Meer
Publicatiedatum: 01-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen

 

Wettelijk kader
In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan inwoners en bedrijven mag opleggen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleid en de belangrijkste ontwikkelingen in 2018 met betrekking tot de lokale heffingen. Daarnaast wordt ingegaan op de belastingopbrengst, de ontwikkeling van de lokale lastendruk en kwijtscheldingen.

 

Beleidskader
Op basis van door de raad vastgestelde verordeningen zijn de volgende heffingen opgelegd: OZB, hondenbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting, reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht), rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges, marktgeld en lijkbezorgingsrechten. De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid.

Bij de belastingen en tarieven zijn de volgende beleidsuitgangspunten toegepast:
a. Aanpassing van tarieven met 1,5% in verband met de ontwikkeling van de inflatie;
b. De aanvankelijk bij de begroting 2015-2018 voorgestelde opbrengststijging in 2018 bij de OZB met € 160.000 is in de programmabegroting 2018 geschrapt;
c. Streven naar kostendekkende heffingen, zo nodig met gebruikmaking van egalisatiereserve of –voorziening;
d. Vanaf 2018 worden bij de afvalstoffenheffing gedifferentieerde tarieven in rekening gebracht (diftar).

 

Uitvoering
Het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn (GBLT) verzorgt de heffing en inning van de OZB, rioolheffing, reinigingsheffingen, hondenbelasting, toeristenbelasting. De overige heffingen int de gemeente Leusden zelf. GBLT verzorgt eveneens de uitvoering van de wet Waardering onroerende zaken (WOZ).

 

Ontwikkelingen
Op 8 maart 2018 stemde de raad in met de verzelfstandiging van de warenmarkt, en is besloten om de verordening marktgelden 2018 in te trekken.
Op 13 september 2018 nam de raad een motie aan om de hondenbelasting vanaf 2019 in maximaal 10 jaar gefaseerd af te schaffen.

 

Tarieven
In de tabel hieronder worden de belangrijkste belastingtarieven in 2018 vermeld, en de tariefontwikkeling ten opzichte van 2017.

Belastingtarieven

2017

2018

OZB, % van de WOZ-waarde:

 

 

- eigendom woningen

0,1162%

0,1104%

- eigendom niet-woningen

0,2518%

0,2607%

- gebruiker niet-woningen

0,2030%

0,2101%

Reinigingsheffingen:

 

 

- afvalstoffenheffing, eenpersoonshuishoudens

€ 156,00

 

- afvalstoffenheffing, meerpersoonshuishoudens

€ 195,00

 

- afvalstoffenheffing, vast deel

 

€ 145,00

- afvalstoffenheffing, variabel deel, lediging 60 liter

 

€ 1,44

- reinigingsrecht bedrijven (incl. btw)

€ 235,95

 

- reinigingsrecht bedrijven, vast deel (incl. btw)

 

€ 175,45

- reinigingsrecht bedrijven, variabel deel, 60 liter

 

€ 1,74

Rioolheffing, per aansluiting

€ 112,20

€ 113,80

Hondenbelasting, 1e hond

€ 82,60

€ 83,80

Toeristenbelasting, per overnachting:

 

 

- in hotels, vakantiewoningen, chalets

€ 1,55

€ 1,57

- in overige onderkomens/verblijfaccommodaties

€ 1,04

€ 1,05

 

Opbrengst  

bedragen x € 1.000

 

 

 

 

Begroting, primitief

Begr.wijziging

Na wijziging

Opbrengst 2018

Belastingen:

 

 

 

 

OZB

6.561

-25

6.536

6.479

Hondenbelasting

188

 

188

200

Toeristenbelasting

159

 

159

169

Precariobelasting

21

 

21

28

Heffingen en rechten:

 

 

 

 

Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht

2.420

 

2.420

2.225

Rioolheffing

1.448

 

1.448

1.487

Rioolaansluitrecht

5

 

5

4

Lijkbezorgingsrechten

35

 

35

36

Leges

797

47

844

1.071

Marktgelden

27

-27

0

6

Totaal

11.661

-5

11.656

11.705

Toelichting

In 2018 zijn voor het eerst gedifferentieerde tarieven bij de afvalstoffenheffing van toepassing. Bij de afrekening (begin 2019) is € 185.000 minder variabele heffing opgelegd dan vooraf werd verwacht. Bij de raming is uitgegaan van de doelstelling in het Grondstoffenplan dat 75 kilo restafval per inwoner wordt ingezameld. Bij de afrekening bleek dat inwoners minder restafval hebben aangeboden.

Bij de bouwleges is een meeropbrengst van € 185.000 ontstaan door aanvragen om omgevingsvergunningen voor grote bouwprojecten. De grote projecten (leges vanaf € 20.000) leverden bij elkaar € 300.000 op. De totale opbrengst van de bouwleges bedroeg € 570.000. Jaarlijks worden de meer- of minderopbrengsten van de bouwleges (ten opzichte van de meerjarig gemiddelde opbrengst in de begroting, en na aftrek van eventueel gemaakte meerkosten voor de vergunningverlening) geëgaliseerd door middel van onttrekking dan wel toevoeging aan de algemene reserve met aangewezen bestemming. Bij de jaarrekening is de meeropbrengst van € 185.000 aan de reserve toegevoegd.

 

 

Ontwikkeling lokale lastendruk

Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de bedragen die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2018 bedraagt de gemiddelde woonlastendruk in Leusden € 606 voor een meerpersoonshuishouden. Dat is ruim beneden het landelijk en provinciaal gemiddelde (zie tabel hierna). Dit blijkt uit de landelijke ranglijst van gemeenten van bureau Coelo, waarop Leusden in 2018 de 23e positie inneemt van de in totaal 380 gemeenten.  
De tabel geeft een overzicht van de gemiddelde woonlasten van meerpersoonshuishoudens in Leusden en in omringende gemeenten. Ten opzichte van deze gemeenten heeft Leusden de laagste woonlasten. De gegevens zijn ontleend aan de Coelo Atlas lokale lasten 2017 en 2018.

Lokale woonlasten

2017

2018

 Leusden

€ 625

€ 606

Soest

€ 629

€ 641

Zeist

€ 635

€ 646

Amersfoort

€ 698

€ 723

Barneveld

€ 747

€ 752

Scherpenzeel

€ 759

€ 764

Woudenberg

€ 792

€ 778

Gemiddeld in provincie Utrecht

€ 720

€ 726

Gemiddeld in Nederland

€ 723

€ 721

 

Kwijtschelding
Voor inwoners met de laagste inkomens is er de mogelijkheid om voor kwijtschelding
in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en bij de hondenbelasting voor de eerste hond.
In totaal is er in 2018 voor € 85.000 aan kwijtscheldingen verleend:
afvalstoffenheffing € 46.000, rioolheffing € 35.000 en hondenbelasting € 4.000.

 

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

 

Algemeen
Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Leusden in staat is middelen vrij te maken om (incidentele) financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een financieel vangnet voor optredende gevolgen van risico’s die niet goed kunnen worden afgedekt op basis van het gevoerde risicomanagement. In deze paragraaf geven wij u inzicht in risico’s van de gemeente, het beschikbare en het benodigde weerstandsvermogen.

Beleidskader
Het beleid is vastgelegd in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2010. Er wordt onderscheid gemaakt in risico’s van de algemene dienst en die van het grondbedrijf.

Risicomanagement
Bewustwording van risico’s is een belangrijke stap in het beheersen van risico’s. Daarom is het van belang regelmatig stil te staan bij de risico’s die het bereiken van de doelstellingen in de weg staan en het gesprek hierover te organiseren. Onze risico’s worden systematisch in beeld gebracht en op mogelijke consequenties beoordeeld. Tweemaal per jaar wordt een monitor samengesteld waarbij risico’s worden geïnventariseerd dan wel geactualiseerd. Daarnaast zijn risico’s en risicobeheersing een vast onderdeel van de planning en control gesprekken in onze organisatie. Risicomanagement draagt zo bij aan een grotere weerbaarheid en wendbaarheid. En dat is goed voor de continuïteit van de gemeente als het gaat om de uitvoering van taken en verantwoordelijkheden in de samenleving.

 

Risico’s algemene dienst

Bij het opstellen van de jaarrekening zijn de belangrijkste risico’s van de algemene dienst in beeld gebracht aan de hand van een drietal scenario’s, namelijk het optimistische scenario (groen), het pessimistisch scenario (rood) en het midden scenario (oranje).

 

 

Benodigd weerstandsvermogen Algemene dienst
Het benodigde weerstandsvermogen is genormeerd op 10% van de omzet van de algemene dienst,
namelijk € 5.749.000,-. Omdat het totaal van de geïnventariseerde risico’s aan de hand van het midden scenario lager is dan het genormeerd benodigd weerstandsvermogen wordt bij berekening van het weerstandsvermogen uitgegaan van het genormeerd benodigd weerstandsvermogen.

Beschikbare weerstandsvermogen Algemene dienst
Het beschikbare weerstandsvermogen voor het afdekken van de risico’s bij de algemene dienst wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve (basisdeel). Dit bedraagt € 5.240.000,- zijnde het saldo van deze reserve per 31 december 2018.

Ratio weerstandsvermogen Algemene dienst
Wij drukken het weerstandsvermogen uit in een ratio. Met behulp van dit verhoudingsgetal wordt bepaald of het weerstandsvermogen toereikend is. De gemeente streeft naar een ratio van 1,0 met als toegestane bandbreedte een bovengrens van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Komt de ratio buiten de bandbreedte dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:

 
Beschikbare weerstandsvermogen       ->    € 5.240.000       ->      0,91

Benodigd weerstandsvermogen                       € 5.749.000

Conclusie:
De ratio van 0,91 (afgerond op 2 decimalen) valt binnen de bandbreedte. Het weerstandsvermogen is toereikend.

 

Risico’s grondexploitatie

In de Actualisatie van de diverse grondexploitaties zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van grondexploitaties.

Benodigd weerstandsvermogen Grondbedrijf
In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is beschreven hoe de norm voor het benodigde weerstandsvermogen wordt berekend. Op basis van de grondexploitaties zoals opgenomen in de Actualisatie 2019 wordt het benodigde weerstandsvermogen grondbedrijf genormeerd op € 2.014.000.

Beschikbare weerstandsvermogen Grondbedrijf
Het beschikbare weerstandsvermogen grondbedrijf wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de Algemene Reserve Grondbedrijf. De omvang van deze reserve per begin 2019 bedraagt € 3.895.000 (na bestemming resultaat grondexploitatie).

Ratio weerstandsvermogen Grondbedrijf
Evenals voor de Algemene Dienst wordt ook voor het Grondbedrijf uitgegaan van een ratio van minimaal 1,0 met als toegestane bandbreedte een bovengrens van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Komt de ratio buiten de bandbreedte dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:

Beschikbare weerstandsvermogen       ->    €  3.895.000       ->      1,94

Benodigd weerstandsvermogen                      €  2.014.000

Conclusie:
Met een weerstandsratio van 1,94 is, afgezet tegen het gemeentelijke beleid zoals vastgelegd in de Nota risicomanagement & Weerstandscapaciteit meer dan voldoende weerstandsvermogen aanwezig.

 

Kengetallen financiële positie


Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen.

Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van ‘zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+gemeenten en die door meerdere gemeenten worden gehanteerd. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) behoren. Wij zullen de kengetallen opnemen en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

 

In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende waarden alsmede het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan.

 

Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. Voor Leusden was in 2017 sprake van een negatieve schuldquote omdat wij in voorgaande jaren een erg lage schuldenlast hebben. In 2018 zijn onze liquide middelen sterk afgenomen door een aantal investeringsprojecten. Voor het project Hart van Leusden is een 24,2-jarige lening aangetrokken bij de BNG van € 5,7 miljoen. Hierdoor slaat de negatieve schuldquote om in een positieve schuldquote ten opzichte van de jaarrekening 2017. Toch blijft onze netto schuldpositie van Leusden laag en financieel gezond.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terugbetaald worden geeft dit kengetal inzicht in wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. Het aandeel doorgeleende gelden is voor Leusden relatief beperkt waardoor de uitkomt van dit kengetal nauwelijks afwijkt van de netto schuldquote. Dit geeft aan dat het ‘terugbetalingsrisico’ gering is.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen hoe gezonder de gemeente. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Leusden bevindt zich met een solvabiliteitsratio van 49,6% binnen deze bandbreedte. Dit betekent dat onze bezittingen zijn gefinancierd met 49,6% eigen vermogen (reserves) en 50,4% vreemd vermogen (voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden).

De solvabiliteitsratio heeft als signaleringswaarde B, maar zit net op de grens tussen A en B. Dit wordt mede veroorzaakt door het grote aandeel van o.a onderhoudsvoorzieningen in onze balans. Wanneer rekening wordt gehouden met onze onderhoudsvoorzieningen, door deze mee te nemen bij onze reserves, dan komt de solvabiliteitsratio uit op 65%. Hieruit blijkt dat Leusden in staat is zeer goed te voldoen aan zijn financiële verplichtingen.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Het kengetal geeft hiermee aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

In 2018 waren onze structurele lasten hoger dan onze structurele baten. Daarnaast waren de structurele toevoegingen aan onze reserves hoger dan de structurele onttrekkingen. Het kengetal voor de structurele exploitatie ruime komt hierdoor uit op negatief 1,3% met een signaalwaarde van C.

Kengetal grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van gemeentes. De boekwaarde van de voorraad gronden is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.
Het kengetal geeft weer hoe de waarde van de grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. Hoe lager het kengetal, hoe beter.

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Voor de jaarrekening komt het kengetal voor de belastingcapaciteit uit op 97%. De belastingcapaciteit ligt onder het landelijk gemiddelde.

Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie
De financiële kengetallen geven aan dat Leusden een sterke financiële positie heeft maar uit de signaalwaarden blijkt dat onze financiële positie wel afneemt. Voor Leusden was in 2018 geen sprake van structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening. Structureel evenwicht is een belangrijk uitgangspunt voor de (meerjaren)begroting. Wanneer sprake is van negatieve structurele begrotingsruimte betekent dit dat de uitgaven met een structureel karakter niet volledig wordt gedekt met structurele baten. Daaruit volgt dat de Leusden inteert op haar reservepositie. De schuldenlast van Leusden ten opzichte van de eigen middelen is relatief laag. Hierdoor is de druk van de rentelasten en de aflossing van geldleningen op de exploitatie laag. Onze solvabiliteitsratio daalt licht, maar wanneer rekening wordt gehouden met onze onderhoudsvoorzieningen blijkt dat Leusden in staat is zeer goed te voldoen aan haar financiële verplichtingen.

Ook is onze belastingdruk laag ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Het kengetal grondexploitatie geeft aan dat wij nog boekwaarden aan voorraad gronden hebben die door middel van verkopen moeten worden goedgemaakt. In meerjarenperspectief neemt dit sterk af. Ook beschikken we voor onze grondexploitaties over ruim voldoende weerstandsvermogen om eventuele financiële tegenvallers op te vangen.

