Meer
Publicatiedatum: 06-10-2020

Inhoud

Uitgaven

5,09%

€ 3.452

x € 1.000
5,09% Complete

Inkomsten

70,19%

€ 47.669

x € 1.000
70,19% Complete

Saldo

58956%

€ 44.217

x € 1.000
Programma onderdelen

Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien

Uitgaven

5,09%

€ 3.452

x € 1.000
5,09% Complete

Inkomsten

70,19%

€ 47.669

x € 1.000
70,19% Complete

Saldo

58956%

€ 44.217

x € 1.000

Algemeen

In de vier programma’s van deze begroting zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten die niet aan een programma zijn toe te rekenen. Het betreft de algemene uitkering, de algemene belastingen, de financiering, de onvoorziene uitgaven en de stelposten en de vennootschapsbelasting. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. Onderstaand geven wij het totale overzicht en een toelichting per taakveld.

Wat mag het kosten?

Bedragen x €1.000
Exploitatie Werkelijk 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 MJR 2022 MJR 2023 MJR 2024
Lasten -1.128 -1.112 -1.257 -1.172 -1.561 -1.972
Baten 41.555 43.093 44.588 45.282 45.496 45.838
Gerealiseerd saldo van baten en lasten 40.427 41.981 43.331 44.110 43.935 43.866
Onttrekkingen 8.275 3.295 3.081 261 0 0
Stortingen -5.680 -1.743 -2.195 0 0 0
Mutaties reserves 2.595 1.552 886 261 0 0

Saldo taakvelden

bedragen x € 1.000
Exploitatie Werkelijk 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 MJR 2022 MJR 2023 MJR 2024
0.5 Treasury 42 51 17 106 78 69
0.61 OZB woningen 3.857 4.253 4.429 4.463 4.505 4.548
0.62 OZB niet-woningen 2.412 2.811 3.065 3.235 3.235 3.235
0.64 Belastingen overig 191 203 213 213 213 213
0.7 Alg. uitk. en overige uitk. gemeentefonds 33.963 35.303 36.619 37.655 38.263 38.957
0.8 Overige baten en lasten -43 -576 -986 -1.536 -2.333 -3.130
0.9 Vennootschapsbelasting -50 -67 0 0 0 0
3.4 Economische promotie 184 167 140 140 140 140
6.3 Inkomensregelingen -129 -165 -166 -166 -166 -166
0.10 Mutaties reserves 2.595 1.552 886 261 0 0
Geraliseerd resultaat 43.022 43.532 44.217 44.371 43.935 43.866

0.5 Treasury

Op het taakveld treasury worden de rentelasten- en baten verantwoord. Met de aanpassing van het rentebeleid worden alleen de werkelijke rentelasten en –baten geraamd. Dit betreft de renteopbrengst schatkistbankieren en de rentelasten van geldleningen. De rentebaten lopen terug als gevolg van teruglopende liquide middelen en zijn tevens naar beneden bijgesteld op basis van diverse raadsbesluiten (CUP, aanvulling weerstandsvermogen, organisatie-ontwikkeling en infrastructuur IKC Berkelwijk). Indien de solvabiliteit van Vitens boven de 30% is, wordt er dividend uitgekeerd. De raming voor 2021-2024 is als volgt
bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Opbrengst schatkistbankieren
a. Beleggingsvolume begin boekjaar 14.400 10.300 7.600 6.600
b. Rendement 0,5% 1,0% 1,0% 1,0%
Raming rentebaten afgerond (a x b) 72 103 76 66
Minder rentebaten door financiering CUP uitgaven -11 -12 -12 -12
Minder rentebaten door aanvulling weerstandsvermogen -22 -22 -22 -22
Minder rentebaten door OO voorstel en infra Berkelwijk -22 -26 -26 -26
17 43 16 6
Dividenduitkering Vitens 0 63 62 63
Resultaat begroting 17 106 78 69

0.61 en 0.62 Onroerende zaakbelasting

De opbrengst van de OZB stijgt met de maatregel in de Kaderbrief om de opbrengst in 2021 met € 60.000 te verhogen voor woningen en niet-woningen. Ook worden de tarieven aangepast met inflatiecorrectie van 2%.
bedragen x € 1.000
Raming 2020 7.538
Bijstelling raming, VJN 2020 -132
Hogere raming wegens nieuwbouw 218
Inflatiecorrectie 2% 153
Maatregel OZB verhoging 60
Totaal OZB 7.837
Uitvoering OZB, heffing en waardering (GBLT) -343
Raming 2021 7.494

