratio geraamd op 0,62. Conform het huidige beleid zal het college in de Voorjaarsnota 2020 een voorstel doen om de ratio weer binnen de bandbreedte te brengen.

 

Risico’s grondexploitatie
In de Actualisatie Grondexploitaties 2020 zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van grondexploitaties.

Benodigd weerstandsvermogen Grondbedrijf
In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is beschreven hoe de norm voor het benodigde weerstandsvermogen wordt berekend. Op basis van de grondexploitaties zoals opgenomen in de Actualisatie 2020 wordt het benodigde weerstandsvermogen grondbedrijf genormeerd op € 1.780.000.

Beschikbare weerstandsvermogen Grondbedrijf
Het beschikbare weerstandsvermogen grondbedrijf wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de Algemene Reserve Grondbedrijf. De omvang van deze reserve bedraagt € 2.663.000 . Dit bedrag is na bestemming resultaat grondexploitatie jaarrekening 2019 en inclusief de geraamde toevoegingen en onttrekkingen in het jaar 2019.

Ratio weerstandsvermogen Grondbedrijf
Evenals voor de Algemene Dienst wordt ook voor het Grondbedrijf uitgegaan van een ratio van minimaal 1,0 met als toegestane bandbreedte een bovengrens van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Komt de ratio buiten de bandbreedte dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:

Conclusie:
Met een weerstandsratio van 1,50 is, afgezet tegen het gemeentelijke beleid zoals vastgelegd in de Nota risicomanagement & Weerstandscapaciteit, de weerstandscapaciteit ruim voldoende.

De ratio valt buiten de bandbreedte van 0,8 - 1,2, welke in het voornoemde beleidskader is vastgelegd. Aangezien de huidige ratio hierboven ligt, zal bij de Voorjaarsnota 2020 een voorstel worden gedaan op welke wijze wordt omgegaan met het surplus binnen het weerstandsvermogen van de ARG. Dit surplus bedraagt ongeveer € 0,9 miljoen.

In de rapportage “Actualisatie Grondexploitaties 2020” is eveneens ingegaan op de stand van de Algemene Reserve Grondbedrijf. Daarbij is abusievelijk een ratio van het weerstandsvermogen gepresenteerd van 1,44. In werkelijkheid ligt de aanwezige weerstandscapaciteit per 1 januari 2020 hoger en komt de ratio uit op 1,50. De afwijking is ontstaan doordat de mutatie van het gelabelde bedrag voor Binnen in het Buitengebied ad € 102.654 niet juist was verwerkt.

 

Kengetallen financiële positie
Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen.

Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van ‘zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+gemeenten en het gemeenschappelijk financieel toezichtskader 2020. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) behoren. Wij zullen de kengetallen opnemen en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

 

In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende waarden alsmede het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan.

 

Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. De netto schuldquote neemt in meerjarenperspectief toe omdat onze liquide middelen sterk afnemen door een aantal investeringsprojecten. Toch blijft onze netto schuldpositie van Leusden laag en financieel gezond.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terugbetaald worden geeft dit kengetal inzicht in wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. Het aandeel doorgeleende gelden is voor Leusden relatief beperkt waardoor de uitkomst van dit kengetal niet of nauwelijks afwijkt van de netto schuldquote. Dit geeft aan dat het ‘terugbetalingsrisico’ gering is.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen hoe gezonder de gemeente. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Leusden bevindt zich met een solvabiliteitsratio van 43,27% binnen deze bandbreedte.

De solvabiliteitsratio heeft als signaleringswaarde B, maar zit net op de grens tussen A en B. Dit wordt mede veroorzaakt door het grote aandeel van o.a onderhoudsvoorzieningen in onze balans. Wanneer rekening wordt gehouden met onze onderhoudsvoorzieningen, door deze mee te nemen bij onze reserves, dan komt de solvabiliteitsratio uit op 57%. Hieruit blijkt dat Leusden in staat is zeer goed te voldoen aan zijn financiële verplichtingen.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel
beïnvloeden. Deze posten zijn tijdelijk en/of hebben een eindig doel. Met andere woorden, er is een einddatum
bekend. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Het kengetal geeft hiermee aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

In 2019 waren onze structurele lasten hoger dan onze structurele baten. Daarnaast waren de structurele toevoegingen aan onze reserves lager dan de structurele onttrekkingen. Het kengetal voor de structurele exploitatie ruime komt hierdoor uit op negatief 3,7% met een signaalwaarde van C.

Kengetal grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van gemeentes. De boekwaarde van de voorraad gronden is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.
Het kengetal geeft weer hoe de waarde van de grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. Hoe lager het kengetal, hoe beter

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Voor de jaarrekening komt het kengetal voor de belastingcapaciteit uit op 81,76%. De belastingcapaciteit ligt onder het landelijk gemiddelde.

Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie
De financiële kengetallen geven aan dat Leusden een sterke financiële positie heeft maar uit de signaalwaarden blijkt dat onze financiële positie wel afneemt. Voor Leusden was in 2019 geen sprake van structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening. Structureel evenwicht is een belangrijk uitgangspunt voor de (meerjaren)begroting. Wanneer sprake is van negatieve structurele begrotingsruimte betekent dit dat de uitgaven met een structureel karakter niet volledig wordt gedekt met structurele baten. Daaruit volgt dat de Leusden inteert op haar reservepositie. De schuldenlast van Leusden ten opzichte van de eigen middelen is relatief laag. Hierdoor is de druk van de rentelasten en de aflossing van geldleningen op de exploitatie laag. Onze solvabiliteitsratio daalt licht, maar wanneer rekening wordt gehouden met onze onderhoudsvoorzieningen blijkt dat Leusden in staat is zeer goed te voldoen aan haar financiële verplichtingen.

Ook is onze belastingdruk laag ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Het kengetal grondexploitatie geeft aan dat wij nog boekwaarden aan voorraad gronden hebben die door middel van verkopen moeten worden goedgemaakt. In meerjarenperspectief neemt dit sterk af. Ook beschikken we voor onze grondexploitaties over ruim voldoende weerstandsvermogen om eventuele financiële tegenvallers op te vangen.

Het weerstandsvermogen van de algemene dienst is lager dan de ondergrens van 0,8. De impact van de uitbraak van COVID-19 (corona) eind februari 2020 heeft naar verwachting voor veel beleidsterreinen van onze begroting 2020 en mogelijk voor de jaren daarna gevolgen. Vooralsnog veronderstellen wij dat er voldoende ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening. Conform het huidige beleid zal het college in de Voorjaarsnota 2020 een voorstel doen om de ratio van de algemene dienst weer binnen de bandbreedte te brengen.

 

 

 

 

 

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen en investeringen

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen en investeringen

Algemeen
In deze paragraaf wordt weergegeven hoe het gemeentelijk beleid ten aanzien van het groot onderhoud van kapitaalgoederen in het jaar 2019 tot uitvoering is gebracht en welke middelen hiervoor zijn aangewend. Het onderhoud van kapitaalgoederen bestaat uit twee soorten onderhoud; het dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten direct ten laste van de exploitatie komen en daarnaast het groot onderhoud, waarvan de kosten ten laste van de aanwezige onderhoudsvoorzieningen worden gebracht. Levensduur verlengende onderhoudsmaatregelen worden geactiveerd en afgeschreven, daar waar mogelijk gedekt vanuit daartoe gereserveerde bedragen.

Kapitaalgoederen in Leusden
De gemeente Leusden heeft circa 1.720.000 m2 aan wegen, 227 kilometer aan riolering, 5 hectare aan water, 1.330.000 m2 aan groen en 27.000 m2 aan gebouwen in beheer. De instandhouding van deze kapitaalgoederen vergt circa 20% van de jaarlijkse gemeentelijke lasten.

 

Ontwikkelingen

Actualisatie groot onderhoud
Eind 2016 zijn de groot onderhoudsperspectieven geactualiseerd. De geactualiseerde onderhouds-ramingen zijn toen vastgesteld voor de vierjaarlijkse periode 2016-2019. De benodigde instandhoudingsuitgaven op het terrein van Openbare Verlichting (binnen de financiële kaders van het beleidsplan Openbare Verlichting) en de vervanging van ondergrondse afvalinzamelings-containers maken nog geen onderdeel uit van de door het college vastgestelde onderhoudsrapportage. De uitgaven op deze twee onderhoudsdisciplines worden geïntegreerd in een volgende actualisatie van het groot onderhoud. In 2020 wordt het groot onderhoud geactualiseerd voor de vierjaarlijkse periode 2020-2023.

Faciliteiten ondergrondse afvalinzameling
Aanvang 2019 is door het college het vervangingsplan ‘’voorzieningen ondergrondse afvalinzameling’’ vastgesteld. Hiermee is de instandhouding en vervanging van verzamelcontainers voor de inzameling van glas, papier, gft en PMD geborgd voor de periode 2020-2030. De benodigde vervangingskredieten worden opgenomen in het Meerjarig Investering Programma (MIP) dat onderdeel uitmaakt van de Programmabegroting.

Activeren investeringen met maatschappelijk nut
Met ingang van 2017 verplicht het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) gemeenten om investeringen met maatschappelijk nut te activeren- en af te schrijven. Als gespaarde middelen worden ingezet voor levensduurverlenging of kwaliteitsverbetering van kapitaalgoederen met maatschappelijk nut dan worden gespaarde bedragen ondergebracht in de reserve dekking kapitaallasten met maatschappelijk nut. Deze gedragslijn wordt met ingang van het jaar 2017 gehanteerd.


Groot onderhoud

De begrotingsramingen 2019 voor groot onderhoud zijn in de begroting gebracht op basis van de in 2016 door het college vastgestelde groot onderhoudsrapportage. De onderhoudsmaatregelen zijn opgesteld vanuit de kwaliteitscriteria- en de kwaliteitsambitie ‘basis’. Groot onderhoud en investeringen op het gebied van Riolering in 2019 vallen binnen het gemeentelijke rioleringsplan dat eind 2019 door de raad is vastgesteld.

Riolering

Uitvoeringsplan: Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023
Stand van zaken: In december 2019 is het nieuwe GRP door de raad vastgesteld. In het GRP is een meerjarenplanning opgenomen voor vervanging, renovatie- en reparatie van riolen en is tevens een onderzoekplanning opgenomen. In het nieuwe GRP is een moderne manier van asset management toegepast die zich toespitst op risicospreiding en restlevensduurbepaling. Daarnaast is het GRP op een dusdanige manier geschreven, dat het goed in de Omgevingsvisie in te passen is.
Activiteiten 2019:  
o het reinigen en inspecteren van ruim 25 kilometer vrijvervalriolering;
o de uitvoering van diverse deelreparaties aan de hoofd- en drukriolering;
o het realiseren van een nieuwe GRP;
o met de buurgemeenten Amersfoort en Bunschoten is een aantal gezamenlijke werken riolering geïnspecteerd en vernieuwd;
o op het gebied van grotere werken is het bijleggen van regenwaterriolering in Leusden Zuid met betrekking tot de twee inbreidingslocaties gerealiseerd;
o het riool in de Hessenweg in kern Achterveld is een start gemaakt om te vervangen door een gescheiden stelsel;
o als klimaat adaptieve maatregel wordt bij de bewoners, die daar toestemming voor hebben gegeven, de regenwaterpijp afgekoppeld van het vuilwaterriool.
o de beoogde zuiveringskas in de Glind is na zorgvuldig onderzoek voorlopig on hold gezet. Over vijf jaar wordt er weer bekeken of de realisatie plaats gaat vinden;
o tot slot is de vervanging van de schakelkasten en telemetrie van de drukriolering in uitvoering genomen.