Het weerstandsvermogen van de algemene dienst valt boven de ondergrens van 0,8. Er is voldoende ruimte om financiële tegenvallers op te vangen. Hieruit concluderen we dat de gemeente Leusden in staat is middelen vrij te maken om (incidentele) financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paragraaf Kapitaalgoederen en investeringen

 

Algemeen
In deze paragraaf wordt weergegeven hoe het gemeentelijk beleid ten aanzien van het groot onderhoud van kapitaalgoederen in het jaar 2018 tot uitvoering is gebracht en welke middelen hiervoor zijn aangewend. Het onderhoud van kapitaalgoederen bestaat uit twee soorten onderhoud; het dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten direct ten laste van de exploitatie komen en daarnaast het groot onderhoud, waarvan de kosten ten laste van de aanwezige onderhoudsvoorzieningen worden gebracht. Levensduur verlengende onderhoudsmaatregelen worden geactiveerd en afgeschreven, daar waar mogelijk gedekt vanuit daartoe gespaarde bedragen.

Kapitaalgoederen in Leusden
De gemeente Leusden heeft circa 180 kilometer aan wegen, 227 kilometer aan riolering, 5 hectare aan water, 1.330.000 m2 aan groen en 27.000 m2 aan gebouwen in beheer. De instandhouding van deze kapitaalgoederen vergt circa 20% van de jaarlijkse gemeentelijke lasten.

 

Ontwikkelingen


Actualisatie groot onderhoud
Eind 2016 zijn de groot onderhoudsperspectieven geactualiseerd. De geactualiseerde onderhouds-ramingen zijn vastgesteld voor de vierjaarlijkse periode 2016-2019. Naar huidige inzichten kan de instandhouding van de gemeentelijke kapitaalgoederen in de openbare ruimte plaatsvinden vanuit de in de onderhoudsvoorzieningen aanwezige middelen. De benodigde instandhoudingsuitgaven op het terrein van Openbare Verlichting (binnen de financiële kaders van het beleidsplan Openbare Verlichting) en de vervanging van ondergrondse afvalinzamelings-containers maken nog geen onderdeel uit van de door het college vastgestelde onderhoudsrapportage. De uitgaven op deze twee onderhoudsdisciplines worden geïntegreerd in een volgende actualisatie van het groot onderhoud. In het najaar van 2019 wordt het groot onderhoud geactualiseerd voor de vierjaarlijkse periode 2020-2023.

Faciliteiten ondergrondse afvalinzameling
Alle 75 ondergrondse restafvalcontainers zijn in 2017 vervangen voor nieuwe restafvalcontainers met duo zuil. De betonputten zijn blijven zitten en kunnen zeker nog tien jaar mee. Daarnaast zijn in 2017, met uitloop in 2018 in het kader van het project ‘het nieuwe inzamelen’’ circa 45 nieuwe containers (incl. betonput) aanvullend aangelegd. In 2019 wordt een vervangingsplan opgesteld zodat na bestuurlijke goedkeuring van dit plan vanaf 2020 de gft zuilen en ondergrondse glascontainers vervangen kunnen worden. Ook de ondergrondse containers voor papier, pmd- en restafval zullen in het vervangingsplan worden meegenomen. Het vervangingsplan voor ondergrondse afvalinzameling wordt opgesteld voor de periode 2020-2030.

Activeren investeringen met maatschappelijk nut
Met ingang van 2017 verplicht het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) gemeenten om investeringen met maatschappelijk nut te activeren- en af te schrijven. Als gespaarde onderhoudsgelden worden ingezet voor levensduurverlenging of kwaliteitsverbetering van kapitaalgoederen met maatschappelijk nut dan worden gespaarde bedragen vanuit de onderhoudsvoorzieningen ondergebracht in de reserve dekking kapitaallasten met maatschappelijk nut. Deze gedragslijn wordt met ingang van het jaar 2017 toegepast.


Groot onderhoud

De huidige begrotingsramingen voor groot onderhoud zijn in de begroting gebracht op basis van de in 2016 door het college vastgestelde groot onderhoudsrapportage. De onderhoudsmaatregelen zijn opgesteld vanuit de kwaliteitscriteria- en de kwaliteitsambitie ‘basis’. Groot onderhoud en investeringen op het gebied van Riolering komen voort uit het gemeentelijke rioleringsplan dat in 2015 door de raad is vastgesteld. Per onderhoudsdiscipline wordt verslag gedaan over de in 2018 uitgevoerde werkzaamheden.

Riolering

Uitvoeringsplan:  Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2014-2018
Stand van zaken:  Het vigerende GRP loopt tot en met 2018. In het GRP is een meerjarenplanning opgenomen voor vervanging, renovatie- en reparatie van riolen en is tevens een onderzoekplanning opgenomen. In het nieuwe GRP is een moderne manier van asset management toegepast die zich toespitst op risicospreiding en restlevensduurbepaling. Hierdoor neemt het aandeel te vervangen riolering sterk af ten opzichte van de prognoses uit voorgaande planningen.
Activiteiten 2018: In 2018 zijn er verschillende maatregelen uitgevoerd waaronder:
o het reinigen en inspecteren van ruim 25 kilometer vrijvervalriolering;
o de uitvoering van diverse deelreparaties aan de hoofd- en drukriolering;
o de voorbereidingen op de actualisatie van het GRP zijn in 2018 gestart;
o met de buurgemeenten Amersfoort en Bunschoten in een aantal gezamenlijke werken riolering geïnspecteerd en vernieuwd;
o daarnaast zijn er verbetermaatregelen doorgevoerd aan de rioleringsstelsels van Leusden Zuid;
o op het gebied van grotere werken wordt een start gemaakt met het bijleggen van regenwaterriolering in het noordelijk deel van Leusden Zuid met betrekking tot de twee inbreidingslocaties;
o eind 2018 is een start gemaakt met de renovatie van de drukriolering in het buitengebied;
o de voorbereiding en aanbesteding van 3.000 meter riolering in de Hessenweg in Achterveld technisch uitgewerkt en aanbesteed;
o tot slot heeft de aanbesteding van de vervanging van de schakelkasten en telemetrie van de drukriolering in juni 2018 plaatsgevonden en is inmiddels in uitvoering.

 

Water

Uitvoeringsplan: Baggerplanning stedelijk gebied Leusden 2014-2023, onderhoudsplan stedelijk water 2011-2016, Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: In 2017 zijn er slibmetingen uitgevoerd in Leusden en Achterveld (Leusden Oost). Op basis hiervan wordt er een nieuwe baggerplanning en prioritering opgesteld , de eerste baggerwerken zouden naar verwachting in 2018 plaatsvinden. Echter is er wat vertraging in de werkzaamheden gekomen. De baggerwerkzaamheden starten medio augustus 2019. Daarnaast vinden er voorbereidingen plaats voor realisatie van het volgende baggerbestek voor de watergangen aan de westkant van Leusden (Leusden west). Groot onderhoudsmaatregelen zijn in 2018 beperkt gebleven tot lokale herprofilering en reparaties aan damwanden en beschoeiingen. Het jaarlijks klein onderhoud (uitmaaien en bladverwijdering) van de gemeentelijke watergangen is uitgevoerd in een gezamenlijk contract met Waterschap Vallei en Veluwe.
Activiteiten 2018:

o voorbereidende werkzaamheden realiseren baggerbestek 2019;
o aanbrengen nieuwe steiger in een vijver bij de Eurowoningen;
o beschoeiing aanbrengen in een vijver aan de Ruurd Visserstraat.

 

Wegen
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: In 2018 zijn er naast het reguliere onderhoud een aantal wegreconstructies uitgevoerd. Bij deze reconstructies gold het uitgangspunt dat het groot onderhoud waar mogelijk aansluit bij andere disciplines (zoals verkeer of riolering) en/of projecten van andere overheidsinstanties.
Activiteiten 2018: In 2018 zijn een aantal grotere werkzaamheden uitgevoerd waaronder:
o het lokaal versterken van de asfaltconstructie in combinatie met het vernieuwen van de deklaag op de Emelaarseweg. Waar mogelijk en noodzakelijk is dit gecombineerd met de aanleg van bermverharding in de uitwijkstrook langs de weg;
o het vernieuwen van de deklaag en herprofileren van de hoofdrijbaan van de Hessenweg tussen de komgrens Achterveld en de Barneveldse Beek in een gecombineerd project met verkeer (vervangen fietspad Hessenweg);
o het reconstrueren van de wegverharding van de Treekerweg en de Oude Rijksweg ter hoogte van restaurant Bavoort in een gecombineerd werk met de Provincie Utrecht (reconstructie N226);
o de uitvoering van diverse kleinere onderhoudswerkzaamheden aan zowel asfalt als elementenverhardingen.
o start met de vervanging brug Horsterweg met aanbrengen nieuwe asfaltlaag.

 

Verkeersregelinstallaties
Beleidsplan: Groot onderhoud 2016 – 2019.
Stand van zaken: Het onderhoud van verkeersregelinstallaties is in overeenstemming met het gewenste niveau. In 2019 vindt actualisatie van de onderhoudsplanning plaats.
Activiteiten 2018:
o vernieuwing VRI op het kruispunt Groene Zoom-Noorderinslag-Heiligenbergerweg;
o beschouwing werking/ functionaliteit van alle 22 VRI’s in Leusden;
o de afweging voor aanpassingen aan de VRI’s of het op termijn beperken van het aantal VRI’s is in verband met personeelswijziging doorgeschoven naar 2019;
o het jaarlijks onderhoud aan de VRI’s is voorbereid en zal medio 2019 opnieuw worden aanbesteed in een gezamenlijk werk met de buurgemeenten Amersfoort en Soest);
o het dagelijks beheer en storingsonderhoud van de VRI’s is uitgevoerd in een gezamenlijk werk met de gemeente Amersfoort;
o als onderdeel van het dagelijks beheer is de koppelkabel (nodig voor het op afstand kunnen uitlezen en aanpassen van de VRI’s) langs de Noorderinslag vervangen en zijn diverse kleinschalige aanpassingen gedaan, waaronder het oplossen van storingen en het vervangen van lampen.

 

Wegenbouwkundige kunstwerken

Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: In 2016 is het hele areaal kunstwerken geïnspecteerd. Uit deze inspectie kwam naar voren dat bij een drietal betonnen bruggen over het Valleikanaal, te weten Horsterweg, Asschatterweg en Langesteeg de constructie niet meer voldeed aan de wettelijk gestelde eisen. Nader onderzoek heeft de ernst en omvang in beeld gebracht. De constructie van de verkeersbrug in de Horsterweg voldeed niet meer aan de eisen en moest worden vervangen. In de najaarsnota 2018 heeft de raad een krediet beschikbaar gesteld ad. € 500.000 ter vervanging van de verkeersbrug. Over de brug in de Langesteeg mogen geen voertuigen zwaarder dan 30 ton. Voor deze brug is een gewichtsbeperking ingesteld. De constructie van de verkeersbrug in de Asschatterweg voldoet. Over deze verkeersbrug mag geen exceptioneel transport meer over plaatsvinden.
Activiteiten 2018: In 2017 is opdracht gegeven om zes houten bruggen te vervangen. De plaatsing van de bruggen heeft in 2018 plaatsgevonden.

 

Gebouwen
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019
Stand van zaken: Onlangs is er een nulmeting uitgevoerd op het onderhoud van de gemeentelijke panden. Tevens zijn duurzaamheidsscans uitgevoerd. Op basis van de duurzaamheidsscans zal besluitvorming over de uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen aan het college worden voorgelegd. Op basis van de nulmeting zal daarnaast de onderhoudsplanning gebouwen in 2019 worden geactualiseerd. Bij de aankomende aanbesteding van het prestatie contract voor het preventieve (jaarlijkse) onderhoud wordt bekeken of- en voor welk deel de voorziene groot onderhoudsmaatregelen hierin meegenomen kunnen worden.
De eerder vermelde vernieuwing van het ventilatiesysteem bij sporthal de Korf betreft het vervangen van ventilatoren door luchtbehandelingskasten. Dit omdat nieuwe regelgeving warmteterugwinning eist (per 1 januari 2017). Hiertoe zijn extra middelen benodigd welke niet gevonden kunnen worden binnen de huidige groot onderhoudsbudgetten. De raad zal in 2019 verzocht worden om extra middelen beschikbaar te stellen. Het voornemen is de uitvoering te combineren met de verbetering van de uitstraling van het gebouw en bij de wens om de sportzaal onafhankelijke toegankelijk te maken van het aan de exploitant verhuurde deel van de Korf.
Activiteiten 2018: Een selectie van werkzaamheden uitgevoerd in 2018:
o onderhoud douche- kleedruimte sportzaal Achterveld;
o onderhoud aan gebouw oude bibliotheek Achterveld;
o bij de locatie aan de Rozengaarde is de dakbedekking vervangen;
o buitenschilderwerk bij brandweerkazerne LC, het Milieucentrum en het kantoor op ’t Spieghel;
o kleine maatregelen bij de toren Oud Leusden.

 

Groen
Uitvoeringsplan: Groenbeleidsplan gemeente Leusden ‘Groene rijkdom in beeld’ (2005),
Oplegnotitie Prioritering Groenbeleid gemeente Leusden,
Bomenplan 2012-2021, Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: Het groot onderhoud groen is vanaf 2015 gedeeltelijk opgenomen in het woonomgevingsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is een jaarlijks bedrag van € 40.000 opgenomen voor groenrenovaties in de directe woonomgeving. In het kader van ‘’de samenleving voorop’’ kunnen bewoners initiatieven indienen voor onderhoud en inrichting van het openbaar groen. Door middel van het beschikbaar gestelde budget kunnen deze plannen die door aannemer en bewoners worden uitgewerkt - na gemeentelijke goedkeuring- worden uitgevoerd. Het overige budget wordt met name gebruikt voor renovaties in de groene hoofdstructuren van de gemeente Leusden. Uitgangspunt voor deze renovaties vormt het Groenbeleidsplan en de oplegnotitie prioritering Groenbeleid gemeente Leusden. In 2018 is er een groeninspectie uitgevoerd waarin de kwaliteit van de groenvakken binnen de gemeente is geïnventariseerd. De uitkomsten van deze groeninspectie worden in 2019 samen met uitgangspunten uit onze beleidsdocumenten verwerkt in een groenbeheerplan voor de gemeente Leusden. Doel van dit beheerplan is om inzicht te geven in de manier waarop de openbare ruimte duurzaam in stand wordt gehouden. Het beschrijft de omvang en de gewenste kwaliteit van de te beheren arealen en de (financiële) middelen die daarvoor nodig zijn.
Activiteiten 2018:

o groot onderhoud speelvelden Hazenkamp en Walstro;
o groeninspectie;
o diverse bewonersparticipatieprojecten op onder meer de Kerkdijk, Blekerij/Zeilmakerij, van Daatselaarhof, Koolzaadland en Korenschoof.

