Meer
Publicatiedatum: 06-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Financiële begroting

Uiteenzetting financiële positie

Begrotingsresultaat 2021-2024

In onderstaande tabel geven wij u de uitkomsten van de begroting 2021-2024 waarbij als startpositie de Voorjaarsnota 2020 is genomen.
bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Resultaat Voorjaarsnota 2020 -150 17 13 12
Resultaat meicirculaire 2020 227 348 105 -131
Stelpost loon- en prijsontwikkeling 100 204 172 -108
Ontwikkelingen na opstellen Voorjaarsnota 2020 -22 -75 -100 -146
Correctie resultaat primitieve begroting 2020 -80
Resultaat begroting 75 494 190 -373
Positief resultaat tot en met 2023 met grote mate van onzekerheid
Tot en met het jaar 2023 is er sprake van een positief begrotingsresultaat. Deze begroting is echter opgesteld in een tijd waarin grote onzekerheid heerst als gevolg van corona en de herverdeling van het gemeentefonds. Deze begroting biedt ons inziens dan ook nog geen ruimte om maatregelen die in de Kaderbrief 2021 zijn genomen terug te draaien.
Herverdeling gemeentefonds nog niet in de begroting verwerkt
Over de herijking van het gemeentefonds zal eind dit jaar bij de decembercirculaire meer duidelijkheid worden gegeven. Er heerst bij veel gemeenten grote weerstand tegen het voornemen van het kabinet om vanaf 2022 nieuwe verdeelmodellen voor het Sociaal Domein en het klassieke deel van het gemeentefonds door te voeren. De daarbij verwachte forse nadelige herverdeeleffecten zijn ongekend en zal voor het gros van de Nederlandse gemeenten een grote weerslag hebben op hun begrotingspositie. Ook voor Leusden zal het herverdeeleffect leiden tot een forse afname van inkomsten uit het Gemeentefonds.
Effecten van corona op het gemeentefonds
Na de meicirculaire is de junibrief verschenen waarbij meer duidelijkheid is gegeven over de door het rijk te verstrekken compensatie voor de door gemeenten gemaakte coronakosten in de periode 1 maart tot 1 juni. Leusden ontvangt daarvoor een incidentele vergoeding van € 275.000. Daarnaast is bekend geworden dat, als onderdeel van een aanvullend corona compensatiepakket, de opschalingskorting voor lagere overheden voor de jaren 2020 en 2021 zal worden geschrapt. Het gaat daarbij om een incidenteel bedrag van € 70 miljoen voor 2020 en € 160 miljoen voor 2021. Voor Leusden gaat het daarbij om een bedrag van respectievelijk € 90.900 in 2020 en € 207.300 in 2021.
Meicirculaire
De meicirculaire 2020 laat voor de jaarschijven 2021 t/m 2023 een hogere Algemene Uitkering zien als gevolg van de toegenomen accressen. Daarbij heeft het kabinet besloten om voor 2020 en 2021 het accres vast te zetten om rust en stabiliteit aan gemeenten te kunnen bieden in deze coronatijd. Vanaf 2024 laat de meicirculaire een afname zien met € 130.700. Oorzaak van deze afname is dat het Rijk, op grond van de middellange termijn verkenning Zorg, uitgaat van minder zorgkosten vanaf 2024 waardoor het accres afneemt. Daarnaast heeft het vastzetten van het BCF plafond geleid tot een voordeel in 2021 van € 107.000. Over het al dan niet structureel worden van de € 1,1 miljard extra middelen Jeugdzorg die het kabinet voor de periode 2019 t/m 2021 beschikbaar heeft gesteld is nog geen besluit genomen. Momenteel vindt onderzoek plaats, waarvan de resultaten eind 2020 worden verwacht. De resultaten dienen als input voor de komende kabinetsformatie. Gemeenten mogen vanaf 2022 een structurele stelpost ”extra jeugdzorgmiddelen” in de begroting ramen. Voor Leusden gaat het om een bedrag van € 415.000.