Water

Uitvoeringsplan: Baggerplanning stedelijk gebied Leusden 2014-2023, onderhoudsplan stedelijk water 2011-2016, Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: In 2017 zijn er slibmetingen uitgevoerd in Leusden en Achterveld (Leusden Oost). Op basis hiervan wordt er een nieuwe baggerplanning en prioritering opgesteld. De eerste baggerwerken zouden naar verwachting in 2018 plaatsvinden. Echter is er wat vertraging in de werkzaamheden gekomen. De geplande baggerwerkzaamheden zouden in 2019 plaats vinden, maar zijn uitgesteld naar eind 2020. Dit heeft te maken met de aanwezigheid van PFAS in de baggerspecie en het niet kunnen afvoeren daarvan. Daarnaast vinden er voorbereidingen plaats voor realisatie van het volgende baggerbestek voor de watergangen aan de westkant van Leusden (Leusden west).
Groot onderhoudsmaatregelen zijn in 2019 beperkt tot kleine reparaties aan damwanden en beschoeiingen. Het jaarlijks klein onderhoud (uitmaaien en bladverwijdering) van de gemeentelijke watergangen is uitgevoerd in een gezamenlijk contract met Waterschap Vallei en Veluwe.
Activiteiten 2019:
o voorbereidende werkzaamheden realiseren baggerbestek 2020 en 2021.

Wegen

Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: In 2018 is er een weginspectie uitgevoerd. De resultaten uit deze inspectie geven geen aanleiding om grote aanpassingen in het uitvoeringsprogramma wegen te doen. Groot onderhoudsuitgaven vanuit de discipline wegen vonden plaats binnen de financiële kaders van de meerjarige onderhoudsraming 2016-2019. Voor asfalt en elementen is in 2019 kleinschalig onderhoud uitgevoerd, zoals herstel van losliggende tegels en het gedeeltelijk vernieuwen van belijningen op o.a. kruisvlakken en zebrapaden. Verder is bijgedragen aan de aanleg van nieuwe parkeervakken en kleinschalige reconstructies. Daarnaast is in 2019 het wegenbeheerplan geactualiseerd. Naast eerder genoemde activiteiten zijn er de navolgende onderhoudswerken uitgevoerd en is er bijgedragen aan diverse projecten, te weten de volgende werken en locaties:
Activiteiten 2019: 
o reconstructie van de Hessenweg in Achterveld;
o Hart van Leusden herinrichting openbare ruimte winkelcentrum;
o Hamersveldseweg-zuid herinrichting en aanleg fietspad;
o Horsterbrug vervanging verkeersbrug. Uitvoering is gestart in november 2018;
o Horsterweg-Plesmanstraat kleine aanpassingen wegprofiel en vervangen asfaltdeklaag;
o Ursulineweg herinrichting en rioolvervanging. Dit project zal gedeeltelijk worden uitgevoerd in 2020 en sluit aan op de verdere gebiedsontwikkeling op deze locatie.
o Leusden Zuid herinrichting in combinatie met riool vervanging. Er was voorzien dat in 2019 een start gemaakt zou worden met de herinrichting van wegen en riolering in Leusden Zuid. De uitvoering van het gros van de maatregelen uit dit project is opgeschoven in verband met de vaststelling van het GRP.

Verkeersregelinstallaties

Beleidsplan: Groot onderhoud 2016 – 2019.
Stand van zaken: Het onderhoud van verkeersregelinstallaties is in overeenstemming met het gewenste niveau. In 2019 heeft een actualisatie plaatsgevonden van de onderhouds-/vervangingsplanning.
Activiteiten 2019:
o het dagelijks beheer en storingsonderhoud van de VRI’s is uitgevoerd in een gezamenlijk werk met de gemeente Amersfoort;
o in 2019 zijn de voorbereidingen getroffen voor de aanbesteding van het jaarlijks onderhoud aan de VRI’s. In het jaar 2020 wordt dit onderhoud gegund;
o in 2019 zijn de voorbereidingen getroffen op een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Amersfoort. De samenwerkingsovereenkomst wordt in 2020 geformaliseerd;
o bij het opstellen van de najaarsnota ’19 werd voorzien dat de automaten van de VRI aan de Horsterweg nog in 2019 zouden worden vervangen. Deze werkzaamheden faseren naar het jaar 2020.

Wegenbouwkundige kunstwerken

Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: In 2016 is het hele areaal kunstwerken geïnspecteerd. Uit deze inspectie kwam naar voren dat bij een drietal betonnen bruggen over het Valleikanaal, te weten Horsterweg, Asschatterweg en Langesteeg de constructie niet meer voldeed aan de wettelijk gestelde eisen. Nader onderzoek heeft de ernst en omvang in beeld gebracht. De constructie van de verkeersbrug in de Horsterweg voldeed niet meer aan de eisen en moest worden vervangen. In de najaarsnota 2018 heeft de raad een krediet beschikbaar gesteld ad. € 500.000 ter vervanging van de verkeersbrug. De Horsterbrug is begin 2019 opgeleverd. Over de brug in de Langesteeg mogen geen voertuigen zwaarder dan 30 ton. Voor deze brug is een gewichtsbeperking ingesteld. De constructie van de verkeersbrug in de Asschatterweg voldoet. Over deze verkeersbrug mag geen exceptioneel transport meer over plaatsvinden.
In 2019 heeft onderzoek plaatsgevonden naar het benodigde onderhoud van de parkeergarages in de Hamershof. Renovatie van het overgebleven deel van de kademuur in de Hamershof heeft nog niet plaats gevonden, dit hangt samen met de ontwikkelingen van de Korf.
Activiteiten 2019: 
o In 2019 is de brug aan de Visotter vervangen.

Gebouwenbeheer

Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: De in 2018 uitgevoerde nulmeting laat zien dat de gebouwen het gewenste conditieniveau hebben. In 2019 is er een beperkt aantal onderhouds-maatregelen uitgevoerd. Met de aanbesteding van het onderhoud in 2020 zal er in hoge mate een samenwerking ontstaan met de uitvoerend aannemer. In deze aanbesteding is ook het groot onderhoud betrokken.
Voor de locatie de Korf is er besloten om toe te werken naar een beslismoment rond 2026. Dat houd in dat alleen het noodzakelijke onderhoud uitgevoerd zal worden. Voor de locatie Brandweerkazerne Leusden Centrum is er nog geen besluit genomen over al dan niet grootschalige renovatie van het pand. Ook hier zal voorlopig alleen het noodzakelijke onderhoud uitgevoerd worden. De locatie ‘de oude Bieb’ in Achterveld is aangepast (voor verhuur) en het uitgestelde groot onderhoud aan dit pand is inmiddels uitgevoerd.
Activiteiten 2019: 
o schilderwerk gevelkozijnen Brandweerkazerne LC, Brandweerkazerne Achterveld en de Moespot;
o schilderwerk houten hekwerken in de Toren Oud Leusden;
o onderhoud rietenkap Bibliotheek LC;
o vervangen vloerafwerking bij de Moespot;
o lampen vervangen in de sporthal van Antares;
o herinspectie (conditiemeting) van de gebouwen;
o onverwachte vervangingen i.v.m. misstanden (de Til / nieuwe pannen op een deel van het dak).

Groen

Uitvoeringsplan: Groenbeleidsplan gemeente Leusden ‘Groene rijkdom in beeld’ (2005),
Oplegnotitie Prioritering Groenbeleid gemeente Leusden,
Bomenplan 2012-2021, Groenbeheerplan 2019-2039.
Stand van zaken: Het groot onderhoud groen is vanaf 2015 gedeeltelijk opgenomen in het woonomgevingsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is een jaarlijks bedrag van € 40.000 opgenomen voor groenrenovaties in de directe woonomgeving. In het kader van ‘’de samenleving voorop’’ kunnen bewoners initiatieven indienen voor onderhoud en inrichting van het openbaar groen. Door middel van het beschikbaar gestelde budget kunnen deze plannen die door aannemer en bewoners worden uitgewerkt - na gemeentelijke goedkeuring- worden uitgevoerd. Het overige budget wordt met name gebruikt voor renovaties in de groene hoofdstructuren van de gemeente Leusden. Uitgangspunt voor deze renovaties vormt het Groenbeleidsplan en de oplegnotitie prioritering Groenbeleid gemeente Leusden. In 2018 is er een groeninspectie uitgevoerd waarin de kwaliteit van de groenvakken binnen de gemeente is geïnventariseerd. De uitkomsten van deze groeninspectie zijn in 2019 samen met uitgangspunten uit onze beleidsdocumenten verwerkt in een groenbeheerplan voor de gemeente Leusden. Dit beheerplan geeft inzicht in de manier waarop de openbare ruimte duurzaam in stand wordt gehouden. Het beschrijft de omvang en de gewenste kwaliteit van de te beheren arealen en de (financiële) middelen die daarvoor nodig zijn.
Activiteiten 2019:  
o groot onderhoud diverse locatie zoals geluidswal Maten, entree park Claverenblad- Wildenburg;
o opstellen Groenbeheerplan 2019-2039;
o diverse bewonersparticipatieprojecten.

Speelvoorzieningen

Beleidsplan: Speelruimteplan 2011-2021, Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: Door personele wisselingen kwam de werkvoorbereiding en uitvoering van discipline spelen in 2019 op een laag pitje te staan. De noodzakelijke vervangingen en het noodzakelijk dagelijks onderhoud heeft wel doorgang gevonden. Ook is er vanuit de ambtelijke organisatie ondersteuning verleend aan initiatieven vanuit de samenleving.
Activiteiten 2019: 
o opstellen Uitvoeringsplan 2020-2023;
o plaatsing speeltoestellen op oa. Klaverland, van Hardenbroeklaan, Esdoornhof;
o uitvoering ontwerpen 2018 met bewonersparticipatie. Deze zijn in 2019 allemaal in uitvoering gegaan. Dit betreft onder meer de speelplekken op de Daatselaarhof, omgeving Moespot en de Binnentuin op de Ruigevelddreef;
o voorbereiding ontwerpen 2019 met bewonersparticipatie. Deze gaan in 2020 allemaal in uitvoering: Valkenhoeve, Acacialaan, Platanenlaan. Aanvullend worden op enkele speelplekken speeltoestellen verwijderd en vervangen door sporttoestellen vb. tafeltennistafel;
o vervangen Jeugdontmoetingsplek (JOP) Bavoortseweg en realiseren nieuwe JOP Groene Zoom;
o inventarisatie van alle speellocaties op veiligheid, functionaliteit en gebruik. De laagst scorende speellocaties zullen vanaf 2020, in overleg met de buurt, worden omgevormd tot speelaanleidingen.

Sportterreinen

Uitvoeringsplan: Meerjarenplanning Buitensportaccommodaties, Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: In 2016 is in samenwerking met ingenieursbureau Kybys een nieuw model opgesteld voor het onderhoud van de buitensportaccommodaties. Deze nieuwe meerjarenplanning sluit nog beter aan op de praktijksituatie en in het model zijn de meest recente (kostentechnische) inzichten meegenomen. In het model zijn alle kosten tot en met het jaar 2040 inzichtelijk gemaakt zodat duidelijk is welke financiële middelen gereserveerd dienen te worden om alle buitensportaccommodaties duurzaam in stand te houden. In 2019 hebben wij de toplaag renovatie van de kunstgras voetbalvelden 3 en 4 bij Roda ’46 uitgevoerd. Deze renovaties zijn één jaar naar voren gehaald omdat bij keuring van de velden bleek dat ze niet meer aan de sporttechnische eisen van de KNVB voldeden. Verder hebben wij in 2019 onze meerjarenplanning Buitensportaccommodaties ge-update zodat ons meerjarenperspectief weer aansluit op de laatste (prijs)ontwikkelingen in de markt.
Wij zijn nog steeds in gesprek met Roda ’46 over de invulling van veld 2. Dit natuurgrasveld moet gerenoveerd worden waarbij in overleg met Roda ’46 mogelijkheden worden verkend om hier een ander veldtype neer te leggen.
Activiteiten 2019: 
o updaten meerjarenplanning buitensportaccommodaties;
o toplaag renovatie kunstgrasvelden 3 en 4 bij Roda’46.