 

Speelvoorzieningen

Beleidsplan: Speelruimteplan 2011-2021, Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: In 2018 is het groot onderhoudsbudget (vanwege zwangerschapsverlof) van de werkvoorbereiding voor een groot deel extern uitbesteed, ten dele aan ontwerp/voorbereiding. De noodzakelijke vervangingen en het noodzakelijk dagelijks onderhoud is uitgevoerd. Op meerdere speelplaatsen zijn toestellen vervangen. Ook is er ondersteuning verleend aan initiatieven vanuit de samenleving.
Activiteiten 2018: enkele in 2018 uitgevoerde activiteiten:
o plaatsing speeltoestellen op oa. Hendrik Schoutenstraat/ Kerkdijk, Koolzaadland en Veensekom;
o ontwerpen met bewonersparticipatie. Een aantal is in 2018 in uitvoering gegaan. Dit betreft onder meer de speelplekken op de Daatselaarhof, omgeving Moespot en de Binnentuin op de Ruigevelddreef.

 

Sportterreinen

Uitvoeringsplan: Meerjarenplanning Buitensportaccommodaties, Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: In 2016 is in samenwerking met ingenieursbureau Kybys een nieuw model opgesteld voor het onderhoud van de buitensportaccommodaties. Deze nieuwe meerjarenplanning sluit nog beter aan op de praktijksituatie en in het model zijn de meest recente (kostentechnische) inzichten meegenomen. In het nieuwe model zijn alle kosten tot en met het jaar 2040 inzichtelijk gemaakt zodat duidelijk is welke financiële middelen gereserveerd dienen te worden om alle buitensportaccommodaties duurzaam in stand te houden. Voor het jaar 2019 staat de toplaag renovatie van de kunstgras voetbalvelden 3 en 4 van Roda ’46 in de planning. Deze renovaties zijn één jaar naar voren gehaald omdat bij keuring van de velden bleek dat ze niet meer aan de sporttechnische eisen van de KNVB voldoen. Verder gaan wij in 2019 onze meerjarenplanning Buitensportaccommodaties updaten zodat ons meerjarenperspectief weer aansluit op de (prijs)ontwikkelingen in de markt.
Activiteiten 2018:

o kleinschalige onderhoudsklussen (ballenvangers, hekwerken);
o renovatie volwater hockeyveld MHCL.

 

Openbare Verlichting

Uitvoeringsplan: Beleidsplan Openbare Verlichting 2015 – 2024
Stand van zaken: Er wordt uitvoering gegeven aan de vervanging van masten en armaturen zoals in het beleidsplan is opgenomen.
Activiteiten 2018: Per april 2017 is begonnen met de uitvoeringsfase van de vervanging van de openbare verlichting (vervanging armaturen). In het jaar 2018 is een inhaalslag gemaakt voor wat betreft de in het Beleidsplan Openbare Verlichting geplande- en in de begroting opgenomen vervangingsuitgaven. Alle uitgaven vinden plaats binnen het financieel kader van het beleidsplan Openbare Verlichting.

 

Actualiteit van de beheerplannen

Voorzieningen die worden gevormd om de (groot) onderhouds- lasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan van het desbetreffende kapitaalgoed. In het beheerplan worden de activiteiten en benodigde middelen voor de instandhouding van de kapitaalgoederen vermeld. Onderstaand wordt per onderhoudsdiscipline het actueel beheerplan en de geplande actualisatie daarvan weergegeven. Zoals eerder vermeld worden vervangingsinvesteringen geactiveerd en daar waar mogelijk gedekt vanuit de binnen de onderhoudsvoorzieningen gespaarde middelen.

               

Discipline

Beheerplan

Actualisatiejaar

Water

Groot onderhoud 2016-2019

2019

Wegen

Groot onderhoud 2016-2019

2019

Verkeersregelinstallaties

Groot onderhoud 2016-2019

2019

Civiele kunstwerken

Groot onderhoud 2016-2019

2019

Gebouwen

Groot onderhoud 2016-2019

2019

Groenonderhoud

Groot onderhoud 2016-2019

2019

Speelvoorzieningen

Groot onderhoud 2016-2019

2019

Sportterreinen

Groot onderhoud 2016-2019

2019

 

 

 

Riolering

GRP 2014-2018

2019

Openbare verlichting

Beleidsplan OVL 2015-2024

2019

Ondergrondse afvalinzameling

-

2019

 

Budgetten

In onderstaande tabel geven wij een overzicht van de totale kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen, zoals opgenomen in de diverse programma’s van de begroting. De begroting na wijzigingen is ontstaan door bijstelling van de budgetten bij de Najaarsnota 2018.

Kosten Groot Onderhoud kapitaalgoederen per programma

 

 

Begroting 2018

Realisatie 2018

Saldo

 

Primitief

na wijziging

 

 

Budget inclusief VAT, excl. areaal pp 2018

(excl. areaal)

 

 

 

 

 

 

 

 

Domein Leefomgeving

 

 

 

 

-    wegen

1.850.000

1.912.000

1.869.000

43.000

-    civiele kunstwerken

219.000

219.000

166.000

53.000

-    openbaar groen

127.000

162.000

171.000

-9.000

-    speelvoorzieningen

147.000

100.000

97.000

3.000

-    waterbeheer

130.000

45.000

40.000

5.000

-    verkeersregelinstallaties

141.000

74.000

63.000

11.000

-    brandweergarage

6.000

18.000

3.000

15.000

-    bibliotheek

16.000

5.000

2.000

3.000

-    binnensportaccommodaties

12.000

48.000

47.000

1.000

-    buitensportaccommodaties

288.000

288.000

281.000

7.000

-    onderhoud zwembad

81.000

81.000

102.000

-21.000

-    multifunctionele accommodaties

194.000

42.000

20.000

22.000

-    verhuurde panden

10.000

33.000

64.000

-31.000

-    jeugd- en jongerencentra

94.000

-6.000

1.000

-7.000

-    parkeeraccommodaties

15.000

0

0

0

-    sportcentrum BB-sportpark

38.000

0

0

0

-    gemeentewerf

2.000

2.000

0

2.000

-    milieustraat

5.000

14.000

13.000

1.000

 

 

 

 

 

-    renovatie en groot onderhoud riolering

329.000

1.818.000

2.358.000

-540.000

-    vervanging Openbare Verlichting

298.000

298.000

742.000

-444.000

-    ondergrondse afvalinzameling

10.000

10.000

17.000

-7.000

 

 

 

 

 

Overhead

 

 

 

 

-    gemeentehuis

43.800

43.800

43.800

0

 

 

 

 

 

Totaal

4.055.800

5.206.800

6.099.800

-893.000

Inclusief de budgetten welke beschikbaar zijn voor de instandhouding van de gemeentelijke riolering, de vervanging van Openbare Verlichting en de geplande investeringen voor de implementatie van het ondergrondse afvalinzameling komt de totaal voor 2018 voorziene investerings-/groot onderhoudsuitgaven neer op ca. € 5,2 mln (zie bovenstaande tabel). De voornaamste financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting 2018 na wijzigingen worden hier onder toegelicht.

Onderhoud civiele kunstwerken € 53.000 lagere uitgave dan in 2018 gepland
In 2018 was het streven om twee bruggen op de kopse kanten over de Kupersingel te vervangen. Er wordt nog besloten of de bruggen überhaupt worden vervangen of dat de bruggen- mede vanuit kostentechnisch oogpunt - verwijderd kunnen worden. In 2019 wordt naar verwachting het resterende budget ingezet om de bruggen te verwijderen dan wel te vervangen.

Onderhoud zwembad, € 21.000 lagere uitgave dan in 2018 gepland
Afrekening met de SRO voor wat betreft de verrichte groot onderhoudsuitgaven heeft nog niet volledig plaatsgevonden over de periode tot en met 2018. Verrichte groot onderhoudsuitgaven passen binnen het Meerjaren Onderhoudsplan van zwembad de Octopus dat in de gemeentelijke begroting is opgenomen. In 2019 wordt op basis van de recentelijk uitgevoerde renovatie van het zwembad het onderhoudsperspectief geactualiseerd.

Renovatie en groot onderhoud riolering, € 540.000 hogere uitgave dan in 2018 gepland
In 2017 was een rioolreconstructie voorzien in Leusden Zuid. Het tijdstip van uitvoering is daarbij echter afhankelijk van het tempo van de inbreidingen ter hoogte van de Willem de Zwijger- en de Prinses Margrietlaan. Doordat de inbreiding pas in 2018 is gestart is ook de rioolreconstructie naar 2018 verschoven. Naast de rioolreconstructie was ook een vervanging van de schakelkasten en telemetrie van de drukriolering voorzien voor 2017. Ook de uitvoering van deze werkzaamheden is naar het jaar 2018 doorgeschoven. Dit tezamen leidt er toe dat door de fasering in werkzaamheden er meer in 2018 is uitgegeven dan oorspronkelijk in GRP werd voorzien voor dat jaar:
€ 237.000 fasering uitgaven aan vervanging telemetrie;
€ 311.000 fasering uitgaven inbreidingslocatie Leusden zuid.

Vervanging armaturen Openbare Verlichting, € 444.000 hogere uitgaven dan in 2018 gepland
In de jaarrekening van 2017 werd al melding gemaakt van een fasering in de voorziene vervanging van armaturen van de Openbare Verlichting. In het jaar 2018 is een inhaalslag gemaakt. Alle uitgaven vinden plaats binnen de kaders van het Beleidsplan Openbare Verlichting dat in de gemeentelijke begroting is verwerkt.

 

Onderhoudsfondsen
De bekostiging van het groot onderhoud aan de kapitaalgoederen wordt gedekt uit diverse onderhoudsfondsen. Het feitelijke verloop van de voorzieningen in het jaar 2018 wordt in onderstaande tabel weergegeven. Het totale saldo van de onderhoudsvoorzieningen neemt met circa € 2,2 mln. af ten opzichte van de stand per 1 januari 2018. Meer grootschalige bestedingen hebben zich in 2018 plaatsgevonden vanuit de voorziening egalisatie wegbeheer deklagen en de voorziening egalisatie rioolbeheer. Vanuit de daartoe beschikbare middelen binnen de voorziening egalisatie wegbeheer is een is relatief hoge bijdrage gedaan aan herinrichting van de herinrichting van de Hessenweg in de kern Achterveld. Dat geldt ook voor de voorziening egalisatie rioolbeheer. Alle uitnamen vanuit de onderhoudsvoorzieningen vinden binnen de kaders van de onderhoudsplanning 2016 welke in de gemeentebegroting is gebracht.

In de doorrekening behorende bij dit in 2016 door het college vastgestelde onderhoudsperspectief (looptijd van 12 jaar) sluiten de onderhoudsvoorzieningen per eind 2018 op een saldo van € 8,6 mln.
De feitelijke stand per eind 2018 van de totale onderhoudsvoorzieningen (exclusief de voorziening egalisatie rioolbeheer) bedraagt € 10,5 mln. Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat de hoogte van de voorzieningen naar huidige inzichten toereikend is om het benodigde groot onderhoud aan de kapitaalgoederen te kunnen uitvoeren binnen de bestaande financiële kaders. Hierbij worden drie kanttekeningen gemaakt:
1. de onderhoudsvoorzieningen worden in het jaar 2019 opnieuw doorgerekend op basis van een actualisatie van de uitvoeringsplannen;
2. op de voeding van de onderhoudsvoorzieningen (exclusief de voorziening riolering) is bij de kerntakendiscussie 2013 een jaarlijkse korting doorgevoerd van € 425.000 per jaar. Hierdoor werd de doorrekentijd van de voorzieningen verkort van 16 naar 12 jaar. Met het verstrijken van de tijd komen er aan het einde van de planperiode onderhoudsjaren bij waarbij er meer budgetbeslag nodig is. Bij een komende doorrekening is de kans groot dat de jaarlijks benodigde voeding omhoog zal moeten. Vooralsnog volstaat echter de nu in de begroting verwerkte voeding van de onderhoudsvoorzieningen;
3. naar aanleiding van nieuwe wetgeving zullen ventilatiesystemen in MFC de Korf vervangen moeten worden. Hiervoor zijn binnen de onderhoudsvoorzieningen geen middelen beschikbaar. In het jaar 2019 volgt een krediet- en dekkingsvoorstel aan de raad.

Saldi onderhoudsvoorzieningen

(bedragen x € 1.000)

Onderhoudsfondsen

stand 1-1-2018

Vermeerdering

Vermindering

stand 31-12-2018

mutatie in 2018

Wegbeheer, deklagen

4.036

1.548

1.955

3.628

-408

Wegbeheer, elementen

772

234

229

777

5

Waterbeheer

133

82

40

175

42

Gebouwenbeheer

1.000

648

296

1.352

352

Groenbeheer

1.958

97

269

1.786

-172

Rioolbeheer

4.669

504

2.358

2.814

-1.855

Sportterreinen

2.900

165

281

2.783

-117

Totaal voorzieningen:

15.468

3.278

5.428

13.315

-2.153

 

Paragraaf Financiering

 

Treasury-functie

De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. De functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet FIDO, de ministeriële regeling Ruddo en de Treasury verordening 2016.

 

Uitgezette leningen en liquide middelen

Strategie
Het rendement op overtollige liquide middelen is 0%.
De uitgevoerde investeringen 2018 zorgden voor een uitstroom van geldmiddelen en maakten dat we geen overtollige geldmiddelen hebben om in deposito weg te kunnen zetten.
De (tijdelijke) overtollige liquide middelen worden verplicht aangehouden bij het Agentschap (schatkist).
Dit gebeurt in een rekening-courantverhouding. De vergoeding hierop is 0%.
Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering van investeringen met externe middelen beperkt door eerst de eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn kunnen er externe middelen in de vorm van projectfinanciering worden aangetrokken.

Drempelbedrag liquide middelen
Alle (tijdelijke) overtollige middelen moeten verplicht in de schatkist aangehouden worden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal. In 2018 was het drempelbedrag voor de Gemeente Leusden € 410.000. Gemiddeld mag een decentrale overheid maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist hebben gehouden. Het drempelbedrag is in 2018 niet overschreden.

Volume leningen en liquide middelen
Het volume aan uitgezette langlopende leningen en liquide middelen is als volgt:

Overzicht leningen en liquide middelen

bedragen x € 1.000

 

31-12-2017

31-12-2018

Uitgezette leningen, looptijd langer dan 1 jaar

1.379

1.361

Middelen in de Schatkist

12.408

5.642

Bankrekeningen

395

351

 

14.182

7.354

 

Het volume per ultimo boekjaar is met € 6,8 miljoen afgenomen van € 14,2 miljoen naar € 7,4 miljoen. Het gemiddelde volume is met € 7,1 miljoen afgenomen van € 17,9 miljoen naar € 10,8 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door de gedane investeringen.
De grootste investeringen 2018 zijn de bouw en inrichting van het gemeentehuis (€ 5,045 miljoen), de aankoop van sportzaal Antares (€ 1,459 miljoen), Hart van Leusden (€ 1,080 miljoen) en de reconstructie van kruispunt Groene Zoom-Noorderinslag (€ 1,422 miljoen).