Stelpost loon- en prijsontwikkeling
De stelpost loon- en prijsstijgingen is bijgesteld op basis van de geactualiseerde percentages CPB zoals aangegeven in de meicirculaire. Binnen de stelpost volume- en prijsstijgingen Sociaal Domein ontstaat een structureel voordeel omdat de begrote indexering op het WSW budget kan komen te vervallen. De reguliere loon- en prijsontwikkeling voor het Sociaal Domein is eveneens geactualiseerd op basis van de nieuwe CPB percentages. Daarnaast is de indexering voor contractherziening met de Breed Spectrum Aanbieders gedekt uit de reserve SD waardoor voor de jaarschijven 2021 t/m 2023 voordelen zijn ontstaan. Vanaf 2024 ontstaat er een nadeel bij het Sociaal Domein doordat de index jaarschijf 2024 is toegevoegd.
bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Reguliere loon- en prijsstijgingen 43 25 -12 98
Niet meer indexeren van WSW bijdrage 26 26 28 29
Loon- en prijsstijgingen Sociaal Domein 31 152 156 -235
Totaal 100 204 172 -108
Ontwikkelingen na opstellen Voorjaarsnota 2020
Na het opstellen van de Voorjaarsnota is een aantal ontwikkelingen verwerkt in de begroting 2021. Belangrijkste ontwikkelingen zijn: • wegvallende renteopbrengsten door het verhogen van de algemene reserve basisdeel ten laste van de algemene reserve toevoeging exploitatie (conform Kaderbrief 2021); • verwerking van te verwachte prijsindexatie voor het integraal bestek openbare ruimte en leerlingenvervoer; • stijging van afschrijvingslasten in het laatste begrotingsjaar 2024.
Correctie primitief begrotingsresultaat begroting 2020 voor de jaarschijf 2021
In de primitieve begroting 2020 sloot de jaarschijf 2021 nog met een tekort van € 80.400, waarbij destijds is voorgesteld dit tekort te dekken uit de algemene reserve basisdeel. Voor het jaar 2021 is op dit moment geen sprake meer van een tekort. Deze onttrekking aan de reserve komt hierdoor te vervallen.
Septembercirculaire 2020
Over de herijking van het gemeentefonds wordt in deze circulaire geen nieuwe informatie verstrekt. De accressen zijn bij de meicirculaire voor het laatst bijgesteld en laten in de septembercirculaire geen mutaties zien. Het kabinet stel voor de jaarschijf 2022 eenmalig een bedrag van 300 miljoen aan de gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg. Dit is een incidentele aanvulling op de € 1 miljard die eerder beschikbaar is gesteld voor de periode 2019 t/m 2021. Voor Leusden gaat het dan om een bijdrage van € 397.200, echter in de begroting hadden we daarvoor al een vergelijkbaar bedrag opgenomen waardoor er geen extra voordeel ontstaat. Op basis van de septembercirculaire ontstaat het volgende budgettair resultaat:
bedragen x € 1.000
2020 2021 2022 2023 2024
1. Accresontwikkeling/uitkeringsbasis 262 162 43 17 90
2. Plafond BTW compensatiefonds 52 - - - -
3. Corona/opschalingskorting 91 207 - - -
4. Extra middelen Jeugdzorg - - -18 - -
5. Taak mutaties, overige ontwikkelingen 37 16 17 9 9
442 385 42 27 100
Functioneel verwerken / reserveringen -37 -49 -17 -9 -9
Budgettair resultaat septembercirculaire 2020 404 336 25 17 90

