Meer
Publicatiedatum: 11-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf A Lokale heffingen

Kader

In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. Leusden kent de volgende heffingen, op basis van door de raad vastgestelde verordeningen:

  • Belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Hiertoe behoren de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting;
  • Belastingen om kosten mee te verhalen: de heffingen en rechten. De opbrengst is niet vrij besteedbaar maar is gerelateerd aan de betreffende gemeentelijke zorgplicht of specifieke dienstverlening. Hiertoe behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, reinigingsrecht, rioolaansluitrecht, leges en lijkbezorgingsrechten.

Zie de bijlage voor een korte beschrijving van deze belastingen en heffingen.

In het Coalitieakkoord 2018 – 2022 is vastgelegd dat de gemeentelijke belastingen in beginsel niet worden verhoogd. Inflatiecorrectie is wel toegestaan.
Voor gemeentelijke dienstverlening en de activiteiten waarbij dat van toepassing is blijft het principe van kostendekkendheid het uitgangspunt.

Door het tekort in de meerjarenbegroting 2020-2023 en de ombuigingstaakstelling van
€ 1,5 miljoen is bij de Kaderbrief 2020 besloten tot scenario’s en maatregelen waarvan enkele betrekking hebben op de lokale heffingen:

  • Vanaf 2020 worden leges in rekening gebracht voor het verstrekken van informatie over bouwactiviteiten, met name of deze wel of niet vergunningsvrij zijn. De begrote opbrengst is € 80.000 (scenario 2).
  • In 2020 wordt de OZB voor woningen en niet-woningen met 8,5% verhoogd, met begrote opbrengst van € 583.300 (scenario 3).

Tarieven 2020

In de Kaderbrief 2020 zijn de volgende uitgangspunten genoemd:

  • Inflatie: de ontwikkeling van de inflatie leidt tot aanpassing van belastingen en heffingen met 2% (inclusief rioolheffing).
  • Afvalstoffenheffing: 100% kostendekkend tarief.

In de tabel wordt de ontwikkeling van een aantal tarieven aangegeven:

 

*) De percentages voor de OZB wijzigen nog als gevolg van de WOZ-herwaardering (deze was nog niet gereed ten tijde van het samenstellen van deze begroting). Het voorstel met de herrekende tariefpercentages wordt aan de raad aangeboden, ter vaststelling in december 2019.

Afvalstoffenheffing

In 2018 zijn voor het eerst gedifferentieerde tarieven (diftar) bij de afvalstoffenheffing toegepast. Huishoudens betalen een vast bedrag per jaar, en een klein variabel bedrag per keer dat zij restafval aanbieden. Wie het afval goed scheidt, houdt minder restafval over en betaalt een lager bedrag aan variabele heffing. Per huishouden zijn de woonlasten hierdoor verschillend. Bij de eindafrekening over 2018 bleek dat er in totaal aanzienlijk minder aan variabele heffing is opgelegd dan vooraf was verwacht. Door inwoners is minder restafval aangeboden ten opzichte van de doelstelling in het Grondstoffenplan. Vanuit oogpunt van milieubeleid is dat een prachtig resultaat, maar in financieel opzicht een tegenvaller in de zin dat bij de jaarrekening 2018 geen sprake was van volledige kostendekking.
Van de diftar en het Grondstoffenplan is een evaluatie opgesteld die afzonderlijk aan de raad is aangeboden.

In de begroting 2020 is het voor het eerst mogelijk om rekening te houden met de ervaringen over geheel 2018 zoals aantallen afvalaanbiedingen en tonnages. Ook zijn de nadelige prijs- en kostenontwikkelingen verwerkt die zijn opgetreden, met name bij PMD-afval en papier. Per saldo stijgen de kosten van afvalinzameling en -verwerking met ruim € 700.000 ten opzichte van 2019. De voornaamste ontwikkelingen zijn als volgt:

  • Verwerken PMD (AVU): toename tonnage met 25% en de stijging van het tarief bij de AVU leiden tot een kostenstijging van € 155.000;
  • Lagere opbrengst PMD: het vermarkten van recyclebaar PMD-afval wordt steeds moeilijker. Er wordt rekening mee gehouden dat in 2020 30% van het ingezamelde tonnage niet voor vergoeding in aanmerking komt, wat een lagere opbrengst geeft van € 119.000;
  • Nieuw inzamelcontract (restafval, GFT, PMD): er is een nieuw inzamelcontract afgesloten op grond waarvan de kosten met € 112.000 stijgen;
  • Papier (AVU): het inzameltarief stijgt en de tonnages nemen af. Hierdoor stijgen de inzamelkosten en daalt de te ontvangen vergoeding. Ook heeft de AVU voor de daling van de papierprijs een begrotingswijziging aangeboden. Per saldo een nadeel van € 101.000;
  • Toerekening kosten: de toe te rekenen kosten van personeel en overhead stijgen. Daarnaast zijn de kosten van straatreiniging gestegen. Deze worden gedeeltelijk toegerekend. Bij elkaar een toename met € 43.000;
  • Onderhoud: de kosten voor onderhoud van datacommunicatie van de ondergrondse containers stijgen met € 30.000;
  • Diversen: kosten inzamelen luiers € 14.000, verwerken restafval (AVU) € 10.000, toename kwijtschelding € 12.000;
  • Toename van de BTW op diverse uitgaven met € 131.000.

Om de kosten te verhalen wordt voorgesteld om de variabele tarieven van de afvalstoffenheffing met 10% te verhogen. Het tarief voor een afvalzak van 60 liter stijgt hierdoor van € 1,44 naar € 1,58. Uitgaande van 100% kostendekking zoals vermeld in de Kaderbrief komt het tarief voor het vaste deel uit op € 212,-. Dat is € 65,- hoger dan in 2019.
Bij deze voorgestelde tarieven betaalt een gemiddeld huishouden in 2020 naar verwachting in totaal circa € 240,-: gemiddeld 18 aanbiedingen x 1,58 + € 212,-. In deze rekensom komt de variabele heffing uit op afgerond € 28,-.
In de begroting 2019 is een verwachte gemiddelde afvalstoffenheffing becijferd van € 183,-. Ten opzichte van 2019 neemt de gemiddelde heffing toe met circa € 57,-. De stijging is onontkoombaar. Verderop in deze paragraaf wordt ingegaan op het effect voor de woonlasten.

Afschaffen hondenbelasting

Bij de behandeling van de Kaderbrief 2019 op 13 september 2018 heeft de raad een motie aangenomen waarin het college wordt opgeroepen om voorbereidingen te treffen om de hondenbelasting vanaf 2019 in maximaal 10 jaar gefaseerd af te schaffen. In de motie is geen financiële dekking aangegeven voor de afschaffing van de belasting.
In 2019 is de eerste tranche van de afschaffing van de hondenbelasting uitgevoerd waarbij de tarieven met 10% zijn verlaagd. Bij de behandeling van de Kaderbrief 2020 heeft de raad een amendement aangenomen om de tweede stap van de gefaseerde afschaffing voor 2020 uit te stellen. Zolang de meerjarenbegroting het niet toelaat wordt de gefaseerde afschaffing uitgesteld voor de periode 2021-2023. Dit betekent dat de tarieven in 2020 alleen met inflatiecorrectie worden aangepast. In de komende jaren zal bij de jaarlijkse kaderbrief- en begrotingsopstelling worden bezien of, en in welke mate de verdere afschaffing tot de financiële mogelijkheden behoort in relatie tot de ontwikkeling van de begrotingspositie.
In 2020 worden de tarieven van de hondenbelasting met inflatiecorrectie aangepast.

Kostenonderbouwingen heffingen

Het BBV schrijft voor dat in deze paragraaf een overzicht van baten en lasten wordt opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De kostenonderbouwingen en gehanteerde uitgangspunten vindt u hier.

Opbrengst

 

Ontwikkelingen lokale lastendruk

Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de bedragen die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De woonlastendruk in Leusden kan als ‘gematigd’ en ‘beneden gemiddeld’ worden getypeerd.
Onderzoeken en publicaties bevestigen dat Leusden zowel op landelijk als op provinciaal niveau tot de goedkopere gemeenten behoort. Bureau Coelo van de Rijksuniversiteit Groningen houdt een landelijke ranglijst bij van ‘goedkope gemeenten’. Op deze ranglijst neemt Leusden in 2019 de 19e positie in van in totaal 355 gemeenten. De landelijk en provinciaal gemiddelde woonlasten bedragen in 2019 respectievelijk € 740 en € 737.

In de tabel hierna wordt de ontwikkeling van de woonlastendruk in Leusden van 2019 naar 2020 aangegeven.

Op basis van de aangegeven cijfers stijgen de lokale woonlasten voor Leusdense huishoudens met eigen woning gemiddeld met 15,5%. Voor huurders nemen de gemeentelijke woonlasten toe met 20,8%. Voor Leusdense begrippen een forse toename waar we niet aan gewend zijn maar toe zijn genoodzaakt. De gemiddelde woonlasten van Leusden blijven in 2020 nog steeds beneden de landelijk en provinciaal gemiddelden van 2019 → € 715,17 ten opzichte van respectievelijk € 740 en € 737. Zodra de landelijk en provinciaal gemiddelden van 2020 door Coelo bekend zijn gemaakt zal dit verschil toenemen, ten gunste van Leusden. Immers ook andere gemeenten zijn genoodzaakt hun lokale heffingen in 2020 te verhogen.

Kwijtschelding

Voor de inwoners met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, hondenbelasting en rioolheffing.
De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid. Daar waar de wetgever verruimingen toestaat, zoals bijvoorbeeld voor kleine ondernemers/ZZP-ers, passen we die in Leusden toe (zie het raadsbesluit verruiming kwijtscheldingsbeleid).

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Algemeen

Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Leusden in staat is middelen vrij te maken om (incidentele) financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een financieel vangnet voor optredende gevolgen van risico’s die niet goed kunnen worden afgedekt op basis van het gevoerde risicomanagement. In deze paragraaf geven wij u inzicht in risico’s van de gemeente, het beschikbare en het benodigde weerstandsvermogen.

Beleidskader
Het beleid is vastgelegd in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2010. Er wordt onderscheid gemaakt in risico’s van de algemene dienst en die van het grondbedrijf.

Ontwikkelingen
In 2019 heeft Deloitte een benchmark uitgevoerd naar de financiële positie van Leusden. Uit het onderzoek kwam het algemene beeld naar voren dat de financiële positie van de gemeente Leusden gezond en evenwichtig is. Dit geeft een goede basis op beheerste wijze ambities van de gemeente te realiseren” Daarnaast heeft Deloitte gekeken naar een slecht weer scenario. Als de crisis van een aantal jaar geleden zich in Leusden in dezelfde mate voor zou doen en alle risico’s die we inschatten zich gaan voordoen dan kan Leusden de gevolgen hiervan opvangen. Ook dan blijven de schuldquote en solvabiliteit binnen de waarden van de referentiegroep.

Deloitte adviseert de wijze waarop de weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen worden bepaald te evalueren. Ook wordt voorgesteld een signaleringswaarde of streefwaarde vast te stellen voor solvabiliteit en de netto schuldquote.
Uitwerking van beide adviezen gaan wij koppelen aan de actualisering van de nota risicomanagement. De adviezen krijgen zo betekenis en opvolging in de vorm van door de raad vast te stellen (nieuwe) beleidskaders.

Hierbij worden ook de voorschriften van het nieuwe gemeenschappelijk financieel toezichtkader gemeenten (GTK 2020) meegenomen. Een van de nieuwe uitgangspunten is dat de raad zelf, in het licht van zijn kaderstellende rol, een ondergrens bepaalt voor de minimale omvang van de algemene reserve. Ten behoeve van het opvangen van tegenvallers, zoals een negatief jaarrekeningresultaat, zal namelijk altijd een buffer in stand gehouden moeten worden.

Het actualiseren van de nota risicomanagement van de gemeente Leusden is onderhanden en zal naar verwachting in het voorjaar 2020 vastgesteld worden.

Risicomanagement
Bewustwording van risico’s is een belangrijke stap in het beheersen van risico’s. Daarom is het van belang regelmatig stil te staan bij de risico’s die het bereiken van de doelstellingen in de weg staan en het gesprek hierover te organiseren. Onze risico’s worden systematisch in beeld gebracht en op mogelijke consequenties beoordeeld. Tweemaal per jaar wordt een monitor samengesteld waarbij risico’s worden geïnventariseerd dan wel geactualiseerd. Daarnaast zijn risico’s en risicobeheersing een vast onderdeel van de planning en control gesprekken in onze organisatie. Risicomanagement draagt zo bij aan een grotere weerbaarheid en wendbaarheid. En dat is goed voor de continuïteit van de gemeente als het gaat om de uitvoering van taken en verantwoordelijkheden in de samenleving.

Risico's Algemene Dienst

Op basis van de tweede risicomonitor 2019 zijn de belangrijkste risico’s van de algemene dienst in beeld gebracht aan de hand van een drietal scenario’s, namelijk het optimistische scenario, het pessimistisch scenario  en het midden scenario.

Weerstandsvermogen Algemene Dienst

Benodigd weerstandsvermogen Algemene dienst
Het benodigde weerstandsvermogen is genormeerd op 10% van de omzet van de algemene dienst (exclusief
sociaal domein). De (begrote) omzet van de algemene dienst voor 2020 bedraagt: € 48.046.000. Het benodigde weerstandsvermogen is genormeerd op € 4.805.000.

Omdat het totaal van de geïnventariseerde risico’s aan de hand van het midden scenario (€ 3.205.000) lager is dan het genormeerd benodigd weerstandsvermogen wordt bij berekening van het weerstandsvermogen uitgegaan van het genormeerd benodigd weerstandsvermogen.

Beschikbare weerstandsvermogen Algemene dienst
Het beschikbare weerstandsvermogen voor het afdekken van de risico’s bij de algemene dienst wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve (basisdeel). Het (begrote) beschikbare weerstandsvermogen voor 2020 bedraagt € 4.303.000. Dit betreft de geprognostiseerde stand van de algemene reserve; basisdeel per 31 december 2020.
Naast dit deel is voor het opvangen van risico’s in het sociaal domein een afzonderlijke reserve sociaal domein ingesteld. De geprognotiseerde stand van deze reserve bedraagt per 31 december 2020: € 870.000.

Ratio weerstandsvermogen Algemene dienst
Wij drukken het weerstandsvermogen uit in een ratio. Met behulp van dit verhoudingsgetal wordt bepaald of het weerstandsvermogen toereikend is. De gemeente streeft naar een ratio van 1,0 met als toegestane bandbreedte een bovengrens van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Komt de ratio buiten de bandbreedte dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:

Conclusie 
De ratio van 0,90 (afgerond op 2 decimalen) valt binnen de bandbreedte. Het weerstandsvermogen is toereikend.

Risico's grondexploitatie

In de Actualisatie van de diverse grondexploitaties zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van grondexploitaties.

Weerstandsvermogen Grondbedrijf

Benodigd weerstandsvermogen Grondbedrijf
In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is beschreven hoe de norm voor het benodigde weerstandsvermogen wordt berekend. Op basis van de grondexploitaties zoals opgenomen in de Actualisatie 2019 wordt het benodigde weerstandsvermogen grondbedrijf genormeerd op € 2.014.000.

Beschikbare weerstandsvermogen Grondbedrijf
Het beschikbare weerstandsvermogen grondbedrijf wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de Algemene Reserve Grondbedrijf. De omvang van deze reserve bedraagt € 1.717.000 . Dit bedrag is na bestemming resultaat grondexploitatie jaarrekening 2018 en inclusief de geraamde toevoegingen en onttrekkingen in het jaar 2019.

Ratio weerstandsvermogen Grondbedrijf
Evenals voor de Algemene Dienst wordt ook voor het Grondbedrijf uitgegaan van een ratio van minimaal 1,0 met als toegestane bandbreedte een bovengrens van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Komt de ratio buiten de bandbreedte dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:

Conclusie 
Met een weerstandsratio van 0,85 is, afgezet tegen het gemeentelijke beleid zoals vastgelegd in de Nota risicomanagement & Weerstandsvermogen voldoende weerstandsvermogen aanwezig.

Kengetallen financiële positie

Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen.

Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van ‘zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+gemeenten en het gemeenschappelijk financieel toezichtskader 2020. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) horen. Wij zullen de kengetallen opnemen en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende waarden alsmede het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan.

Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. De netto schuldquote neemt in meerjarenperspectief toe omdat onze liquide middelen sterk afnemen door een aantal investeringsprojecten. Toch blijft de netto schuldpositie van Leusden laag en financieel gezond.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terugbetaald worden geeft dit kengetal inzicht in wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. Het aandeel doorgeleende gelden is voor Leusden relatief beperkt waardoor de uitkomst van dit kengetal niet of nauwelijks afwijkt van de netto schuldquote. Dit geeft aan dat het ‘terugbetalingsrisico’ gering is.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen hoe gezonder de gemeente. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Leusden bevindt zich met een solvabiliteitsratio voor de begroting 2020 van 42,5% binnen deze bandbreedte. Dit betekent dat onze bezittingen zijn gefinancierd met 46,6% eigen vermogen (reserves) en 53,4% vreemd vermogen (voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden).

De solvabiliteitsratio heeft als signaleringswaarde B. Dit wordt mede veroorzaakt door het grote aandeel van onderhoudsvoorzieningen in onze balans. Wanneer rekening wordt gehouden met deze voorzieningen, door deze uit het balanstotaal van de vaste en vlottende passiva te halen, dan komt de solvabiliteitsratio uit op 52,1% voor begrotingsjaar 2020. Hieruit blijkt dat Leusden zeer goed in staat is te voldoen aan zijn financiële verplichtingen.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel
beïnvloeden. Deze posten zijn tijdelijk en/of hebben een eindig doel. Met andere woorden, er is een einddatum
bekend. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Het kengetal geeft hiermee aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte heeft als signaleringswaarde B voor het begrotingsjaar 2020.

Kengetal grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van gemeentes. De boekwaarde van de voorraad gronden is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.
Het kengetal geeft weer hoe de waarde van de grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. Hoe lager het kengetal, hoe beter. In meerjarenperspectief neemt ons kengetal af omdat de grondexploitaties langzaam aflopen. Dit is een gunstige ontwikkeling.

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Voor de begroting 2020 komt het kengetal voor de belastingcapaciteit uit op 96,6%. De belastingcapaciteit ligt onder het landelijk gemiddelde.

Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie
De gemeente Leusden kent een sluitende begroting en het weerstandsvermogen is toereikend waardoor er voldoende ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen. De schuldenlast van Leusden ten opzichte van de eigen middelen is relatief laag. Hierdoor is de druk van de rentelasten en de aflossing van geldleningen op de exploitatie laag te noemen. Daarnaast kent Leusden ten opzichte van het landelijk gemiddelde een gematigde lokale lastendruk. De solvabiliteit neemt af, maar is nog steeds toereikend. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de financiële positie van Leusden goed is. Het kengetal grondexploitatie geeft aan dat wij nog boekwaarden aan voorraad gronden hebben die door middel van verkopen moeten worden goedgemaakt. In meerjarenperspectief neemt dit sterk af. Ook beschikken we voor onze grondexploitaties over ruim voldoende weerstandsvermogen om eventuele financiële tegenvallers op te vangen.

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Op het gebied van kapitaalgoederen worden twee fasen onderscheiden:

  • Het verkrijgen (aanschaf) of vervaardiging van kapitaalgoederen;
  • Het onderhoud van kapitaalgoederen.

In deze paragraaf wordt een beeld geschetst van de actuele ontwikkelingen rond het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen, wat er in de begrotingsperiode aan uitvoering gaat plaatsvinden en welke middelen hiermee zijn gemoeid. Het onderhoud en beheer van kapitaalgoederen is van groot belang voor het goed functioneren van de gemeente. Het onderhoud van kapitaalgoederen bestaat uit twee soorten onderhoud: het dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten ten laste van de exploitatie komen en het groot onderhoud, waarvan de kosten ten laste worden gebracht van de gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen.

Evenals in voorgaande jaren zal aan het einde van de paragraaf kort worden ingegaan op een aantal projecten met betrekking tot (het verkrijgen/vervaardigen van) kapitaalinvesteringen op het beleidsterrein van Verkeer en Vervoer.

Beleidskader

Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in het jaar 2012 vastgelegd in de IBOR rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). Middels de rapportage Groot Onderhoud 2016-2019 zijn de diverse onderhoudsplannen per discipline financieel geactualiseerd. Eind 2019 worden de onderhoudsperspectieven geactualiseerd voor de nieuwe onderhoudsperiode 2020-2023. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie ‘basis’ (B) nagestreefd. Het dagelijks- en het groot onderhoud van deze kapitaalgoederen vergt circa 20% van de (jaarlijkse) gemeentelijke lasten.

Kapitaalgoederen in Leusden

Ontwikkelingen

Actualisatie groot onderhoud in 2019
Eind 2016 is een geactualiseerd groot onderhoudsperspectief ter besluitvorming voorgelegd aan het college voor de periode 2016-2019. De actualisatie vormt de basis voor de in de begroting opgenomen onderhoudsuitgaven.
Uitgangspunt hierbij blijft, dat het groot onderhoud op de kwaliteitsambitie ‘basis’ uitgevoerd wordt. Naar verwachting worden in het najaar van 2019 de onderhoudsperspectieven geactualiseerd. De financiële gevolgen van de onderhoudsactualisatie worden middels de voorjaarsnota 2020 in de gemeentelijke begroting verwerkt.

Ontsparingsmaatregel onderhoudsvoorzieningen
Als onderdeel van de Kerntakendiscussie 2013 is besloten om jaarlijks minder te sparen voor groot onderhoud. Dit betreft een financieel-technische ‘ontsparingsmaatregel’ waarbij jaarlijks € 425.000 minder aan de onderhoudsvoorzieningen wordt toegevoegd c.q. minder gespaard wordt voor het groot onderhoud van de infrastructuur. Met deze maatregel is de onderhoudsperiode waarvoor vanuit de onderhoudsvoorziening gespaard is verkort van 16 naar circa 12 jaar. Voor het feitelijke onderhoud heeft deze technische maatregel geen gevolgen. Het betekent wel dat de gemeente na verloop van tijd extra zal moeten sparen om het noodzakelijke groot onderhoud te kunnen uitvoeren. De lasten van toekomstig onderhoud worden doorgeschoven naar toekomstige jaren. De ontsparingsmaatregel wordt na het aflopen van een periode van 12 jaar teruggedraaid. Op dat moment dient extra te worden gespaard om de omvang van de onderhoudsvoorzieningen weer aan te laten sluiten op een uitgavenperiode van 16 jaar.

Vernieuwd gemeenschappelijk toezichtkader (GTK)

Middels het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) worden aan gemeenten richtlijnen meegegeven voor het opstellen van de gemeentelijke paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Aan de hand van deze paragraaf toetst de toezichthouder of beleid- en beheerplannen recent zijn, of aan de eisen van wet- en regelgeving en het door de raad vastgestelde beleid wordt voldaan en of de financiële effecten ervan volledig zijn verwerkt in de begroting.
Per onderhoudsdiscipline wordt in deze paragraaf het door de raad vastgestelde beleidskader vermeld. Voor de beheerplannen en de financiële doorrekening die hier op gebaseerd wordt geldt dat alle beheerplannen per eind 2019 worden geactualiseerd. De laatste actualisatie van de beheerplannen vond plaats in 2016 (verwerkt in de gemeentelijke begroting 2017). Hiermee vindt de voorgeschreven actualisatie van de beheerplannen plaats binnen de toegestane termijn van vijf jaar. De lasten van groot onderhoud worden opgevangen middels de hiertoe ingestelde onderhoudsvoorzieningen. Hierbij worden de onderhoudsvoorzieningen op een dermate niveau gebracht dat het noodzakelijke geachte onderhoud voor een periode van 12 jaar (vanaf het jaar van actualisatie) plaats kan vinden.

Groot onderhoud jaarschijf 2020

Eind 2016 is de groot onderhoudsrapportage 2016-2019 opgesteld op basis van een uitgebreide inspectie.
In de onderhoudsactualisatie 2016 zijn ook de benodigde groot onderhoudsuitgaven voor het jaar 2020 in kaart gebracht.
Deze ramingen voor het jaar 2020 worden – vooruitlopend op de uitkomsten van de onderhoudsactualisatie per eind 2019 – in de gemeentelijke begroting 2020 gebracht. Onderstaand wordt per onderhoudsdiscipline ingegaan op de voorziene activiteiten in het jaar 2020.

Riolering
Uitvoeringsplan: Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023
Stand van zaken: In 2019 wordt een nieuw GRP vastgesteld voor de planperiode van 2019-2023. In het GRP zijn de zorgplichten voor de omgang met hemel-, grond- en afvalwater verwoord en is een meerjarenplanning opgenomen voor zowel onderzoeken als vervangingen en renovaties. Ook wordt aandacht besteed aan maatregelen voor de klimaatadaptatie.
In 2020 wordt met de buurgemeenten Amersfoort, Nijkerk en Bunschoten in een aantal gezamenlijke werken riolering geïnspecteerd en vernieuwd. In 2020 worden verder voorbereidingen getroffen voor werkzaamheden aan het riool in de Burg. De Beaufortweg en in Leusden Zuid. In 2020 worden uitvoeringswerkzaamheden voor de vervanging van 3.000 meter riolering in de Hessenweg in Achterveld en het vervangen van het riool van de Ursulineweg afgerond. Daarnaast worden in 2021 diverse reliningswerkzaamheden uitgevoerd.

Water
Uitvoeringsplan: Baggerplanning stedelijk gebied Leusden 2014-2023, onderhoudsplan stedelijk water 2011-2016, Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: Op basis van slibmetingen in Leusden en Achterveld wordt een nieuwe baggerplanning en prioritering opgesteld. Een aantal baggerwerkzaamheden heeft vertraging opgelopen door het ontbreken van verwerkingsmogelijkheden van baggerspecie vanwege specifieke verontreinigingen. Op landelijk niveau wordt onderzocht waar deze baggerspecie verwerkt kan worden. Tot slot worden er lokaal beschoeiingen en damwanden vernieuwd. In 2019 wordt in overleg met het waterschap de baggerplanning geactualiseerd.

Wegen
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016 - 2019
Stand van zaken: Midden 2018 is er een weginspectie uitgevoerd. Deze vormt de basis voor het nieuwe grootonderhoudsplan Beheerplan Wegen 2020-2028. Dit beheerplan wordt eind 2019 afgerond.
Activiteiten 2020: In 2020 wordt het regulier groot onderhoud uitgevoerd.

  • uitvoering regulier onderhoud asfalt verhardingen;
  • uitvoering regulier onderhoud elementen verhardingen.

Voor regulier onderhoud staat er voor het jaar 2020 een uitgave van € 800.000 in de planning op basis van de in 2018 uitgevoerde verhardingsinspectie. De resultaten uit deze inspectie zijn de basis voor het huidige uitvoeringsprogramma. Voor asfalt en elementen wordt regulier kleinschalig onderhoud uitgevoerd. Hiervoor is circa € 80.000 benodigd. Voor de aanleg van enkele nieuwe parkeervakken en kleine reconstructies wordt een uitgave van € 30.000 benodigd. Naast eerder genoemde activiteiten staan er onderhoudswerken- en bijdragen aan diverse projecten voor 2020 genoteerd, te weten de volgende werken en locaties:

  • Hart van Achterveld - Afronding reconstructie van de Hessenweg in Achterveld.
  • Hart van Leusden - Afronding herinrichting openbare ruimte winkelcentrum.
  • Torenakkerweg - Voorbereiding herinrichting
  • Rotonde AFAS - Aanleg rotonde Zwarteweg/Olmenlaan
  • Leusden Zuid - Voorbereiding herinrichting en riool vervanging
  • Ursulineweg - Herinrichting en rioolvervanging.

Deze werken worden verder afgerond c.q. voorbereid en aanbesteed in het jaar 2020. Uitvoering van de werkzaamheden vindt naar verwachting hoofdzakelijk in het jaar 2020 plaats maar kent ook een gedeeltelijke overloop naar het jaar 2021. Afhankelijk van de voortgang van het werk zullen uitgavenbudgetten voor het jaar 2020 bijgesteld worden bij de voorjaarsnota of de najaarsnota.

Wegenbouwkundige Kunstwerken
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016 - 2019
Stand van zaken: In 2020 worden twee houten bruggen in de Kuperssingel vervangen. Voor 2020 staat tevens onderhoud gepland aan de parkeergarages in de Hamershof. Overige maatregelen voor het jaar 2020 komen voort uit de actualisatie van het onderhoudsperspectief per eind 2019.

Verkeersregelinstallaties
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019
Stand van zaken: Voor de verkeerregelinstallaties (VRI’s) is zowel jaarlijks storingsonderhoud als grootschalig vervangings- of renovatiebeheer van belang. Het storingsonderhoud wordt gezamenlijk uitgevoerd met de buurgemeenten Amersfoort en Soest. In 2020 wordt deze samenwerking voortgezet. In 2020 wordt op globaal niveau de werking en functionaliteit van de VRI’s beschouwd zodat afgewogen kan worden of er aanpassingen aan de VRI’s plaats dienen te vinden of dat het aantal VRI’s op termijn kan worden beperkt. In het voorjaarsdebat 2019 heeft de raad ingestemd met bezuinigingsmaatregelen a.g.v. de tekorten binnen het sociaal domein. Eén bezuinigingsmaatregel bestaat uit het verwijderen van een drietal verkeersregelinstallaties. In 2020 zal gestart worden met de implementatie van de bezuinigingsmaatregel. Tot slot zullen naar aanleiding van een uitgevoerd onderzoek naar de verwerkingscapaciteit van de verkeerslichten aan de Randweg- in 2020 de eerste aanpassingen aan de Randweg worden doorgevoerd.

Openbare Verlichting
Uitvoeringsplan: Beleidsplan Openbare Verlichting 2015 – 2024 & Groot onderhoud 2016-2019
Stand van zaken: In april 2015 is het Beleidsplan Openbare Verlichting door de raad vastgesteld.
Een nieuw all-in contract voor onderhoud en vervangingswerkzaamheden is in 2016 afgesloten. De geplande grootschalige vervanging van armaturen zal in 2019 worden afgerond. Hierdoor is er een besparing van bijna 60.000Kwh aan elektraverbruik gerealiseerd (cfm. de opgave uit het beleidsplan). Het dagelijks onderhoud en beheer wordt de komende 13 jaar nog uitgevoerd door SPIE (voorheen ZIUT).

Ondergrondse afvalinzameling
Uitvoeringsplan: Vervangingsplan ondergrondse afvalinzameling 2020-2030
Stand van zaken: In 2019 is een vervangingsplan opgesteld voor de vervanging van de ondergrondse afvalcontainers en GFT zuilen. Nieuwe glascontainers worden voorzien van geluid reducerend materiaal om geluidsoverlast te verminderen. De overige GFT zuilen worden opgeknapt zodat deze weer vijf jaar mee kunnen. In de periode 2025 tot 2030 worden de overige GFT zuilen, ondergrondse papier en PMD containers vervangen. Betonputten hoeven in deze periode niet te worden vervangen. In het jaar 2019 wordt er een registratiesysteem in gebruik genomen waarmee de gemeente alle inzamelresultaten kunnen worden uitgelezen en geregistreerd kunnen worden in het kader van de DIFTAR. Inwoners kunnen vervolgens via een portal op de gemeentelijke website zien hoeveel afval er gestort is.

Gebouwen
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019
Stand van zaken: De uitvoeringsplanning voor het groot onderhoud van 2020 is gebaseerd op de uitgevoerde NEN 2767 inspectie vanuit de in 2019 uitgevoerde nulmeting op het gebouwenonderhoud door de firma PVM. De nulmeting vormt de grondslag voor de onderhoudsactualisatie welke eind 2019 zal plaatsvinden. Op basis van de uitgevoerde nulmeting zal er een aanbesteding plaatsvinden van het gemeentelijke gebouwenonderhoud. Bij panden waar een keuze tot renovatie voorligt worden geplande onderhoudsmaatregelen voorlopig uitgesteld. Onderaan deze tekst worden deze vermeld. Onderhoud wordt ook uitgesteld wanneer er voorbereidingen worden getroffen tot het nader verduurzamen van panden.
Bij een aantal gebouwen is er een vereniging van eigenaren (VvE). Dit betreft: Huis van Leusden, MFC Atlas en MFC Antares. De VvE is bij alle drie verantwoordelijk voor het groot onderhoud van onder andere de gevels en de daken.