Openbare Verlichting

Uitvoeringsplan: Beleidsplan Openbare Verlichting 2015 – 2024
Stand van zaken: Er wordt uitvoering gegeven aan de vervanging van masten en armaturen zoals in het beleidsplan is opgenomen.
Activiteiten 2019: 
Per april 2017 is begonnen met de uitvoeringsfase van de vervanging van de openbare verlichting (vervanging armaturen). In het jaar 2019 is een inhaalslag gemaakt voor wat betreft de in het Beleidsplan Openbare Verlichting geplande- en in de begroting opgenomen vervangingsuitgaven. Hiermee zijn alle geplande grootschalige vervangingswerkzaamheden in 2019 afgerond. Alle uitgaven vinden plaats binnen het financieel kader van het beleidsplan Openbare Verlichting.

 

Actualiteit van de beheerplannen

Voorzieningen die worden gevormd om de (groot) onderhouds- lasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan van het desbetreffende kapitaalgoed. In het beheerplan worden de activiteiten en benodigde middelen voor de instandhouding van de kapitaalgoederen vermeld. Onderstaand wordt per onderhoudsdiscipline het actuele beheerplan en de geplande actualisatie daarvan weergegeven. Zoals eerder vermeld worden vervangingsinvesteringen geactiveerd en daar waar mogelijk gedekt vanuit de binnen de begroting gespaarde middelen.

 

Budgetten
In onderstaande tabel geven wij een overzicht van de totale kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen, zoals opgenomen in de diverse programma’s van de begroting. De begroting na wijzigingen is hoofdzakelijk ontstaan door bijstelling van de budgetten bij de Najaarsnota 2019.

Inclusief de budgetten die beschikbaar zijn voor de instandhouding van de gemeentelijke riolering en de vervanging van Openbare Verlichting komt de totaal voor 2019 voorziene investerings-/groot onderhoudsuitgaven neer op ca. € 4,4 mln. (zie bovenstaande tabel). De voornaamste financiële afwijkingen ten opzichte van de bijgestelde begroting 2019 na wijzigingen worden hier onder toegelicht.

Onderhoud wegen € 390.000 lagere uitgave dan in 2019 gepland
De lagere uitgaven worden voornamelijk verklaard door een later dan beoogde start met de herinrichting van de wegen en riolering in Leusden Zuid. Naar verwachting wordt de voorbereiding van dit project in 2020 verder opgepakt en vindt uitvoering van werkzaamheden voornamelijk in 2021 plaats.

Onderhoud speelvoorzieningen € 59.000 lagere uitgave dan in 2019 gepland
Door personele wisselingen stond de werkvoorbereiding van de onderhoudsdiscipline Spelen in 2019 onder druk. Hierdoor zijn er in 2019 minder speeltoestellen vervangen dan oorspronkelijk beoogd. In december 2019 is er een uitvoeringsplan speelruimte opgesteld met daarin een herziene onderhoudsplanning voor de speelvoorzieningen in de gemeente.

Waterbeheer, € 31.000 lagere uitgave dan in 2019 gepland
Een aantal voor het jaar 2019 voorziene werkzaamheden zijn doorgeschoven:
o aanpak talud bij watergang Afas is doorgeschoven naar 2020. Op dat moment kunnen werkzaamheden worden gecombineerd met de aanleg van de waterpartij rond het nieuwe kantoor van Afas;
o in oktober 2019 zijn enkele opdrachten (enkele sloten schonen en beschoeiing zetten) weg gezet bij een aannemer. De werkzaamheden konden echter niet worden uitgevoerd vanwege de vele regen met als gevolg te natte projectlocaties. De genoemde werkzaamheden zijn doorgeschoven naar 2020;
o tot slot zijn voor 2019 voorziene baggerwerkzaamheden doorgeschoven naar eind 2020. Er is een SOK met het Waterschap waarbij baggerwerkzaamheden samen met het Waterschap worden uitgevoerd. Toen de raming werd gemaakt en de overeenkomst getekend was er nog geen sprake van PFAS.

Onderhoud buitensportaccommodaties, € 157.000 lagere uitgave dan in 2019 gepland
Het college heeft in april 2019 met collegebesluit L208694 een budget van € 538.000 beschikbaar gesteld voor de vervanging van twee kunststof toplagen bij de Roda ’46. Na financiële afwikkeling resteert op dit budget een bedrag van ca. € 80.000 verklaard door het behaalde aanbestedingsresultaat op de aanbesteding van de renovatie van de twee toplagen. Daarnaast bleek tijdens het uitvoeren van de veldrenovatie dat de onder de velden liggende drainage niet volledig vervangen hoefde te vervangen (geraamde uitgave bedroeg € 75.000). De aannemer heeft enkele stukken van de drainage kosteloos vervangen tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden. De middelen blijven binnen de onderhoudsvoorziening beschikbaar en worden betrokken bij de onderhoudsactualisatie in 2020.

Renovatie en groot onderhoud riolering, € 92.000 lagere uitgave dan in 2019 gepland
Door de fasering in werkzaamheden is er in 2019 minder uitgegeven dan oorspronkelijk in het GRP werd voorzien. In 2020 volgt een afrekening met de gemeente Amersfoort voor de nog uit te voeren relinings-werkzaamheden.  

Vervanging armaturen Openbare Verlichting, € 153.000 hogere uitgaven dan in 2019 gepland
In het jaar 2019 is een inhaalslag gemaakt voor wat betreft de vervanging van de armaturen van de openbare verlichting. Alle investeringsuitgaven vinden plaats binnen de kaders van het Beleidsplan Openbare Verlichting dat in de gemeentelijke begroting is verwerkt.

 

Onderhoudsvoorzieningen
De bekostiging van het groot onderhoud aan de kapitaalgoederen wordt gedekt uit diverse onderhoudsvoorzieningen. Het feitelijke verloop van de voorzieningen in het jaar 2019 wordt in Tabel C2 weergegeven. Het totale saldo van de onderhoudsvoorzieningen neemt met circa € 0,2 mln. af ten opzichte van de stand per 1 januari 2019 (inclusief de voorziening egalisatie rioolbeheer). Alle uitnamen vanuit de onderhoudsvoorzieningen vinden binnen de kaders van de onderhoudsplanning 2016 welke in de gemeentebegroting is gebracht.
In de doorrekening behorende bij het in 2016 door het college vastgestelde onderhoudsperspectief (looptijd van 12 jaar) sluiten de onderhoudsvoorzieningen per eind 2019 op een saldo van € 7,8 mln.
De feitelijke stand per eind 2019 van de onderhoudsvoorzieningen (exclusief de voorziening egalisatie rioolbeheer) bedraagt € 10,5 mln. Hieruit kan worden opgemaakt dat de feitelijke onderhoudsuitgaven in de periode 2016 t/m 2019 hebben plaatsgevonden binnen de kaders van de begroting. Hierbij is op de voeding van de onderhoudsvoorzieningen (exclusief de voorziening riolering) bij de kerntakendiscussie 2013 een korting doorgevoerd van € 425.000 p/j. De onderhoudsvoorzieningen worden in het jaar 2020 opnieuw doorgerekend op basis van een actualisatie van de beheerplannen.

 

 

Paragraaf D Financiering

Paragraaf D Financiering

Treasury-functie
De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. De functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet FIDO, de ministeriële regeling Ruddo en de Treasury verordening 2016.

Financieringsbeleid
De (tijdelijke) overtollige liquide middelen worden aangehouden bij het Agentschap (schatkist). Dit gebeurt in een rekening courant-verhouding. De vergoeding hierop in 2019 was 0%.
Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering van investeringen met externe middelen beperkt door eerst de eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn kunnen er externe middelen in de vorm van projectfinanciering worden aangetrokken, mede op basis van de liquiditeitsprognose en rentevisie. In 2019 is een langlopende lening voor de bouw van IKC Berkelwijk aangetrokken.
Als wekelijkse boodschappen (tijdelijk) niet kunnen worden gedaan is er de mogelijkheid voor een kasgeldlening (kort geld). In 2019 is geen kasgeldlening aangetrokken.

Indicatoren
Om vooral de financieringsrisico’s (renterisico’s) te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Daarnaast is met het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet.

Renterisiconorm
Onze verplichte aflossingen langlopende leningenportefeuille zijn € 641.000 en vallen daarmee ruimschoots binnen de norm van € 11.496.000

Kasgeldlimiet
Er is in 2019 geen kort geld aangetrokken (kasgeldleningen).

Drempelbedrag schatkistbankieren
Alle (tijdelijke) overtollige middelen moeten verplicht in de schatkist aangehouden worden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag van € 431.000 is in 2019 niet overschreden.

Rente en beleggingsvolume

Ontvangen rente uitgezette leningen en liquide middelen
In de programmabegroting werd uitgegaan van een opbrengst van € 68.500, een verwacht rendement van 0,5% op langlopende uitgezette leningen en liquide middelen. Bij de Najaarsnota 2019 is hiervan € 50.000 afgeraamd.
In 2019 is uiteindelijk een opbrengst gerealiseerd van € 18.700 over de uitgezette langlopende leningen.
Over de liquide middelen (schatkist en bankrekeningen) is € 0 rente ontvangen.
Bij een gemiddeld volume van € 9.266.000 betekent dit een gemiddeld rendement van 0,21%.

Overzicht resultaat uitgezette leningen en liquide middelen bedrag x € 1.000
  Rekening 2018 Rekening 2019
Opbrengst per saldo                               16 19
Gemiddeld volume 10.768 9.266
Gemiddeld rendement 0,14% 0,21%

 

Betaalde rente leningenportefeuille (externe projectfinanciering)
Voor het project Integraal Kind Centrum Berkelwijk is in februari 2019 een 25-jarige lening aangetrokken bij de BNG van € 4,315 miljoen (looptijd tot en met 5-2-2044).
De restant schuld per ultimo boekjaar is € 4,315 miljoen.
De rentelast 2019 voor deze nieuwe lening is € 49.707 (1,278%).

Leningenportefeuille 2019:

 

Renteontwikkeling
De rentes op de kapitaal- en geldmarkt zijn in 2019 nog verder gedaald. Brexit, handelsoorlogen, consumenten die sparen en ook het beleid van de Centrale Banken: veel oorzaken die aan de basis stonden van de zeer lage en zelfs negatieve rentes in 2019.
De banken verwachtten voor 2020 geen forse stijging van de korte en/of lange rente. Renteontwikkelingen zijn mede afhankelijk van het ECB beleid. De verwachting was dat het huidige beleid van de ECB niet op korte termijn radicaal omgegooid zou worden. Echter, vanaf begin 2020 worden rente- en beursontwikkelingen gedomineerd door het coronavirus, ze bewegen daarmee alle kanten op. Iedere uitspraak over een verwachting is een slag in het luchtledige.
Indicatie: 10 jaar NL-staatslening begin maart 2020 -/- 0,20%, half april 2020 -/- 0,02% (maart 2019 0,50%)

Renteschema
In onderstaand schema wordt uiteen gezet hoe de rentetoerekening in 2019 heeft plaatsgevonden:

 

Volume leningen en liquide middelen
Het volume aan uitgezette langlopende leningen en liquide middelen per ultimo boekjaar is als volgt:

Overzicht leningen en liquide middelen bedragen x € 1.000
  31-12-2018 31-12-2019
Uitgezette leningen, looptijd langer dan 1 jaar 1.361 1.307
Middelen in de schatkist 5.642 9.605
Bankrekeningen 351 275
Totaal 7.354 11.187

Het volume per ultimo boekjaar (momentopname) is met € 3,8 miljoen toegenomen van € 7,4 miljoen naar € 11,2 miljoen. Het gemiddelde volume is met € 1,5 miljoen afgenomen van € 10,8 miljoen naar € 9,3 miljoen.
Deze gemiddelde afname wordt met name veroorzaakt door de investeringen Verkeersplan Achterveld/Hessenweg € 2,1 miljoen, Hart van Leusden € 3,0 miljoen en IKC Berkelwijk € 1,6 miljoen en aan de andere kant inkomsten vanuit het grondbedrijf van € 5,6 miljoen door grondverkopen. 