Sociaal Domein

Met het vaststellen van het beleidskader Sociaal Domein “Focus en transparantie” 2019-2022 zijn de kaders voor de komende jaren uitgezet. Vanuit financieel oogpunt ligt de focus op meer transparantie en grip op de uitvoering van de zorg. Dit zal moeten leiden tot verdere normalisering en afname van duurdere zorgvormen. Het college heeft prioriteit toegekend aan het realiseren van de taakstelling Sociaal Domein door dit project te classificeren als topprioriteit. Doel daarbij is het realiseren van een afvlakking van de zorgkosten. De begroting Sociaal Domein die in 2020 verder is ontschot door toevoeging van onderdelen zoals Sport, Volksgezondheid, Onderwijs en Cultuur, beslaat een bedrag van € 22,4 miljoen en vormt daarmee 33% van de totale gemeentelijke begroting.

Op een aantal terreinen binnen het Sociaal Domein doen zich in 2020/ 2021 relevante ontwikkelingen voor die hun weerslag hebben op deze Meerjarenbegroting:

  1. Vanaf 2020 is de 2e tranche van het abonnementstarief ingevoerd. Dit heeft voor Leusden geleid tot een forse kostenstijging bij met name de Huishoudelijke Hulp (HH) omdat de voor Leusden relatief goedkope Algemene Voorziening HH ook onder het abonnementstarief is gaan vallen. Het Rijk biedt echter geen compensatie en wil eerst de kosten gaan monitoren om de effecten van de maatregel goed in beeld te krijgen.
  2. Voor 2021 en verder zullen nieuwe afspraken moeten worden gemaakt over de invulling van de regionale risicoverevening. Risicoverevening is een vorm van onderlinge solidariteit op financieel gebied met betrekking tot de taakgerichte bekostiging (breed spectrum aanbieders), Landelijke Transitie Arrangementen en Save/ Veilig Thuis. De invloed van de gemeenten op deze zorg is beperkter. De mogelijke herverdeling van de rijksmiddelen Sociaal Domein vanaf 2022 zal ook effect hebben op de regionale verevening.
  3. De Rijksmiddelen voor het Sociaal Domein worden verdeeld op basis van een objectief verdeelmodel. Er vindt een herijking van dit model plaats waarbij de verdeling vanaf 2022 meer recht zou moeten doen aan de kosten die gemeenten maken. Onderzoeksbureau AEF heeft het eindrapport opgeleverd en de resultaten daarvan laten zien dat gemeenten in de klasse 20.000-50.000 inwoners een nadelig herverdeeleffect zullen ondervinden van € 33,35 per inwoner. Op basis van deze indicatie zou dat een korting voor Leusden inhouden van circa € 1.000.000 vanaf 2022. De gemeenten geven aan dat er vanuit het rijk extra middelen beschikbaar moeten komen om de nu al bestaande tekorten binnen het Sociaal Domein op te vangen.
  4. Vorig jaar zijn de zorgkosten met circa 8% gestegen ten opzichte van 2018 (22%) waarmee een afvlakking is ontstaan. De vraag is of deze afvlakking de komende jaren verder kan worden doorgezet. Op dit moment is er nog geen accurate prognose over de zorgkosten 2020. Ook de effecten van corona en of dit tot een stijging aan zorgkosten zal leiden zijn nog niet te voorspellen. De eerste signalen zijn dat er ook in 2020 een verdere stijging van zorgkosten lijkt aan te komen. De (financiële) effecten van de beoogde transformatie laten langer op zich wachten dan vooraf was voorzien.

Nieuw beleid

In de Kaderbrief is de ruimte voor nieuw beleid ingevuld. De structurele ruimte is ingevuld met budgetten voor Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), Omgevingswet, Energitransitie, Zorgkosten Sociaal Domein, Subsidie Lariks en Leusden op de kaart. De incidentele ruimte is ingevuld met Huis van Leusden eetwerkcafé,Omgevingswet, VVE en peuteropvangbeleid en uitvoering van de Regionale Energie Strategie (RES). Een toelichting op de budgetten geven we in bijlage A. Het overzicht van de budgetten nieuw beleid en CUP 2018-2022 is per domein bij ‘Wat mag het kosten?’ weergegeven. In onderstaande tabel hebben we deze budgetten samengevat en geven hiermee inzicht in de uitgaven voor bestaand en nieuw beleid in deze begroting.
bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Uitgaven bestaand beleid 60.493 59.845 59.515 60.330
Uitgaven nieuw beleid
- CUP incidenteel 307 123 35 35
- Nieuw beleid incidenteel 542 130 0 0
- CUP structureel 694 739 729 729
- Nieuw beleid structureel 59 59 59 59
1.602 1.051 823 823
Totaal uitgaven begroting excl grondexploitatie 62.095 60.896 60.338 61.153

Financiering en rente

In de begroting van Leusden worden alleen de werkelijke rentekosten en –baten opgenomen. Sinds 2017 zijn de fictieve rentesoorten vervallen. Er wordt geen bespaarde rente meer gerekend over investeringen en aan investeringen waar geen geldlening voor is aangetrokken wordt ook geen rente meer toegerekend. Door alleen de werkelijke rentebaten en –lasten te ramen is de begroting ook transparanter geworden en is de administratieve last aanzienlijk verminderd.

Bij de invoering van schatkistbankieren gingen we uit van een structureel rendement van 1%. Door de rendementsontwikkelingen staat dit uitgangspunt onder druk, zeker voor de korte termijn. Wat betreft de rentebaten gaan we in de begroting 2020, net als in de voorgaande jaren uit van een rendement van 0,5%.