Belangrijke activiteiten in het jaar 2020:

  • Binnen schilderwerk bij sportzaal Achterveld;
  • Vervanging van de dakbedekking bij sportzaal Achterveld (gedeelte) en het kunstgebouw;
  • Voorbereiding op- dan wel feitelijke renovatie van MFA de Korf, afhankelijk van besluitvorming hier over door de raad;
  • Voorbereiding op- dan wel feitelijke renovatie van brandweerkazerne Leusden-Centrum;
  • Voorbereiding op het aanpassing van het ventilatiesysteem van sportzaal Achterveld. Als gevolg van nieuwe regelgeving is de gemeente verplicht om een ventilatiesysteem aan te brengen in de sportzaal Achterveld. Dit doordat nieuwe regelgeving warmteterugwinning eist (per 1 januari 2017). Indien dit noodzakelijk mocht blijken zullen hiertoe aanvullend benodigde middelen bij de Raad worden aangevraagd.

Groen
Uitvoeringsplan: Groenbeleidsplan gemeente Leusden ‘Groene rijkdom in beeld’ (2005), Oplegnotitie Prioritering Groenbeleid gemeente Leusden, Bomenplan 2012-2021
Stand van zaken: Het groot onderhoud groen is vanaf 2015 gedeeltelijk opgenomen in het woonomgevingsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is een jaarlijks bedrag van € 40.000 opgenomen voor groenrenovaties in de directe woonomgeving. Bewoners kunnen initiatieven indienen voor onderhoud en inrichting van het openbaar groen. Door middel van het beschikbaar gestelde budget kunnen plannen die door de groenaannemer en bewoners worden uitgewerkt - na gemeentelijke goedkeuring- worden uitgevoerd. Het overige budget wordt met name gebruikt voor renovaties in de groene hoofdstructuren van de gemeente Leusden. Uitgangspunt voor deze renovaties is met name het Groenbeleidsplan en de oplegnotitie prioritering Groenbeleid gemeente Leusden.
Eind 2019 wordt het nieuwe groenbeheerplan afgerond. Het beheerplan geeft inzicht in de manier waarop de openbare ruimte duurzaam in stand wordt gehouden. Het beschrijft de omvang en de gewenste kwaliteit van de te beheren arealen en de (financiële) middelen die daarvoor nodig zijn.

Speelvoorzieningen
Uitvoeringsplan: Speelruimteplan 2011-2021, Groot onderhoud 2016-2019, Uitvoeringsplan Spelen 2017-2025
Stand van zaken: In maart 2012 is het Speelruimteplan 2011-2021 vastgesteld. Volgens dit plan gaat de gemeente het aantal speeltoestellen verminderen om op onderhoudskosten te besparen. Als onderdeel van het Uitvoeringsplan Spelen 2017-2025 is een systematiek ontwikkeld die als leidraad dient bij het realiseren van de bezuiniging. De bij Nieuw Beleid 2017 door de raad beschikbaar gestelde geldelijke impuls van € 25.000 per jaar wordt ingezet om zo efficiënt mogelijk speeltoestellen te vervangen. In de komende jaren zullen veel verouderde speeltoestellen vervangen moeten worden. Er is echter niet altijd een duur speeltoestel nodig om kinderen uit te dagen buiten te spelen of om mensen aan te moedigen elkaar te ontmoeten. Binnen de kaders van het Uitvoeringsplan Spelen 2017-2025 zoeken we naar mogelijkheden om invulling te geven aan de wensen van inwoners. Er wordt ingezet om meerdere speelplekken per jaar op te knappen. Hiervoor zullen aannemers worden gevraag om in te schrijven en een plan van aanpak op te stellen. Na beoordeling hiervan door de gemeente, kan dan tot uitvoering worden overgegaan.

Sportterreinen
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019: meerjarenplanning Buitensportaccommodaties
Stand van zaken: In 2016 is in samenwerking met ingenieursbureau Kybys een nieuw model opgesteld voor het onderhoud van de buitensportaccommodaties. Deze nieuwe meerjarenplanning sluit nog beter aan op de praktijksituatie en in het model zijn de meest recente (kostentechnische) inzichten meegenomen. In het nieuwe model zijn alle kosten tot en met het jaar 2040 inzichtelijk gemaakt
zodat duidelijk is welke financiële middelen gereserveerd dienen te worden om alle buitensportaccommodaties duurzaam in stand te houden. Voor 2020 staan kunstgrasvelden 3 en 4 van Roda’46 in de planning voor de renovatie van de toplaag. Met Roda’46 worden de mogelijkheden verkend voor de omvorming van natuurgrasveld 2 naar een (semi)kunstgrasveld. Roda’46 dient deze wens tot omvorming zelf te bekostigen.

Budgetten

Onderstaande tabel geeft inzicht in de totale kosten voor het groot onderhoud van de kapitaalgoederen, zoals opgenomen in de diverse programma’s van de begroting. De uitgaven zijn inclusief indirecte kosten en BTW, daar waar de BTW kostprijsverhogend doorwerkt in de budgetten. De budgetten zijn gebaseerd op de groot onderhoudsactualisatie 2016-2019 van de onderhoudsvoorzieningen.

 

Onderhoudsvoorzieningen

Het groot onderhoud aan de kapitaalgoederen wordt gedekt uit diverse onderhoudsvoorzieningen. Naar huidige inzichten zijn er voor de instandhouding van de verschillende kapitaalgoederen per 1 januari 2020 de volgende bedragen beschikbaar in de (onderhouds)voorzieningen (x € 1.000):

Toevoegingen aan de voorzieningen
Via de exploitatie worden jaarlijks middelen toegevoegd aan de diverse onderhoudsfondsen.
De structurele toevoeging aan de onderhoudsvoorziening (exclusief riolering) loopt in de meerjarenbegroting op naar € 3,4 miljoen in het jaar 2023. De jaarlijkse dotatie is hierbij verlaagd met € 425.000 als gevolg van de eerder vermelde technische maatregel uit de kerntakendiscussie 2013 waarbij jaarlijks minder wordt gereserveerd ten behoeve van toekomstig groot onderhoud.

Kapitaalinvesteringen beleidsplan Verkeer en Vervoer

Het vigerende Beleidsplan verkeer en vervoer is gedateerd. Dat geldt ook voor het uitvoeringsprogramma dat daarop gebaseerd is. Daarom is in 2019 gestart met het opstellen van een nieuw Mobiliteitsplan. Ook dit plan krijgt een uitvoeringsprogramma waarin staat welke maatregelen nodig zijn om Leusden op langere termijn bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Daarbij wordt ook ingezoomd op het onderwerp duurzaamheid.
Aan de hand van het nieuwe Mobiliteitsplan wordt bepaald welke maatregelen nodig zijn, op welk moment en in welke volgorde deze uitgevoerd moeten worden.

Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • De ontsluitingswegen moeten voldoende capaciteit hebben om het verkeersaanbod te kunnen verwerken om daarmee sluipverkeer door woonwijken zoveel mogelijk te beperken;
  • Voor verplaatsingen tot 15 km is de (elektrische) fiets een prima en ook nog eens gezond alternatief voor de auto;
  • De technische mogelijkheden om de doorstroming te waarborgen worden geoptimaliseerd, bijvoorbeeld door een ‘slimme’ afstelling van verkeerslichten;
  • Pas wanneer technische mogelijkheden niet toereikend zijn om de groei van het autoverkeer op te vangen, kan worden gedacht aan uitbreiding van de beschikbare capaciteit. Dit komt neer op het aanbrengen van extra asfalt;
  • De mogelijkheden en toegevoegde waarde van het openbaar vervoer worden meegenomen in het Mobiliteitsplan
  • De infrastructuur die nodig is om de groei van het elektrisch wagenpark te kunnen bijbenen moet snel worden uitgerold.

De uitvoeringsmaatregelen uit het nieuwe Mobiliteitsplan worden in eerste instantie gedekt vanuit de nog binnen de reserve bovenwijkse voorzieningen vrij aanwendbare middelen. Hierop aanvullend is in het CUP 2018 – 2022 een extra investeringsvolume opgenomen van € 3,75 mln. (€ 0,75 mln. per jaar). Nieuwe initiatieven en projecten vanuit het Mobiliteitsplan zullen vanuit de beide dekkingsbronnen worden bekostigd. Vooruitlopend op het Mobiliteitsplan geven wij een overzicht van de projecten die inmiddels zijn opgestart of die komend jaar in gang worden gezet.

Herinrichting noordelijk deel van de Zwarteweg
In het derde kwartaal van 2020 willen we starten met de herinrichting van de Zwarteweg (gedeelte tussen Randweg en Larikslaan). Belangrijkste ingreep is de aanleg van een rotonde op de kruising Zwarteweg-Olmenlaan-Ruigevelddreef).
Daarbij wordt de grens van het 30 km-gebied in noordelijke richting opgeschoven. Deze komt nu tussen Randweg en de Olmenlaan te liggen. Dit betekent dat de rotonde en de aansluitende weggedeelten binnen een 30 km-gebied komen te liggen. Door deze maatregelen wordt niet alleen de verkeersveiligheid verbeterd; ook de doorstroming zal hierdoor beter zijn.
En dat is nodig omdat het nieuwe hoofdkantoor van AFAS in januari 2012 in gebruik wordt genomen. Dit kan worden gedekt uit de Reserve bovenwijkse voorzieningen.

Herinrichting Torenakkerweg
De aansluiting/kruising Torenakkerweg-Asschatterweg wordt door velen als een onoverzichtelijke en daardoor onveilige locatie ervaren. Wij zijn voornemens deze gecompliceerde aansluiting om te vormen tot een gelijkwaardige eenvoudige T-aansluiting (zonder ingewikkelde oversteekvoorzieningen voor fietsverkeer). Om dit te kunnen realiseren moet in ieder geval het noordelijk deel van de Torenakkerweg in de uitwerking worden meegenomen. Maar omdat de kwaliteit van de rijbaan en die van de vrijliggende fietspaden ook te wensen overlaat, willen wij ook het resterende deel van de Torenakkerweg herinrichten. Bedoeling is dat deze weg wordt omgevormd tot een 30 km-gebied. Dit houdt in dat de rijbaan wordt versmald, de asfaltverharding wordt vervangen door klinkers en de fietsers de rijbaan met het autoverkeer moeten delen. De vrijkomende ruimte wordt vervolgens gebruikt om dit gebied een parkachtige uitstraling te geven.
Deze werkzaamheden kunnen worden betaald uit de middelen die gereserveerd zijn voor groot onderhoud.

Fietsplan Leusden
De Leusbroekerweg is nu ook opgenomen in het regionaal fietsnetwerk van de provincie. We zijn met de provincie in overleg over een subsidie voor de aanleg van rode fietsstroken. Om uiteenlopende redenen is de aanleg van een vrijliggend fietspad hier niet haalbaar. Rode fietsstroken bieden de fietsers ook bescherming en enig comfort. Wat ons betreft worden deze fietsstroken aangebracht op het hele wegvak tussen het Valleikanaal en de Arnhemseweg. Als de subsidieaanvraag wordt gehonoreerd betaalt de provincie 50 % van de kosten.

Aanvullende maatregelen Randweg
De Randweg is een van de belangrijkste ontsluitingswegen. Op sommige momenten van de dag is hier sprake van een minder soepele doorstroming. En daardoor kan het gebeuren dat de vrije doorgang op de kruising Randweg-Groene Zoom-Plesmanstraat soms geblokkeerd wordt. De belangrijkste oorzaak daarvan blijkt te liggen rond de kruising Randweg-Zwarteweg-Flankement. Daarom willen wij daar een aantal maatregelen treffen, waaronder de aanleg van een aparte rechtsafstrook op de Zwarteweg en het verwijderen van de versmalling op de Randweg zelf. Uit onderzoek is gebleken dat dit voor de korte termijn weer voldoende lucht geeft. De kosten hiervan kunnen worden gedekt uit de Reserve bovenwijkse voorzieningen.
Ook op het meest westelijk deel van de Randweg (tussen A28 en Groene Zoom) is soms sprake van filevorming.
Dit speelt met name tijdens de ochtendspits. Dit probleem kan worden verminderd door een verlenging van zowel de opstelstrook richting Plesmanstraat als die van de ‘rechtsaffer’ richting Groene Zoom. De hiermee samenhangende kosten worden begroot op € 185.000. Ook deze uitgaaf kan uit de reserve bovenwijkse voorzieningen worden gedekt.

Paragraaf D Financiering

Treasury-functie

De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van de overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. De functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de ministeriële regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO) en de Treasuryverordening 2016.

 

Financieringsbeleid

De gemeente zet de overtollige geldmiddelen uit bij de Nederlandse Staat (schatkistbankieren).
Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering met externe middelen beperkt door eerst de eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn kunnen externe middelen in de vorm van projectfinanciering worden aangetrokken.

Financieringspositie

Om de financieringsbehoefte te bepalen wordt gekeken in welke mate de boekwaarde van de vaste activa en de bouwgrondexploitaties worden gefinancierd met eigen vermogen (reserves) en lang vreemd vermogen (voorzieningen en langlopende leningen). Hierbij is rekening gehouden met geplande projectfinanciering voor De Korf, IKC Berkelwijk (deel ’t Ronde inclusief BSO) en IKC Groenhouten. De berekening wordt in onderstaande tabel weergeven. Uit de tabel blijkt dat er de komende jaren geen aanvullende financieringsbehoefte is.

Indicatoren

Om vooral de financieringsrisico’s (renterisico’s) te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Daarnaast is met het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet.

Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is om tot een spreiding binnen de langlopende lening portefeuille te komen zodat het renterisico wordt beperkt. De jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
De jaarlijks verplichte aflossingen van de reeds aangetrokken leningen vallen ruim binnen de gestelde norm. De aangetrokken leningen hebben een vast afgesproken rentepercentage voor de gehele looptijd, renteherziening is hierop niet van toepassing.

Kasgeldlimiet
Het doel van de kasgeldlimiet is om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. Gemeenten mogen hun financieringsbehoeften slechts voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) financieren. In de wet FIDO is bepaald dat de gemiddelde netto vlottende schuld (looptijd korter dan een jaar) per kwartaal de kasgeldlimiet niet mag overschrijden. De norm is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.
De Gemeente Leusden heeft op dit moment geen schulden met een looptijd korter dan een jaar (kort geld).

Drempelbedrag schatkistbankieren
De lagere overheden zijn verplicht overtollige middelen aan te houden bij het Ministerie van Financiën (schatkist). Om het dagelijkse kasbeheer doelmatig uit te kunnen voeren is een drempelbedrag bepaald wat buiten de schatkist mag worden gehouden: een bedrag van 0,75% van het begrotingstotaal. Wij mogen in 2020 een positief rekening-courantsaldo bij de banken hebben van € 453.000; al het meerdere zal dagelijks naar de schatkist worden overgemaakt.

Rente en beleggingsvolume

Rentebeleid
In lijn met de BBV-richtlijnen verantwoorden we in de begroting alleen de (verwachte) werkelijk te betalen en te ontvangen rente.
Op het taakveld Treasury wordt de te betalen rente over de investeringen meerjarig geraamd op basis van de aangetrokken leningen. Aan activa worden de werkelijke rentelasten van externe leningen toegerekend. In de Leusdense begroting is dit alleen het geval bij de rente van projectfinanciering (zie hierna bij ‘Betaalde rente leningenportefeuille’). Voor de overige activa zijn geen leningen aangetrokken, waardoor er geen rentelasten maar alleen afschrijvingslasten worden toegerekend.
De te ontvangen rente wordt geraamd op basis van de opgestelde liquiditeitsprognose.


Betaalde rente leningenportefeuille

  • De Gemeente Leusden heeft de afgelopen jaren 3 geldleningen aangetrokken voor de financiering van de projecten MFC Atria, Hart van Leusden en IKC Berkelwijk. De verplichte aflossingen en verschuldigde rentelasten zijn hieronder opgenomen. De rentelasten van deze geldleningen worden toegerekend aan de betreffende projecten.
  • In de begroting 2020 is ook gerekend met een 25-jarige lening van € 300.000 voor het voorbereidings-krediet voor IKC Groenhouten per 01-01-2023 met een rentepercentage van 2%. Het daadwerkelijk aantrekken van deze lening wordt meegenomen in de totale investering voor IKC Groenhouten en is afhankelijk van het besluit over het uitvoeringskrediet, renteontwikkelingen en de beschikbaarheid van eigen financieringsmiddelen.