 

Gemeentegaranties

Garantstelling geldleningen
Het totaal van door de gemeente geborgde geldleningen bedraagt per eind 2019 € 2,607 miljoen (per eind 2018: € 2,593 miljoen). Dit zijn in totaal tien gemeentegaranties. In 2019 is een nieuwe gemeentegarantie voor een lening van € 150.000 verstrekt aan LTV Lockhorst ten behoeve van de vervanging van een blaashal en aanschaf van led-verlichting. Voor deze garantie heeft de Stichting Waarborgfonds Sport zich ten behoeve van de gemeente voor 50% oftewel € 75.000 mede borg gesteld.

Achtervang sociale woningbouw
De leningen van in Leusden werkzame woningbouwcorporaties worden primair geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het schuldrestant van deze leningen bedraagt per eind 2019 in totaal € 106,6 miljoen (per eind 2018 was dit € 105,0 miljoen). In 2019 zijn drie nieuwe achtervangovereenkomsten met het WSW aangegaan. De gemeente heeft samen met het Rijk een achtervangpositie in het WSW.

Nationale Hypotheek Garantie
Via de Nationale Hypotheek Garantie worden leningen geborgd om het eigen woningbezit te bevorderen en voor de kwaliteitsverbetering van eigen woningen. Het Waarborgfonds Eigen Woningbezit (WEW) is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit instrument. Per 2011 is de gemeentelijke achtervangpositie in het WEW voor nieuwe hypotheekgaranties beëindigd. Het Rijk is sindsdien de achtervanger voor nieuwe garanties.
Voor de tot en met 2010 verstrekte, nog lopende garanties blijft de gemeentelijke achtervang in stand. Op basis van de laatst beschikbare gegevens (juni 2019) betreft het in Leusden 733 hypotheekgaranties van in totaal € 135 miljoen.

 

 

 

 

Paragraaf E Bedrijfsvoering

Paragraaf E Bedrijfsvoering

Doel en inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering gaat in op de belangrijkste ontwikkelingen en de stand van zaken binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering over het jaar 2019.
Bedrijfsvoering gaat over mensen, middelen en mogelijkheden om de gemeente goed te laten functioneren en over de randvoorwaarden die onze ambities, plannen en voornemens helpen realiseren. Onderwerpen die daarbij aan de orde komen zijn: personeel, organisatie, informatisering, automatisering, huisvesting, planning en control enzovoorts.
Als college moeten wij expliciet verantwoording afleggen aan de raad over het onderwerp “informatieveiligheid”. Wij doen dat door in deze paragraaf “bedrijfsvoering van het jaarverslag” een aparte paragraaf “controle en verantwoording informatieveiligheid” op te nemen. Daarmee voldoen wij aan het nieuwe (horizontale) verantwoordingsproces voor de informatieveiligheid.

Personeel en organisatie

Organisatieontwikkeling
In 2019 hebben we de zorg- en knelpunten in de organisatie geïnventariseerd. Een oplopend ziekteverzuim, hoge werkdruk bij een substantieel deel van de organisatie, en verminderde integraliteit in de organisatie zijn belangrijke zorgpunten. Op een aantal plaatsen in de organisatie is sprake van een formatief knelpunt. Daarnaast wordt geconstateerd dat het gevoel van verbondenheid en sociale cohesie afneemt. We hebben in 2019 de zorgpunten gemonitord en middels de Benchmark Berenschot is inzicht gegeven in de taken en formatie. De bevindingen zijn opgenomen in de Kadernota 2020. In juli 2019- december 2019 zijn de geconstateerde knelpunten nader onderzocht. Door middel van een onderzoek door een extern deskundige en personeelsbijeenkomsten is nader geduid waar de knelpunten zitten. Vervolgens heeft een analyse plaatsgevonden en is begin 2020 een plan van aanpak opgesteld om de zorg- en knelpunten op te lossen.

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)
Voor de invoering van de WNRA is in BLNP-verband samengewerkt. Om de invoering zo eenvoudig en zuiver mogelijk te houden is er gekozen voor een technische omzetting, waarbij de bestaande lokale regelingen zoveel mogelijk zijn behouden. Dit heeft geresulteerd in 4 personeelshandboeken en een gemeenschappelijke set WNRA-proof brieven, arbeidsovereenkomsten en addenda.
In 2020 starten we met de harmonisatie van de lokale regelingen om uiteindelijk tot 1 personeelshandboek voor de 4 BLNP gemeenten te komen.

Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E)
Begin 2019 heeft de Risico Inventarisatie en evaluatie (RI&E) plaatsgevonden van het nieuwe Huis van Leusden. Voorafgaand is aan alle medewerkers gevraagd naar specifieke aandachtspunten in de werkomgeving die in het onderzoek meegenomen konden worden.
Uitkomst van de RIE is dat het gebouw ARBO-technisch in orde is. De veiligheid en gezondheid van de medewerkers is gewaarborgd. De aanvullende adviezen uit de RIE hebben in 2019 tot een aantal wijzigingen geleid, zoals andere instelling van de airconditioning en aanpassingen aan de balies. Andere aanpassingen staan nog gepland voor 2020. Daarnaast is een aanvullend Akoestisch onderzoek gedaan, waardoor ook aanpassingen zijn gedaan om de overlast van het geluid in de kantooromgeving te beperken.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO )
In 2019 is, zoals afgesproken een planning gemaakt voor het MTO in 2020. Dit staat opgenomen in de planning van de organisatie ontwikkeling.

Sturing en verantwoording

Bestuurlijke planning en control
In een amendement van 8 november 2018 heeft de raad besloten dat de werkgroep Financiële Verantwoording zich buigt over aanbevelingen ter verbetering van de P&C- instrumenten. Doel daarbij was:
- het delen van ervaringen;
- en daarbij suggesties en ideeën te verzamelen (gezamenlijk oordeel)
- om de P&C-instrumenten beter te maken;
- zodat ieder individueel raadslid meer inzicht heeft in welke keuzes er zijn en daarin zijn of haar invloed kan aanwenden.
Afgelopen zomer heeft de raad de eerste stap gezet om Kaderbrief 2020 en de Voorjaarsnota 2019 te evalueren.
Vanuit de organisatie is de input van de evaluatieavond uitgewerkt naar een “top 5” van aanbevelingen. De aanbevelingen zijn 30 januari 2020 besproken met de begeleidingsgroep. Besluitvorming in uw werkgroep financiële verantwoording heeft inmiddels plaatsgevonden en de organisatie zal starten met de implementatie van de aanbevelingen.

Van managementletter tot boardletter
Op initiatief van de werkgroep Financiële Verantwoording is in 2019 nagedacht over de waarde en het gebruik van de Managementletter. De vraag die daarbij speelde was of een Boardletter niet beter aan zou sluiten bij de behoefte van de raad. Dit om de informatie van de accountant meer op de hoofdlijnen te delen in plaats van de details. Met het advies “rapportagevorm bevindingen accountantscontrole” is een stap gezet op weg naar een vorm van Boardletter. Niet als doel op zich, maar meer vanuit de gedachte
- dat een gerichtheid op de ”echte” kernpunten de raad in het algemeen zou kunnen helpen de toezichtfunctie effectiever en ook efficiënter in te vullen;
- dat de raad haar eigen rol richting accountant meer functioneler en optimaler zou kunnen invullen

Om dat te bereiken is ingezet op de aanpak van de “standaardfocus vragen”, een grotere bestuurlijke duiding van de adviezen van accountant in drie scenario’s en een compact format in de vorm van een Boardletter. De eerste “Boardletter nieuwe stijl” is eind 2019 verschenen en de “eerste proeve” voldeed aan de verwachtingen. Met de wijze van behandeling, waarvan het soms nog even zoeken is, wordt verder ervaring opgedaan.

Intergemeentelijke samenwerking bedrijfsvoering
Per 1 januari 2017 werken de gemeente Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten samen op het gebied van bedrijfsvoering. De samenwerking is aangegaan omdat er voordelen en resultaten kunnen worden behaald op de zogenaamde 4K’s:
• een betere kwaliteit van dienstverlening;
• een minder kwetsbare positie bij een toenemend takenpakket en de eisen die daaraan gesteld worden;
• een kostenbesparing door gezamenlijke inkoop, standaardisatie en harmonisatie van werkzaamheden;
• een grotere kans voor het personeel in (door-) ontwikkeling en breedte en diepte in het takenpakket.
Samenwerking vindt plaats op vier taakvelden waar in 2019 de volgende resultaten zijn gerealiseerd

Financiën
In de samenwerking op het taakveld financiën zijn in 2019 weer stappen gezet. Er wordt gewerkt vanuit een gezamenlijke financiële applicatie met één rekeningschema. Samenwerking vindt op verschillende vlakken van het financiële taakveld plaats. De focus moet zijn van werken voor één gemeente naar werken voor vier gemeenten. In 2019 zijn onder meer de volgende resultaten behaald.
• Per 18 april 2019 waren alle overheden verplicht om E-facturen te kunnen ontvangen en verwerken. Voor de BLNP gemeenten is deze doelstelling op tijd gerealiseerd.
• De brandverzekering is opnieuw aanbesteed. Nijkerk en Leusden hebben een gezamenlijke Europese aanbesteding uitgevoerd, Bunschoten en Putten een onderhandse aanbesteding. Helaas is de markt op dit moment niet gunstig. De aanbesteding heeft een premiestijging van circa 30% opgeleverd.
• Er wordt gewerkt volgens een gezamenlijk interne controle plan waarin controles en reviews bij elkaar worden uitgevoerd. De (gezamenlijke) accountant stelt in de managementletter van de vier gemeenten dat met deze werkwijze onafhankelijke controles worden bewerkstelligd.
• Waar van toepassing worden bevindingen van de account door de vier gemeenten gezamenlijk opgepakt.
• In het kader van de AVG is een Privacy Impact Assesment (PIA) uitgevoerd op de financiële applicatie. Deze heeft geleid tot een aantal aanbevelingen om de privacy beter te beschermen.
• Eind 2019 is een start gemaakt met het harmoniseren van de processen voor het samenstellen van de P&C producten.

ICT
In 2018 is het BLNP informatisering beleid vastgesteld voor de komende jaren. Uit dit beleid hebben we in 2019 de onderstaande projecten aangepakt.
• In 2019 hebben Leusden en Nijkerk de stap gemaakt naar Exchange Online en de overstap naar Office 365. Deze stap bevordert voor de samenwerking de uniformiteit en de harmonisatie.
• Er is een harmonisatieslag doorgevoerd met enkele applicaties. Met name geldt dit voor de applicatie voor leerlingen vervoer en de leerplichtwet.
• Het veiligheidsbeleid is door de CISO groep voortvarend opgepakt. Er zijn aanvallen op onze systemen geweest van buiten (zie onlangs Citrix). Ook hebben we gezamenlijk de gevolgen van datalekken opgepakt.
• Het privacy beleid is door de AVG groep met de FG (functionaris gegevensbescherming) opgepakt. Er is een conceptbeleidsplan ontwikkeld. Het verwerkingsregister en de verwerkersovereenkomsten zijn aangepakt. De eerste data protection impact assessments (DPIA’s) zijn afgenomen. De verantwoording over 2019 van het privacy beleidsveld zal verderop in deze paragraaf worden toegelicht;
• Er is een gezamenlijk traject opgepakt voor de implementatie van veilige mail in de vier gemeenten. We hebben gekozen voor een applicatiediet ook voldoet aan de voorwaarden van veilige uitwisseling van zorgmail.