Opbrengst (ontvangen rente) leningen en liquide middelen
In de programmabegroting werd uitgegaan van een opbrengst van € 31.000, een verwacht rendement van 0,5 % op langlopende leningen en liquide middelen.
In 2018 is uiteindelijk een opbrengst gerealiseerd van € 15.500 over de uitgezette langlopende leningen. Over de liquide middelen (schatkist en bankrekeningen) is € 0 rente ontvangen.
Bij een gemiddeld volume van € 10.768.000 betekent dit een gemiddeld rendement van 0,14%.

Overzicht resultaat uitgezette leningen en liquide middelen

bedragen x €1.000

 

Rekening 2017

Rekening 2018

Opbrengst per saldo

17

16

Gemiddeld volume

17.934

10.768

Gemiddeld rendement

0,09%

0,14%

Externe Projectfinanciering

Project Hart van Leusden - 2018
Voor het project Hart van Leusden is in oktober 2018 een 24,2-jarige lening aangetrokken bij de BNG van € 5,7 miljoen (looptijd tot en met 31-12-2042).
De restant schuld per ultimo boekjaar is € 5,472 miljoen.
In 2018 is € 18.405 aan rente betaald (1,455%).

 

Leningenportefeuille 2018 

 

Financieringsstrategie en renteontwikkeling
Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering van investeringen met externe middelen beperkt door eerst de eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn kunnen er externe middelen in de vorm van projectfinanciering worden aangetrokken. De beschikbare liquiditeiten, de liquiditeitsprognose en de renteontwikkelingen worden hiervoor in de gaten gehouden.
De lange rentes op de kapitaalmarkt zijn gedaald t.o.v. vorig jaar en maken nog geen aanstalten om te gaan stijgen. Voor een serieuze rentestijging is het wachten op betere economische cijfers die duiden op aantrekkende groei en oplopende inflatieverwachtingen. Voor wat betreft dit laatste is er nog geen zicht op verbetering.
Ter indicatie: 10 jaar NL-staatslening maart 2019 0,50% (april 2018 0,67%)

 

Renteschema
In onderstaand schema wordt uiteen gezet hoe de rentetoerekening in 2018 heeft plaatsgevonden:

a.

externe rente lasten over korte en lange financiering

 

€ 110.646

b.

externe rente baten

 

€   15.524

 

saldo rente lasten en rentebaten

 

€   95.122

c1.

rente die aan grondexploitatie wordt doorberekend

-

 

c2.

rente van projectfinanciering die aan betreffende taakvelden is doorberekend

 

€ 110.646

 

 

aan taakvelden toe te rekenen rente

 

€   15.524

d1

Rente over eigen vermogen

 

-

d2

Rente over voorzieningen

 

-

 

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

 

 €  15.524

e

aan taakvelden toegerekende rente

 

-

 

Positief renteresultaat op het taakveld treasury

 

 €  15.524

 

Gemeentegaranties

Garantstelling geldleningen
Het totaal van door de gemeente geborgde geldleningen bedraagt per eind 2018 € 2,6 miljoen (per eind 2017: € 0,8 miljoen). Dit zijn in totaal negen gemeentegaranties. In 2018 zijn twee nieuwe gemeentegaranties verstrekt. Ten eerste aan stichting De Vallei voor een bedrag van € 250.000 ten behoeve van de aanschaf van een blaashal. Voor deze garantie heeft de Stichting Waarborgfonds Sport zich ten behoeve van de gemeente voor 50% oftewel € 125.000 mede borg gesteld.
En ten tweede aan de Vereniging van Eigenaren van bewoners in het Hoofdcentrum in Leusden voor € 1,7 miljoen in verband met de renovatie en verduurzaming van 97 woningen in de Hamershof. Deze lening heeft een looptijd van 30 jaar en is tijdens de eerste 15 jaar aflossingsvrij.

Gemeentelijke achtervang

Sociale woningbouw
De leningen van in Leusden werkzame woningbouwcorporaties worden primair geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het schuldrestant van deze leningen bedraagt per eind 2018 in totaal € 105 miljoen (per eind 2017 was dit € 85,5 miljoen). In 2018 zijn vijf nieuwe achtervangovereenkomsten met het WSW aangegaan. De gemeente heeft samen met het Rijk een achtervangpositie in het WSW.

Nationale Hypotheek Garantie
Via de Nationale Hypotheek Garantie worden leningen geborgd om het eigen woningbezit te bevorderen en voor de kwaliteitsverbetering van eigen woningen. Het Waarborgfonds Eigen Woningbezit (WEW) is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit instrument. Per 2011 is de gemeentelijke achtervangpositie in het WEW voor nieuwe hypotheekgaranties beëindigd. Het Rijk is sindsdien de achtervanger voor nieuwe garanties.
Voor de tot en met 2010 verstrekte, nog lopende garanties blijft de gemeentelijke achtervang in stand. Op basis van de laatst beschikbare gegevens (juni 2018) betreft het in Leusden 740 hypotheekgaranties van in totaal € 136 miljoen.

Paragraaf Bedrijfsvoering

 

1. Doel en inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de gerealiseerde beleidsvoornemens voor de bedrijfsvoering van de gemeente Leusden over het jaar 2018. Met de term bedrijfsvoering wordt bedoeld de sturing en beheersing van alle primaire en ondersteunende processen in onze organisatie. De bedrijfsvoering kan worden onderscheiden van het bepalen van gemeentelijk beleid en de uitvoering hiervan (het maken van producten en het verlenen van diensten).

Bedrijfsvoering gaat over mensen, middelen en mogelijkheden om de gemeente goed te laten functioneren en over de randvoorwaarden die onze ambities, plannen en voornemens helpen realiseren. Onderwerpen die daarbij aan de orde komen zijn: personeel, organisatie, informatisering, automatisering, huisvesting, planning en control enzovoorts.

Als college moeten wij expliciet verantwoording afleggen aan de raad over het onderwerp “informatieveiligheid”. Wij doen dat door in deze paragraaf “bedrijfsvoering van het jaarverslag” een apart onderdeel “informatieveiligheid” op te nemen. Daarmee voldoen wij aan het nieuwe (horizontale) verantwoordingsproces voor de informatieveiligheid.

2. Bedrijfsvoering 2018, typering: dynamiek en beweging: van binnen en van buiten.

Het jaar 2018 typeert zich door de gemeenteraadsverkiezingen. We kregen een nieuwe raad en een nieuw college. Daarbij hoort het coalitie- akkoord en het college uitvoeringsprogramma. Voor de ambtelijke organisatie een intensieve periode waarin de onderhandelaars werden bijgestaan met informatie en het college- uitvoeringsprogramma is opgesteld. Met het vaststellen van het college- uitvoeringsprogramma is helder dat er 3 speerpunten zijn: sociaal domein, duurzaamheid en een solide begroting. In samenhang een uitdagende opgave!
Ondertussen zijn wij in 2018 van het tijdelijk onderkomen aan de Fokkerstraat verhuisd naar het Huis van Leusden. Na een soepele verhuizing, huizen we nu in een nieuw, fris en transparant gebouw dat we delen met meerdere organisaties. Een nieuw werkplekconcept en het activiteit gericht werken zijn ingevoerd.

3. Personeel en organisatie

Organisatievisie/doelstellingen
Kern van de in 2017 opgestelde organisatievisie is dat we de wendbaarheid van de organisatie vergroten, waardoor we in staat zijn in te spelen op toekomstige ontwikkelingen. We hebben aan de hand van 3 sporen gewerkt aan organisatieverandering:

- Samen: We hebben ervaring opgedaan met opgavegericht werken. Kern van het opgavegericht werken is het centraal stellen van het maatschappelijk vraagstuk en het bundelen van krachten van externe en interne partijen om samen meer te realiseren. In maart hebben twee proeverijen plaatsgevonden waar iedereen kennis heeft kunnen maken met het opgavegericht werken. Vanaf mei is invulling gegeven aan 3 pilots opgavegericht werken. Eind 2018 hebben we een interne evaluatie gehouden van deze pilots. In het algemeen kan worden gesteld dat het opgavegericht werken in eerste instantie door de brede verkenning op het vraagstuk meer tijd lijkt te kosten, maar dat daarna het proces wel effectiever en vollediger wordt doorlopen.
- Zin: We hebben ons in twee lunchlezingen laten inspireren door Wouter Hart (werken vanuit de bedoeling) en Martijn Leising (Anders vasthouden). De kern van het werken vanuit de bedoeling is dat we niet kunnen leven en werken zonder regels, procedures en beleid (de systeemwereld). Maar systemen mogen niet tot doel worden verheven, waardoor we de reden waarom we het doen uit het oog verliezen. Ook hier zijn we aan de slag gegaan met pilot-projecten en hebben we eind 2018 geëvalueerd.
- Maken: In dit onderdeel hebben we het project ‘activiteit gericht werken’ gedraaid. In het verlengde hiervan zijn trainingen gegeven; activiteitgericht werken, sociale cohesie, omgaan met een nieuwe ict-werkplek en omgaan met werkdruk.. Belangrijk is om te vermelden dat de succesvolle realisatie en het inhuizen van de organisatie in het Huis van Leusden de nodige capaciteit en inspanning heeft gekost. Het resultaat is ernaar, en daar kunnen we trots op zijn!

Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE)
Na de verhuizing naar het Huis van Leusden, september 2018, hebben eerst de bouwtechnische aanpassingen plaats gevonden. In 2018 werd ook een start gemaakt met het regelen van de RIE, hieraan voorafgaand is geïnventariseerd onder medewerkers welke issues bij de RIE moeten worden meegenomen. De uitwerking krijgt een vervolg in 2019.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO)
Het MTO heeft niet in 2018 plaatsgevonden. In plaats van een MTO hebben andere metingen plaatsgevonden. Er is een werkdrukmeting gedaan en een Energyscan. Ook is met Effectory een vragenlijst opgesteld om de mate van verbondheid/ sociale cohesie op te halen in de organisatie. In de eerste helft van 2019 zal vanuit deze 3 invalshoeken een beeld over het werken in het Huis van Leusden naar voren komen.

4. Sturing en verantwoording

Bestuurlijke planning en control
In 2018 zijn verbeteringen aangebracht in de begrotingsapp in het portaal financiën. De jaarrekening 2017 is toegevoegd. Daarnaast zijn in de begroting 2019 de paragrafen ondergebracht in een aparte tegel op de homepage, waardoor deze beter vindbaar zijn. Tot slot is een nieuwe tegel toegevoegd, “financiële begroting”, met daarin de onderdelen “uiteenzetting financiële positie” en “overzicht van baten en lasten”.

Financiën
Naast de gebruikelijke P&C producten (kaderbrief, begroting, bestuurs-rapportages, jaarrekening) is begin 2018 een Meerjarige Financiële Verkenning 2018-2022 gemaakt. Deze verkenning had een tweeledig doel. Enerzijds was het de uitvoering van een toezegging waarbij het college voor de verkiezingen inzicht moest geven in de structurele gevolgen van de overschrijding in het Sociaal Domein 2017. Anderzijds was het belangrijk om de onderhandelaars voor het nieuwe coalitieakkoord een financieel kader mee te geven.
In april 2019 is voor de nieuwe raad een ‘workshop financiën’ georganiseerd met als doel om een eenduidig beeld te geven van de financiële positie en financiële kaders voor de komende bestuursperiode. Deze workshop werd goed ontvangen door de raad. Er is duidelijk een behoefte aan financiële informatie die op heldere wijze wordt gepresenteerd. Bij de uitwerking van de CUP-opdracht ‘Doorontwikkeling sturing en control’ zal onder meer deze workshop als uitgangspunt worden gebruikt.

Juridische zaken en kwaliteitszorg
In 2018 is ingezet op de implementatie van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Wij verwijzen u daarvoor naar de verantwoording onder het kopje Privacy. Door de juristen van de samenwerking is ingezet op ondersteuning van de Functionaris Gegevensbescherming (FG) bij juridisch gecompliceerde vraagstukken.

5. AVG en privacy
Op 25 mei 2018 is de (Europese) Algemene Verordening Gegevensbeheer (AVG) ingegaan. Dit heeft geleid tot een brede aanpak voor het BLNP-samenwerkingsverband tussen Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten , waardoor tijdig voldaan kon worden aan de belangrijkste eisen op grond van de AVG volgens de Autoriteit Persoonsgegevens:
- Werken aan bewustwording ten aanzien van de nieuwe privacyregels;
- Voldoende aandacht voor de toegenomen privacy-rechten van betrokkenen;
- Voldoen aan de verantwoordingsplicht in de AVG, o.a. door een register van verwerkingsactiviteiten en een privacyverklaring op stellen (zie hiervoor: https://www.leusden.nl/privacy.html));
- Kunnen uitvoeren van verplichte gegevensverwerkingseffectbeoordelingen: een instrument om vooraf de privacy-risico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen;
- Een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aanstellen (gebeurde in BLNP-verband);
- Blijven voldoen aan de Meldplicht Datalekken
- Verwerkersovereenkomsten sluiten met partijen die in opdracht van de gemeente persoonsgegevens verwerken;
- Letten op een geldig gebruik van de grondslag toestemming bij de verwerking van persoonsgegevens en deze beperken tot situaties waarin deze vrij gegeven kan worden, zonder dat er sprake is van enige vorm van afhankelijkheid.

Aan het voldoen aan de verplichte uitgangspunten van privacy by design (door in het ontwerp van producten en diensten al te zorgen dat persoonsgegevens voldoende zijn beschermd) en privacy by default toe te passen (zorgen dat, alléén persoonsgegevens verwerkt worden die noodzakelijk zijn voor het specifieke doel dat bereikt moet worden) is in 2018 nog niet toegekomen.

Wel is een algemeen privacybeleid opgesteld, dat nog verder dient te worden uitgewerkt voor specifieke taakgebieden. Enkele werkprocessen zijn aangepast en er zijn goed bezochte informatie-/bewustwordingsbijeenkomsten gehouden. Medewerkers zijn zo goed mogelijk ondersteund bij vragen en dilemma’s op het gebied van privacybescherming. Op basis van een risicoweging worden prioriteiten gesteld voor de in 2019 uit te voeren privacytaken, die waar mogelijk, in BLNP-verband worden opgepakt op basis van een privacy-jaarplan.

6. Huisvesting

Huis van Leusden.
In september 2018 is het Huis van Leusden in gebruik genomen. Futurum, Lariks en Voila zijn volgens plan in het Huis van Leusden ingetrokken. De totale investeringsuitgaven voor ruwbouw-, afbouw- en inrichtingskosten komen neer op circa € 10,1 mln. Investeringsuitgaven worden gedekt vanuit de door de raad beschikbaar gestelde kredieten voor de herontwikkeling. Daarnaast wordt een deel van de investeringsuitgave bekostigd vanuit in de begroting aanwezige budgetten voor de vervanging van inventaris. In de toelichting op de gemeentelijke balans wordt in de jaarrekening nader verantwoording afgelegd over de gedane investeringen.
De inbouw van het gemeentehuis is middels de inzet van diverse aannemers gerealiseerd. In totaal hebben circa 20 aannemers gezorgd voor de installatie van de wanden, deuren, de elektra, de aansturing van de deuren, beveiliging, de inrichting van het Eet-werkcafé, de klimaatinstallatie, de bureaus, de balies van burgerzaken, de striping, de schuifdeuren, de bekleding van de wanden van de raadszaal et cetera.