Rentevisie
De rente blijft dalen en lijkt maar geen bodem te vinden. In het rentebesluit van eind juli 2019 benadrukte de Europese Centrale Bank (ECB) dat de eurozone een ‘significante monetaire stimulus’ nodig heeft. De ECB verklaarde dat de rente zolang als nodig is zal blijven op het huidige lage niveau, en voegde hieraan toe dat een nog lager niveau van de rente niet wordt uitgesloten. Ook sluit de ECB een hernieuwd opkoopprogramma van obligaties niet uit, mocht dat nodig zijn om de economie en inflatie verder aan te jagen.
Voorlopig verwachten wij dan ook geen belangrijke rentestijgingen.
Korte rente begin september 2019 : 6-maands rente -/- 0,44% (sept 2018 -/- 0,27%)
Lange rente begin september 2019: 10-jaars rente -/- 0,28% (sept 2018 0,48%)
Bij de invoering van schatkistbankieren gingen we uit van een structureel rendement van 1%. Door de rendementsontwikkelingen staat dit uitgangspunt onder druk, zeker voor de korte termijn. Wat betreft de rentebaten gaan we in de begroting 2020, net als in de voorgaande jaren uit van een rendement van 0,5%.
Dit is conform de Kaderbrief 2019. In meerjarenperspectief handhaven we het rendement op 1%.

Liquiditeitsprognose en projectfinanciering (aantrekken geldlening)
Uitgaande van de investeringsplanning maken we een liquiditeitsprognose waarmee, op basis van het gekozen rendement, een opbrengstraming in de begroting wordt opgenomen. Het belang van de liquiditeitsprognose is toegenomen omdat we geen bespaarde rente meer rekenen over onze reserves. Er valt dus geen last (de bespaarde rente) meer vrij in onze begroting indien een reserve wordt aangewend om een investering te dekken. Er is alleen sprake van een wegvallende renteopbrengst. Daarom is het van belang dat elke investering wordt opgenomen in de liquiditeitsprognose en de planning regelmatig wordt bijgesteld.
Op basis van de door de raad genomen besluiten over investeringen en andere geplande investeringen is de liquiditeitsprognose geactualiseerd. Hierin is gerekend met het aantrekken van externe projectfinanciering voor de volgende geplande projecten:

  • De Korf € 4,0 miljoen (volgens raming 2020)
  • IKC Berkelwijk – deel ’t Ronde incl BSO € 3,0 miljoen (volgens raming 2020)
  • IKC Groenhouten € 5,1 miljoen totaal (volgens raming 2022)


Liquiditeitsprognose 2018-2032 inclusief geplande externe projectfinanciering

Beleggingsvolume en –opbrengst
Het totaal aan liquide middelen bij schatkist en banken bedraagt per ultimo 2020 naar verwachting € 13,8 miljoen. In de begroting 2020 wordt uitgegaan van een beleggingsopbrengst van € 69.000. Gerelateerd aan het beleggingsvolume van € 13,8 miljoen is dit een verwacht rendement van 0,5%.

Beleggingsstrategie
Op basis van liquiditeitsprognose en rentevisie worden geen overtollige liquide middelen voor korte of (middel)lange termijnen in deposito bij de Staat (schatkist) weggezet.

Renteschema
In onderstaand schema wordt uiteen gezet hoe de rentetoerekening in de begroting 2020 plaatsvindt:

De externe rente lasten (a.) betreffen de rentelasten van de leningen die zijn aangetrokken voor de financiering van de projecten MFC Atria, Hart van Leusden en IKC Berkelwijk. Dit betreft projectfinanciering die wordt toegerekend aan de betreffende taakvelden (c2). Aangezien Leusden geen andere leningen heeft wordt er geen rente doorberekend aan de grondexploitaties (c1) en ook niet aan de overige taakvelden (e). Conform het vernieuwde rentebeleid wordt er geen rente meer berekend over reserves en voorzieningen.

Overig

Starters- en Duurzaamheidsleningen
De gemeente Leusden heeft € 551.700 eeuwig durend beschikbaar gesteld voor het verstrekken van startersleningen (aanvullende lening voor de aankoop van de eerste woning) en € 75.000 voor duurzaamheidsleningen (lening voor investering in energiebesparende maatregelen in de eigen woning).
Het fonds voor de startersleningen is in 2014 uitgebreid met € 150.000 (eeuwig durend revolverend). Het fonds voor de duurzaamheidsleningen was tot en met 2016 uitgebreid naar totaal € 200.000. Bij de behandeling van de kaderbrief 2017 is ingestemd met een verdere uitbreiding naar totaal € 400.000 tot en met 2030 (looptijd van de duurzaamheidsagenda). Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) verzorgt het financiële beheer van de leningen.
Beide fondsen werken volgens het zogenaamde ‘revolving fund’ principe, dit betekent voor de looptijd van de fondsen een onafgebroken financieel hergebruik van de euro’s die de gemeente eenmalig in de fondsen heeft gestort.

Garantstelling geldleningen
De gemeente Leusden heeft zich door de jaren heen garant gesteld voor geldleningen die diverse stichtingen en verenigingen hebben aangetrokken. Per 1 januari 2020 zijn er tien lopende gemeentegaranties met een geborgd volume van afgerond € 2,5 miljoen. De meest omvangrijke borgstelling - qua bedrag - werd in 2018 verstrekt aan de Vereniging van Eigenaren van bewoners in het Hoofdcentrum in Leusden, voor een lening van € 1,7 miljoen in verband met het renoveren en verduurzamen van 97 woningen in de Hamershof. In 2019 is er een nieuwe garantie bijgekomen. Deze is verstrekt aan LTV Lockhorst voor een lening van € 150.000 die o.a. gebruikt is voor de vervanging van de blaashal. Bij deze garantie heeft de Stichting Waarborgfonds Sport zich ten opzichte van de gemeente voor 50% mede borg gesteld.

Achtervang sociale woningbouw
De leningen van in Leusden werkzame woningbouwcorporaties worden in eerste aanleg geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). In totaal gaat het om een leningsbedrag van € 105 miljoen. De gemeente heeft samen met het Rijk een achtervangpositie in het WSW, en staat daardoor op indirecte wijze garant.

Eigen woningbezit
De Nationale Hypotheekgarantie is een borgstellingsinstrument dat wordt uitgevoerd door het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Per 2011 is de achtervangpositie van de gemeente Leusden in het WEW beëindigd voor nieuwe hypotheekgaranties. Sindsdien neemt het Rijk de volledige achtervang voor nieuwe hypotheekgaranties op zich. Voor de tot en met 2010 verstrekte, nog lopende garanties blijft de gemeentelijke achtervang in stand. In Leusden gaat het om 733 hypotheekgaranties van in totaal € 135 miljoen.

Paragraaf E Bedrijfsvoering

Doel en inleiding

De gemeente is er voor haar inwoners. Voor de samenleving “Leusden” betekent dat veel organiseren en veel regelen. Dat zien we terug in de taken (bijvoorbeeld ophalen huisvuil), de verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld sociale zorg) en de (nieuwe) doelstellingen op de programma’s voor dat jaar. Om al die taken uit te kunnen voeren en om onze plannen en ambities te realiseren is het van belang dat de organisatie goed is toegerust. Daarvoor is een goede bedrijfsvoering nodig.

Bedrijfsvoering gaat over mensen, middelen en mogelijkheden om de gemeente goed te laten functioneren en over de randvoorwaarden die onze ambities, plannen en voornemens helpen realiseren. Onderwerpen die daarbij aan de orde komen zijn: personeel, organisatie, automatisering, huisvesting, financiën enzovoorts.

De paragraaf bedrijfsvoering geeft op hoofdlijnen inzicht in de stand van zaken en beleidsvoornemens van de bedrijfsvoering in onze gemeente voor het jaar 2020.

Beleidskaders

Voor beleid van de bedrijfsvoering geldt een aantal kaders:

  • Informatieplan
  • Vernieuwing P&C

Bedrijfsvoering 2020 : “inzet op het uitwerken van nieuwe ontwikkellijnen”

In de Kaderbrief 2020 bent u geïnformeerd over de zorgen die wij hebben als het gaat om een aantal ontwikkelingen in de organisatie, zoals het hoge ziekteverzuim, de ervaren werkdruk en de verminderde integraliteit. In de zomer zijn deze ontwikkelingen nader onderzocht en in september is een analyse gemaakt. Op basis van deze analyse worden ontwikkellijnen geformuleerd. Deze ontwikkellijnen zullen in 2020 worden uitgewerkt.

Personeel en organisatie

Organisatiedoelstellingen
De wereld van nu is niet meer te vergelijken met de wereld van enkele jaren geleden. Ook als gemeentelijke dienstverlener staan we niet stil. We willen een wendbare en flexibele organisatie zijn die voorbereid is op de toekomst en kan inspelen op veranderingen. De continue doorontwikkeling van Samenleving Voorop is voor ons leidend. Dit komt tot uiting in de nieuwe missie Samen Vooruit. In 2020 geven we hier concreet invulling en uitvoering aan.

Kengetallen organisatie

BBV indicatoren bedrijfsvoering
Naast de verplichten BBV indicatoren die zijn opgenomen op waarstaatjegemeente.nl zijn er ook vijf indicatoren voor het onderdeel bestuur en organisatie die door de gemeente uit de eigen gegevens of de eigen begroting overgenomen moeten worden. De indicator voor de overhead hebben wij opgenomen bij het onderdeel overhead.
De overige vier indicatoren zijn hieronder opgenomen:

Sturing en verantwoording

Bestuurlijke planning en control
In 2019 is start gemaakt om samen met de raadswerkgroep Financiële Verantwoording de bestaande Planning & Control instrumenten te evalueren. De Kaderbrief en Voorjaarsnota zijn langs criteria als inzichtelijkheid, heldere keuzes en besluiten, hoofd- bijzaken gelegd. In een vervolgsessie komen de andere P&C instrumenten aan bod. De evaluatie moet leiden tot een effectievere en efficiëntere inzet van de instrumenten. Instrumenten die beter scoren op transparantie, inzichtelijkheid en leesbaarheid. Doel is de verbeteringen in de cyclus van de begroting 2021 in te voeren.

Om de transparantie en het inzicht te verbeteren is het CUP 2018-2022 ook opgenomen dat er een monitoringsinstrument moet worden ontwikkeld dat actuele informatie over de financiële positie verschaft. Hiermee kan de grip op de gemeentefinanciën worden verstevigd. In het najaar 2019 gaan we met deze opdracht aan de slag. Hierbij zien we overigens een sterke link naar het proces van de evaluatie van de P&C-instrumenten.

De digitale begroting heeft in 2019 een update gekregen. Diverse wensen van de raad zoals een verbeterde zoekfunctie en verbeterde navigatie zijn gehonoreerd. Dit komt de leesbaarheid van onze instrumenten ten goede. Ook in 2020 blijven we inzetten op verbetering van de begrotingsapp. Eén van de ontwikkelingen waar de leverancier mee bezig is, is de mogelijkheid om notities vast te leggen in de begrotingsapp. Een belangrijke stap in het gebruik van de app tijdens de bestuurlijke behandeling.

Intergemeentelijke samenwerking bedrijfsvoering

Algemeen
Per 1 januari 2017 werken de gemeenten Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten samen op het gebied van bedrijfsvoering. De samenwerking is aangegaan omdat er voordelen en resultaten kunnen worden behaald op de zogenaamde 4K’s:

  • een betere kwaliteit van dienstverlening;
  • een minder kwetsbare positie bij een toenemend takenpakket en de eisen die daaraan gesteld worden;
  • een kostenbesparing door gezamenlijke inkoop, standaardisatie en harmonisatie van werkzaamheden;
  • een grotere kans voor het personeel in (door-) ontwikkeling en breedte en diepte in het takenpakket.

Samenwerking vindt plaats op de volgende taakvelden Financiën, Informatisering/automatisering, P&O en Juridisch.

Financiën
De samenwerking op het taakveld financiën heeft zich tot nu toe voornamelijk gericht op de administratie. We werken met één rekeningschema in een gezamenlijke financiële applicatie waardoor we beter in staat zijn om processen te harmoniseren en de financiële administratie gezamenlijk uit te voeren. De applicatie draait inmiddels voor de vier gemeenten in de cloud. Vanaf april 2019 is het voor de BNLP gemeenten mogelijk om e-facturen te verwerken.

Ook op andere financiële taken wordt de samenwerking gezocht waarbij op dit moment veel wordt ingezet op kennisdeling waardoor de kwaliteit wordt verhoogd. De focus binnen het taakveld moet van werken voor één gemeente naar werken voor vier gemeenten. Concrete resultaten die in 2020 moeten worden behaald zijn:

  • Uitvoering geven aan het gezamenlijke interne controle plan waarbij reviews en controles bij elkaar worden uitgevoerd
  • Financiële administratie op orde houden
  • Samenstellen P&C producten op elkaar afstemmen en processen waar mogelijk harmoniseren
  • Beleidsontwikkelingen en wetgeving die van invloed is op het financiële beleid en beheer gezamenlijk oppakken

Informatisering en automatisering

Informatievoorziening
De transformatie van de digitaliserende samenleving is door de snelle technologische ontwikkelingen een proces waarbij de verwachtingen van de gemeentelijke dienstverlening en informatievoorziening ook snel veranderen. Digitalisering vereist een gemeentelijke organisatie die daarop inspeelt en de digitale dienstverlening aan de inwoners en ondernemers optimaal inricht. Dit vraagt om een goede basis, dat wil zeggen een ICT-infrastructuur en informatievoorziening die het gevraagde kan leveren. Dit gaan wij steeds meer gezamenlijk in BLNP verband oppakken (zie onderdeel intergemeentelijke samenwerking bedrijfsvoering). Daartoe wordt het herziene BLNP Informatieplan opgesteld en zullen o.a. onderstaande lokale en gezamenlijke projecten daar deel van uitmaken.

Het zijn o.a. de volgende projecten:

  1. Implementatie van een digitaal loket voor de Omgevingswet.
  2. Formaliseren beheer en inrichting Basisregistratie Ondergrond(BRO).
  3. Starten met inrichten datagedreven werken.
  4. Basisregistratie Grootschalige Topografie(BGT) uitfaseren bij de gemeente Barneveld en onderbrengen bij een marktpartij.
  5. Doorontwikkeling professionalisering i-organisatie en i-voorziening.

Gegevensbescherming / Privacy
De gemeenten Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten (BLNP) zijn in 2018 gestart met de implementatie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De vier gemeenten werken hierbij nauw samen op basis van een BLNP-breed door de vier colleges vast te stellen privacybeleid, waaraan een governancestructuur is gekoppeld.

Door middel van risico gebaseerd werken is er een jaarplanning opgesteld om de bescherming van persoonsgegevens te borgen. Zo zijn we bezig met het opstellen van diverse protocollen, zoals voor de rechten van betrokkenen, het uitvoeren van een gegevens-beschermings-effectbeoordeling (PIA) en melding datalekken. Verder hanteren we de standaard verwerkersovereenkomst en hebben we verschillende PIA’s uitgevoerd. In 2020 zetten we de acties voort om de AVG te borgen en bewustwording onder medewerkers te vergroten.

ENSIA en informatieveiligheid
Door de toenemende digitalisering wordt zorgvuldig omgaan met gegevens van burgers en organisaties steeds belangrijker. Vanaf 1 januari 2020 is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht. De BIO vervangt de bestaande baselines informatieveiligheid voor Gemeenten, Rijk, Waterschappen en Provincies. Hiermee ontstaat één gezamenlijk normenkader voor informatiebeveiliging binnen de gehele overheid.

Binnen BLNP werken we op het thema informatieveiligheid zo veel mogelijk samen. Samen bereiden wij de overgang naar de BIO voor. Volgens het communicatieplan voeren wij diverse acties uit om de kennis en bewustzijn van medewerkers te vergroten. Het gedrag van de mens is bepalend voor het borgen van informatieveiligheid. Tevens laten we een penetratietest uitvoeren op ons gemeentelijk netwerk voor het oplossen van eventuele technische kwetsbaarheden. Ook in 2020 leggen we verantwoording af over de kwaliteit van onze informatieveiligheid via de verplichte Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA).