P&O
In 2019 heeft het team te maken gehad met de uitval van een aantal medewerkers. Dit heeft gevolgen gehad voor de realisering van de in het jaarplan opgenomen prestaties.
• Het projectplan Personeels- en Salarisadministratie (PSA) bevatte voor 2019 diverse onderdelen. Deze zijn deels geïmplementeerd volgens plan. Zo is er een centraal loket ingericht voor PSA-gerelateerde vragen (Topdesk). Het project Performance Management is technisch gezien opgeleverd. In BLNP-verband is nog geen gezamenlijk beleid opgesteld ten aanzien van de gesprekscyclus. Wel is begonnen om hiermee te werken.
Er is in 2019 hard gewerkt aan de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). De onderdelen die hiervoor waren genoemd in het projectplan zijn voor het grootste deel opgeleverd. Vanwege capaciteitsproblemen is in 2019 besloten om het project om te komen tot een eenduidige arbodienstverlening niet uit te voeren

Juridische zaken
In 2019 is door de medewerkers van het juridische team BLNP uitvoering gegeven aan het door het team opgestelde jaarplan. In de basis is het team zelfsturend. Er zijn drie clusters (pijlers), te weten: juridische kwaliteitszorg, juridische advisering en bezwaren en klachten. Speerpunt in het jaarplan 2019 was een digitaal platform. Hieronder wordt kort per onderdeel aangegeven wat in 2019 specifiek is gerealiseerd.
• Team JZ
De kwartiermakers functie is roulerend door een aantal leden van het team ingevuld. In de gastheergemeente Putten vonden de maandelijkse plenaire overleggen plaats en werden door de verschillende clusters de inhoudelijke werkzaamheden afgestemd.
• Juridische kwaliteitszorg
De in het jaarprogramma 2019 geplande werkzaamheden zijn door het team grotendeels uitgevoerd. De huisadvocaat heeft in 2019 drie keer een training voor het team verzorgd. Door de juristen is drie keer een algemene juridische cursus voor medewerkers verzorgd.
• Bezwaren en klachten
Er is een groot aantal commissieleden dat formeel voor alle vier de commissies werkt. Deze leden worden ook wisselend voor de verschillende commissies ingezet. In de praktijk blijkt dat de poule van commissieleden nu voldoende groot is om alle zittingen te kunnen bemensen. De secretarissen van de commissies vervingen elkaar ingeval van ziekte, vakantie etc.
• Juridische advisering
Door de leden van het cluster juridische advisering werd de advisering verzorgd aan de collega’s en bestuurders van de deelnemende gemeenten. Waar nodig is over en weer ondersteuning geboden. Ook vond binnen dit cluster de coördinatie van de Wob-verzoeken (Wet openbaarheid van bestuur) plaats.
• Speerpunt: digitaal platform
In 2019 is het digitale platform TOPdesk gelanceerd. Collega’s van de vier gemeenten kunnen via dit platform om advies vragen en de behandelaar van het advies kan daar vervolgens via TOPdesk op reageren. Op deze manier vindt kennisdeling plaats en daarnaast brengt het systeem collega’s en adviseurs van de vier verschillende gemeenten met elkaar in contact.

 

Lasten en baten bedrijfsvoering

Apparaatskosten zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van onder andere personeel, organisatie, automatisering (ICT), huisvesting, externe inhuur en dergelijke voor de uitvoering van organisatorische taken. Het zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.
In bovenstaande tabel staan de totale apparaatskosten vermeld. Hierin is een onderverdeling gemaakt van kosten voor het primaire proces en de overhead. De kosten van het primaire proces zijn verdeeld over de domeinen. De kosten van de overhead worden toegelicht bij het betreffende onderdeel binnen de begroting.

 

In 2019 is een bedrag van € 15.602.700 begroot (inclusief vastgestelde begrotingswijzigingen) voor de totale apparaatskosten, de werkelijke kosten zijn € 15.600.400 dit is € 2.300 lager. Deze lagere kosten zijn onder te verdelen in een voordeel van € 62.300 binnen het primaire proces en een nadeel van € 60.000 bij de overhead. Het resultaat valt binnen de vastgestelde budgettaire kaders.

 

Kengetallen organisatie

BBV indicatoren bedrijfsvoering
Naast de verplichte BBV indicatoren die zijn opgenomen op waarstaatjegemeente.nl zijn er ook vijf indicatoren voor het onderdeel bestuur en organisatie die door de gemeente uit de eigen gegevens of de eigen begroting overgenomen moeten worden. Deze indicatoren hebben wij opgenomen bij het onderdeel overhead en in deze paragraaf bedrijfsvoering:

Het gerealiseerde inhuurpercentage is 23,99% (begroting 3,34%). Binnen het primaire proces zijn de inhuurkosten € 1.532.600 hoger dan het begrote bedrag (€ 297.300), voor de overhead zijn de inhuurkosten € 615.900 hoger dan het begrote bedrag (€ 65.000).

 

Collegeverklaring wettelijke verantwoording Eenduidige Normatiek Singel Information Audit (ENSIA) en informatieveiligheid

Inleiding
Op basis van ENSIA vindt één keer per jaar, in de vorm van een collegeverklaring, verantwoording aan de gemeenteraad en aan diverse toezichthoudende instanties plaats. In deze separate verklaring geeft het college van B&W aan in hoeverre bij de gemeente de beheersingsmaatregelen voldoen aan de voor de ENSIA verantwoording geselecteerde normen voor wat betreft Digitale Identiteit (DigiD) en de Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (SUWI) . De gemeente Leusden voldoet aan deze normen.

Ontwikkelingen
De digitale weerbaarheid van gemeenten staat onder druk door een toenemende complexiteit en connectiviteit in het ICT-landschap, nieuwe ontwikkelingen en door te weinig aandacht voor digitale veiligheid bij experimenten en innovatieve projecten. Aanvallers hebben vaak niet meer nodig dan een niet bijgewerkt stukje software of een klik op een phishingmail om toegang te krijgen tot systemen. De meeste incidenten worden nog steeds veroorzaakt door menselijk handelen.
(Bron: Dreigingsbeeld 2019/2020 Informatiebeveiligingsdienst)

Beleid en doelstellingen
Vanaf 2020 geldt de Baseline Informatiebeveiliging voor de Overheid (BIO) als nieuw normenkader voor informatieveiligheid voor de hele overheid. De BIO is nog meer gericht op risicomanagement. Het aantal normen is teruggebracht van 300 Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG) naar 150 (BIO). De overgebleven normen zijn echter allemaal verplicht. In BLNP-verband hebben wij ons beziggehouden met het in kaart brengen van de grootste veranderingen en het vormgeven van nieuw strategisch beleid. Vervolgens hebben wij een risico-analyse uitgevoerd. Hiermee heeft de gemeente inzichtelijk gemaakt waar de grootste bedreigingen voor informatieveiligheid op dit moment liggen. Bovendien voldoet de gemeente Leusden hiermee aan verplichtingen die vanuit diverse audits en normenkaders worden opgelegd. Op basis van deze analyse zijn/worden passende maatregelen geïmplementeerd.

Activiteiten en beheersmaatregelen
Dat we als overheid kwetsbaar zijn bleek onlangs weer door de aanval op de systemen van de Universiteit Maastricht en de beveiligingsproblemen met Citrix systemen die door veel gemeenten, waaronder Leusden worden gebruikt. Ons systeembeheer had eind 2019 al de juiste maatregelen genomen om te voorkomen dat kwaadwillenden misbruik konden maken van de bij Citrix gesignaleerde kwetsbaarheden.
We hebben een risicoanalyse laten uitvoeren naar de informatieveiligheid van de gemeente Leusden. Daarnaast hebben de BLNP-gemeenten een Mystery-Guest uitgenodigd en op bezoek gehad. In beide rapportages worden aanbevelingen gedaan die zullen worden gebruikt als basis voor verbeteracties om de weerbaarheid van de gemeente verder te verhogen waarbij bewustwording extra aandacht verdient.
Meer dan de helft van alle datalekken is het gevolg van menselijke fouten met e-mail. We hebben in BLNP-verband de veilige e-mailoplossing ZIVVER geïmplementeerd waarmee fouten bij het versturen van gevoelige informatie kan worden voorkomen.
Om onze digitale weerbaarheid te verhogen hebben wij net als de andere BLNP-gemeenten ingeschreven op het landelijke VNG aanbestedingsproject GGI-Veilig (Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur). Via GGI-Veilig kunnen we onder meer actieve netwerk monitoring afnemen voor het bewaken van dataverkeer op ons bedrijfsnetwerk. Ook kunnen beveiligingsproducten voor de gemeentelijke ICT-infrastructuur worden afgenomen zoals bijvoorbeeld PEN-tests (Penetratie-tests), firewalls, anti-DDOS (Distributed-denial-of-service-aanvallen), end-point protection. Tot slot kunnen beveiligingsexpertisediensten worden afgenomen.
De accountant heeft aandacht gevraagd voor verbetering van de procedures en controles van onze IT met betrekking tot de financiële processen. In BLNP verband hebben we onze procedures en controles voor logische toegangsbeveiliging en wijzigingsbeheer verbeterd.

Resultaten zelfevaluatie
Het beantwoorden van de ENSIA zelfevaluatie leidt niet tot een score. In 2019 wordt de ENSIA zelfevaluatie nog gedaan langs het normenkader van de BIG. Er wordt hoogstens wel of niet voldaan aan de BIG normen. De uitkomsten zijn een indicatie van het voldoen aan de normen. Net als de meeste gemeenten voldoet Leusden nog niet aan alle normen, maar dat is ook niet reëel. Het gaat erom dat je als gemeente continu werkt aan het verbeteren van de informatieveiligheid. Daarnaast gold 2019 als overgangsjaar naar de BIO.

Datalekken
In 2019 heeft de gemeente Leusden met 11 datalekken te maken gehad waarvan er 2 zijn gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) Het betrof 2 x verkeerd verzonden brieven, 5 x verkeerd verzonden e-mail, 2 x teveel persoonsgegevens zichtbaar, 1 x ontvreemding gegevens en 1 x onjuiste gegevensuitwisseling.

 

 

Paragraaf F Verbonden Partijen

Paragraaf F Verbonden Partijen

Algemeen

Visie op verbonden partijen in relatie tot de doelstellingen uit de begroting
De gemeente Leusden wil beoogde doelen uit kadernota’s en programmabegrotingen optimaal realiseren. Een optimale borging van het publieke belang is daarbij essentieel. Soms realiseert de gemeente daarbij zelfstandig taken en resultaten, en in andere gevallen zoekt ze samenwerking met derden (bijvoorbeeld andere gemeenten), of belegt de uitvoering extern via subsidiëring of inkoop.
Een specifieke vorm van externe uitvoering is de verbonden partij. Soms volgt dit uit wetgeving, bijvoorbeeld bij de Veiligheidsregio’s en de Regionale Uitvoeringsdiensten. Soms nopen de ontwikkelingen van schaalvergroting en nieuwe gemeentelijke taken tot regionale samenwerking voor de uitvoering van deze taken.

Kenmerken van Verbonden Partijen
Verbonden partijen zijn derde rechtspersonen waarin de gemeente zowel een bestuurlijk belang als een financieel belang heeft. Dit betreft enerzijds de publiekrechtelijke gemeenschappelijke regelingen en anderzijds privaatrechtelijke deelnemingen in vennootschappen, verenigingen en stichtingen.
Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van de verbonden partij, of het hebben van stemrecht.
Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij of wanneer de financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. Als de financiële relatie alleen bestaat uit gemeentelijke bijdragen in de vorm van inkomens- of vermogensoverdrachten zoals een subsidie, dan is er geen sprake van een financieel belang. Deze relaties zijn daarom niet in deze paragraaf opgenomen.

Verbonden partijen dienen een publiek, openbaar belang. De raad heeft een kaderstellende en controlerende taak en ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de (beleids)programma’s. De functie van deze paragraaf verbonden partijen is om hier inzicht in te bieden.

Vereniging van Eigenaren
De gemeente heeft (in toenemende) ook een bestuurlijk en financieel belang bij verschillende Verenigingen van Eigenaren (VvE). Daarbij moet gedacht worden aan de multifunctionele accommodaties (bijvoorbeeld Atlas en Antaris), maar ook aan het Huis van Leusden. Er is hier sprake van een publiek, openbaar belang en een toenemend financieel belang door het aandeel in de onderhoudsvoorzieningen. Dat vraagt transparantie wat betreft het bestuurlijk toezicht en de toetsing. Daarom nemen wij dit type verbonden partij met ingang van het verslagjaar 2019 op in het hierna opgenomen overzicht van verbonden partijen.