0.64 Overige belastingen

De tarieven van de hondenbelasting en precariobelasting zijn met 2% inflatiecorrectie aangepast. In 2019 is bij de hondenbelasting de eerste stap doorgevoerd om de belasting in maximaal 10 jaar af te schaffen. Bij de Kaderbrief 2020 is door de raad bij amendement besloten om de tweede stap voor 2020 uit te stellen, en zolang de meerjarenbegroting het niet toestaat de gefaseerde afschaffing uit te stellen voor de periode 2021-2023. Bij de Kaderbrief 2021 is besloten ook de derde stap in 2021 uit te stellen

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

Algemeen
De algemene uitkering vormt de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De totale omzet in deze begroting wordt geraamd op € 68 miljoen. Het aandeel van de algemene uitkering hierin is circa 54%. Ter vergelijking: de algemene belastingen zorgen voor circa 12% van de inkomsten. Deze verhoudingen geven aan dat de afhankelijkheid van gemeenten van de algemene uitkering groot is. Op taakveld 0.7 “Algemene Uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds” wordt voor 2021 een bedrag geraamd van € 36.619.000. Dit bedrag bestaat uit de algemene uitkering van € 33.951.000, de Integratie-Uitkering Sociaal Domein (Participatie en Voogdij 18+) van € 2.140.000, overige doel- en Integratie-Uitkeringen € 358.000 en een negatieve stelpost van € 169.700 voor onder andere taakmutaties en het rekentarief WOZ
Meerjarenperpectief Algemene Uitkering
De algemene uitkering voor 2021 wordt geraamd op € 33.951.000. Het meerjarenperspectief over de periode 2021-2024 laat zien dat de algemene uitkering verder stijgt tot een bedrag van € 36.010.000 in 2024. De stijging in meerjarenperspectief wordt met name veroorzaakt door een toename van het accres en de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Daarbij merken wij wel op dat de mogelijke effecten van de herijking van het gemeentefonds niet in deze cijfers zijn verwerkt. Bij de komende decembercirculaire zal daar meer duidelijkheid over komen. Bij de meicirculaire heeft het Rijk voor de jaren 2019 t/m 2021 extra middelen jeugdzorg toegekend. De stelpost van € 415.000 die wij, na afstemming met de provinciaal toezichthouder, vanaf 2022, in onze begroting hebben opgenomen voor de extra jeugdmiddelen handhaven wij in afwachting van de resultaten van het onderzoek. Daarnaast hebben wij nog een stelpost van € 185.000 in onze begroting opgenomen voor de nog van het rijk te verwachten compensatie voor de invoering van het abonnementstarief. Ook hier wil de minister eerst de kosten monitoren alvorens de gemeenten tegemoet te komen.
Herijking Gemeentefonds
Begin maart is duidelijk geworden dat de verwachte herijking van het gemeentefonds met 1 jaar is uitgesteld tot 2022. De eerste resultaten van de geactualiseerde verdeelmodellen Sociaal Domein en klassieke Gemeentefonds laten geen directe verbetering zien als het gaat om een meer kostengeoriënteerde verdeling. Er zullen forse herverdeeleffecten tussen gemeenten gaan ontstaan, waarbij circa 2/3 deel van de Nederlandse gemeenten zal worden geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds. Op basis van de eerste inzichten is duidelijk dat Leusden, ook na verwerking van de verbetervoorstellen, vanaf 2022 te maken zal krijgen met een nadelig herverdeeleffect. In het meerjarig financieel kader is nog geen rekening gehouden met deze ontwikkeling. De verwachting is dat eind september de resultaten van de verdeelmodellen aan de gemeenten zullen worden gepresenteerd. Het inspraaktraject vindt daarna plaats en bij de decembercirculaire 2020 wordt besluitvorming verwacht. Er zijn landelijk veel bezwaren bij met name de kleinere en de plattelandsgemeenten tegen de kabinetsplannen. De herverdeling zal vanaf 2022 middels een ingroeipad van maximaal € 25 per inwoner per jaar plaatsvinden. Voor Leusden gaat het dan om een nadeel van maximaal € 750.000 in 2022.
Corona en de Algemene Uitkering