Personeel en Organisatie
Ook in 2020 wordt op het taakveld HRM de samenwerking in BLNP voortgezet. De invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, zit in in het 1e kwartaal 2020 in de afrondende fase. We zijn voornemens het project harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden vorm en inhoud te gegeven. In eerste aanleg zal het project zich concentreren op de harmonisatie van die regelingen met een financiële component, met de intentie om de geharmoniseerde regelingen met ingang van 1 januari 2021 te gaan invoeren en uitvoeren.

Het in 2019 uitgestelde project aanbesteding van de Arbodienstverlening zal weer worden opgepakt in 2020, leidend tot één Arbodienstverlener voor de 4 deelnemende gemeenten per 01-01-2021.

Ook het huidige project doorontwikkeling Personeel- en Salarisadministratie zal een nieuwe fase in gaan. Intensiever dan nu zal er vanuit de gastheergemeente gewerkt gaan worden onder het mom van één workload, één team, één locatie en één (aan)sturing. Tegelijkertijd zal de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten op het huidige niveau moeten blijven. De wijze waarop de dienstverlening wordt aangeboden is wel onderwerp van gesprek tussen de deelnemende gemeenten.

Eveneens zal er onderzocht worden wat de huidige functiewaarderingsmethodieken zijn binnen de deelnemende gemeente, hoe de opzet is van de afzonderlijke functiehuizen en er zal een advies gegeven worden of en welke functiewaarderingsmethodiek gehanteerd zal kunnen gaan worden in BLNP-verband.

Juridisch
Ieder vakgebied/team binnen BLNP voert een aantal vast omschreven taken uit voor de vier gemeenten. Deze zijn beschreven in de Regeling zonder meer BLNP. Het team Juridische Zaken voert de volgende werkzaamheden uit:

  • Juridische advisering
    • advisering aan bestuurders en ambtenaren, hierbij wordt gebruik gemaakt van een digitale applicatie waarin het team benaderd kan worden en waarin een kennisbank wordt opgebouwd
    • coördinatie WOB verzoeken
    • ondersteuning bij behandeling van klachten en contact met de gezamenlijke gemeentelijke ombudsman voor Bunschoten, Nijkerk en Putten
    • coördinatie inzet externe juridische capaciteit (huisadvocaat) waar nodig

  • Secretariaat commissie bezwaarschriften
    • Het voeren van het secretariaat en de behandeling van bezwaarschriften
  • Juridische kwaliteitszorg
    Op basis van een jaarplan worden activiteiten uitgevoerd gericht op het verhogen van de juridisch kwaliteit van producten en werkzaamheden voor de vier gemeenten. Voor het jaarplan wordt input opgehaald bij de burgemeesters en secretarissen. De activiteiten bestaan onder meer uit het geven van cursussen, organiseren van expertmeetings, ontwikkelen van handreikingen en het uitvoeren van onderwerp gerichte audits.

    De werkzaamheden genoemd onder 1. en 2. zijn grotendeels niet planbaar en afhankelijk van het aanbod.

Lasten en baten bedrijfsvoering



Apparaatskosten zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van onder andere personeel, organisatie, automatisering (ICT), huisvesting, externe inhuur en dergelijke voor de uitvoering van organisatorische taken. Het zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. In bovenstaande tabel staan de totale apparaatskosten vermeld. Hierin is een onderverdeling gemaakt van kosten voor het primaire proces en de overhead. De kosten van de overhead worden toegelicht bij het betreffende onderdeel binnen de begroting. De kosten van het primaire proces zijn verdeeld over de domeinen.
De totale apparaatskosten zijn met € 313.000 gestegen ten opzichte van voorgaand jaar. Binnen het primaire proces is de kostenstijging € 187.000 voor de overhead is dit € 126.000.

Binnen het primaire proces wordt de kostenstijging met name veroorzaakt door hogere ICT en personeelskosten in het domein Samenleving. Met vaststelling van het beleidskader sociaal domein 2019-2022 is het budget voor monitoring/ICT sociaal domein structureel verhoogd met € 100.000. Daarnaast is het beschikbare ICT budget sociaal domein ad. € 62.000 binnen de begroting verschoven van het uitvoeringsbudget naar de apparaatskosten. De kostenstijging binnen de overhead wordt met name veroorzaakt door hogere personeelskosten die in de vorige begroting stonden geraamd op een stelpost.

De totale externe inhuur in 2020 bedraagt € 742.000. Hiervan is € 310.000 voor inzet binnen het primaire proces en betreft € 430.000 inzet vanuit de overhead. In totaal zijn de inhuurkosten € 380.000 hoger ten opzichte van voorgaand jaar. Dit is een stijging van 3,58 %. De inzet binnen het primaire proces is voor € 212.000 binnen het domein Ruimte. In dit domein zijn ook de projecten van het Grondbedrijf opgenomen. De inzet is volledig voor deze projecten en daarmee toe te rekenen aan deze projecten.

Bij de overhead was voorzien dat door vaste formatie flexibel in te zetten minder externe inhuur benodigd zou zijn, echter door diverse capaciteitsknelpunten is externe inhuur nog benodigd. Hierdoor vindt een budgettair neutrale verschuiving plaats van € 408.000 van formatie naar externe inhuur.

Paragraaf F Verbonden Partijen

Algemeen

Belang van samenwerken met andere partners
De gemeente Leusden wil beoogde doelen uit kadernota’s en programmabegrotingen optimaal realiseren. Een optimale borging van het publieke belang is daarbij essentieel. Soms realiseert de gemeente daarbij zelfstandig taken en resultaten, en in andere gevallen zoekt ze samenwerking met derden (bijvoorbeeld andere gemeenten), of belegt de uitvoering extern via subsidiëring of inkoop.
Een specifieke vorm van externe uitvoering is de verbonden partij. Soms volgt dit uit wetgeving, bijvoorbeeld bij de Veiligheidsregio’s en de Regionale Uitvoeringsdiensten. Soms nopen de ontwikkelingen van schaalvergroting en nieuwe gemeentelijke taken tot regionale samenwerking voor de uitvoering van deze taken.

Financieel en bestuurlijk belang verbonden partijen
Verbonden partijen zijn derde rechtspersonen waarin de gemeente zowel een bestuurlijk belang als een financieel belang heeft. Dit betreft enerzijds de publiekrechtelijke gemeenschappelijke regelingen en anderzijds privaatrechtelijke deelnemingen in vennootschappen, verenigingen en stichtingen.
Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van de verbonden partij, of het hebben van stemrecht.

Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij of wanneer de financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. Als de financiële relatie alleen bestaat uit gemeentelijke bijdragen in de vorm van inkomens- of vermogensoverdrachten zoals een subsidie, dan is er geen sprake van een financieel belang. Deze relaties zijn daarom niet in deze paragraaf opgenomen.

Rol en taak verbonden partijen
Verbonden partijen dienen een publiek, openbaar belang. De raad heeft een kaderstellende en controlerende taak en ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de (beleids)programma’s. De functie van deze paragraaf verbonden partijen is om hier inzicht in te bieden.

Lokale en regionale sturing op Verbonden Partijen

Het laten uitvoeren van gemeentelijke taken door Verbonden Partijen heeft het risico dat de democratische controle niet optimaal is. Bij de realisering van beoogde gemeentelijke doelen is een optimale borging van het publieke belang echter essentieel. Sinds 2015 is (op initiatief van de Leusdense raad) daarom een regionale werkwijze voor de sturing en controle op verbonden partijen van kracht. Deze werkwijze is ook beschreven in de Nota Verbonden Partijen (2013). De werkwijze is in 2014 regionaal opgenomen in het Manifest Verbonden Partijen, dat is ondertekend door 10 gemeenteraden uit de regio Zuid-Oost Utrecht. De werkwijze haakt in op de aangescherpte Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) 2015. Krachtens de Wgr dienen verbonden partijen jaarlijks vóór 15 april een kadernota met algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar aan de raad aan te bieden. Dit is vooral van groot belang bij voorgenomen inhoudelijke of financiële wijzigingen. In de regionale werkwijze worden de verbonden partijen verzocht hun kadernota uiterlijk op 31 januari in te dienen, zodat de raad nog een zienswijze op voorgestelde wijzigingen kan indienen vóórdat het AB van de verbonden partij de concept-begroting vaststelt. Zo wordt het zwaartepunt van sturing door de raad meer vooraan in de beleids- en begrotingscyclus geplaatst.

De raad heeft per verbonden partij twee “rapporteurs” benoemd. Zij volgen namens de hele raad de ontwikkelingen bij de verbonden partij nauwgezet en informeren de raadsfracties.

Gemeentelijk vindt geregeld overleg plaats tussen de accounthouders (beleidsadviseurs), de financiële adviseurs en de procescoördinator Verbonden Partijen. Zij toetsen het vastgestelde afsprakenkader rondom sturing en controle aan de praktijk en bespreekt nieuwe ontwikkelingen op dit gebied.

Beheersingsmethodiek voor verbonden partijen

De gemeente monitort de verbonden partijen door het beoordelen van management- en bestuursrapportages en de begrotingen en jaarrekeningen van de betreffende instellingen. Het college rapporteert de raad gedurende het jaar in de P&C-documenten over relevante ontwikkelingen zoals het aangaan of beëindigen van verbonden partijen, wijzigingen in de doelstellingen, nieuwe financiële risico’s en beleidswijzigingen in de uitvoering van de taken.

Het Coalitieakkoord 2018-2022 en de Nota Verbonden Partijen zijn daarbij kaders.

Financieel belang
In totaal zal in 2020 door Leusden een deelnemersbijdrage aan de verbonden partijen van € 4,4 miljoen worden betaald. Dit is circa 7,4 % van de totale gemeentebegroting. Het grootste deel van deze bijdrage is gekoppeld aan afgenomen producten en diensten. Het resterende deel betreft een bijdrage naar rato van het aantal inwoners of woningen.
Het financiële belang van de gemeente Leusden in de verschillende Verbonden Partijen varieert tussen 0,5% en 8%, afhankelijk van het aantal en de omvang van de andere deelnemers in een Verbonden Partij.

Coalitieakkoord 2018-2022

In 2018 is een nieuw Coalitieakkoord opgesteld. In het coalitieakkoord 2018-2022 zetten we, waar dat bewezen de best denkbare vorm is, ook in de regio in op samenwerking en partnerschap. We zoeken op alle mogelijke terreinen naar schaalvoordeel en we willen samen werken om de efficiency en innovatie van beleid en uitvoering te verbeteren. Onze eigen effectief gebleken werkmethodes (best practices) delen wij met onze partners in en buiten de regio.

Gegevens en ontwikkelingen per verbonden partij

1. Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Vestigingsplaats:

Utrecht

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke regeling

Deelnemers:

Alle gemeenten in de provincie Utrecht en de Meldkamer Ambulancezorg

(MKA). De politie Eenheid Midden Nederland is aan de veiligheidsregio verbonden door een convenant.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Burgemeester G.J. Bouwmeester

Doel deelname:

Uitvoering brandweerzorg, organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening bij rampen en noodhulpverlening in de regio Utrecht.

Openbaar belang:

Adequate brandweerzorg, rampen- en crisisbestrijding.

Bestuurlijk belang:

Alle burgemeesters van de 26 Utrechtse gemeenten hebben zitting in het AB.


Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

Geen actuele ontwikkelingen.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Veiligheid

Gemeentelijke bijdrage 2020:

€ 1.550.000

Financieel belang:

Jaarlijkse inwonersbijdrage op basis van verhoudingen van budgetten binnen het gemeentefonds, de zgn. “ijkpuntscores”.

Financieel belang in % Leusden:

1,91%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

€ 0, i.c. sluitende begroting na bijdragen deelnemende gemeenten

Eigen vermogen VP:

€ 9.684.000, incl. nog te bestemmen resultaat (eind 2018)

Vreemd Vermogen VP:

€ 49.192 (eind 2018)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Frictie- en ontvlechtingskosten die door de overgang naar een landelijke meldkamer achterblijven bij de VRU.

Formatie en/of frictiekosten door de komst van de Omgevingswet.

Financiële consequenties Invoering WNRA nog onzeker.

 

2. GGD regio Utrecht (GGDrU)

Vestigingsplaats:

Zeist

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke Regeling

Deelnemers:

Alle gemeenten in de provincie Utrecht

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder P. Kiel.

Doel deelname:

Het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeente op het gebied van openbare gezondheidszorg. De dienst voert wettelijke “basistaken” en op lokaal beleid gebaseerde “keuzetaken” uit.

Openbaar belang:

Invulling geven aan de wettelijke rol bij crises en rampen.

Bevorderen van een goede basisgezondheid en gelijke kansen op gezondheid voor de inwoners, onder meer door preventie.

Bestuurlijk belang:

Elke gemeente is met een lid vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur en (met uitzondering van gemeente Utrecht) ook in de bestuurscommissie. Het AB benoemt het DB.


Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

De bestuursagenda 2019-2023 legt inhoudelijke accenten op de werkzaamheden die we vanuit onze maatschappelijke opgave (zoals uit de Wet publieke gezondheid) doen. De inhoudelijke prioriteiten zijn gericht op gezond opgroeien, gezonde leefomgeving, positieve gezondheid en eigentijds besturen.

De uitvoering van de acties uit het actieprogramma worden uitgevoerd binnen het bestaande financiële kader van GGDrU. De acties worden namelijk deels opgepakt door slimme inzet en herschikking van reguliere taken binnen de bestaande begroting en deels via maatwerkafspraken met die gemeenten die specifieke ambities delen.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Veiligheid

Domein Samenleving – programma Sociaal Domein

Gemeentelijke bijdrage 2020:

€ 1.003.363

Financieel belang:

De kosten van de wettelijke basistaken worden bij alle deelnemers in rekening gebracht; keuzetaken/maatwerk alleen bij de gemeenten waarvoor de taken zijn uitgevoerd.

Een voordelig of nadelig saldo over het begrotingsjaar wordt over de deelnemende gemeenten omgeslagen op basis van het aantal inwoners per 1 januari van dat jaar.

Financieel belang in % Leusden:

ca 2,7%

Financieel resultaat VP:

-/- € 336.000 dekking vanuit het Eigen Vermogen

Eigen vermogen VP:

€ 2.756.000 (stand ultimo 2020)

Vreemd Vermogen VP:

€ 13.185.000 (stand ultimo 2020)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

De verhouding tussen de vaste (inwoner)bijdrage en de maatwerk- opbrengsten moet zodanig zijn, dat de GGDrU in de financieringsstructuur een eventuele daling van maatwerkinkomsten zelf kan opvangen.

Afwentelen overhead als gevolg van bezuinigingen op overige deelnemers.

 

3. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

Vestigingsplaats:

Soest

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke regeling

Deelnemers:

Alle gemeenten in de provincie Utrecht

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder E. van Beurden.

Doel deelname:

Zorgdragen voor een goede, reguliere en milieuverantwoorde verwijdering van door de Utrechtse gemeenten ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen.

Openbaar belang:

Zorgen voor overslag, transport en hoogwaardige verwerking van huishoudelijk afval en grondstoffen; de contractvorming en het - beheer hiertoe; monitoring van de samenstelling van het huishoudelijk restafval; Advisering en communicatieve (campagnes) en beleidsmatige ondersteuning van de deelnemende gemeenten. 

Bestuurlijk belang:

Het AB bestaat uit één lid uit elke gemeente.


Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

AVU werkt samen met Circulus-Berkel en ROVA in “CirkelWaarde”, een samenwerking waarmee de drie organisaties de circulaire economie, - met name op het gebied van de circulaire verwerking van grondstoffen uit het afval -, willen stimuleren.

Programma in begroting:

Domein Leefomgeving – programma Duurzaamheid

Gemeentelijke bijdrage 2019:

€ 763.355

Financieel belang:

Baten en lasten worden 100% aan de deelnemers doorberekend. De GR heeft een 100% belang in de NV Afvalverwijdering Utrecht (en is zo hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele omzetbelastingschulden van de NV), en een minderheidsbelang in de NV Rova Holding.