Dit is conform de Kaderbrief 2021. In meerjarenperspectief handhaven we het rendement op 1% maar de rente opbrengst is op basis van diverse raadsbesluiten naar beneden bijgesteld zodat de effectieve renteopbrengst in meerjarenperspectief laag is. Door deze afbouw is er dus geen sprake meer van een structureel (op basis van de werkelijke rentestanden) niet te realiseren rentebaat in onze begroting.

Voor grote investeringen wordt onder bepaalde voorwaarden projectfinanciering aan getrokken. Dit is tot nu toe gedaan voor MFC Atria (€ 6 miljoen, 1,705%), Hart van Leusden (€ 5,7 miljoen, 1,455%) en IKC Berkelwijk (€ 4,3 miljoen, 1,278%). De in 2020 aangetrokken lening van € 3,9 miljoen voor de projecten MFC Atria (uitbreiding 2 lokalen) en MKC ’t Ronde en de daarbij behorende rentelast (0,245%) is, vanwege tijdstip aantrekken lening, niet verwerkt in de begroting 2021-2024. Omdat de rentelasten uit de reserve kapitaallasten worden gedekt verloopt dit budgettair neutraal.

Afhankelijk van de liquiditeitspositie en de ontwikkeling van de marktrente kunnen daar nog leningen bijkomen voor IKC Groenhouten en de vernieuwing van scholen in Achterveld.

Het conform Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorgeschreven renteoverzicht is opgenomen in de paragraaf financiering.

Reserves en voorzieningen

De reserves en voorzieningen zijn te beschouwen als het fundament voor de Leusdense financiële positie. Door onze reserves en voorzieningen zijn wij in staat om nieuwe beleidsvoornemens te realiseren en de infrastructuur in stand te houden (onderhoudsvoorzieningen). De stand van de reserves en voorzieningen einde boekjaar 2021 en de prognose in meerjarenperspectief is als volgt:
bedragen x € 1.000
einde boekjaar 2021 2022 2023 2024
Algemene reserves
Algemene reserve
- Basisreserve 5.269 5.633 5.824 5.451
- Toevoeging exploitatie 745 195 195 195
- Flexibel inzetbaar 146 146 146 127
- Middelen met aangewezen bestemming 4.577 4.618 4.678 4.739
Algemene reserve grondbedrijf 1.379 1.527 1.538 1.383
Bestemmingsreserves
Dekking kapitaallasten economisch nut 5.318 4.920 4.556 4.263
Dekking kapitaallasten maatschappelijk nut 12.284 11.772 11.263 10.758
Reserve Sociaal Domein 673 587 552 552
Reserve bovenwijkse voorzieningen 432 432 783 783
Reserve rente starters- en duurzaamheidsleningen 787 783 780 776
Reserve vernieuwing en uitbreiding onderwijshuisvesting 1.138 1.137 1.131 1.124
Totaal reserves 32.747 31.749 31.446 30.152
Voorzieningen
Voorziening onderhoud infrastructuur 10.775 8.652 6.635 5.419
Voorziening diverse complexen grondbedrijf 2.216 2.216 2.216 2.216
Voorziening egalisatie reinigingsrechten 0 0 0 0
Voorziening arbeidsvoorwaarden gerelateerde verplichtingen 3.134 3.018 2.901 2.785
Totaal voorzieningen 16.125 13.885 11.752 10.420
Totaal reserves en voorzieningen 48.872 45.635 43.198 40.572
Uit het overzicht blijkt dat de totale vermogenspositie in meerjarenperspectief per saldo met € 8,3 miljoen afneemt. Onderstaand lichten wij de voornaamste mutaties toe:
Reserves
• Algemene reserve basisdeel De toename in 2022 en 2023 en afname in 2024 betreffen de toevoeging van het positieve begrotingsresultaat (2022 en 2023) en dekking van het begrotingstekort in het jaar 2024. • Algemene reserve toevoeging exploitatie De afname van de reserve wordt veroorzaakt door dekking van het CUP. Hiernaast worden incidentele kosten vanuit de organisatie ontwikkeling gedekt uit deze reserve. • Algemene reserve; flexibel inzetbaar De afname van de reserve betreft de dekking van de kosten van verkeerstellingen. • Reserve egalisatie kapitaallasten economisch en maatschappelijk nut Investeringen met een economisch nut als ook investeringen met een maatschappelijk nut dienen te worden geactiveerd. Gedurende de toekomstige gebruiksduur wordt de investering afgeschreven en de kapitaallasten in de exploitatie opgenomen. De dekking van de kapitaallasten vindt gedeeltelijk plaats door een onttrekking uit een reserve egalisatie kapitaallasten met economisch nut of de reserve egalisatie kapitaallasten met maatschappelijk nut . Op deze wijze wordt de lasten van investeringen met economisch- en een maatschappelijk nut (gedeeltelijk) gedekt uit reserves en kostenneutraal verantwoord in de exploitatie. • Reserve bovenwijkse voorzieningen De reserve wordt de komende jaren nog beperkt versterkt door bijdragen vanuit de grondexploitaties. De in de reserve resterende middelen worden aangewend voor (gedeeltelijke) dekking van majeure infrastructurele projecten. Prioritering van middelen vindt plaats middels het Mobiliteitsplan dat nog aan de raad ter besluitvorming zal worden voorgelegd.
Voorzieningen
• Voorziening onderhoud infrastructuur De omvang van de diverse voorzieningen voor de instandhouding van de fysieke infrastructuur neemt in de begrotingsperiode 2021-2024 naar verwachting af. Dit gebeurt op basis van het uitgangspunt dat de voorzieningen dusdanig gevoed worden dat er voor 12 jaar onderhoud uitgevoerd kan worden. Eind 2020 zullen de onderhoudsvoorzieningen opnieuw worden doorgerekend. Op basis van de in het GRP 2019- 2023 opgenomen onderhoudsuitgaven en vervangingsinvesteringen daalt ook het saldo van de voorziening egalisatie rioolbeheer. De raad heeft in december 2019 ingestemd met het nieuwe GRP 2019-2023.