7. Intergemeentelijke samenwerking bedrijfsvoering

Juridische zaken.
In 2018 is door de medewerkers van het juridische team BLNP uitvoering gegeven aan het door het team opgestelde jaarplan:
• Het juridisch team heeft in 2018 een tijdelijke samenwerkplek gekregen in het oude politiebureau in Putten. Daar vonden de maandelijkse plenaire overleggen plaats en werden door de verschillende clusters de inhoudelijke werkzaamheden afgestemd. In 2018 heeft het team in een aantal bijeenkomsten het concept zelfsturing verder verkend.
• Voor het onderdeel juridische kwaliteitszorg is gewerkt met een plan van aanpak Juridische Kwaliteitszorg (JKZ).De daarin opgenomen activiteiten zijn in 2018 gerealiseerd.
• Door de leden van het cluster juridische advisering werd de tweede lijn advisering verzorgd aan de collega’s en bestuurders van de deelnemende gemeenten. Waar nodig is over en weer ondersteuning geboden bij deze advisering. Ook vindt hier de coördinatie van de WOB-verzoeken plaats. In 2018 is het aantal WOB verzoeken bij de deelnemende gemeente fors gedaald.
• Daarnaast is per 1 januari 2018 een contract gesloten met een nieuwe huisadvocaat voor alle vier de gemeenten, dit tegen een gereduceerd tarief. De huisadvocaat heeft tweemaal een training voor het team verzorgd. En door de juristen is tweemaal een algemene juridische cursus voor medewerkers verzorgd.
• In 2018 is een aantal leden van de verschillende adviescommissies bezwaarschriften in de commissies in alle gemeenten benoemd. De secretarissen van de commissies vervingen elkaar ingeval van ziekte, vakantie en bij afwezigheid om andere redenen. Ook bij pieken in het aantal bezwaarschriften of bij bijzondere of complexe dossiers werd bijgesprongen. Daarnaast hebben de secretarissen de werkwijze van de commissies steeds meer geüniformeerd.

P&O
In het tweede kwartaal van 2018 is met vernieuwde energie ingezet op de implementatie van de verschillende modules van het E-hrm pakket Youforce in de BLNP gemeenten. Er is externe begeleiding ingehuurd om de HRM-collega’s te ondersteunen en te begeleiden in het op projectmatige wijze werken aan de implementatie-voornemens uit 2017. Projecten zijn gedefinieerd, een jaarplan is opgesteld en men is aan de slag gegaan met de volgende projecten:
1. Ontwikkeling Salarisadministratie
2. Ontwikkeling Personeelsadministratie
3. ARBO
4. Werving en Selectiemodule
5. Module Performance Management (Jaargesprekken)
6. Implementatie WNRA

De bemensing van de diverse projectgroepen en cruciale functies in het project “Implementatie E-HRM” is door ziekte, vacatures bij de ‘thuis’ gemeente en personele wisselingen achtergebleven op wat voorzien was. Dit heeft in 2018 tot vertraging geleid. De harmonisatie van processen en resultaten op het gebied van personeels-en salarisadministratie zijn ook ambitieus gebleken.

De beoogde resultaten zoals geformuleerd in het jaarplan 2018 zijn niet geheel gerealiseerd en kennen nu een doorlooptijd tot in het eerste en tweede kwartaal van 2019. Dit maakt ook dat, onder gelijkblijvende omstandigheden qua beschikbaar gestelde uren en geld voor het samenwerkingsverband BLNP, de doelstelling om eind 2019 YouForce volledig ingericht en operationeel te laten zijn moet worden losgelaten.
Daarbij speelt ook dat de komst van de WNRA (de wijziging van de rechtspositie van (rijks)ambtenaren) per 01-01-2020 en het onderzoeken van de wens vanuit de 4 colleges om te harmoniseren, ook effect heeft op de inrichting van Youforce. Verwachtte besparingen op de loonkosten binnen de PSA zullen vooralsnog niet gerealiseerd worden.

ICT
Het informatisering beleidsplan loopt en is geactualiseerd op de nieuwe richtlijnen en afspraken die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (bureau realisatie) als actiepunten zijn vastgelegd.

In 2018 zijn projecten opgepakt die in het jaarplan zijn aangekondigd. In 2018 is een intensiever contact gemaakt met de systeem- en functioneel beheerders. We zijn begonnen met een 3-maandelijkse nieuwsbrief en de verslagen van het kernteam worden toegestuurd naar de groep ICT medewerkers van de vier gemeenten.
Daarnaast is het volgende gerealiseerd:
• Op strategisch niveau worden de landelijke programma’s van de Digitale Agenda (DA2020) gevolgd en tijdig opgepakt.
• De service desk Topdesk is opgeleverd met de ICT melding. De applicatie wordt blijvend uitgebreid en verbeterd.
• De AVG wet is van kracht gegaan. Er is een functionaris gegevensbescherming (FG) benoemd en de beleidsstukken zijn voor de 4 gemeenten uitgewerkt.
• Ten aanzien van het veiligheidsbeleid zijn penetratietesten (pentesten) uitgevoerd en is een hack uitgevoerd op het systeem, door een ethische hacker.
• Putten en Bunschoten hebben in een gezamenlijk traject hun infrastructuur aangepast.
• Het BLNP brede beleidsstuk “Cloud beleid” is omarmd.

Financiën
In 2018 is gewerkt aan de uitvoering van het jaarplan. Hierin is een aantal concrete resultaten benoemd die deels wel en deels niet zijn gerealiseerd. We proberen stappen te zetten met het uniformeren van de processen in de financiële administratie. Dit is belangrijk om onderlinge vervanging tussen de gemeenten te kunnen regelen zodat de kwetsbaarheid wordt verminderd. Hiervoor moet wel het ICT-platform waar we op werken gelijk zijn. Zover zijn we nog niet.
In 2018 is de eerste stap gezet op het terrein van interne controle. Tussen de vier gemeenten zijn reviews bij elkaar uitgevoerd. Dit draagt bij aan de onafhankelijkheid van de interne controle waardoor de account hierop kan steunen.
Met betrekking tot fiscaliteiten is samen opgetrokken in de gewijzigde wetgeving rond de verruiming van het sportbesluit. Het gaat hier met name om kennisdeling maar ook zijn de informatieavonden voor de sportverenigingen gezamenlijk georganiseerd. Kennisuitwisseling vindt binnen financiën op meerdere terreinen plaats. De financiële collega’s binnen BLNP weten elkaar te vinden waardoor de praktische samenwerking zich gestaag ontwikkelt.
Een resultaat wat in 2018 nog niet is bereikt is de harmoniseren van de processen rond de samenstelling van Planning &Control producten. Eind 2018 is een eerste verkenning gedaan die in 2019 moet leiden tot een gezamenlijk proces voor het opstellen van de begrotingen voor de vier gemeenten.

8. Lasten en baten bedrijfsvoering

Apparaatskosten zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van onder andere personeel, organisatie, automatisering (ICT), huisvesting, externe inhuur en dergelijke voor de uitvoering van organisatorische taken. Het zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.

In bovenstaande tabel staan de totale apparaatskosten vermeld. Hierin is een onderverdeling gemaakt van kosten voor het primaire proces en de overhead. De kosten van de overhead en de verdeling over de diverse onderdelen worden toegelicht bij domein overhead. De kosten van het primaire proces zijn verdeeld over de andere domeinen.

In 2018 is een bedrag van € 14.721.952 begroot (inclusief vastgestelde begrotingswijzigingen) voor de totale apparaatskosten, de werkelijke kosten zijn € 14.862.836 dit is € 140.884 hoger. Deze hogere kosten zijn onder te verdelen in een voordeel van € 57.055 binnen het primaire proces en een nadeel van € 197.939 bij de overhead. De analyse en verklaring van dit nadeel is opgenomen bij domein overhead.

 

apparaatskosten primair proces overhead totaal
begroot (incl. wijzigingen) €  7.560.978 €  7.160.974 €  14.721.952
werkelijk €  7.503.923 €  7.358.913 €  14.862.836
resultaat €         57.055 €  -  197.939 €     -  140.884

Het voordeel binnen het primaire proces wordt met name veroorzaakt door lagere inhuurkosten bij het domein Ruimte. Deze vallen lager uit dan begroot doordat projecten die binnen dit taakveld worden uitgevoerd een langere looptijd hebben dan voorzien. Het nadeel bij de overhead wordt met name veroorzaakt door de toerekening aan grondexploitaties/investeringen. De toe te rekenen interne plankosten vanuit de algemene dienst aan grondexploitaties zijn over 2018 lager uitgevallen dan begroot.

9. Kengetallen organisatie

BBV indicatoren bedrijfsvoering
Naast de verplichten BBV indicatoren die zijn opgenomen op waarstaatjegemeente.nl zijn er ook vijf indicatoren voor het onderdeel bestuur en organisatie die door de gemeente uit de eigen gegevens of de eigen begroting overgenomen moeten worden. Deze indicatoren hebben wij opgenomen bij het onderdeel overhead en in deze paragraaf bedrijfsvoering:

Indicator

Eenheid

Leusden

Formatie

fte per 1.000 inwoners

4,839 fte

Bezetting

fte pet 1.000 inwoners

4,562 fte

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

€ 494,97

De apparaatskosten zijn niet hetzelfde als die van de benchmark. In de benchmark zijn bij de apparaatskosten ook de kosten van taken belegd bij derden meegenomen, waaronder de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), Sociale Zaken (SoZa), het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus - Tricijn (GBLT).

10. Informatieveiligheid

Inleiding
Gemeenten zijn kwetsbaar als het gaat om (digitale) dienstverlening. De afgelopen jaren is er bij de overheid sprake van een toenemend aantal in¬cidenten op het gebied van cybercriminaliteit en informatiebeveiliging. Niet alleen door gerichte aanvallen van hackers, maar vooral door het onbedoeld openbaar worden van vertrouwelijke informatie door medewerkers. Daarom is het van belang dat processen adequaat worden ingericht en het informatiebewustzijn bij medewerkers wordt vergroot. De Informatie Beveiligingsdienst (IBD) heeft in opdracht van de VNG de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG) ontwikkeld. De BIG is het normenkader voor informatieveiligheid waar gemeenten aan moeten voldoen.

Samenvatting en algemeen beeld
In de praktijk doen we al veel aan informatieveiligheid maar we kunnen het niet altijd (op papier) aantonen. We moeten meer maatregelen in beleid en procedures gaan vastleggen en processen (her)inrichten. Dit word in het Actieplan 2019 opgepakt binnen de samenwerking BLNP. Daarbij wordt vooral gefocust op de ICT processen.
Informatieveiligheid is echter méér dan techniek alleen. Het blijkt steeds weer dat de mens de zwakste schakel is in de beveiligingsketen. Ook uit het dreigingsbeeld van de Informatiebeveiligingsdienst IBD komt de factor ‘mens' telkens als grootste risico naar voren. Onbewuste en onbedoelde acties blijken een groter risico dan bewuste en gerichte aanvallen.

Beleid en doelstellingen
De gemeenten Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten (BLNP) zijn in 2017 gestart met de stapsgewijze implementatie van de BIG. We hebben in 2017 nieuw informatieveiligheidsbeleid opgesteld dat volledig op de BIG is gebaseerd. Het doel is het bereiken van volwassenheid op het gebied van informatieveiligheid. Het stelsel van de BIG bestaat uit ruim 300 normen. Het is niet mogelijk om ineens aan al die normen te voldoen. Het groeien naar volwassenheid is een geleidelijk proces waarbij de lat steeds een stukje hoger komt te liggen.

Organisatie en inrichting
In het beleid zijn de verantwoordelijkheden, taakomschrijvingen, coördinatie- en rapportagemechanismen met betrekking tot informatieveiligheid verankerd. De Chief Information Security Officer (CISO) is op organisatieniveau verantwoordelijk voor het actueel houden van het informatieveiligheidsbe¬leid, het coördineren van de uitvoering van het beleid, het adviseren bij projecten, het beheersen van risico’s, evenals het opstellen van rapportages. Naast de inrichting van de gemeentelijke CISO rol hebben de gemeenten Bunschoten, Nijkerk, Leusden en Putten een regionale CISO aangesteld.

Activiteiten en beheersmaatregelen
We hebben in 2018 binnen de samenwerking BLNP een phishing mail campagne uitgevoerd onder alle medewerkers van de 4 gemeenten. Op basis van de uitkomsten is er een communicatieplan opgesteld met als doel de medewerkers bewuster te maken van hun verantwoordelijkheid en gedrag. Het komende jaar zal verdere uitvoering aan het plan worden gegeven. Bewustwording zal structureel deel uitmaken van ons informatieveiligheidsbeleid. De weerbaarheid van de gemeentelijke ICT infrastructuur wordt elk jaar getest door middel van een zogenaamde penetratietest (pentest). De risicovolle kwetsbaarheden die uit pentest 2018 naar voren zijn gekomen hebben we opgelost. We hebben in BLNP-verband de incidentenmanagementprocedures geactualiseerd en geharmoniseerd.

Resultaten zelfevaluatie
Het beantwoorden van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) zelfevaluatie leidt niet tot een score. Er wordt hoogstens wel of niet voldaan aan de BIG normen. De uitkomsten zijn een indicatie van het voldoen aan de normen. Net als de meeste gemeenten voldoet Leusden nog niet aan alle normen maar dat is ook niet reëel. Het gaat erom dat je als gemeente continu aan de slag bent met verbeterplannen voor de informatieveiligheid.

Datalekken
In 2018 heeft de gemeente Leusden met 5 datalekken te maken gehad waarvan er 3 zijn gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) Het betrof 2 x verkeerd verzonden brieven, 2 x verkeerd verzonden e-mail en 1 x te ruime autorisatie van intern informatiesysteem.

Verantwoording
Vanaf 2017 moeten gemeenten zich volgens een nieuwe methodiek verantwoorden over de informatieveiligheid van de organisatie. Deze Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) heeft tot doel het verantwoordingsproces overzichtelijker te maken en de verschillende normenkaders en zelfevaluaties te bundelen.
Op basis van ENSIA vindt één keer per jaar, in de vorm van een collegeverklaring, verantwoording aan de gemeenteraad en aan diverse toezichthoudende instanties plaats. In deze separate verklaring geeft het college van B&W aan in hoeverre bij de gemeente de beheersingsmaatregelen voldoen aan de voor de ENSIA verantwoording geselecteerde normen voor wat betreft DigiD en SUWI. De uitkomst van ENSIA levert input voor de gemeenten voor een verdere selectie van verbetermaatregelen, uit te voeren in 2019.