Financieel belang in % Leusden:

2,2%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

€ 0

Eigen vermogen VP:

€ 648.556 (eind 2018)

Vreemd Vermogen VP:

€ 13.844.156 (eind 2018)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Normale bedrijfsrisico’s zoals rente-, krediet-, debiteuren- en investeringsrisico’s

 

4. Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT)

Vestigingsplaats:

Zwolle

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke regeling

Deelnemers:

Vijf waterschappen en zes gemeenten, te weten Bunschoten, Dalfsen, Dronten, Nijkerk, Leusden en Zwolle.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder W. Vos

Doel deelname:

Een efficiënte en effectieve heffing en invordering van gemeentelijke belastingen (en waterschapsbelastingen) en uitvoering van WOZ-taken op een hoog kwaliteitsniveau tegen zo laag mogelijke kosten.

Openbaar belang:

Juiste en klantgerichte uitvoering van gemeentelijke belastingverordening en kwijtscheldingsregels en waardering onroerende zaken.

Bestuurlijk belang:

Elke deelnemer heeft met één bestuurslid zitting in het AB.


Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

Met de deelnemers vindt een oriëntatie op de strategie plaats. Voorstellen die vanuit dat proces komen zullen worden verwerkt in de Kadernotitie 2021.

Programma in gemeentebegroting:

Domein Bestuur – programma Samenwerking

Gemeentelijke bijdrage 2020:

€ 463.000

Financieel belang:

De grondslagen voor de gemeentelijke bijdrage zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen en de WOZ-basisregistratie (aantallen inwoners en WOZ-objecten).

Financieel belang in % Leusden:

2,4%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

€ 1.460.000

Eigen vermogen VP:

€ 0 (eind 2018)

Vreemd Vermogen VP:

€ 4.282.000 (eind 2018)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Geen bijzondere risico’s. GBLT beschikt in principe niet over eigen

(weerstands-)vermogen. Financiële resultaten worden verrekend met de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling.

 

5. Regionale uitvoeringsdienst (RUD)

Vestigingsplaats:

Utrecht

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke regeling gevestigd te Utrecht

Deelnemers:

De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Soest, Utrecht, Woudenberg, alsmede de provincie Utrecht

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder E. van Beurden

Doel deelname:

Uitvoeren van milieutaken op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving voor de deelnemende gemeenten

Openbaar belang:

Het behartigen van de belangen van de deelnemers tezamen en van iedere deelnemer afzonderlijk op het gebied van de fysieke

leefomgeving. Het zorgdragen van een goede, klantvriendelijke en efficiënte uitvoering van de opgedragen milieutaken.

Bestuurlijk belang:

Elke deelnemende gemeente heeft een zetel in het Algemeen Bestuur.


Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

De RUD Utrecht is per 2018 overgegaan op een systematiek van output financiering. De gemeente Leusden heeft een op deze systematiek gebaseerd nieuwe dienstverleningsovereenkomst 2018-2021 met de RUD Utrecht gesloten. De dienstverleningsovereenkomst moet worden aangevuld, omdat de RUD Utrecht vanaf 2020 een aantal asbesttaken voor de gemeente gaat uitvoeren.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Veiligheid

Domein Leefomgeving – programma Duurzaamheid

Gemeentelijke bijdrage 2020:

€ 338.000

Financieel belang:

De gemeentelijke bijdrage is opgebouwd uit een vaste bijdrage in de overhead (o.b.v. aandeel in de RUD) en variabele kosten op basis van de dienstverleningsovereenkomst. Afrekening vindt voor het variabele deel plaats op basis van de werkelijke productie.

Financieel belang in % Leusden:

 2,4%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

 €11.000

Eigen vermogen VP:

 € 1.117.000 (eind 2018)

Vreemd Vermogen VP:

€ 2.262.000 (eind 2018)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Outputfinanciering (productie, kengetallen en innovatie), ziekteverzuim, bedrijfsvoering.

 

6. Regionale werkvoorziening Amersfoort e.o. (RWA) 

Vestigingsplaats:

Amersfoort

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke regeling

Deelnemers:

De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder P. Kiel

Doel deelname:

Het uitvoeren van alle gemeentelijke taken die voortvloeien uit de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en de daarmee verband houdende voorschriften en regelingen.

Openbaar belang:

Het realiseren van voldoende passend werk voor mensen met een WSW-indicatie.

Bestuurlijk belang:

Elke deelnemende gemeente is in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Werk en inkomen.


Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

De transitie naar een mensontwikkelbedrijf is in volle gang, waarbij de focus is komen te liggen op het realiseren van passend werk voor alle SW-medewerkers. De vergrijzing van het personeelsbestand betekent een toename van de ondersteuningsbehoefte. Door innovatie en aandacht voor duurzame inzetbaarheid en vitaliteit blijven ook de oudere medewerkers zo lang mogelijk aan het werk.

Programma in begroting:

Domein Samenleving – programma Sociaal Domein

Gemeentelijke bijdrage 2020:

€ 231.000

Financieel belang:

De gemeente stelt het deel van het Participatiebudget, dat kan worden toegerekend aan de WSW, volledig ter beschikking aan RWA. Daarnaast draagt elke gemeente naar rato bij in een eventueel negatief exploitatieresultaat.

eventueel negatief exploitatiesaldo.

Financieel belang in % Leusden:

6,21%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

Begroot exploitatietekort € 5.774.000, gedekt door Amfors met € 2.055.000 en door gemeenten met € 3.719.000.

Eigen vermogen VP:

€ 0,-

Vreemd Vermogen VP:

€ 15.515.000 (eind 2018)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

De uitstroom van SW-medewerkers loopt niet synchroon met de afname van de rijksbijdrage. Hierdoor blijft een negatief subsidieresultaat, dat echter in de komende jaren minder negatief zal worden. Het negatieve subsidieresultaat moet worden opgevangen door het netto resultaat van Amfors. Dit Amfors-resultaat wordt negatief beïnvloed door een afnemende productiviteit van de SW-werknemers vanwege vergrijzing.  Dit kan gevolgen hebben voor de gemeentelijke bijdrage. Landelijke wijziging rondom het lage inkomensvoordeel en de CAO van SW-medewerkers maken hier onderdeel van uit.

 

7. Amfors Holding BV 

Vestigingsplaats:

Amersfoort

Juridische rechtsvorm:

Besloten Vennootschap (met gemeentelijke deelneming)

Deelnemers:

De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder P. Kiel

Doel deelname: 

Instandhouding van werkbedrijven waarheen werknemers van RWA gedetacheerd worden om te (leren) werken.

Openbaar belang:

Het realiseren van voldoende passend werk voor mensen met een WSW-indicatie.

Bestuurlijk belang:

De portefeuillehouders Financiën uit de deelnemende gemeenten zijn aandeelhouder van Amfors Holding. Zij controleren begroting, jaarrekening en beleidsplannen.

Daarnaast is er een Raad van Commissarissen bestaande uit personen zonder bestuurlijke binding met de gemeenten.


Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

Zie verbonden partij ‘RWA’ (nummer 6).

Programma in begroting:

Domein Samenleving – programma Sociaal Domein

Gemeentelijke bijdrage 2020:

€ 0

Financieel belang:

De gemeente Leusden bezit aandelen Amfors.

Financieel belang in % Leusden:

6,39% (2019)

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

Exploitatieoverschot van € 2.055.000 en na aanzuivering tekort aan RWA met € 2.055.000 een financieel resultaat van € 0.

Eigen vermogen VP:

€ 2.500.000 (eind 2018)

Vreemd Vermogen VP:

€ 4.526.000 (eind 2018)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

De uitstroom van SW-medewerkers loopt niet synchroon met de afname van de rijksbijdrage. Hierdoor blijft een negatief subsidieresultaat, dat echter in de komende jaren minder negatief zal worden. Het negatieve subsidieresultaat moet worden opgevangen door een hoger het netto resultaat van Amfors. Dit Amfors-resultaat wordt negatief beïnvloed door een afnemende productiviteit van de SW-werknemers vanwege vergrijzing. Dit kan gevolgen hebben voor de gemeentelijke bijdrage. Landelijke wijziging rondom het lage inkomensvoordeel en de CAO van SW-medewerkers maken hier onderdeel van uit. De gemeente is erg afhankelijk van het behalen van de operationele resultaten van Amfors, die ter aanvulling van het negatief subsidieresultaat RWA nodig is om zodoende de gemeente niet meer te laten bijdragen.

 

8. Inkoop Bureau Midden Nederland

Vestigingsplaats:

Vianen

Juridische rechtsvorm:

Stichting

Deelnemers:

De gemeenten IJsselstein, Leusden, Molenlanden, Montfoort, Scherpenzeel, Woudenberg en Vijfheerenlanden.

Doel deelname:

 

Het behalen van financiële, kwalitatieve en procesmatige voordelen door de leden, door inkoop in te zetten als strategisch en tactisch instrument voor waarde creatie.

Openbaar belang:

Professionalisering inkoopproces voor deelnemende gemeenten.

Bestuurlijk belang en bestuurlijke vertegenwoordiger:

In het bestuur van de stichting wordt de gemeente vertegenwoordigd door de gemeentesecretaris. Voor Leusden neemt directeur-gemeentesecretaris W.H. de Graaf-Koelewijn deel aan het AB.


Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

Geen actuele ontwikkelingen.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Samenwerking

Gemeentelijke bijdrage 2020:

€ 86.456

Financieel belang:

Op basis van de afgesloten dienstverleningsovereenkomst wordt een vaste bijdrage en een garantieafname vergoed, daarnaast worden de meer uren op basis van feitelijke afname vergoed aan het IBMN.

Financieel belang in % Leusden:

De gemeente Leusden draagt circa 13% bij in de totale begroting van het IBMN (begroting 2020).

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

€ 77.555 (jaarrekening 2018)

Eigen vermogen VP:

€ 323.697 (jaarrekening 2018)

Vreemd Vermogen VP:

€ 59.496 (jaarrekening 2018)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Niet realiseren van doelstelling van kostendekkendheid organisatie IBMN (regulier bedrijfsvoeringsrisico IBMN).

 

9. Samenwerking Bedrijfsvoering BLNP

Vestigingsplaats:

Bij gastgemeente (Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten), dit is wisselend afhankelijk van het onderwerp.

Juridische rechtsvorm:

Regeling zonder meer

Deelnemers:

De gemeenten Bunschoten, Nijkerk, Leusden en Putten.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Burgemeester G.J. Bouwmeester

Doel deelname:

Doel is om op een aantal bedrijfsvoeringsgebieden (Financiën, Juridische Zaken, HRM en ICT ) structureel samen te weken

Algemeen belang:

Ondersteuning van een passende dienstverlening voor de deelnemende gemeenten.

Bestuurlijk belang:

De Regeling zonder meer heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid, bestuur en begroting. Wel kent de organisatie een stuurgroep waarin de burgemeesters zitting hebben en een regiegroep waarin de gemeentesecretarissen deelnemen.


Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

Zie voor een uiteen werking hiervan de paragraaf Bedrijfsvoering in deze begroting.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Samenwerken

Gemeentelijke bijdrage 2020:

€ 0

Financieel belang:

De verdeelsleutel voor de BLNP-samenwerking is de verhouding van de optelsom van de omvang van het begrotingsdeel in hun huidige gemeentelijke begroting op de vier samenwerkingstaken ten aan zien van personeelskosten, kosten inhuur derden en ICT-kosten.

Financieel belang in % Leusden:

Zie de toelichting bij financieel belang. De verdeelsleutel voor Leusden is 28,95%. Dit percentage geldt als aandeel in de kosten van investeringen, jaarlijkse lasten en op te realiseren besparingen binnen de samenwerking.

Financieel resultaat VP:

De samenwerking geschiedt in de vorm van een Regeling zonder meer. Deze vorm kent geen eigen begroting en rekening. Daarom is er geen sprake van een financieel resultaat zoals dat wordt bedoeld bij verbonden partijen.

Eigen vermogen VP:

De samenwerking heeft geen eigen vermogen, hiervoor dient het eigen vermogen van de afzonderlijke gemeente.

Vreemd Vermogen VP:

De samenwerking heeft geen rechtspersoonlijkheid, kan daarom geen geldleningen sluiten en er is dus geen sprake van vreemd vermogen.

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

In de samenwerking zijn voor de vier taakvelden businesscases opgesteld. Voor Leusden is een besparing becijferd van € 100.000. Bij de Najaarsnota 2018 is aan de raad gerapporteerd dat de ingeboekte besparingen niet volledig worden gerealiseerd. De taakstelling is met € 32.600 verlaagd.

 

10. Vitens NV

Vestigingsplaats:

Zwolle

Juridische rechtsvorm:

Naamloze Vennootschap

Deelnemers:

Vitens heeft honderdtien aandeelhouders, die gezamenlijk € 5.777.247 aandelen bezitten.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder W. Vos

Doel deelname:

Zeggenschap op basis van het aantal aandelen in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Openbaar belang:

Vitens is het grootste drinkwaterbedrijf in Nederland en verzorgt de levering van drinkwater aan haar 5,7 miljoen klanten waaronder de gemeente Leusden. Vitens wil daarbij op duurzame basis een uitstekende kwaliteit drinkwater leveren met de daarbij behorende dienstverlening. drinkwaterbedrijven.

Bestuurlijk belang en bestuurlijke vertegenwoordiger:

De gemeente is aandeelhouder. Wethouder W. Vos is aandeelhouder namens de gemeente Leusden.


Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:

Door veranderende externe omstandigheden neemt het risicoprofiel van Vitens de komende jaren toe (klimaatextremen, drukte in de ondergrond en fysieke- en cyberbeveiliging). De komende jaren worden, op basis van het Investeringsplan (IP) 2019-2023, fors hogere investeringen verwacht die noodzakelijk zijn om de effecten van klimaatverandering op te kunnen vangen en om aan de vraag te kunnen blijven voldoen. Om dit te kunnen realiseren wordt het financieel beleid aangescherpt met als uitgangspunt het waarborgen van de continuïteit. Dit wordt de komende 3 jaren vormgegeven door o.a. het verbeteren van de solvabiliteit een lichte stijging van de drinkwatertarieven en een aanpassing van het beleid rondom dividend- uitkeringen.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Samenwerken

Gemeentelijke bijdrage 2020:

€ 0

Financieel belang:

Gemeente Leusden heeft sinds 2006 een aandelenportefeuille van 25.902 aandelen € 1,00 Vitens.

Financieel belang in % Leusden

Ongeveer 0,5%

Financieel resultaat VP:

€ 14.000.000 (verwacht over 2019)

40% van het behaalde financieel resultaat wordt in het daarop volgende dienstjaar als dividend aan de aandeelhouders uitgekeerd. Het verwacht dividend over 2018 (uitbetaald in 2019) bedraagt € 3,30 per aandeel, dus voor Leusden ongeveer € 85.600.

Eigen vermogen VP:

€ 552.900.000 (verwacht eind 2019)

Vreemd Vermogen VP:

€ 1.294.000.000 (verwacht eind 2019)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

De financiële risico’s zijn zeer beperkt. Er is geen verplichte afdekking van een eventueel tekort; aandeelhouders van een NV zijn niet aansprakelijk voor de schulden van een NV.