 

Lokale en regionale sturing op Verbonden Partijen

Het laten uitvoeren van gemeentelijke taken door Verbonden Partijen heeft het risico dat de democratische controle niet optimaal is. Bij de realisering van beoogde gemeentelijke doelen is een optimale borging van het publieke belang echter essentieel. Sinds 2015 is (op initiatief van de Leusdense raad) daarom een regionale werkwijze voor de sturing en controle op verbonden partijen van kracht. Deze werkwijze is ook beschreven in de Nota Verbonden Partijen (2013). De werkwijze is in 2014 regionaal opgenomen in het Manifest Verbonden Partijen, dat is ondertekend door 10 gemeenteraden uit de regio Zuid-Oost Utrecht. De werkwijze haakt in op de aangescherpte Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) 2015. Krachtens de Wgr dienen verbonden partijen jaarlijks vóór 15 april een kadernota met algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar aan de raad aan te bieden. Dit is vooral van groot belang bij voorgenomen inhoudelijke of financiële wijzigingen. In de regionale werkwijze worden de verbonden partijen verzocht hun kadernota uiterlijk op 31 januari in te dienen, zodat de raad nog een zienswijze op voorgestelde wijzigingen kan indienen vóórdat het AB van de verbonden partij de concept-begroting vaststelt. Zo wordt het zwaartepunt van sturing door de raad meer vooraan in de beleids- en begrotingscyclus geplaatst.

De raad heeft per verbonden partij twee “rapporteurs” benoemd. Zij volgen namens de hele raad de ontwikkelingen bij de verbonden partij nauwgezet en informeren de raadsfracties.

Gemeentelijk vindt (in principe) geregeld overleg plaats tussen de accounthouders (beleidsadviseurs), de financiële adviseurs en de procescoördinator Verbonden Partijen. Daarbij toetsen zij het vastgestelde afsprakenkader rondom sturing en controle aan de praktijk en bespreken zij nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. In 2019 is door capaciteitsgebrek geen structurele invulling gegeven aan de rol van procescoördinator Verbonden Partijen. Omdat de stukkenstroom rondom de verbonden partijen, de rol van de adviseurs goed is in geregeld en ook de aanpak met de raadsrapporteurs goed werkt, beraden we ons in het kader van de organisatieontwikkeling op de vraag of de rol van procescoördinator überhaupt wel ingevuld moet worden.

 

Coalitieakkoord 2018-2022

In 2018 is een nieuw Coalitieakkoord opgesteld. In het coalitieakkoord 2018-2022 zetten we, waar dat bewezen de best denkbare vorm is, ook in de regio in op samenwerking en partnerschap. We zoeken op alle mogelijke terreinen naar schaalvoordeel en we willen samen werken om de efficiency en innovatie van beleid en uitvoering te verbeteren. Onze eigen effectief gebleken werkmethodes (best practices) delen wij met onze partners in en buiten de regio.

 

Beheersingsmethodiek voor verbonden partijen

De gemeente monitort de verbonden partijen door het beoordelen van management- en bestuursrapportages en de begrotingen en jaarrekeningen van de betreffende instellingen. Het college rapporteert de raad gedurende het jaar in de P&C-documenten over relevante ontwikkelingen zoals het aangaan of beëindigen van verbonden partijen, wijzigingen in de doelstellingen, nieuwe financiële risico’s en beleidswijzigingen in de uitvoering van de taken.

Het Coalitieakkoord 2018-2022 en de Nota Verbonden Partijen van 2013 zijn daarbij kaders. De Nota Verbonden Partijen dateert van 2013. Wegens capaciteitsgebrek en onvoldoende prioriteit is de nota verbonden partijen in 2019 niet geactualiseerd.

 

Overzicht verbonden partijen en deelnemersbijdragen 2019

Financieel belang
In totaal is in 2019 door Leusden een deelnemersbijdrage aan de verbonden partijen van € 4,47 miljoen betaald. Dit is circa 7,7 % van de totale gemeentebegroting. Het grootste deel van deze bijdrage is gekoppeld aan afgenomen producten en diensten. Het resterende deel betreft een bijdrage naar rato van het aantal inwoners of woningen.
Het financiële belang van de gemeente Leusden in de verschillende Verbonden Partijen varieert tussen 0,5% en 6,4%, afhankelijk van het aantal en de omvang van de andere deelnemers in een Verbonden Partij.

 

Gegevens en ontwikkelingen per verbonden partij

1. Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2019:
Vanaf 2019 maakt de fusiegemeente Vijfherenlanden deel uit van Veiligheidsregio Utrecht. Naast de collectieve taken neemt Leusden geen aanvullende taken meer af van de VRU.

2. GGD regio Utrecht (GGDrU)

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2019
Het jaar 2019 van GGD regio Utrecht (GGDrU) stond in het teken van de vaststelling van de bestuursagenda 2019- 2023. Er zijn drie belangrijke speerpunten vastgesteld; Kansrijk opgroeien; gezonde leefomgeving en langer gelukkig gezond zelfstandig. Om handen en voeten te geven aan deze speerpunten worden er programma`s uitgevoerd zoals het programma Voorzorg om de ontwikkelkansen van (aanstaande) moeder en kinderen te vergroten. Het programma Kansrijk opgroeien is hoe eerder je investeert in veilig en gezond opgroeien hoe langer je rendement hebt.
Een gezonde leefomgeving en langer gelukkig gezond zelfstandig is gericht op de verbinding met het fysieke domein. Het thema gezondheid moet een plek krijgen in de omgevingsvisie en- plannen. Het derde speerpunt gaat over gelukkig gezond zelfstandig. Het gaat hier vooral erom dat alle inwoners blijvend gestimuleerd worden om in beweging te blijven.
Naast de uitvoering van de maatschappelijke opdracht vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg), is gewerkt aan de voorbereidingen om het nieuwe digitale dossier, het GGiD, verder te ontwikkelen. Er is vertraging opgelopen en er heeft regelmatig overleg plaatsgevonden tussen de drie GGD`en en de leverancier. Redenen voor vertraging zijn onder meer de voorbereiding en uitvoering van nieuwe vaccinatiecampagnes (meningokokken, maternale kinkhoest) en autonome ontwikkelingen, zoals de AVG waardoor GGD medewerkers minder beschikbaar waren voor de ontwikkeling van het GGiD.
Met de leverancier is een plan van aanpak vastgesteld voor de uitvoering van de resterende werkzaamheden. Concreet betekent dat er een extra vergoeding wordt gevraagd van 1.5 miljoen. De drie GGD-en dragen in gelijke delen bij in deze betaling. GGDrU verwerkt haar deel van de vertragingsvergoeding binnen het bestaande financieel kader en de begroting van 2020 en heeft geen gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage aan de GGDrU. De GGDrU kan nu verder met de ontwikkeling van het GGiD met een verwachte oplevering in 2020.

3. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2019
In 2019 heeft de omvorming naar een “Bedrijfsvoeringsorganisatie” conform de Wgr 2015 zijn beslag gekregen.

4. GBLT (Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn)

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2019:
In 2019 heeft GBLT opnieuw prioriteit gegeven aan het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening. Verbeteringen worden doorgevoerd op basis van een meerjarige ontwikkelstrategie, en betreffen het voortdurend doorvoeren van verbeteringen in processen, systemen en medewerkers.
Er is door GBLT gewerkt aan het invoeren van de gewijzigde systematiek voor het waarderen van WOZ-objecten. Per 2022 is het verplicht dat woningen naar gebruiksoppervlakte (m2) worden geregistreerd in plaats van naar inhoud (m3). Het project verloopt voorspoedig; naar verwachting worden in 2021 WOZ-beschikkingen op basis van m2 naar inwoners van Leusden verstuurd. GBLT heeft in 2019 voor het eerst belastingaanslagen voor de variabele afvalstoffenheffing (diftar) in Leusden opgelegd. Het betrof aanslagen over het belastingjaar 2018.

5. Regionale Uitvoeringsdienst (RUD)

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2019:
De Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht heeft in 2019 wederom een aantal wettelijke milieutaken voor de gemeente Leusden uitgevoerd. Het ging om het milieudeel van de omgevingsvergunning, toezicht en handhaving voor alle Wm-bedrijven (VTH milieu), het uitvoeren van geluidtaken, de milieuklachtentelefoon (24-uurs bereikbaarheid), advisering, het ketentoezicht en het Besluit bodemkwaliteit.

Aan deze taakuitvoering door de RUD Utrecht lag een aantal beleidsdocumenten ten grondslag: het VTH-beleidsplan milieu gemeente Leusden, het Jaarprogramma 2019 RUD Utrecht – gemeente Leusden, de dienstverleningsovereenkomst (DVO) 2018-2021 RUD Utrecht – gemeente Leusden en de Landelijke Handhavingsstrategie inclusief leidraad.

In 2019 was de totale gerealiseerde productie groter dan de geprognotiseerde productie in de DVO. Voor beoordelingen Milieu Effectrapportages (MER), meldingen bodemenergiesystemen en bodemtaken is een aanvullende opdracht verstrekt. Het betreft met name vraag gestuurde producten.
De integrale milieucontroles zijn uitgevoerd conform DVO. Het naleefgedrag van de Leusdense bedrijven is goed te noemen. Er zijn 5 geluidscontroles bij evenementen uitgevoerd en 2 gebiedscontroles horeca. In 2019 zijn 16 milieuklachten afgehandeld door de RUD Utrecht.
Het aantal meldingen Activiteitenbesluit bleef achter bij de prognose. De werkzaamheden voor vergunningverlening nam in 2019 toe door o.a. de beoordelingen MER (zie hierboven). Voor een aantal bedrijven zijn de energievoorschriften van de vergunning geactualiseerd.
In het kader van het Besluit bodemkwaliteit (BBK) heeft de RUD Utrecht surveillances uitgevoerd en meldingen Besluit Bodemkwaliteit afgehandeld. De RUD Utrecht heeft de gemeente geadviseerd over PFAS, de PAS en het dossier Vink.
Tot slot zijn in 2019 voorbereidingen getroffen voor de overdracht van asbesttaken aan de RUD Utrecht per 2020. Hiertoe heeft het college eind 2019 het VTH-Uitvoeringsbeleid bedrijfsmatige asbestsaneringen regio Utrecht vastgesteld.

6. Regionaal Sociaal Werkvoorzieningschap Amersfoort en Omstreken (RWA)

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2019:
RWA is de bestuurlijke opdrachtgever aan de uitvoeringsorganisatie Amfors. De ontwikkelingen die zich vanaf 2015 (sluiting van de Wsw) hebben ingezet duren voort. Het aantal SW-medewerkers blijft krimpen door natuurlijke afvloeiing, en daarmee moet ook de uitvoeringsorganisatie krimpen. Ook dit gebeurt door natuurlijke afvloeiing. Door in te zetten op programma’s die de vitaliteit van de SW-medewerkers stimuleren, door te investeren in technische hulpmiddelen en door een effectievere inzet van de SW-medewerkers kunnen enerzijds de SW-medewerkers langer productief blijven, terwijl anderzijds het financiële resultaat van Amfors op peil blijft.

7. Amfors Holding

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2019:
Zie hierboven bij Regionaal Werkvoorzieningschap Amersfoort e.o.

8. Vitens

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2019:
In 2019 heeft Vitens vooral ingezet op het veilig stellen van toekomstige grondwatervoorraden. De voorliggende grote maatschappelijke opgaven (groei waterafzet, impact klimaatverandering, versterken waterreserves, intern: handhaving kwaliteit dienstverlening en versterking van de organisatie) vergen een groter investeringsvolume. Daarnaast zorgen ook de dalende WACC en de dalende rente voor een toenemende druk op de financierbaarheid van Vitens. De Solvabiliteit is daardoor in 2019 gedaald onder de 30%. Op basis van het afgesproken financieel beleidskader wordt er in dat geval geen dividend aan de gemeenten uitgekeerd.