De kosten die het rijk maakt voor de bestrijding van het Corona-virus worden buiten de voor het Accres Relevante Uitgaven (ARU) gehouden. Daar staat wel tegenover dat het Rijk gemeenten compenseert voor alle door hen gemaakte kosten waarbij als uitgangspunt geldt dat gemeenten er in principe niet op achteruit mogen gaan. Voor de periode maart tot 1 juni heeft het rijk een compensatiepakket voor de medeoverheden van € 742 mln. beschikbaar gesteld. Voor Leusden is daarvan via het Gemeentefonds een bedrag van € 275.000 toegekend. Onlangs is daar een 2e aanvullend pakket bijgekomen van € 777 mln. waarvan het aandeel voor Leusden nog niet bekend is. Als onderdeel van het 2e steunpakket heeft het rijk toegezegd de opschalingskorting voor gemeenten tijdelijk ”on hold” te zetten. Dat betekend € 70 mln. minder uitname in 2020 en € 160 mln. in 2021. Op basis van de Uitkeringsfactor gaat het dan voor Leusden om een bedrag van respectievelijk € 90.000 en € 205.000. De effecten van de corona ondersteuningspakketten en de opschalingskorting worden verwerkt in de komende septembercirculaire.
Meicirculaire 2020
De raming van de algemene uitkering in deze begroting is gebaseerd op de meicirculaire 2020. De meicirculaire verscheen na het opstellen van de Voorjaarsnota 2020. Vlak voor het afronden van deze begroting is de septembercirculaire 2020 verschenen. De uitkomsten van deze circulaire zijn verwerkt op een stelpost (zie uiteenzetting financiële positie). In de memo meicirculaire is het budgettaire resultaat van de meicirculaire weergegeven:
bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Bijstelling accressen 180,4 410,5 166,1 -85,3
bijstelling stelpost loon- en prijsstijgingen -61,3 -62,4 -14,7 59,6
BCF plafond 107,0 0,0 0,0 0,0
Uitkeringsfactor 1,0 0,1 -46,0 -105,0
Resultaat begroting 227,1 348,2 105,4 -130,7
Accres ontwikkeling
Het accres voor 2021 is € 127 miljoen hoger ten opzichte van de septembercirculaire 2019, hoofdzakelijk als gevolg van hogere indices voor loon- en prijsontwikkeling in het Centraal Economisch Plan van het CPB. Daarnaast is besloten om de corona gerelateerde uitgaven die het Rijk doet, buiten de berekening van het accres te houden. De accressen voor 2022 t/m 2024 laten ten opzichte van de septembercirculaire een nadeel van € 211 miljoen zien. Oorzaak daarvoor is een neerwaartse bijstelling van de economische groeicijfers en de door het Rijk voor die jaren lager geraamde zorgkosten. Dit heeft ook geleid tot bijstelling van de loon- en prijsontwikkeling prognose van het CPB. Een lagere loon- en prijsontwikkeling heeft ook gevolgen voor de raming van de stelpost in onze begroting. De accrespercentages in de meicirculaire 2020 zijn als volgt:
bedragen x € 1.000.000
2021 2022 2023 2024
Nominaal accres in bedragen 1.031 1.036 801 806
Ontwikkeling accressen in % 3,71% 3,65% 2,76% 2,72%
Prijsontwikkeling BBP (raming Centraal Planbureau) 1,80% 1,70% 1,60% 1,50%
Reeël accres in procenten 1,91% 1,95% 1,16% 1,22%
De tabel toont aan dat er in de periode 2021-2024 sprake is van een toename van het reëel accres. Een reëel accres betekent dat de algemene uitkering harder groeit dan de prijsontwikkeling. In principe kan daarmee de prijsontwikkeling in de komende jaren volledig worden opvangen met de groei van de algemene uitkering. In de praktijk pakt dit echter anders uit: met name de CAO effecten en de volume- en prijsstijgingen van de zorgkosten Sociaal Domein liggen fors boven het inflatieniveau zoals het rijk dat in de meicirculaire hanteert. Dat betekend dat de vanuit de accressen gereserveerde middelen op de stelpost voor loon- en prijsstijgingen niet toereikend zijn om deze kosten op te vangen.
BTW compensatiefonds
Bij de meicirculaire 2019 hebben wij het advies van onze toezichthouder, om in de begroting uit te gaan van een maximale ruimte onder het BTW plafond van € 39 miljoen, opgevolgd en hebben we daarvoor een stelpost van € 33.000 opgenomen. De huidige ruimte onder het BCF plafond is groter en bedraagt € 112 miljoen. Deze ruimte wordt evenals het accres, voor de komende 2 jaar vastgeklikt. De extra ruimte onder het plafond levert voor ons in 2021 ten opzichte van de al geraamde stelpost een incidenteel voordeel op van € 107.000.