 

Paragraaf G Grondbeleid

Belang en doelstelling paragraaf

De paragraaf grondbeleid heeft tot doel te informeren over het beleid rondom de ontwikkeling van grond binnen de gemeente. Met grondbeleid wordt bedoeld de beleidsafweging aangaande de grondproductie en de keuze in het daarbij wettelijke en gemeentelijke instrumentarium. Daarbij wil de gemeente transparant zijn over haar handelen en de juiste instrumenten bieden voor de realisatie van de ruimtelijke programma’s die al zijn vastgesteld. Hoe de gemeente invulling geeft aan het grondbeleid is verder uitgewerkt in de Nota Grondbeleid 2013-2017.
In de planning-en-controlcyclus wordt de gemeenteraad jaarlijks drie keer geïnformeerd over de exploitatie van grond in de gemeente Leusden. Dat is op de volgende momenten:

  1. In november via de paragraaf grondbeleid in de programmabegroting
  2. In juni via de Actualisatie Grondexploitaties
  3. In juli via de paragraaf grondbeleid in de jaarrekening

Beleidskaders

De Nota Grondbeleid 2013-2017 geeft kaders die moeten bijdragen aan een voldoende adequaat grondbeleid. Dit gelet op de ontwikkeling van Leusden en de rol en positieneming van de gemeente Leusden in de samenleving , in het bijzonder het ruimtelijk domein.. De huidige Nota Grondbeleid is geschreven in een periode van financiële crisis en recessie (2008-2014) en geeft kleuring aan de context en het geformuleerde beleid. Op dit moment is juiste sprake van een groeiende economie en een grote vraag naar woningen. In die zin sluit de positionering van de huidige Nota Grondbeleid niet meer helemaal aan bij de actuele situatie. Ook is er nieuwe wetgeving, zijn er nieuwe beleidskaders en spelen er landelijke en lokale ontwikkelingen, die een relatie hebben met de Nota Grondbeleid. Bij het actualiseren van het grondbeleid streven we naar een integraal document, waarin naast de algemene kaders ook de financiële uitgangspunten zijn opgenomen. Dat vraagt om een nieuwe Nota Grondbeleid met een meer dynamisch en situationeel karakter. Eind 2019 / begin 2020 verwachten wij een nieuwe Nota Grondbeleid aan de raad te kunnen aanbieden.

In onderstaand model is aangegeven in welke nota’s de kaders rondom het grondbeleid zijn vastgelegd en in welke documenten de wijze van uitvoering van het grondbeleid naar voren komt.



Ontwikkelingen

Omgevingswet
Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking. Met de komst van de Omgevingswet zal veel veranderen. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Daarmee vormt de wet de basis voor het integraal beheer van en voor de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat we ons, net als de afgelopen jaren, in 2020 verder voorbereiden op de invoering van deze wet. Voor het grondbeleid moet bijvoorbeeld het wettelijk instrumentarium uit de Aanvullingswet grondeigendom worden getoetst op de consequenties voor ons grondbeleid.

Notitie Grondbeleid
Sinds de wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) in 2016 heeft de commissie BBV diverse uitingen gedaan en een veelheid aan vragen beantwoord over grondexploitatie en grondbeleid. Ten behoeve van een goed overzicht heeft de commissie besloten om de verschillende uitingen samen te voegen in één document: een notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken. De notitie is op 31 juli 2019 gepubliceerd, geldt met ingang van begrotingsjaar 2019 en vervangt de volgende notities en uitingen:

  • Notitie Grondexploitaties 2016 (maart 2016)
  • Notitie Faciliterend grondbeleid (maart 2016)
  • Aanvulling Tussentijds winst nemen grondexploitaties (maart 2018)
  • Verwerken onderhandenwerk grondexploitatie (februari 2008)

In de nieuwe notitie is geen sprake van nieuwe beperkende regelgeving, maar wel van enkele aanscherpingen, vereenvoudigingen en aanbevelingen. Daarnaast is een hoofdstuk toegevoegd dat is gericht op raadsleden. Ten behoeve van de eerstvolgende jaarrekening vertaalt de gemeente de nieuwe notitie naar haar grondexploitaties en neemt zij positie in ten aanzien van enkele aanbevelingen waar de gemeente een bepaalde mate van keuzevrijheid heeft.

Vennootschapsbelasting (Vpb)
Per 1 januari 2016 is vennootschapsbelastingplicht voor overheden effectief in werking getreden. Uit een analyse blijkt dat de gemeente Leusden voor het grondbedrijf met ingang van 2016 vennootschapsbelastingplichtig is. Een raming voor de Vpb-last voor het grondbedrijf is opgesteld. Voor de jaren 2020-2022 is een totale Vpb-last geraamd van ongeveer € 81.000, hiervan is € 66.500 geraamd in 2020.

Daarnaast is de gemeente, ondersteund door EFK Belastingadviseurs, in gesprek met de Belastingdienst. Het doel hiervan is het sluiten van een vaststellingsovereenkomst (VSO) waarin onder meer afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop de fiscale openingsbalanswaarde moet worden bepaald. Als met de Belastingdienst tot overeenstemming wordt gekomen dan kan dat leiden tot een lagere Vpb-last dan oorspronkelijk was geraamd. Op het moment dat meer duidelijkheid bestaat over het oordeel van de Belastingdienst en de financiële gevolgen voor de gemeente, zal de raad hierover geïnformeerd worden.

Relaties met programma's

Het grondbeleid van de gemeente Leusden houdt nauw verband met de diverse programma’s in de begroting en jaarrekening.

Begroting 2020 Grondbedrijf

De begroting 2020 van het grondbedrijf bestaat uit:

  • De jaarschijven 2020 uit de grondexploitaties, zoals vastgesteld bij de Actualisatie Grondexploitaties 2019 (Raad 6 juni 2019). De geraamde mutaties binnen de grondexploitaties worden als vermeerdering of vermindering bijgeschreven op de (balans-)boekwaarde en vormen daarom geen toe- of afname op het begrotingsresultaat van de gemeente.
  • Een raming van Algemeen beheer Grondbedrijf, bestaande uit interne doorbelaste uren van ambtelijk personeel en advieskosten derden. Deze mutaties worden verrekend met de Algemene Reserve Grondbedrijf.

De raming van de Vpb-last is niet opgenomen in de exploitatiebegrotingen. Deze maakt onderdeel uit van de begroting van de Algemene Dienst en zal worden gedekt vanuit de Algemene Reserve Grondbedrijf.

Actuele prognose resultaat en winstneming

In deze paragraaf grondbeleid is de uitkomst van de projecten gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2019. In onderstaande overzichten is de prognose weergegeven van de balansposten en de verwachte resultaten zoals deze voortkomen uit de Actualisatie Grondexploitaties 2019.

De voorzieningen voor de verliesgevende grondexploitaties zijn gewaardeerd tegen de netto contante waarde. Het effect ten opzichte van de waardering op nominale waarde op de te verwachten resultaten voor zowel de negatieve als positieve grondexploitaties is hieronder toegelicht. De hieronder genoemde nog te verwachten kosten en opbrengsten volgen uit de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2019.

Te verwachten resultaten actief grondbeleid
De gemeentelijke activiteiten inzake grondexploitatie zijn te onderscheiden in zogenoemd actief en faciliterend grondbeleid. Bij actief grondbeleid voert de gemeente zelf alle fasen van de grondexploitatie uit: van de aankoop van de gronden en eventuele opstallen, sloop, bouwrijp en woonrijp maken tot en met de uitgifte/verkoop van de bouwkavel. De gemeente heeft de te ontwikkelen grond in eigen bezit.

De huidige boekwaarde ad. € 9,0 miljoen zal in de toekomst terugverdiend moeten worden door het genereren van de hierboven genoemde opbrengsten. Bij afronding van de projecten wordt naar verwachting een nominaal positief resultaat op de exploitaties gerealiseerd van in totaal € 182.000. Voor de projecten de Buitenplaats en de Biezenkamp is reeds een voorziening getroffen ter hoogte van het verwachte verlies ad. € 434.000 tegen netto contante waarde.

De eindconclusie is dat de te verwachten te nemen winst in komende jaren € 616.000 (nominaal) bedraagt voor de actieve grondexploitaties. Het genoemde verlies is reeds in 2018 en eerdere jaren verwerkt in het resultaat.

Te verwachten resultaten faciliterend grondbeleid
Bij faciliterend grondbeleid is de bouwkavel in het bezit van een private partij (ontwikkelaar, particulier, etc.) en wordt deze door die partij ontwikkeld. De gemeente treedt enkel c.q. vooral op als overheid, die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is.

De hierboven genoemde nog te verwachten kosten en opbrengsten volgen uit de geactualiseerde passieve grondexploitaties per 1 januari 2019. Bovenstaande betekent dat de huidige boekwaarde volgens de verwachting niet volledig terug zal worden verdiend. Voor het verwachte verlies is binnen de exploitaties Biezenkamp en Groot Agteveld een voorziening getroffen per 1 januari 2019 tegen netto contante waarde.

De eindconclusie is dat de te verwachten te nemen winst in komende jaren € 417.000 (nominaal) bedraagt voor de faciliterende grondexploitaties. De genoemde verliezen zijn reeds in 2018 en eerdere jaren verwerkt in het resultaat.

Algemene reserve grondexploitatie (weerstandsvermogen)

In de vorige alinea is weergegeven dat de grondexploitaties risico’s met zich meebrengen. Om mogelijke risico’s af te dekken, wordt er een buffer gevormd in de vorm van de algemene reserve grondexploitaties.

Zoals toegelicht in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ van deze begroting, bedraagt de actuele weerstandsratio van het grondbedrijf 0,85. Dit valt binnen de bandbreedte van 0,8 - 1,2, welke in het voornoemde beleidskader is vastgelegd. Voor een toelichting op de actuele ratio weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’.

Voorzieningen grondexploitaties

Voorziening De Biezenkamp
Deze voorziening dient ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie De Biezenkamp. Het saldo van de voorziening is in 2018 aangepast aan de hand van het berekende projectresultaat in de Actualisatie Grondexploitaties 2019. Naar verwachting zal de onttrekking ten laste van deze voorziening plaatsvinden in 2020.

Voorziening De Buitenplaats
Deze voorziening dient ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie De Buitenplaats. Het saldo van de voorziening is in 2018 aangepast aan de hand van het berekende projectresultaat in de Actualisatie Grondexploitaties 2019. Naar verwachting zal de onttrekking ten laste van deze voorziening plaatsvinden in 2021.

Voorziening Groot Agteveld
Deze voorziening dient ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie Groot Agteveld van € 188.000 nadelig (Actualisatie Grondexploitaties 2019).

Voorziening afgesloten complexen
Het project De Schammer is per 31 december 2014 afgesloten. Voor de resterende werkzaamheden in 2017 en verder is een bedrag van € 19.000 gereserveerd ten laste van het project De Schammer. Dit bedrag is gestort in de voorziening afgesloten complexen.

Risico's per complex

Voor een nadere beschrijving van de risico’s per complex wordt verwezen naar de Actualisatie Grondexploitaties 2019, welke in het voorjaar van 2019 ter vaststelling aan de raad is aangeboden. Hierin zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van alle grondexploitaties.

Paragraaf H Toezicht en verantwoording

Algemeen

Deze paragraaf beschrijft hoe we invulling geven aan toezicht & verantwoording over de onderwerpen toezichtinformatie, rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. Naar deze onderwerpen wordt gestructureerd onderzoek verricht of verantwoording gegeven door verschillende actoren en kan schematisch als volgt worden weergegeven:

Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand

Het onderzoek door de rekenkamer is gericht op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid. Ofwel: heeft het beleid de gewenste resultaten opgeleverd en is dit tegen zo min mogelijk kosten tot stand gekomen? De rekenkamer kan ook de rechtmatigheid onderzoeken. Ten aanzien van de afgeronde onderzoeken geldt dat de rekenkamer na een periode van circa anderhalf à twee jaar nagaat hoe de aanbevelingen door de gemeente in praktijk zijn gebracht en welke uitwerking zij hebben. In de begroting is voor rekenkameronderzoek € 31.000 geraamd.

Rechtmatigheid en accountantscontrole

Bij rechtmatigheid gaat het om het beantwoorden van de vraag of bij de uitvoering van beleid en taken aan wettelijke kaders en regelgeving wordt voldaan. Op het gebied van rechtmatigheid is eveneens de accountant actief. Deze toetst de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie. De raad stelt jaarlijks het controleprotocol met het bijhorende normenkader (alle relevante wet- en regelgeving) vast. Het normenkader fungeert als belangrijkste uitgangspunt voor de rechtmatigheidscontrole door de accountant. De accountant geeft jaarlijks door middel van de rechtmatigheidsverklaring een oordeel over de mate waarin de gemeente Leusden (financieel) rechtmatig handelt. Bij het beoordelen van de rechtmatigheid baseert de accountant zich voor een belangrijk deel op de uitkomsten van de gemeentelijke verbijzonderde interne controle (VIC). In de begroting is € 57.800 geraamd voor accountantscontrole.

Doelmatigheid en doeltreffendheid

Het college verricht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur op grond van artikel 213a van de Gemeentewet. In de Verordening Onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Leusden is bepaald dat bij dit ‘zelfonderzoek’ van het college naar het gevoerde bestuur het accent op de doelmatigheid wordt gelegd. Voor de uitvoering kiezen we voor de pragmatische insteek dat regulier te houden onderzoeken dan wel audits als collegeonderzoek worden aangemerkt. In de begroting zijn geen middelen geraamd voor onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid.

Interbestuurlijk Toezicht (IBT)

Interbestuurlijk toezicht is een wettelijke taak van de provincie waarbij zij toezicht houdt op de taakuitoefening door gemeenten. Het wettelijke uitgangspunt is dat de provincie voor alle beleidsterreinen de toezichthouder op gemeenten is met uitzondering van de terreinen waarop de provincie geen taken heeft. Het specifieke toezicht vormt hierop een uitzondering, waarbij met name het financieel toezicht integraal, op alle gemeentelijke domeinen, van toepassing is. De verantwoording van de toezichtgebieden wordt in de begroting en de jaarrekening opgenomen. Het proces verloopt als volgt: In de jaarrekening worden de resultaten benoemd van de toezichtgebieden. De provincie beoordeelt of de gemeente het goed of slecht doet op de verschillende onderdelen. In de begroting die daarop volgt komen de verbeteracties aan de orde op die punten waarvan in de jaarrekening is gebleken dat verbeteringen noodzakelijk zijn. Het Interbestuurlijk Toezicht van de provincie betreft de volgende toezichtgebieden:

Huisvesting Statushouders
Gemeenten geven uitvoering aan de wettelijke taak om verblijfsgerechtigden te huisvesten. In de halfjaarlijkse taakstelling wordt door het Rijk het aantal verblijfsgerechtigden vastgesteld dat in Leusden gehuisvest moet worden. De provincie monitort de resultaten vanuit haar toezichthoudende rol.

WABO ( Bouwen en Milieu)
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering van toezicht en handhaving (Milieu en bouwen) en deugdelijke kwaliteit van het nalevingstoezicht. De provincie toetst of de wettelijk verplichte documenten, als basis voor het systematisch en programmatisch uitvoeren van toezicht en handhaving, aanwezig zijn. Het betreft hier onder andere een actueel beleidsplan, een jaarlijks uitvoeringsprogramma en een jaarverslag over de uitvoering van toezicht en handhaving in het voorgaande kalenderjaar. De provincie toetst niet de werkelijke uitvoering van toezicht en handhaving in de dagelijkse praktijk.

Ruimtelijke Ordening
De gemeenteraad stelt, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente, een of meer structuurvisies en bestemmingsplannen vast. Door de provincie wordt getoetst of gemeenten actuele en gebiedsdekkende bestemmingsplannen hebben en of de gemeente bij deze bestemmingsplannen de algemene regels van het Rijk in acht neemt. En of in de bestemmingsplannen voldoende rekening wordt gehouden met de beheersing van risico’s voor de veiligheid en gezondheid van mensen.

Erfgoedwet 2016
Ten aanzien van bescherming van archeologische waarden en monumenten is er toezicht op gemeentelijke ruimtelijke plannen en op vergunningverlening en handhaving. Het belangrijkste risico van inadequate uitvoering of borging van de wettelijke taken op dit gebied is het verloren gaan van onroerend cultureel erfgoed: cultuurhistorie, archeologie en monumenten. Door de provincie wordt getoetst of het erfgoedbelang afdoende is geborgd in de gemeentelijke bestemmingsplannen, de advisering door monumentencommissies goed functioneert en voldoende rekening gehouden wordt met archeologie in het vergunningentraject.