 

 

 

 

 

 

 

 

Paragraaf Verbonden partijen

 

Algemeen

Visie op verbonden partijen in relatie tot de doelstellingen uit de begroting
De gemeente Leusden wil beoogde doelen uit kadernota’s en programmabegrotingen optimaal realiseren. Een optimale borging van het publieke belang is daarbij essentieel. Soms realiseert de gemeente daarbij zelfstandig taken en resultaten, en in andere gevallen zoekt ze samenwerking met derden (bijvoorbeeld andere gemeenten), of belegt de uitvoering extern via subsidiëring of inkoop.
Een specifieke vorm van externe uitvoering is de verbonden partij. Soms volgt dit uit wetgeving, bijvoorbeeld bij de Veiligheidsregio’s en de Regionale Uitvoeringsdiensten. Soms nopen de ontwikkelingen van schaalvergroting en nieuwe gemeentelijke taken tot regionale samenwerking voor de uitvoering van deze taken.

Kenmerken van Verbonden Partijen
Verbonden partijen zijn derde rechtspersonen waarin de gemeente zowel een bestuurlijk belang als een financieel belang heeft. Dit betreft enerzijds de publiekrechtelijke gemeenschappelijke regelingen en anderzijds privaatrechtelijke deelnemingen in vennootschappen, verenigingen en stichtingen.
Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van de verbonden partij, of het hebben van stemrecht.
Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij of wanneer de financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. Als de financiële relatie alleen bestaat uit gemeentelijke bijdragen in de vorm van inkomens- of vermogensoverdrachten zoals een subsidie, dan is er geen sprake van een financieel belang. Deze relaties zijn daarom niet in deze paragraaf opgenomen.

Verbonden partijen dienen een publiek, openbaar belang. De raad heeft een kaderstellende en controlerende taak en ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan dedoelstellingen in de (beleids)programma’s. De functie van deze paragraaf verbonden partijen is om hier inzicht in te bieden.

 

Lokale en regionale sturing op Verbonden Partijen

Het laten uitvoeren van gemeentelijke taken door Verbonden Partijen heeft het risico dat de democratische controle niet optimaal is. Bij de realisering van beoogde gemeentelijke doelen is een optimale borging van het publieke belang echter essentieel. Sinds 20l15 is (op initiatief van de Leusdense raad) daarom een regionale werkwijze voor de sturing en controle op verbonden partijen van kracht. Deze werkwijze is ook beschreven in de Nota Verbonden Partijen (2013). De werkwijze is in 2014 regionaal opgenomen in het Manifest Verbonden Partijen, dat is ondertekend door 10 gemeenteraden uit de regio Zuid-Oost Utrecht. De werkwijze haakt in op de aangescherpte Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) 2015. Krachtens de Wgr dienen verbonden partijen jaarlijks vóór 15 april een kadernota met algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar aan de raad aan te bieden. Dit is vooral van groot belang bij voorgenomen inhoudelijke of financiële wijzigingen. In de regionale werkwijze worden de verbonden partijen verzocht hun kadernota uiterlijk op 31 januari in te dienen, zodat de raad nog een zienswijze op voorgestelde wijzigingen kan indienen vóórdat het AB van de verbonden partij de concept-begroting vaststelt. Zo wordt het zwaartepunt van sturing door de raad meer vooraan in de beleids- en begrotingscyclus geplaatst.

De raad heeft per verbonden partij twee “rapporteurs” benoemd. Zij volgen namens de hele raad de ontwikkelingen bij de verbonden partij nauwgezet en informeren de raadsfracties.

Gemeentelijk vindt geregeld overleg plaats tussen de accounthouders (beleidsadviseurs), de financiële adviseurs en de procescoördinator Verbonden Partijen. Zij toetsen het vastgestelde afsprakenkader rondom sturing en controle aan de praktijk en bespreekt nieuwe ontwikkelingen op dit gebied.

Coalitieakkoord 2018-2022
In 2018 is een nieuw Coalitieakkoord opgesteld. In het coalitieakkoord 2018-2022 zetten we, waar dat bewezen de best denkbare vorm is, ook in de regio in op samenwerking en partnerschap. We zoeken op alle mogelijke terreinen naar schaalvoordeel en we willen samen werken om de efficiency en innovatie van beleid en uitvoering te verbeteren. Onze eigen effectief gebleken werkmethodes (best practices) delen wij met onze partners in en buiten de regio.

Beheersingsmethodiek voor verbonden partijen
De gemeente monitort de verbonden partijen door het beoordelen van management- en bestuursrapportages en de begrotingen en jaarrekeningen van de betreffende instellingen. Het college rapporteert de raad gedurende het jaar in de P&C-documenten over relevante ontwikkelingen zoals het aangaan of beëindigen van verbonden partijen, wijzigingen in de doelstellingen, nieuwe financiële risico’s en beleidswijzigingen in de uitvoering van de taken.

Het Coalitieakkoord 2018-2022 en de Nota Verbonden Partijen van 2013 zijn daarbij kaders. De Nota Verbonden Partijen dateert van 2013. Deze nota is in 2018 niet geactualiseerd.

Overzicht verbonden partijen en deelnemersbijdragen 2018

Financieel belang
In totaal is in 2018 door Leusden een deelnemersbijdrage aan de verbonden partijen van € 4,0 miljoen betaald. Dit is circa 7,2 % van de totale gemeentebegroting. Het grootste deel van deze bijdrage is gekoppeld aan afgenomen producten en diensten. Het resterende deel betreft een bijdrage naar rato van het aantal inwoners of woningen.
Het financiële belang van de gemeente Leusden in de verschillende Verbonden Partijen varieert tussen 0,5% en 8%, afhankelijk van het aantal en de omvang van de andere deelnemers in een Verbonden Partij.

Beheersingsmethodiek voor verbonden partijen
De monitoring van verbonden partijen vindt plaats door het beoordelen van management- en bestuursrapportages en de begrotingen en jaarrekeningen van de betreffende instellingen. Daarbij worden relevante ontwikkelingen zoals het aangaan of beëindigen van verbonden partijen, wijzigingen in de doelstellingen of nieuwe financiële risico’s en beleidswijzigingen in de uitvoering van de taken door het college gerapporteerd naar de raad, onder meer via (concept) begroting, bestuursrapportages en/of jaarrekening.

 

Gegevens en ontwikkelingen per verbonden partij

1. GBLT (Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn)

 

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2018:
In 2018 heeft GBLT geïnvesteerd in het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening. De verbetering wordt doorgevoerd op basis van een meerjarige ontwikkelstrategie, en betreft met name het voortdurend doorvoeren van verbeteringen in processen, systemen en medewerkers. Ook is in 2018 een start gemaakt met het project om een gewijzigde systematiek in te voeren voor het waarderen van WOZ-objecten. Per 2022 is het verplicht dat woningen naar gebruiksoppervlakte (m2) worden geregistreerd in plaats van naar inhoud (m3). Voor die tijd moet de gebruiksoppervlakte van alle woningen in de deelnemende gemeenten zijn bepaald.

2. GGD regio Utrecht (GGDrU)

 

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2018:
Het jaar 2018 van GGD regio Utrecht (GGDrU) stond in het teken van beweging van de organisatie én wisseling van bestuursleden. De gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018 zorgden voor een wisseling van leden van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur. Samen zijn wij voortvarend aan de slag gegaan voor een gezonde en veilige regio Utrecht en het formuleren van de bestuursagenda 2019- 2022.

In 2018 zijn verdere stappen gezet om de GGDrU-organisatie aan te passen aan de opgave van GGDrU. Goed samenwerken met gemeenten en andere stakeholders vraagt om een organisatie die snel kan inspelen op veranderende vragen en ontwikkelingen (diensten en producten), zodat de organisatie toekomstbestendig en veerkrachtig is en past in een netwerkomgeving. In 2018 is in het kader van het project ‘Basis op Orde’ een volledig nieuwe ICT-infrastructuur ontwikkeld, die eind 2018 in gebruik is genomen door de organisatie.
Naast de uitvoering van de maatschappelijke opdracht vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg), is gewerkt aan de voorbereidingen om het nieuwe digitale dossier, het GGiD, in gebruik te nemen. De realisatie daarvan zal in 2019 zijn beslag krijgen. Het GGiD wordt in eerste instantie gebruikt bij Jeugdgezondheidzorg.

3. Inkoopbureau Midden Nederland (IBMN)

 

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2018:
De gemeente Leusden neemt sinds 2009 deel in IBMN. Hiervoor is een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) gesloten. De deelnemers betalen een basisfee en hebben zich contractueel vastgelegd op de afname van een bepaald aantal uren en de vergoeding van de zgn. meer-uren.

 

4. Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2018:
Vanaf 2019 zal de fusiegemeente Vijfherenlanden deel uitmaken van Veiligheidsregio Utrecht. Naast de collectieve taken neemt Leusden geen aanvullende taken meer af van de VRU.

5. Vitens

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2018:
Vitens heeft als bedrijf in 2018 stappen vooruit gezet in de verdere omvorming van een betrouwbare drinkwaterproducent naar een bedrijf dat vooroploopt bij het aankaarten en oplossen van maatschappelijke en ecologische vraagstukken die onze activiteiten betreffen.

6. Regionale Uitvoeringsdienst (RUD)

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2018:
De Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht heeft in 2018 wederom een aantal wettelijke milieutaken voor de gemeente Leusden uitgevoerd. Het ging om het milieudeel van de omgevingsvergunning, toezicht en handhaving voor alle Wm-bedrijven (totale inrichtingenbestand, circa 560 Wm-bedrijven inclusief voormalige provinciale bedrijven), het uitvoeren van geluidmetingen, de milieuklachtentelefoon (24-uurs bereikbaarheid), het ketentoezicht en het toezicht en handhaving van het Besluit bodemkwaliteit. Daarnaast voerde de RUD Utrecht op verzoek van de gemeente Leusden een aantal activiteiten uit bekostigd vanuit de adviesuren.

Aan deze taakuitvoering door de RUD Utrecht lag een aantal beleidsdocumenten ten grondslag: het VTH-beleidsplan milieu, Gemeente Leusden, het Uitvoeringsprogramma 2018 Toezicht & Handhaving Wabo RUD Utrecht, de dienstverleningsovereenkomst (DVO) 2018-2021 RUD Utrecht – gemeente Leusden en de Landelijke Handhavingsstrategie inclusief leidraad.

In 2018 was de totale gerealiseerde productie vrijwel gelijk aan de geprognotiseerde productie in de DVO. De integrale milieucontroles zijn uitgevoerd conform DVO. Bij aspectcontroles heeft de focus gelegen op vuurwerkcontroles, geluidcontroles bij horeca en het afronden van energiecontroles. De RUD beoordeelde EED-rapportages (Energie Audits) van bedrijven. In 2018 is op verzoek van de gemeente het bedrijvenbestand geactualiseerd.
Het aantal meldingen en uren advisering was conform prognose. Het aantal vergunningen is, ondanks neerwaartse bijstelling in de DVO, ook in 2018 weer achtergebleven bij de verwachting. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit (BBK) heeft de RUD Utrecht surveillances uitgevoerd en meldingen Besluit Bodemkwaliteit afgehandeld. Daarnaast heeft de RUD Utrecht ondersteuning geboden naar aanleiding van de uitzending “Zembla” over het mogelijk toepassen van verontreinigde grond in Leusden.

7. Afvalverwijdering Utrecht

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2018
In 2018 heeft de omvorming naar een “Bedrijfsvoeringsorganisatie” conform de Wgr 2015 zijn beslag gekregen.

8. Regionaal Sociaal Werkvoorzieningsschap Amersfoort en Omstreken (RWA)

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2018:
RWA en Amfors zijn vanaf 2015 een transitiefase ingegaan, waarin het bedrijf Amfors wordt omgevormd naar mens-ontwikkel-bedrijf. Het gaat om een transitie waarbij medewerkers op de arbeidsmarkt zo regulier werken én medewerkers die dat nodig hebben binnen de muren van Amfors kunnen blijven werken, terwijl het financieel resultaat van Amfors op orde blijft. Dit tegen de achtergrond van krimp in aantal medewerkers, aangezien er vanaf 2015 geen nieuwe medewerkers meer instromen.

9. Amfors Holding

Veranderingen in het belang en ontwikkelingen in de Verbonden Partij in 2018:
Zie hierboven bij Regionaal Werkvoorzieningsschap Amersfoort e.o.

10. Samenwerking Bedrijfsvoering BNLP

 

 

 

Paragraaf Grondbeleid

 

Belang en doelstelling paragraaf
De paragraaf grondbeleid heeft tot doel te informeren over het beleid rondom de ontwikkeling van grond binnen de gemeente. Met grondbeleid wordt bedoeld de beleidsafweging aangaande de grondproductie en de keuze in het daarbij wettelijke en gemeentelijke instrumentarium. Daarbij wil de gemeente transparant zijn over haar handelen en de juiste instrumenten bieden voor de realisatie van de ruimtelijke programma’s die al zijn vastgesteld. Hoe de gemeente invulling geeft aan het grondbeleid is verder uitgewerkt in de Nota Grondbeleid 2013-2017.

In de planning en control cyclus wordt de gemeenteraad jaarlijks drie keer geïnformeerd over de exploitatie van grond in de gemeente Leusden. Dat is op de volgende momenten:
1. In juni 2019 via de Actualisatie Grondexploitaties
2. In juli 2019 via de paragraaf grondbeleid in de jaarrekening
3. In november 2019 via de paragraaf grondbeleid in de programmabegroting

De Risicomonitor Grondbedrijf, die is ontwikkeld en opgesteld n.a.v. de kredietcrisis, is met ingang van 2019 gekoppeld aan de Actualisatie Grondexploitaties. Voor zover bijstelling en rapportage aan de raad eerder dan in juni nodig is, zal dit gebeuren in de Najaarsnota. Daarmee wordt meer logisch aangesloten bij de bestaande P&C cyclus en –instrumenten.

Beleidskaders
De Nota Grondbeleid 2013-2017 geeft kaders die moeten bijdragen aan een voldoende adequaat grondbeleid. Dit gelet op de ontwikkeling van Leusden en de rol en positieneming van de gemeente Leusden in het kader van de Samenleving Voorop. De huidige Nota grondbeleid is geschreven in een periode van de financiële crisis en recessie (2008-2014) en geeft kleuring aan de context en het geformuleerde beleid. Op dit moment is juiste sprake van een groeiende economie en een grote vraag naar woningen. In die zin sluit de positionering van de huidige Nota Grondbeleid niet meer helemaal aan bij de actuele situatie. Ook is er nieuwe wetgeving, zijn er landelijke ontwikkelingen en nieuwe lokale beleidskaders en lokale toekomstige ontwikkelingen, die een relatie hebben met de Nota Grondbeleid. Daarnaast streven we naar een integraal document, waarin naast de algemene kaders ook de financiële uitgangspunten zijn opgenomen. Dat vraagt om een nieuwe Nota Grondbeleid met een meer dynamisch en situationeel karakter. Eind 2019 verwachten wij een nieuwe Nota Grondbeleid aan de raad te kunnen aanbieden.