0.8 Overige baten en lasten

Onder dit taakveld vallen de stelposten, waaronder de taakstellende bezuinigingen en ruimte nieuw beleid, de post onvoorziene uitgaven algemeen, kosten van bovenformatief personeel en de incidentele baten en lasten. Hieronder geven wij een totaaloverzicht.
bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Stelposten -849 -1.482 -2.278 -3.075
Onvoorziene uitgaven algemeen -61 -61 -62 -62
Kosten bovenformatief personeel -83 0 0 0
Incidentele baten en lasten 7 7 7 7
Totaal -986 -1.536 -2.333 -3.130
Stelposten
In de begroting is een aantal stelposten opgenomen. Onderstaand geven wij u een totaaloverzicht.
bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
1. Loon- en prijsstijgingen -491 -1.051 -1.743 -2.371
2. Ruimte nieuw beleid 0 -50 -100 -150
3. Bezuinigingen -47 49 109 109
4. Centraal knelpuntenbudget (personeelslasten) -242 -242 -242 -242
5. 1% buffer (personeelslasten) -86 -210 -330 -449
6. Overige stelposten 17 22 28 28
Totaal stelposten -849 -1.482 -2.278 -3.075
De belangrijkste stelposten lichten wij onderstaand kort toe: ad 1. In de begroting is een stelpost opgenomen om loon- en prijsstijgingen te kunnen opvangen. Een dergelijke stelpost is noodzakelijk omdat in de accresramingen van de algemene uitkering compensatie is opgenomen voor loon- en prijsstijgingen. In deze stelpost is ook rekening gehouden met de indexeringen binnen het Sociaal Domein. ad 2. Het voor 2021 gehonoreerde nieuw beleid (€ 50.000) is functioneel geraamd in de begroting. Op deze stelpost is de nog resterende ruimte nieuw beleid geraamd. ad 3. De in de begroting geraamde stelpost voor bezuinigingen bestaat uit meerdere posten: Hier wordt onder meer de gerealiseerde taakstellingen vanuit de eerder gevoerde interne kerntakendiscussie en vermindering toerekening externe kostendragers geraamd. Er zijn meer bezuinigingen gerealiseerd dan de taakstelling. Dit was ook de doelstelling. Hiermee wordt voor de bedrijfsvoering en inzet voor externe kostendragers een flexibele schil gecreëerd. Hiernaast is de gefaseerde verhoging van de OZB vanaf 2021 van € 180.000 aanvullend op scenario 3 vanuit de Kaderbrief 2020 hier opgenomen. € 60.000 hiervan is vanaf 2021 functioneel geraamd als opbrengst OZB. ad 4./5. Het betreft hier in de begroting opgenomen stelposten voor het opvangen van personele knelpunten als gevolg van vacatures, ziekte of capaciteitstekort (centraal knelpuntenbudget) en het opvangen van autonome loonstijgingen (periodieken) e.d. Ad 6. Het betreft hier ramingen die in een dusdanig laat stadium zijn meegenomen in de begroting 2021, waardoor ze op de stelpost ‘correcties’ zijn geraamd.
Onvoorzien algemeen
Deze stelpost is bedoeld voor incidentele aanwending gedurende het begrotingsjaar. De raming 2021 is gebaseerd op een bedrag van € 2 per inwoner en bedraagt afgerond € 61.100 (30.548 inwoners x € 2).
Kosten bovenformatief personeel
Als gevolg van de organisatieontwikkeling worden frictiekosten gemaakt die hier verantwoord worden.
Incidentele baten en lasten
Dit zijn baten en lasten die niet aan een specifiek taakveld zijn toe te rekenen.

0.9 Vennootschapsbelasting

Onder dit taakveld worden de geraamde lasten vennootschapsbelasting opgenomen naar aanleiding van de invoering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheden per 1 januari 2016. De raming die is opgenomen is de verwachten vennootschapsbelasting over grondexploitaties. Zie hiervoor ook de paragraaf ‘Grondbeleid’ opgenomen in deze begroting.

3.4 Economische promotie

Tot dit taakveld behoort ook de toeristenbelasting. De tarieven van de toeristenbelasting 2021 zijn aangepast met 2% inflatiecorrectie. Vanaf 2021 wordt rekening gehouden met een daling in de opbrengst in verband met de verhuizing van kampeercentrum YMCA naar het Henschotermeer

6.3 Inkomensregelingen

Het betreft de kosten voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

0.10 Toevoeging/onttrekking reserves

De hier geraamde onttrekkingen betreffen onder andere de investeringen in het CUP en de gehonoreerde projecten voor incidenteel nieuw beleid voor 2021 die in deze begroting zijn verwerkt. Daarnaast wordt een dotatie in de algemene reserve basis deel gedaan om het weerstandsvermogen te vergroten. Een toelichting op de verschillende toevoegingen en onttrekkingen is opgenomen bij het onderdeel overzicht baten en lasten.

BBV indicatoren

De verplichte beleidsindicatoren worden per domein weergegeven. De indicatoren staan op waarstaatjegemeente.nl en zijn daar ook te raadplegen. In onderstaande indicatoren wordt Leusden vergeleken met gemeenten van 25.000-50.000 inwoners. Op de website kunnen ook andere vergelijkingen worden gemaakt.

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuisouden betaalt aan woonlasten.

Beschikbare perioden

2014 - 2020

Bron

COELO, Groningen

Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.

Beschikbare perioden

2014 - 2020

Bron

COELO, Groningen

De gemiddelde WOZ waarde van woningen.

Beschikbare perioden

1997 - 2019

Bron

CBS - Statistiek Waarde Onroerende Zaken