Archieftoezicht
Het doel van het toezicht op archief- en informatiebeheer is te komen tot een betrouwbare informatievoorziening waardoor verantwoording kan worden afgelegd aan burgers en anderen. Het oordeel van de provincie over de uitvoering van het informatie- en archiefbeheer in 2017-2018 is 'redelijk adequaat'. Dit betekent dat het informatiebeheer deels voldoet aan de wettelijke vereisten.Verbeterpunten zijn:

  • De archiefwettelijke kaders voor het digitaal archiveren zijn nog niet vastgesteld en geïmplementeerd.
  • Informatie bevindt zich niet alleen in het zaaksysteem, maar ook op de netwerkschijven, vak applicaties en e-mailboxen. Deze informatie wordt niet centraal beheerd.
  • Er is nog geen compleet, logisch en samenhangend overzicht van analoge en digitale informatie binnen de organisatie.
  • Een metadataschema ontbreekt.
  • De borging van de kwaliteitscontrole van het kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer zoals bedoeld in de Archiefregeling (artikel 16), is nog niet belegd bij een functie als gevolg van capaciteit problemen. Er wordt in Q3 2019 onderzocht wat hiervoor de beste oplossing is.
  • Informatiebeheer regelen bij samenwerking/verbonden partijen.
  • Vervanging totaal doorvoeren, ook met het oog op de archiefwettelijke kaders.
  • Vervroegd overbrengen is gestart (a.g.v. ontbreken archiefruimte).

Naar aanleiding van het jaarverslag van Archief Eemland en de beoordeling van de provincie, wordt een onderzoek uitgevoerd om de aandachtspunten op te pakken. Dit is niet de totaal oplossing voor alle geconstateerde knelpunten maar wel een goede basis om van hieruit een verbeterplan op te stellen.(Een uitgebreide analyse van het archief- en informatiebeheer is te vinden in het jaarlijkse Toezichtverslag van de gemeentearchivaris.)

Financieel toezicht
De provincie beoordeelt de gemeentelijke begroting aan de hand van het criterium "structureel en reëel evenwicht”. De toezichthouder let er op dat de begroting materieel in evenwicht is: de structurele lasten moeten worden gedekt door structurele baten. Het financieel toezicht is een continue proces dat zich steeds meer kenmerkt door een risicogerichte aanpak. De begrotings- en jaarstukken die de gemeente indient worden niet losstaand beoordeeld, maar in samenhang met elkaar en vanuit een historisch besef. Dit betekent dat de begroting 2020 in evenwicht moet zijn en als dat niet zo is dient de meerjarenraming aannemelijk te maken, dat in de eerstvolgende jaren een structureel en reëel evenwicht tot stand zal worden gebracht. Daarnaast toetst de provincie ook of de jaarrekening in evenwicht is. Het financieel toezicht is in beginsel repressief (achteraf). Preventief toezicht komt alleen voor bij hoge uitzondering. Voor de begroting 2029 voldoen we aan de toetsingscriteria. Daarnaast is onze netto schuldpositie zeer laag en ons weerstandsvermogen op peil.

Leusden zal naar verwachting ook in 2020 voor repressief toezicht in aanmerking komen. Dit betekent dat we de begroting en begrotingswijzigingen direct kunnen uitvoeren zonder dat we afhankelijk zijn van de voorafgaande goedkeuring van Gedeputeerde Staten.

Paragraaf I Taakstellingen

Paragraaf taakstellingen

Met ingang van deze begroting nemen wij een paragraaf taakstellingen op. In deze begroting zijn diverse taakstellingen opgenomen die moeten bijdragen aan een meerjarig sluitende begroting. Het is uiteraard niet nieuw dat er taakstellingen zijn opgenomen in de begroting van Leusden. Voorheen namen we hiervoor een onderdeel ‘monitor bezuinigingen’ op bij uiteenzetting financiële positie. Wij vinden het inzichtelijker en transparanter om hiervoor een aparte paragraaf op te nemen. Daarnaast adviseren de provinciaal toezichthouders in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 (GTK2020) de gemeenten om de taakstellingen, bezuinigingen en ombuigingen in een afzonderlijke paragraaf te presenteren. In deze paragraaf kan ook aandacht worden besteed aan de voortgang van de uitvoering van de maatregelen. Met het instellen van de paragraaf volgen wij dit advies dus op.

Maatregelen scenario’s dekking begrotingstekort

In de Kaderbrief 2020 heeft de raad ingestemd met de kaders om de begroting 2020-2023 weer sluitend te maken. Binnen drie scenario’s zijn maatregelen getroffen die in totaal € 1,5 miljoen ruimte binnen de meerjarenbegroting moet bewerkstellingen:

Scenario 1. Uitvoeren van kostenbesparende maatregelen die moeten leiden tot een structurele verlaging van het uitgavenniveau in het Sociaal Domein.
Scenario 2. Bezuinigen op andere taakvelden c.q. het opstarten van een nieuwe bezuinigingsoperatie.
Scenario 3. Het verhogen van de OZB waarbij we een solidaire bijdrage vragen van inwoners en/of bedrijven.

Onderstaand geven wij een overzicht van de maatregelen en worden deze kort toegelicht. De taakstellingen zijn functioneel geraamd in deze begroting. Bij de toelichting is aangegeven op welk taakveld de maatregel in deze begroting is verantwoord.

In de komende begrotingen, bestuursrapportages en jaarrekeningen zullen wij rapporteren over de voortgang in de uitvoering.

Ad 1.1 Besparing op zorgkosten (Domein Samenleving, taakveld 6.72)

De inzet is een besparing van € 420.000 op het zorgbudget 2019 te realiseren. De bezuinigings-taakstelling is gebaseerd op het vastgestelde inkoopkader 2019 (6,5% van € 6.450.000). Invulling wordt gezocht via diverse concrete maatregelen die zijn ondergebracht in de volgende 7 zoekrichtingen:
1. Casusanalyse; € 146.000
2. Scan WLZ en woonplaatsbeginsel; € 10.000
3. Kostenbewuste uitvoering; € 40.000
4. Accountmanagent; € 75.000
5. Onderwijs; € 10.000
6. Betere benutting voorliggende voorzieningen; € 95.000
7. Samenwerking huisartsen (terugdringing J-GGZ), € 44.000
8. Communiceren over normaliseren. p.m.
Totaal taakstelling zorgkosten € 420.000
De bedragen die zijn gekoppeld aan de zoekrichtingen zijn indicatief en worden projectmatig verder uitgewerkt. Daarbij worden de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden gesteld: daadwerkelijk te realiseren besparingen kunnen in de praktijk nog gaan afwijken van de hierboven genoemde bedragen per zoekrichting. De € 420.000 is echter taakstellend: mocht blijken dat een zoekrichting minder oplevert dan verwacht dan zal dit moeten worden gecompenseerd vanuit de andere zoekrichtingen dan wel via aanvullende /alternatieve maatregelen binnen het Sociaal Domein. Mogelijke besparingsverliezen worden gedekt vanuit de reserve Sociaal Domein.

Ad 1.2 Uitvoeringskosten Sociaal Domein (Domein Samenleving, taakveld 6.2)
Door het Overhevelen van de zorgadministratie van gemeente Amersfoort naar een marktpartij (SDO-support) is een aanbestedingsvoordeel ontstaan van € 150.000 op de uitvoeringskosten. De aan Amersfoort te betalen frictiekosten bedragen € 324.000 en zijn incidenteel gedekt vanuit de Algemene reserve basisdeel.

Ad 1.3 Levensbeschouwelijk onderwijs (Domein Samenleving, taakveld 4.3)
Bij de Kerntakendiscussie is besloten om de gemeentelijke bijdrage voor het geven van levensbeschouwelijk onderwijs op scholen stop te zetten. In de begroting resteert nog een deel van het budget dat voor deze taak geraamd was. Dit budget kan vrijvallen ten gunste van de taakstelling.

Ad 1.4 Lokale regelingen (Domein Samenleving, taakveld 6.1)
Bij de decentralisaties zijn ook de rijksmiddelen voor mantelzorgers en Chronisch zieken (WtcG) aan de gemeenten beschikbaar gesteld. Inmiddels zijn hier lokale regelingen voor vastgesteld en heeft op onderdelen inmiddels ook een ruimhartiger invulling plaatsgevonden (verbreden van doelgroep en verhoging vergoeding). In het kader van “goed is goed genoeg”, kunnen de nog in de begroting resterende middelen vrijvallen zonder dat daarbij een versobering van het beleid wordt doorgevoerd.

Ad 1.5 Herijking welzijnsaccommodaties (Domein Samenleving, taakveld 6.1)
Door een meer efficiënte indeling en benutting van de bestaande gemeentelijke welzijnsaccommodaties is het mogelijk om vanaf 2021 een besparing van € 50.000 te realiseren. Het gaat daarbij onder meer om herschikking van de huisvesting van de Algemene Voorziening voor jongeren in Fort 33, facilitering van de St. Cultuurpodium in de huisvestingskosten en mogelijk herhuisvesting van Scholen in de Kunst waardoor het gemeentelijk pand aan de Eikenlaan (het kunstgebouw) vrij komt te staan.

Ad 1.6 Investeringen Sociaal Domein (Domein Samenleving, taakveld 6.1/6.2)
Om de besparingen op de zorgkosten ook daadwerkelijk te kunnen realiseren verwachten we dat er de komende jaren € 250.000 extra moet worden geïnvesteerd. ***nog aanvullen Henk***

Ad 2.1 Rattenbestrijding (Domein Leefomgeving, taakveld 7.4)
Het budget wordt al enkele jaren onderschreden omdat rattenbestrijding nauwelijks meer mogelijk is vanwege het niet meer toestaan van rattenbestrijdingsmiddelen. Wanneer overlast van ongedierte ontstaat dan zal toch gehandeld moeten worden. In dat geval zullen kosten incidenteel worden bijgeraamd.

Ad 2.2 Openbare ruimte; afschaffen consignatiedienst (Domein Leefomgeving, taakveld 2.1)
De consignatiedienst voorziet nu in (klein) calamiteiten onderhoud buiten normale werktijden. Afschaffen van de consignatiedienst levert een structurele besparing van € 20.000 op.

Ad 2.3 Openbare ruimte; verkoop groenstroken (Domein Leefomgeving, taakveld 5.7)
Voor verkoop van groenstroken hebben we geen structurele opbrengst in de begroting geraamd. Opbrengsten worden als incidentele meevaller geraamd. Er is nog potentie in de verkoop van groenstroken. Door actief in te zetten op verkoop is een structurele opbrengst van € 50.000 reëel (opbrengst afgelopen jaren € 100.000 - € 150.000). Potentie van verkoopbare vakken en belangstellende bewoners is wel eindig; opbrengsten zullen derhalve in de loop der jaren dalen.

Ad 2.4 Openbare ruimte; niet vervangen van twee VRI’s (Domein Leefomgeving, taakveld 2.1)
Twee verkeersregelinstallaties, zijnde één installatie op de Cohensteeg-Burgemeester van der Postlaan en één installatie op de locatie Plesmanstraat-Fokkerstraat hoeven niet te worden vervangen na beperkte aanpassing van de situatie ter plaatse. Herinrichtingskosten worden betaald vanuit bestaande onderhoudsbudgetten

Ad 2.5 Subsidie De Groene Belevenis (Domein Leefomgeving, taakveld 7.4)
In februari 2019 heeft de raad op basis van een evaluatie besloten De Groene Belevenis structureel in stand te houden. Wel heeft dit een verlaging van het subsidie met structureel
€ 30.000 tot gevolg gehad. Een deel van deze middelen (€ 15.000) wordt voor drie jaar (2020-2022) ingezet voor de duurzaamheidsagenda.

Ad 2.6 Niet-indexeren van subsidies (Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien, taakveld 0.8)
Voor de begrotingsjaren 2020 en 2021 wordt voor de inflatiecorrectie de nullijn toegepast. Dit houdt in dat de subsidies voor twee jaar worden bevroren. Gesubsidieerde instellingen zullen hun loon- en kostenstijgingen binnen hun begroting moeten opvangen.

Ad 2.7 Elektriciteitskosten bij standplaatsen (Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien, taakveld 0.64)
In 2018 is het besluit genomen om de markt in de Biezenkamp te verzelfstandigen. Door de stichting Weekmarkt Leusden worden de elektriciteitskosten aan de gemeente vergoed. Analoog hieraan zullen de kosten voor elektriciteit bij standplaatsen die in de gemeente worden ingenomen in rekening worden gebracht. Voorstel is dit te doen door te werken met verschillende tarieven afhankelijk van de zwaarte van de elektriciteitsvraag. Hierdoor zijn geen grote investeringen vooraf nodig.

Ad 2.8 Faciliteren ruimtelijke initiatieven; verdere differentiatie tarieven (Domein Ruimte, taakveld 8.1)
Na de economische recessie is het aantal ruimtelijke initiatieven fors toegenomen en ook de ambtelijk inzet die nodig is om deze te faciliteren. In de Nota Kostenverhaal die voor de raad in juni is aangeboden, zijn de tarieven voor kostenverhaal enigszins verhoogd op basis van de ervaringen in de afgelopen jaren. Dit betreft de standaard initiatieven. We merken echter ook dat steeds meer initiatieven complex van aard zijn. Ze vragen meer begeleiding van de zijde van de gemeente en vooraf is minder goed in te schatten hoeveel tijd er mee gemoeid is. Om die reden is in de Nota voorgesteld om bij dergelijke initiatieven de kosten niet via vastgestelde tarieven te verhalen, maar op basis van werkelijk gemaakte kosten. Deze werkwijze leidt tot een verhoging van de te verhalen kosten per initiatief, maar mogelijk ook tot minder initiatieven. De mogelijke structurele verhoging van de inkomsten moet daarom verder onderzocht worden om een uitspraak over de omvang te kunnen doen.

Ad 2.9 Leges informatie bouwwerkzaamheden (Domein Ruimte, taakveld 8.3)
Het komt steeds meer voor dat bouwwerkzaamheden vergunningsvrij zijn of in de nabije toekomst gaan worden. Regelmatig krijgen wij hier vragen, mailberichten en verzoeken over van bewoners en bedrijven. Tot nu toe heffen we daarover geen leges. Naburige gemeentes en omgevingsdiensten heffen daarvoor inmiddels wel leges van rond de € 200 per vraag of het wel of niet vergunningsplichtig is. We gaan uit van 400 vragen op jaarbasis.

Ad 2.10 Niet-indexeren gemeentelijke budgetten (Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien, taakveld 0.8)
Evenals bij de subsidies (zie maatregel 2.6) zal in de begroting voor de jaren 2020 en 2021 de nullijn worden gehanteerd voor prijsstijgingen. Dit betekent dat de budgetten voor twee jaar worden bevroren. Prijsstijgingen dienen binnen de budgetten te worden opgevangen. Dit levert een structurele ruimte op van € 247.000. Een aantal prijsstijgingen is onontkoombaar vanwege contractuele verplichtingen of verbonden partijen. Daarom wordt 50% ingeboekt.

Ad 3.1 Verhoging OZB (Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien, taakveld 0.61/0.62)
Om een opbrengst van € 583.300 te genereren worden de tarieven voor woningen en niet-woningen met 8,5% verhoogd. Besluitvorming over de verhoging vindt plaats bij de vaststelling van de belastingverordeningen in de raad van december 2019. Daarmee is de taakstelling gerealiseerd.

Openstaande bezuinigingstaakstellingen

In de begroting staat nog een bezuinigingstaakstelling open uit de Kerntaken Discussie 2013.
Vanaf het jaar 2017 is een structurele besparing ad. € 100.000 p/j in de gemeentelijke begroting opgenomen als besparingsopgave op de gemeentelijke accommodaties. Op basis van de volgende maatregelen zouden de gebouw gebonden kosten kunnen worden gereduceerd:

  • (rendabele) investeringen te plegen bedoeld om de exploitatie kosten sterk terug te dringen;
  • het afsluiten van prestatiecontracten om de exploitatie terug te dringen;
  • samen met huurders/gebruikers kijken hoe de bezetting verbeterd kan worden.

In een eerder stadium zijn besparingen gerealiseerd door energie (gas) centraal in te kopen door een betere bezetting van gemeentelijke accommodaties (verplaatsing van bibliotheek Achterveld en een peuterspeelzaal St. Jozef en het afstoten noodlokaal Pelgrimshoeve).
In de voorjaarsnota 2017 is de haalbaarheid van de taakstelling tussentijds geëvalueerd en is de raad voorgesteld een bedrag van € 31.900 af te boeken ten laste van het begrotingsresultaat. Het nu nog resterende saldo van de bezuinigingsopgave bedraagt € 35.500 p/j. De taakstelling kan naar verwachting gerealiseerd worden vanuit de aanbestedingsvoordeel op het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. De voorbereiding op de aanbesteding zijn gaande. Naar verwachting bestaat er eind 2019 inzicht in de aanbestedingsresultaten op het onderhoud van de gemeentelijke panden.