Een Nota Kostenverhaal met daarin geformuleerde beleidskaders voor kostenverhaal bij faciliterend grondbeleid is in 2018 in voorbereiding genomen. Met deze nota wil de gemeente een eenduidig beleidskader creëren voor het verhalen van kosten van ruimtelijke plannen bij het aangaan van overeenkomsten. De verwachting is deze nota in de eerste helft van 2019 door de raad te laten vaststellen.

In onderstaand model is aangegeven in welke nota’s de kaders rondom het grondbeleid zijn vastgelegd en in welke documenten de wijze van uitvoering van het grondbeleid naar voren komt.

 

Sturing Grondbeleid

 

 

    Kaders

 

Nota grondbeleid 2013 - 2017

Nota financiële beleidskaders

Grondbedrijf (2015)

Kaderbrief Grondprijsbeleid

Nota Risicomanagement

 en Weerstandsvermogen (2010)

 

  Uitvoering

 

 

        Paragraaf Grondbeleid  /

Weerstandsvermogen

Begroting en jaarrekening

Actualisatie grondexploitaties

 

Raadsbesluit ‘Gevolgen wijziging BBV

grondexploitaties en

vennootschapsbelastingplicht grondbedrijf’

 

Ontwikkelingen


Omgevingswet
Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking. Met de komst van de Omgevingswet zal veel veranderen. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor het integraal beheer van en voor de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat we ons, net als de afgelopen jaren, in 2019 en verder voorbereiden op de invoering van deze wet. Voor het grondbeleid moet bijvoorbeeld het wettelijk instrumentarium uit de Aanvullingswet grondeigendom worden getoetst op de consequenties voor ons grondbeleid.

Vennootschapsbelastingplicht
De gemeente Leusden is met ingang van 1 januari 2016 vennootschapsbelastingplichtig. Uit een eerdere analyse is destijds naar voren gekomen dat de Vpb-plicht ook geldt voor het voeren van grondexploitaties. De vooraf geraamde Vpb-last over 2018 bedroeg € 121.241. Op basis van de werkelijk gerealiseerde kosten en opbrengsten in 2018 bedraagt de vpb-last naar verwachting ongeveer € 90.000,-.

Daarnaast is de gemeente, ondersteund door EFK Belastingadviseurs, in gesprek met de Belastingdienst. Het doel hiervan is het sluiten van een vaststellingsovereenkomst (VSO) waarin onder meer afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop de fiscale openingsbalanswaarde moet worden bepaald. De gemeente is hierbij van mening dat exploitatie De Biezenkamp niet als ondernemingsvermogen moet worden gekwalificeerd als ondernemingsvermogen en daarom niet op de fiscale balans hoort. Ook heeft de gemeente de stelling ingenomen dat de exploitaties van De Buitenplaats en de Larikslaan alsmede het nog niet in exploitatie genomen complex Mastenbroek II wel tot het ondernemingsvermogen moeten worden gerekend. Indien met de Belastingdienst tot overeenstemming wordt gekomen over bovenstaande punten, dan kan dat leiden tot een lagere Vpb-last dan oorspronkelijk was geraamd. Op het moment dat meer duidelijkheid bestaat over het oordeel van de Belastingdienst en de financiële gevolgen voor de gemeente, zal de raad hierover geïnformeerd worden.

 

Relatie met programma’s

Het grondbeleid van de gemeente Leusden houdt nauw verband met de diverse programma’s in de begroting en jaarrekening van de gemeente Leusden.

Tabel – Relatie met grondbeleid

Hoofdstuk

Relatie met grondbeleid

Programma Ruimte

Met grondopbrengsten kan infrastructuur worden aangelegd.

Programma Samenleving

Middels grondopbrengsten wordt er financieel bijgedragen aan realisatie en exploitatie van MFC’s.

Programma Ruimte

Grondexploitatie genereert nieuw uit te geven bedrijfskavels, alsmede kavels voor detailhandel.

Programma Ruimte

De doelstellingen op het gebied  van Ruimte en Wonen houden nauw verband  met grondbeleid.

 

Financieel resultaat Grondbedrijf 2018

Het resultaat van het Grondbedrijf over het jaar 2018 bedraagt € 1.244.556 positief. Dit resultaat bestaat uit het saldo van:
- Een winstneming uit de grondexploitatie Leusden-Zuid van € 91.000 (voordeel)
- Een winstneming uit de grondexploitatie Hamersveldseweg van € 83.000 (voordeel)
- Verlaging van de verliesvoorziening De Biezenkamp van in totaal € 149.000 (voordeel)
- Verlaging van de verliesvoorziening De Buitenplaats van € 920.000 (voordeel)
- Verlaging van de verliesvoorziening Groot Agteveld van € 14.000 (voordeel)
- Baten voormalige NIEGG ten gunste van exploitatie van € 8.475 (voordeel)
- Overige kosten algemeen beheer grondexploitaties ter hoogte van € 20.919 (nadeel)

Winstnemingen
In 2018 zijn geen grondexploitaties afgesloten. Wel dient in 2018 bij een tweetal grondexploitaties tussentijdse winst te worden genomen voor een totaalbedrag van € 174.000. Het BBV stelt gemeenten namelijk verplicht om op basis van de zogeheten PoC-methode (Percentage of Completion) tussentijdse winsten te nemen bij grondexploitaties met een voorzien positief resultaat. Periodiek zal bij de vaststelling van de jaarrekening worden voorgesteld om tot tussentijdse winstnemingen over te gaan.

Tussentijdse winstnemingen

 (x € 1.000)

Type

Actualisatie 2019

Locaties Leusden-Zuid

GREX

91

Hamersveldseweg 136 e.o.

GREX

83

Totaal

 

174

Verliesvoorzieningen
Conform het BBV dient de gemeente een verliesvoorziening te treffen voor negatieve grondexploitaties ter grootte van het geprognosticeerde verlies op netto contante waarde. Op basis van de actualisatie valt per saldo een verliesvoorziening vrij van ongeveer € 1,1 miljoen.

 

Verliesvoorzieningen

 (x € 1.000)

Type

Actualisatie 2018

Actualisatie 2019

Verschil

De Buitenplaats

GREX

1.354

434

-920

Groot Agteveld

FAC

202

188

-14

De Biezenkamp

 

 

 

 

   - actieve grondexploitatie

GREX

187

0

-187

   - faciliterende exploitatie

FAC

2.375

2.361

-14

   - vastgoedexploitatie

MVA

0

52

52

Totaal

 

4.118

3.035

-1.083

Uit de tabel valt op te maken dat voor grondexploitatie De Buitenplaats sprake is van een grote wijziging. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met een aanbestedingsvoordeel ten aanzien van het bouw- en woonrijp maken.

Baten voormalige NIEGG gronden
In verband met de herziene verslaggevingsregels kunnen de baten en lasten van de voormalige NIEGG gronden Mastenbroek II en Restant Buitengebied niet meer geactiveerd worden. Met ingang van 2016 komen deze lasten en baten ten laste of ten gunste van het resultaat grondbedrijf. Dit betekent dat het zal worden onttrokken uit de Algemene reserve grondbedrijf bij resultaatbestemming.

Overige kosten algemeen beheer
Dit betreffen de intern toegerekende uren voor planeconomie. Deze kosten zullen bij resultaatbestemming worden uit onttrokken aan de Algemene reserve grondbedrijf.

Bestemming Resultaat Grondbedrijf 2018
Wij stellen voor het, per saldo, positieve resultaat ad € 1.244.556 als volgt te bestemmen:

  • € 1.244.556 te storten in de Algemene Reserve Grondbedrijf.

 

Reserves grondexploitaties en weerstandsvermogen

(x € 1.000)

                Stand  01-01-2018

Toevoegingen

Onttrekkingen

Stand

31-12-2018

Algemene Reserve Grondbedrijf

3.037

2.113

2.399

2.751

Totaal Reserves Grondbedrijf

3.037

2.113

1.545

2.752

af: Gelabelde bedragen

 

 

 

-/- 102

Totale ‘vrij beschikbare ruimte’ binnen ARG vóór resultaatbestemming

2.650

Bij: Storting vanuit resultaat grondbedrijf 2018

1.245

Totale ‘vrij beschikbare ruimte’ binnen ARG na resultaatbestemming

3.895

Binnen het saldo van de Algemene reserve Grondbedrijf ad. € 2.752.000 is ultimo 2018 een bedrag van € 102.000 gelabeld voor lasten die verwacht worden voor ‘Binnen in het buitengebied’. Bij de vaststelling van de Actualisatie Grondexploitaties 2019 is voorgesteld dit bedrag te onttrekken aan de ARG en toe te voegen aan de algemene reserve aangewezen bestemming.

De beleidsuitgangspunten voor risico’s zijn omschreven in de Nota Risicomanagement en Weerstandvermogen 2010. In de nota wordt verwoord hoe risico’s worden geïdentificeerd, geanalyseerd en beoordeeld.

Om eventuele risico’s op te vangen dient de gemeente, alsmede het grondbedrijf, te beschikken over een weerstandsvermogen. De wijze waarop het weerstandsvermogen wordt berekend is tevens vastgesteld in de eerdergenoemde nota.

Zoals toegelicht in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ van deze jaarrekening, bedraagt de actuele weerstandsratio van het grondbedrijf 1,94. Dit valt buiten de bandbreedte van 0,8 - 1,2, welke in het voornoemde beleidskader is vastgelegd. Aangezien de huidige ratio hierboven ligt, zal bij de Voorjaarsnota 2019 een voorstel worden gedaan op welke wijze wordt omgegaan met het surplus binnen het weerstandsvermogen van de ARG. Dit surplus bedraagt ongeveer € 1,9 miljoen. Voor een toelichting op de actuele ratio weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’.

 

Actuele prognose te verwachten resultaten

In deze paragraaf Grondbeleid is de uitkomst van de projecten gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2019. Dit om een reëel beeld te geven van de huidige stand van zaken. De voorzieningen voor de verliesgevende grondexploitaties worden gewaardeerd tegen de contante waarde. Zie voor een nadere toelichting hierop in het rapport Actualisatie Grondexploitaties 2019
De voorzieningen voor de verliesgevende grondexploitaties worden gewaardeerd tegen de netto contante waarde. Het effect ten opzichte van de waardering op nominale waarde op de te verwachten resultaten voor zowel de negatieve als positieve grondexploitaties is hieronder toegelicht. De hieronder genoemde nog te verwachten kosten en opbrengsten volgen uit de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2019.

Te verwachten resultaten actief grondbeleid
De gemeentelijke activiteiten inzake grondexploitatie zijn te onderscheiden in zogenoemd actief en faciliterend grondbeleid. Bij actief grondbeleid voert de gemeente zelf alle fasen van de grondexploitatie uit: van de aankoop van de gronden en eventuele opstallen, sloop, bouwrijp en woonrijp maken tot en met de uitgifte/verkoop van de bouwkavel. De gemeente heeft de te ontwikkelen grond in eigen bezit.

 

Tabel - Verwachte resultaten actieve grondexploitaties (bouwgronden in exploitatie)                                                           (bedrag x € 1.000)

Complex

Boekwaarde

31-12-2018

Geraamde nog te maken kosten

Geraamde nog te realiseren opbrengsten

Geraamd resultaat (nominale waarde)

Geraamd resultaat (netto contante waarde)

Afsluiting

per

Buitenplaats

3.999

1.201

4.764

436

434

31-12-2021

Larikslaan

1.094

400

1.517

-23

-7

31-12-2021

Leusden-Zuid

1.688

388

2.383

-307

-286

31-12-2020

Hamersveldseweg

730

191

1.112

-191

-176

31-12-2021

De Biezenkamp

2.177

800

3.004

-27

-23

31-12-2020

Valleipark

-681

1.683

1.072

-70

-17

31-12-2022

Groene Zoom

-11

11

0

0

0

31-12-2020

Totaal

8.996

4.674

13.852

-182

-75

 

 

Boekwaarde 31-12-2018

8.996

Nog te verwachten opbrengsten actieve grondexploitaties

Nog te verwachten kosten actieve grondexploitaties

13.852

4.674

Te verwachten winstsaldo (nominale waarde 1-1-2019) (negatief = voordeel)

-182

Reeds verwerkte verliesvoorzieningen 31-12-2018

-434

Te verwachten te nemen winst 2019 en verder

616

De huidige boekwaarde ad. € 9,0 miljoen zal in de toekomst terugverdiend moeten worden door het genereren van de hierboven genoemde opbrengsten. Bij afronding van de projecten wordt naar verwachting een nominaal positief resultaat op de exploitaties gerealiseerd van in totaal € 182.000. Voor het project de Buitenplaats is reeds een voorziening getroffen ter hoogte van het verwachte verlies ad. € 434.000.

De eindconclusie is dat de te verwachten te nemen winst in komende jaren totaal € 616.000 (nominaal) bedraagt voor de actieve grondexploitaties. Het genoemde verlies is reeds in 2018 en eerdere jaren verwerkt in het resultaat.

 

Te verwachten resultaten faciliterend grondbeleid
Bij faciliterend grondbeleid is de bouwkavel in het bezit van een private partij (ontwikkelaar, particulier, etc.) en wordt deze door die partij ontwikkeld. De gemeente treedt enkel c.q. vooral op als overheid, die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is.

Tabel - Verwachte resultaten passieve grondexploitaties (faciliterend)                                                                              (bedrag x € 1.000)

Complex

Boekwaarde

31-12-2018

Geraamde nog te maken kosten

Geraamde nog te realiseren opbrengsten

Geraamd resultaat (nominale waarde)

Geraamd resultaat (netto contante waarde)

Afsluiting

per

Plantage

219

248

969

-502

-457

31-12-2022

Biezenkamp

1.240

1.204

0

2.444

2.361

31-12-2020

Groot Agteveld

-245

1.166

731

190

188

31-12-2022

 

1.214

2.618

1.700

2.132

1.716

 

 

Boekwaarde 31-12-2018

1.214

Nog te verwachten opbrengsten passieve grondexploitaties

Nog te verwachten kosten passieve grondexploitaties

1.700

2.618

Te verwachten winstsaldo (nominale waarde 1-1-2019) (negatief = verlies)

-2.132

Reeds verwerkte verliesvoorzieningen 31-12-2018

-2.549

Te verwachten te nemen winst 2019 en verder

417

De hierboven genoemde nog te verwachten kosten en opbrengsten volgen uit de geactualiseerde passieve grondexploitaties per 1 januari 2019. Bovenstaande betekent dat de huidige boekwaarde volgens de verwachting niet volledig terug zal worden verdiend. Voor het verwachte verlies is binnen de exploitaties Biezenkamp en Groot Agteveld een voorziening getroffen per 1 januari 2019.