9. VvE Atlas

10. VvE MFC Antares

11. VvE Huis van Leusden

12. VvE De Biezenkamp 29

13. Inkoopbureau Midden Nederland

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2019:
De gemeente Leusden neemt sinds 2009 deel in IBMN. In 2019 zijn door het bestuur van IBMN de afspraken herijkt en neergelegd in een nieuwe DVO. De deelnemers betalen een basisfee en hebben zich contractueel vastgelegd op de afname van een bepaald aantal uren en de vergoeding van de zgn. meer-uren.

 

14. Samenwerking Bedrijfsvoering BNLP

 

 

Paragraaf G Grondbeleid

Paragraaf G Grondbeleid

Belang en doelstelling paragraaf

De paragraaf grondbeleid heeft tot doel te informeren over het beleid rondom de ontwikkeling van grond binnen de gemeente. Met grondbeleid wordt bedoeld de beleidsafweging aangaande de grondproductie en de keuze in het daarbij wettelijke en gemeentelijke instrumentarium. Daarbij wil de gemeente transparant zijn over haar handelen en de juiste instrumenten bieden voor de realisatie van de ruimtelijke programma’s die al zijn vastgesteld. Hoe de gemeente invulling geeft aan het grondbeleid is verder uitgewerkt in de Nota Grondbeleid 2020 die begin 2020 is vastgesteld door de Raad.

In de planning-en-controlcyclus wordt de gemeenteraad jaarlijks drie keer geïnformeerd over de exploitatie van grond in de gemeente Leusden. Dat is op de volgende momenten:
1. In november via de paragraaf grondbeleid in de programmabegroting
2. In mei via de Actualisatie Grondexploitaties
3. In juli via de paragraaf grondbeleid in de jaarrekening

 

Beleidskaders

De Nota Grondbeleid 2020 geeft kaders die moeten bijdragen aan een voldoende adequaat grondbeleid. Dit gelet op de ontwikkeling van Leusden en de rol en positieneming van de gemeente Leusden in de samenleving, in het bijzonder het ruimtelijk domein. De financiële uitgangspunten zullen nog worden geactualiseerd en als onderdeel worden toegevoegd aan de Nota Grondbeleid 2020. In het najaar van 2020 verwachten wij het onderdeel met de financiële uitgangspunten aan de raad te kunnen aanbieden.
In onderstaand model is aangegeven in welke nota’s de kaders rondom het grondbeleid zijn vastgelegd en in welke documenten de wijze van uitvoering van het grondbeleid naar voren komt.

 

Ontwikkelingen

Omgevingswet
In relatie tot de ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet wordt verwezen naar domein ‘Ruimte’ in het jaarverslag.

Vennootschapsbelastingplicht
De gemeente Leusden is met ingang van 1 januari 2016 vennootschapsbelastingplichtig. Uit een eerdere analyse is destijds naar voren gekomen dat de vennootschapsbelastingplicht ook geldt voor het voeren van grondexploitaties.
De gemeente heeft eind 2019 een vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten met de Belastingdienst waarin onder meer afspraken zijn vastgelegd over de wijze waarop de fiscale openingsbalanswaarde moet worden bepaald. Dit leidt voor de gemeente tot een aanzienlijk lagere vennootschapsbelasting-last dan oorspronkelijk was geraamd. Naar aanleiding van de vaststellingsovereenkomst zijn de aangiften 2016, 2017 en 2018 (opnieuw) ingediend. Op basis hiervan is over de periode 2016 t/m 2018 ongeveer € 50.000,- aan vennootschapsbelasting verschuldigd. Deze last is 2019 verantwoord en wordt gedekt uit de algemene reserve grondbedrijf.
In 2019 werd rekening gehouden met een vennootschapsbelasting-last van ongeveer € 340.000 over 2019 t/m 2022. Over 2019 (realisatie) en over 2020 t/m 2022 (ramingen actualisatie 2020) is naar verwachting sprake van een fiscaal verlies en zal de vennootschapsbelasting-last daarmee nihil zijn.

Coronacrisis
Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf die hierover is opgenomen in het onderdeel ‘Jaarrekening’.

 

Relatie met programma’s
Het grondbeleid van de gemeente Leusden houdt nauw verband met de diverse programma’s in de begroting en jaarrekening van de gemeente Leusden.

 

Financieel resultaat Grondbedrijf 2019

Het resultaat van het Grondbedrijf over het jaar 2019 bedraagt € 967.000 positief. Dit resultaat bestaat uit het saldo van:
- Een winstneming uit de grondexploitatie Leusden-Zuid van € 271.000 (voordeel)
- Een winstneming uit de grondexploitatie De Biezenkamp van € 28.000 (voordeel)
- Een winstneming uit de grondexploitatie Valleipark van € 31.000 (voordeel)
- Verlaging van de verliesvoorziening De Biezenkamp van in totaal € 197.000 (voordeel)
- Verlaging van de verliesvoorziening De Buitenplaats van € 224.000 (voordeel)
- Verlaging van de verliesvoorziening Groot Agteveld van € 188.000 (voordeel)
- Vrijval voorziening afgesloten complexen van € 18.000 (voordeel)
- Baten strategische gronden ter hoogte van € 10.000 (voordeel)

Winstnemingen
In 2019 zijn geen grondexploitaties afgesloten. Wel dient in 2019 bij een drietal grondexploitaties tussentijdse winst te worden genomen voor een totaalbedrag van € 330.000. Het BBV stelt gemeenten namelijk verplicht om op basis van de zogeheten PoC-methode (Percentage of Completion) tussentijdse winsten te nemen bij grondexploitaties met een voorzien positief resultaat. Periodiek zal bij de vaststelling van de jaarrekening worden voorgesteld om tot tussentijdse winstnemingen over te gaan.

Verliesvoorzieningen
Conform het BBV dient de gemeente een verliesvoorziening te treffen voor negatieve grondexploitaties ter grootte van het geprognosticeerde verlies op netto contante waarde.

Uit de tabel valt op te maken dat sprake is van een aantal grote wijzigingen. Voor grondexploitatie De Buitenplaats heeft dit hoofdzakelijk te maken met een combinatie van vermindering van kosten en stijging van de opbrengsten. Daarnaast is voor Groot Agteveld het voorziene exploitatieresultaat positief geworden. Hierdoor is niet langer sprake van een negatief saldo op eindwaarde. De getroffen verliesvoorziening voor Groot Agteveld valt om die reden geheel vrij.. Voor De Biezenkamp geldt met name dat de post onvoorziene kosten is bijgesteld in relatie tot de nog te verwachten kosten. Hierdoor verbetert het voorziene exploitatieresultaat. Op basis van de actualisatie valt per saldo een verliesvoorziening vrij van € 609.000.

Baten strategische gronden
In verband met de herziene verslaggevingsregels kunnen de baten en lasten van de voormalige NIEGG gronden Mastenbroek II en Restant Buitengebied niet meer geactiveerd worden. Met ingang van 2016 komen deze lasten en baten ten laste of ten gunste van het resultaat grondbedrijf. Dit betekent dat het zal bedrag van ongeveer € 10.000 worden toegevoegd aan de Algemene reserve grondbedrijf.

 

Bestemming Resultaat Grondbedrijf 2019

Wij stellen voor het, per saldo, positieve resultaat ad € 967.000 als volgt te bestemmen:
- € 967.000 te storten in de Algemene Reserve Grondbedrijf.
Het besluit van de raad tot toevoeging/storting algemene reserve is opgenomen in het raadsvoorstel tot vaststelling van de jaarrekening 2019.

 

Reserves grondexploitaties en weerstandsvermogen

De beleidsuitgangspunten voor risico’s zijn omschreven in de Nota Risicomanagement en Weerstandvermogen 2010. In de nota zijn de beleidskaders opgenomen hoe risico’s moeten worden geïdentificeerd, geanalyseerd en beoordeeld.

Om eventuele risico’s op te vangen dient de gemeente, alsmede het grondbedrijf, te beschikken over een weerstandsvermogen. De wijze waarop het weerstandsvermogen wordt berekend is tevens vastgesteld in de eerdergenoemde nota.

Zoals toegelicht in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ van deze jaarrekening, bedraagt de actuele weerstandsratio van het grondbedrijf 1,50. Dit valt buiten de bandbreedte van 0,8 - 1,2, welke in het voornoemde beleidskader is vastgelegd. Aangezien de huidige ratio hierboven ligt, zal bij de Voorjaarsnota 2020 een voorstel worden gedaan op welke wijze wordt omgegaan met het surplus binnen het weerstandsvermogen van de ARG. Dit surplus bedraagt ongeveer € 0,9 miljoen. Voor een toelichting op de actuele ratio weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’.

In hoofdstuk 11 van de rapportage “Actualisatie Grondexploitaties 2020” is eveneens ingegaan op de stand van de Algemene Reserve Grondbedrijf. Daarbij is abusievelijk een ratio van het weerstandsvermogen gepresenteerd van 1,44. In werkelijkheid ligt de aanwezige weerstandscapaciteit per 1 januari 2020 hoger en komt de ratio uit op 1,50. De afwijking is ontstaan doordat de mutatie van het gelabelde bedrag voor Binnen in het Buitengebied ad € 102.654 niet juist was verwerkt.

 

Actuele prognose te verwachten resultaten

In deze paragraaf Grondbeleid is de uitkomst van de projecten gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2020. Dit om een reëel beeld te geven van de huidige stand van zaken. De voorzieningen voor de verliesgevende grondexploitaties worden gewaardeerd tegen de contante waarde. Zie voor een nadere toelichting hierop in het rapport Actualisatie Grondexploitaties 2020.
De voorzieningen voor de verliesgevende grondexploitaties worden gewaardeerd tegen de netto contante waarde. Het effect ten opzichte van de waardering op nominale waarde op de te verwachten resultaten voor zowel de negatieve als positieve grondexploitaties is hieronder toegelicht. De hieronder genoemde nog te verwachten kosten en opbrengsten volgen uit de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2020.

Te verwachten resultaten actief grondbeleid
De gemeentelijke activiteiten inzake grondexploitatie zijn te onderscheiden in zogenoemd actief en faciliterend grondbeleid. Bij actief grondbeleid voert de gemeente zelf alle fasen van de grondexploitatie uit: van de aankoop van de gronden en eventuele opstallen, sloop, bouwrijp en woonrijp maken tot en met de uitgifte/verkoop van de bouwkavel. De gemeente heeft de te ontwikkelen grond in eigen bezit.

De huidige boekwaarde ad. € 5,7 miljoen zal in de toekomst terugverdiend moeten worden door het genereren van de hierboven genoemde opbrengsten. Voor het project de Buitenplaats is reeds een voorziening getroffen ter hoogte van het verwachte verlies ad. € 210.000.
De eindconclusie is dat de te verwachten te nemen winst in komende jaren € 667.000 (nominaal) bedraagt voor de actieve grondexploitaties. Het genoemde verlies is reeds in 2019 en eerdere jaren verwerkt in het resultaat.

Te verwachten resultaten faciliterend grondbeleid
Bij faciliterend grondbeleid is de bouwkavel in het bezit van een private partij (ontwikkelaar, particulier, etc.) en wordt deze door die partij ontwikkeld. De gemeente treedt enkel c.q. vooral op als overheid, die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is.

De hierboven genoemde nog te verwachten kosten en opbrengsten volgen uit de geactualiseerde passieve grondexploitaties per 1 januari 2020. Bovenstaande betekent dat de huidige boekwaarde volgens de verwachting niet volledig terug zal worden verdiend. Voor het verwachte verlies is binnen de exploitaties Biezenkamp een voorziening getroffen per 1 januari 2020.

De eindconclusie is dat de te verwachten te nemen winst in komende jaren € 777.000 (nominaal) bedraagt voor de faciliterende grondexploitaties. De genoemde verliezen zijn reeds in 2018 en eerdere jaren verwerkt in het resultaat.

De totale nog te nemen winst op alle grondexploitaties wordt geraamd op € 1.434.000.

 

Voorzieningen grondexploitaties

Biezenkamp
Deze voorziening dient ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie De Biezenkamp. Het saldo van de voorziening is in 2019 aangepast aan de hand van het berekende projectresultaat in de Actualisatie Grondexploitaties 2020. Naar verwachting zal de onttrekking ten laste van deze voorziening plaatsvinden in 2020.