De eindconclusie is dat de te verwachten te nemen winst in komende jaren totaal € 417.000 (nominaal) bedraagt voor de faciliterende grondexploitaties. De genoemde verliezen zijn reeds in 2018 en eerdere jaren verwerkt in het resultaat.

De totale nog te nemen winst op alle grondexploitaties wordt geraamd op totaal € 1.033.000.

 

Overige complexen niet in exploitatie

 

Voorzieningen grondexploitaties

Tabel - Stand voorzieningen grondexploitaties

(bedragen x € 1.000)

 

Stand 1-1-2018

Stand 31-12-2018

Voorz. De Biezenkamp

Voorz. De Buitenplaats

Voorz. Groot Agteveld

Voorz. Afgesloten complexen

2.562

1.354

202

19

2.413

434

188

19

Totaal voorzieningen

4.137

3.054

Voorziening De Biezenkamp
Deze voorziening dient ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie De Biezenkamp. Het saldo van de voorziening is in 2017 aangepast aan de hand van het berekende projectresultaat in de Actualisatie Grondexploitaties 2019 Naar verwachting zal de onttrekking ten laste van deze voorziening plaatsvinden in 2020.

Voorziening De Buitenplaats
Deze voorziening dient ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie De Buitenplaats. Het saldo van de voorziening is in 2018aangepast aan de hand van het berekende projectresultaat in de Actualisatie Grondexploitaties 2018. Naar verwachting zal de onttrekking ten laste van deze voorziening plaatsvinden in 2021.

Voorziening Groot Agteveld
Deze voorziening dient ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie Groot Agteveld van € 188.000 nadelig (Actualisatie Grondexploitaties 2018).

Voorziening afgesloten complexen
Het project De Schammer is per 31 december 2014 afgesloten. Voor de resterende werkzaamheden in 2017 en verder is een bedrag van € 19.000 gereserveerd ten laste van het project De Schammer. Dit bedrag is gestort in de voorziening afgesloten complexen.

Risico’s per complex
Voor een nadere beschrijving van de risico’s per complex kan worden verwezen naar de Actualisatie Grondexploitaties 2019, welke in het voorjaar van 2019 ter vaststelling aan de raad is aangeboden. Hierin zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van alle grondexploitaties.

 

Paragraaf Toezicht en Verantwoording

 

Algemeen
Deze paragraaf beschrijft hoe we invulling geven aan toezicht & verantwoording over de onderwerpen toezichtinformatie, rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. Naar deze onderwerpen wordt gestructureerd onderzoek verricht of verantwoording gegeven door verschillende actoren en kan schematisch als volgt worden weergegeven:

 

Onderzoek door

Rapportage aan:

Op basis van:

Rechtmatigheid

rekenkamer

accountant

eigen organisatie

raad

college

art. 182 Gw

art. 213 Gw

Doelmatigheid

rekenkamer

eigen organisatie

raad

college

 

art. 182 Gw

art. 213a Gw

Doeltreffendheid

 

 

rekenkamer

eigen organisatie

 

raad

college

 

art. 182 Gw

art. 213a Gw

 

Toezichtinformatie

eigen organisatie

raad

provincie

Verordening systematische

toezichtinformatie provincie

Utrecht

Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand
Het onderzoek door de rekenkamer is gericht op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid. Ofwel: heeft het beleid de gewenste resultaten opgeleverd en is dit tegen zo min mogelijk kosten tot stand gekomen? De rekenkamer kan ook de rechtmatigheid onderzoeken. Ten aanzien van de afgeronde onderzoeken geldt dat de rekenkamer na een periode van circa anderhalf à twee jaar nagaat hoe de aanbevelingen door de gemeente in praktijk zijn gebracht en welke uitwerking zij hebben.

Eind 2017 is gestart met het onderzoek naar het risicomanagement in het sociaal domein en in het voorjaar van 2019 zal de rekenkamer naar verwachting de resultaten van het onderzoek rapporteren aan de gemeenteraad.

Rechtmatigheid en accountantscontrole
Bij rechtmatigheid gaat het om het beantwoorden van de vraag of bij de uitvoering van beleid en taken aan wettelijke kaders en regelgeving wordt voldaan. Op het gebied van rechtmatigheid is eveneens de accountant actief. Deze toetst de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie. De raad stelt jaarlijks het controleprotocol met het bijhorende normenkader (alle relevante wet- en regelgeving) vast. Het normenkader fungeert als belangrijkste uitgangspunt voor de rechtmatigheidscontrole door de accountant. De accountant geeft jaarlijks door middel van de rechtmatigheidsverklaring een oordeel over de mate waarin de gemeente Leusden (financieel) rechtmatig handelt. Bij het beoordelen van de rechtmatigheid baseert de accountant zich voor een belangrijk deel op de uitkomsten van de gemeentelijke verbijzonderde interne controle (VIC).

Het Beleidskader rechtmatigheid en accountantscontrole 2018 bevat het kader voor de uitvoering en de toets op de rechtmatigheid. De hierbij van toepassing zijnde criteria (begrotingscriterium, voorwaardencriterium en M&O-criterium) worden hierna verder uitgewerkt.

De overschrijdingen in de jaarrekening 2018 zijn op programmaniveau beoordeeld op rechtmatigheid. Alleen de lastenkant is in de toets betrokken. Alleen de programma’s Bestuur en, Leefomgeving laten een overschrijding zien aan de lastenkant groter dan € 50.000. Alle begrotingsafwijkingen op de taakvelden van deze programma’s groter dan € 50.000 zijn getoetst aan bovenstaande kaders. In onderstaand overzicht zijn deze weergegeven (bedragen * € 1000).

 

 

Afwijking

Norm

Oordeel

Domein Bestuur

Bestuur    

 

140

 

3

 

Financieel rechtmatig

Domein Leefomgeving

Beheer overige gebouwen en gronden

Onderwijshuisvesting   

Afval             

 

63

306

451

 

4

7

4

 

Financieel rechtmatig

Financieel rechtmatig

Financieel rechtmatig

Voorwaardencriterium
Bij het voorwaardencriterium gaat het om het voldoen aan regelgeving door hogere overheden, maar ook om het voldoen aan eigen gemeentelijke regelgeving. Onze aanpak is voornamelijk gegevensgericht door de uitvoering van detailcontroles, gegevensgerichte cijferanalyses en verbandscontroles. Daarnaast controleren we deels systeemgericht belangrijke maatregelen in de interne beheersing. In 2018 zijn de volgende processen gecontroleerd: Planning & control cyclus, treasury, aanbestedingen, inkopen en betalen, belastingen, personeel, subsidies, sociaal domein, omgevingsvergunningen, grondexploitatie, inkomende gelden, automatisering.

Er zijn geen rechtmatigheidsfouten of onzekerheden aangetroffen, die boven de rapporteringtolerantie van € 50.000 uitgaan. De accountant heeft alle bevindingen uit de interne controles betrokken in de jaarrekeningcontrole en zal deze naar een oordeel vertalen.

Misbruik en oneigenlijk gebruik
Naast het begrotings- en voorwaardencriterium is dit het 3e criterium voor het beoordelen van de rechtmatigheid van het financieel beheer. Er zijn geen bevindingen gedaan in de controles die duiden op misbruik en/of oneigenlijk gebruik.

 

Doelmatigheid en doeltreffendheid
Het college verricht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur op grond van artikel 213a van de Gemeentewet. In de Verordening Onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Leusden is bepaald dat bij dit ‘zelfonderzoek’ van het college naar het gevoerde bestuur het accent op de doelmatigheid wordt gelegd. Voor de uitvoering kiezen we voor de pragmatische insteek dat regulier te houden onderzoeken dan wel audits als collegeonderzoek worden aangemerkt. In 2018 zijn geen collegeonderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid uitgevoerd.

Interbestuurlijk Toezicht (IBT)
Interbestuurlijk toezicht is een wettelijke taak van de provincie waarbij zij toezicht houdt op de taakuitoefening door gemeenten. Het wettelijke uitgangspunt is dat de provincie voor alle beleidsterreinen de toezichthouder op gemeenten is met uitzondering van de terreinen waarop de provincie geen taken heeft. Het specifieke toezicht vormt hierop een uitzondering, waarbij met name het financieel toezicht integraal, op alle gemeentelijke domeinen, van toepassing is. De verantwoording van de toezichtgebieden worden in de begroting en de jaarrekening opgenomen. Het proces verloopt als volgt: In de jaarrekening worden de resultaten benoemd van de toezichtgebieden. De provincie beoordeelt of de gemeente het goed of slecht doet op de verschillende onderdelen. In de begroting die daarop volgt komen de verbeteracties aan de orde op die punten waarvan in rekening is gebleken dat verbeteringen noodzakelijk zijn. Het Interbestuurlijk Toezicht van de provincie betreft de volgende toezichtgebieden:

Huisvesting Statushouders
Gemeenten geven uitvoering aan de wettelijke taak om verblijfsgerechtigden te huisvesten. In de halfjaarlijkse taakstelling wordt door het Rijk het aantal verblijfsgerechtigden vastgesteld dat in Leusden gehuisvest moet worden. De provincie monitort de resultaten vanuit haar toezichthoudende rol.

Onze taakstelling voor het jaar 2018 bedroeg het aantal van 42 personen. Door inspanning van en samenwerking tussen WSL, NVA en gemeente is het gelukt om voor 38 personen invulling te geven aan deze taakstelling. Daarmee ronden we het jaar met een kleine achterstand op het jaar 2018 af. Voor de eerste helft van 2019 is de taakstelling 14 personen, plus de 4 personen van het jaar ervoor.

WABO ( Bouwen en Milieu)
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering van toezicht en handhaving (Milieu en bouwen) en deugdelijke kwaliteit van het nalevingstoezicht. De provincie toetst of de wettelijk verplichte documenten, als basis voor het systematisch en programmatisch uitvoeren van toezicht en handhaving, aanwezig zijn. Het betreft hier onder andere een actueel beleidsplan, een jaarlijks uitvoeringsprogramma en een jaarverslag over de uitvoering van toezicht en handhaving in het voorgaande kalenderjaar. De provincie toetst niet de werkelijke uitvoering van toezicht en handhaving in de dagelijkse praktijk. Ten aanzien van vergunningverlening voldoen we aan de wettelijke verplichtingen uit de Wabo.

Ruimtelijke Ordening
De gemeenteraad stelt, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente, een of meer structuurvisies en bestemmingsplannen vast. Door de provincie wordt getoetst of gemeenten actuele en gebiedsdekkende bestemmingsplannen hebben en of de gemeente bij deze bestemmingsplannen de algemene regels van het Rijk in acht neemt. En of in de bestemmingsplannen voldoende rekening wordt gehouden met de beheersing van risico’s voor de veiligheid en gezondheid van mensen. Ten aanzien van Ruimtelijke ordening voldoen we aan de wettelijke verplichtingen.

Erfgoedwet 2016
Ten aanzien van bescherming van archeologische waarden en monumenten is er toezicht op gemeentelijke ruimtelijke plannen en op vergunningverlening en handhaving. Het belangrijkste risico van inadequate uitvoering of borging van de wettelijke taken op dit gebied is het verloren gaan van onroerend cultureel erfgoed: cultuurhistorie, archeologie en monumenten. Door de provincie wordt getoetst of het erfgoedbelang afdoende is geborgd in de gemeentelijke bestemmingsplannen, de advisering door monumentencommissies goed functioneert en voldoende rekening gehouden wordt met archeologie in het vergunningentraject. Wij gaan verantwoord om met ons cultureel erfgoed door voldoende uitvoering te geven aan onze wettelijke taak op dit terrein.

Archieftoezicht
Het doel van het toezicht op archief- en informatiebeheer is om te komen tot een betrouwbare informatievoorziening. Op een aantal terreinen voldoen we niet aan de wettelijke verplichtingen uit de Archiefwet. Aan de hand van de volgende verbeteracties streven we erna om op termijn wel te voldoen aan de gestelde verplichtingen:
* Actualiseren van het Besluit Informatiebeheer. Dit is nodig omdat de meest recente versie dateert uit respectievelijk 2005. Door de voortgaande digitalisering zijn er aanpassingen nodig in dit besluit.
* Verbeteren van het duurzaam en toegankelijk digitaal informatie- en archiefbeheer door zaakgericht werken en het door ontwikkelen van het zaaksysteem (Exxellence). In de samenwerking met BNLP is de verbetering van digitaal werken ook een punt dat wordt opgepakt en waarin wordt samengewerkt waar dat kan en winst oplevert.
* Na afronding van de implementatie van Exxellence wordt een audit uitvoering op archief wettelijke taken gepland. Dit wordt in de samenwerking BNLP naar verwachting gerealiseerd in het najaar van 2019.
* Zorgen voor inbedding van informatiebeheer als vast aandachtspunt binnen de aansluitprocedure voor toekomstige verbonden partijen. Ervoor zorgen dat er vanuit de afdeling bedrijfsvoering regelmatig contact is met verbonden partijen over het informatiebeheer en het beheer van gemeentelijke archiefbescheiden. Dit is een continu proces.
* Na de verhuizing naar het nieuwe pand zal de archiefruimte in de Fokkerstraat nog 5 jaar gehuurd worden om de resterende papieren archieven tijdelijk op te slaan en weg te werken

Overzicht van uitgevraagde toezichtinformatie
Op basis van de verordening systematische toezichtinformatie provincie Utrecht wordt voor bovengenoemde toezicht gebieden in het overzicht van toezichtinformatie de uitgevraagde gegevens weergegeven.

Financieel toezicht
De provincie beoordeelt de gemeentelijke begroting aan de hand van het criterium "structureel en reëel evenwicht”. De toezichthouder let er op dat de begroting materieel in evenwicht is: de structurele lasten moeten worden gedekt door structurele baten. Het financieel toezicht is een continue proces dat zich steeds meer kenmerkt door een risicogerichte aanpak. De begrotings- en jaarstukken die de gemeente indient worden niet losstaand beoordeeld, maar in samenhang met elkaar en vanuit een historisch besef. Dit betekent dat de begroting in evenwicht moet zijn en als dat niet zo is dient de meerjarenraming aannemelijk te maken, dat in de eerstvolgende jaren een structureel en reëel evenwicht tot stand zal worden gebracht. Daarnaast toetst de provincie ook of de jaarrekening in evenwicht is. Het financieel toezicht is in beginsel repressief (achteraf). Preventief toezicht komt alleen voor bij hoge uitzondering. Voorafgaande aan de uitvoering van de begroting 2018 heeft de Provincie aan Leusden laten weten dat zij in aanmerking komt voor repressief toezicht en dat we daarmee dus voldoen aan de toetsingscriteria. Daarnaast is onze netto schuldpositie laag en ons weerstandsvermogen op peil.

Repressief toezicht betekende dat we de begroting en begrotingswijzigingen gedurende het gehele verslagjaar 2018 direct konden uitvoeren zonder dat we afhankelijk waren van de voorafgaande goedkeuring van Gedeputeerde Staten.