Voorziening De Buitenplaats
Deze voorziening dient ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie De Buitenplaats. Het saldo van de voorziening is in 2019 aangepast aan de hand van het berekende projectresultaat in de Actualisatie Grondexploitaties 2010. Naar verwachting zal de onttrekking ten laste van deze voorziening plaatsvinden in 2020.

Voorziening Groot Agteveld
Deze voorziening diende ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie Groot Agteveld. Naar aanleiding van de Actualisatie Grondexploitaties 2020 is de volledige verliesvoorziening vrijgevallen.

Voorziening afgesloten complexen
Het project De Schammer is per 31 december 2014 afgesloten. Voor de resterende werkzaamheden was een bedrag van € 19.000 gereserveerd ten laste van het project De Schammer. Gezien de werkzaamheden zijn afgerond is de voorziening vrijgevallen in 2019.

Risico’s per complex
Voor een nadere beschrijving van de risico’s per complex kan worden verwezen naar de Actualisatie Grondexploitaties 2020, welke in het voorjaar van 2020 ter vaststelling aan de raad is aangeboden. Hierin zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van alle grondexploitaties.

 

Paragraaf H Toezicht en verantwoording

Paragraaf H Toezicht en Verantwoording

Algemeen
Deze paragraaf beschrijft hoe we invulling geven aan toezicht & verantwoording over de onderwerpen toezichtinformatie, rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. Naar deze onderwerpen wordt gestructureerd onderzoek verricht of verantwoording gegeven door verschillende actoren en kan schematisch als volgt worden weergegeven:

Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand
Het onderzoek door de rekenkamer is gericht op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid. Ofwel: heeft het beleid de gewenste resultaten opgeleverd en is dit tegen zo min mogelijk kosten tot stand gekomen? De rekenkamer kan ook de rechtmatigheid onderzoeken. Ten aanzien van de afgeronde onderzoeken geldt dat de rekenkamer na een periode van circa anderhalf à twee jaar nagaat hoe de aanbevelingen door de gemeente in praktijk zijn gebracht en welke uitwerking zij hebben.

Eind 2019 is de rekenkamer gestart met het onderzoek naar het vrijwilligersbeleid in Leusden. In het najaar van 2020 zal de rekenkamer naar verwachting de resultaten van het onderzoek rapporteren aan de gemeenteraad.

Rechtmatigheid en accountantscontrole
Bij rechtmatigheid gaat het om het beantwoorden van de vraag of bij de uitvoering van beleid en taken aan wettelijke kaders en regelgeving wordt voldaan. Op het gebied van rechtmatigheid is eveneens de accountant actief. Deze toetst de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie. De raad stelt jaarlijks het controleprotocol met het bijhorende normenkader (alle relevante wet- en regelgeving) vast. Het normenkader fungeert als belangrijkste uitgangspunt voor de rechtmatigheidscontrole door de accountant. De accountant geeft jaarlijks door middel van de rechtmatigheidsverklaring een oordeel over de mate waarin de gemeente Leusden (financieel) rechtmatig handelt. Bij het beoordelen van de rechtmatigheid baseert de accountant zich voor een belangrijk deel op de uitkomsten van de gemeentelijke verbijzonderde interne controle (VIC).

Het Beleidskader rechtmatigheid en accountantscontrole 2019 bevat het kader voor de uitvoering en de toets op de rechtmatigheid. De hierbij van toepassing zijnde criteria (begrotingscriterium, voorwaardencriterium en M&O-criterium) worden hierna verder uitgewerkt.

 

De overschrijdingen in de jaarrekening 2019 zijn op programmaniveau beoordeeld op rechtmatigheid. Alleen de lastenkant is in de toets betrokken. De programma’s Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien, Bestuur, Leefomgeving, en Overhead laten een overschrijding zien aan de lastenkant groter dan € 50.000. Alle begrotingsafwijkingen op de taakvelden van deze programma’s groter dan € 50.000 zijn getoetst aan bovenstaande kaders. In onderstaand overzicht zijn deze weergegeven (bedragen * € 1000).

 

Voorwaardencriterium
Bij het voorwaardencriterium gaat het om het voldoen aan regelgeving door hogere overheden, maar ook om het voldoen aan eigen gemeentelijke regelgeving. Onze aanpak is voornamelijk gegevensgericht door de uitvoering van detailcontroles, gegevensgerichte cijferanalyses en verbandscontroles. Daarnaast controleren we deels systeemgericht belangrijke maatregelen in de interne beheersing. In 2019 zijn de volgende processen gecontroleerd: Planning & control cyclus, treasury, aanbestedingen, inkopen en betalen, belastingen, personeel, subsidies, sociaal domein, omgevingsvergunningen, grondexploitatie, inkomende gelden, automatisering.

Er zijn geen rechtmatigheidsfouten of onzekerheden aangetroffen, die boven de rapporteringtolerantie van € 50.000 uitgaan. De accountant heeft alle bevindingen uit de interne controles betrokken in de jaarrekeningcontrole en zal deze naar een oordeel vertalen.

Misbruik en oneigenlijk gebruik
Naast het begrotings- en voorwaardencriterium is dit het 3e criterium voor het beoordelen van de rechtmatigheid van het financieel beheer. Er zijn geen bevindingen gedaan in de controles die duiden op misbruik en/of oneigenlijk gebruik.

 

Doelmatigheid en doeltreffendheid
Het college verricht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur op grond van artikel 213a van de Gemeentewet. In de Verordening Onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Leusden is bepaald dat bij dit ‘zelfonderzoek’ van het college naar het gevoerde bestuur het accent op de doelmatigheid wordt gelegd. Voor de uitvoering kiezen we voor de pragmatische insteek dat regulier te houden onderzoeken dan wel audits als collegeonderzoek worden aangemerkt. In 2019 zijn geen collegeonderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid uitgevoerd.

Interbestuurlijk Toezicht (IBT)
Interbestuurlijk toezicht is een wettelijke taak van de provincie waarbij zij toezicht houdt op de taakuitoefening door gemeenten. Het wettelijke uitgangspunt is dat de provincie voor alle beleidsterreinen de toezichthouder op gemeenten is met uitzondering van de terreinen waarop de provincie geen taken heeft. Het specifieke toezicht vormt hierop een uitzondering, waarbij met name het financieel toezicht integraal, op alle gemeentelijke domeinen, van toepassing is. De verantwoording van de toezichtgebieden worden in de begroting en de jaarrekening opgenomen. Het proces verloopt als volgt: In de jaarrekening worden de resultaten benoemd van de toezichtgebieden. De provincie beoordeelt of de gemeente het goed of slecht doet op de verschillende onderdelen. In de begroting die daarop volgt komen de verbeteracties aan de orde op die punten waarvan in rekening is gebleken dat verbeteringen noodzakelijk zijn. Het Interbestuurlijk Toezicht van de provincie betreft de volgende toezichtgebieden:

Huisvesting Statushouders
Gemeenten geven uitvoering aan de wettelijke taak om verblijfsgerechtigden te huisvesten. In de halfjaarlijkse taakstelling wordt door het Rijk het aantal verblijfsgerechtigden vastgesteld dat in Leusden gehuisvest moet worden. De provincie monitort de resultaten vanuit haar toezichthoudende rol.

Onze taakstelling voor het gehele jaar 2019 bedroeg het aantal van 22 personen. Bij aanvang 2019 was er sprake van een achterstand van 4 personen, zodat in totaal 26 moesten worden geplaatst in 2019. Door inspanning van en samenwerking tussen WSL, Integratiewerk (v/h NVA) en gemeente is het gelukt om voor 31 personen invulling te geven aan deze taakstelling. Daarmee hebben we onze taakstelling over het jaar 2019 behaald en ronden we het jaar af met een kleine voorsprong op het jaar 2020.

WABO ( Bouwen en Milieu)
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering van toezicht en handhaving (Milieu en bouwen) en deugdelijke kwaliteit van het nalevingstoezicht. De provincie toetst of de wettelijk verplichte documenten, als basis voor het systematisch en programmatisch uitvoeren van toezicht en handhaving, aanwezig zijn. Het betreft hier onder andere een actueel beleidsplan, een jaarlijks uitvoeringsprogramma en een jaarverslag over de uitvoering van toezicht en handhaving in het voorgaande kalenderjaar. De provincie toetst niet de werkelijke uitvoering van toezicht en handhaving in de dagelijkse praktijk. Ten aanzien van vergunningverlening voldoen we aan de wettelijke verplichtingen uit de Wabo.

Ruimtelijke Ordening
De gemeenteraad stelt, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente, een of meer structuurvisies en bestemmingsplannen vast. Door de provincie wordt getoetst of gemeenten actuele en gebiedsdekkende bestemmingsplannen hebben en of de gemeente bij deze bestemmingsplannen de algemene regels van het Rijk in acht neemt. En of in de bestemmingsplannen voldoende rekening wordt gehouden met de beheersing van risico’s voor de veiligheid en gezondheid van mensen. Ten aanzien van Ruimtelijke ordening voldoen we aan de wettelijke verplichtingen.

Erfgoedwet 2016
Ten aanzien van bescherming van archeologische waarden en monumenten is er toezicht op gemeentelijke ruimtelijke plannen en op vergunningverlening en handhaving. Het belangrijkste risico van inadequate uitvoering of borging van de wettelijke taken op dit gebied is het verloren gaan van onroerend cultureel erfgoed: cultuurhistorie, archeologie en monumenten. Door de provincie wordt getoetst of het erfgoedbelang afdoende is geborgd in de gemeentelijke bestemmingsplannen, de advisering door monumentencommissies goed functioneert en voldoende rekening gehouden wordt met archeologie in het vergunningentraject. Wij gaan verantwoord om met ons cultureel erfgoed door voldoende uitvoering te geven aan onze wettelijke taak op dit terrein.

Archieftoezicht
Het doel van het toezicht op (digitaal) archief- en informatiebeheer is te komen tot een betrouwbare informatievoorziening. Toegankelijke en betrouwbare informatievoorziening is essentieel voor goed bestuur.

Overzicht van uitgevraagde toezichtinformatie
Op basis van de verordening systematische toezichtinformatie provincie Utrecht wordt voor bovengenoemde toezicht gebieden in het Overzicht van toezichtinformatie de uitgevraagde gegevens weergegeven. In dit overzicht wordt ook ingegaan hoe wij om gaan met de door de provincie geconstateerde verbeterpunten.

Financieel toezicht
De provincie beoordeelt de gemeentelijke begroting aan de hand van het criterium "structureel en reëel evenwicht”. De toezichthouder let er op dat de begroting materieel in evenwicht is: de structurele lasten moeten worden gedekt door structurele baten. Het financieel toezicht is een continue proces dat zich steeds meer kenmerkt door een risicogerichte aanpak. De begrotings- en jaarstukken die de gemeente indient worden niet losstaand beoordeeld, maar in samenhang met elkaar en vanuit een historisch besef. Dit betekent dat de begroting in evenwicht moet zijn en als dat niet zo is dient de meerjarenraming aannemelijk te maken, dat in de eerstvolgende jaren een structureel en reëel evenwicht tot stand zal worden gebracht. Daarnaast toetst de provincie ook of de jaarrekening in evenwicht is. Het financieel toezicht is in beginsel repressief (achteraf). Preventief toezicht komt alleen voor bij hoge uitzondering. Voorafgaande aan de uitvoering van de begroting 2019 heeft de Provincie aan Leusden laten weten dat zij in aanmerking komt voor repressief toezicht en dat we daarmee dus voldoen aan de toetsingscriteria. Daarnaast is onze netto schuldpositie laag en ons weerstandsvermogen op peil.

Repressief toezicht betekende dat we de begroting en begrotingswijzigingen gedurende het gehele verslagjaar 2019 direct konden uitvoeren zonder dat we afhankelijk waren van de voorafgaande goedkeuring van Gedeputeerde Staten.