Meerjarig investeringsplan (MIP)

Alle vervangingsinvesteringen worden bijeengebracht op het Meerjarig Investeringsplan (MIP). In bijlage B is een overzicht opgenomen van het complete MIP, waarbij de investeringen per programma zijn weergegeven. In de tabel hierna geven wij u een samenvatting van de geplande investeringen.
bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024 2021 2022 2023 2024
e/m/o Investeringslasten Structurele lasten
A1. Vervangingsinvesteringen e/m/o 664 569 760 610 69 192 318 420
A2. Openbare verlichting o 97 119 172 130 0 4 8 14
B1. Verkeer en vervoer m 0 0 0 0 0 0 0 0
B2. Onderwijshuisvesting e/m/o 0 5.300 0 0 0 0 186 184
C1. Groot onderhoud o 3.819 4.617 4.470 4.827 0 0 0 0
C2. Sportterreinen o 385 243 629 73 0 0 0 0
C3. GRP e/o 658 799 600 247 0 0 0 0
D1. Grondexploitatie e 574 18 0 0 0 0 0 0
D1. Grondverkopen e -2.864 0 0 0 0 0 0 0
3.333 11.664 6.631 5.887 69 196 512 619
e = investeringen met economisch nut / m = investeringen met maatschappelijke nut / o = onderhoud aan kapitaalgoederen
De onderdelen van het MIP lichten wij nader toe:
A. Investeringen die door middel van activering en afschrijving t.l.v. de exploitatie worden gebracht A1 Vervangingsinvesteringen, dit betreft geplande investeringen op basis van de diverse vervangingsplannen.
A2 Investeringen Openbare Verlichting, geplande investeringen conform het beleidsplan openbare verlichting
B. Investeringen die t.l.v. reserves worden gebracht B1. Investeringen uitvoeringsplan verkeer en vervoer (maatschappelijk nut), dekking uit reserve infrastructuur/ bovenwijkse voorzieningen, de genoemde bedragen zijn gebaseerd op door de raad vastgestelde uitgavenprioritering binnen de reserve bovenwijkse voorzieningen.
B2. Onderwijshuisvesting, investering wordt hoofdzakelijk vanuit reserve onderwijshuisvesting bekostigd.
C. Investeringen die t.l.v. voorzieningen worden gebracht (karakter: groot onderhoud en vervanging zonder levensduurverlenging) C1. Investeringen IBOR, gebaseerd op meerjarige onderhoudsplannen voor wegen, water, groen en gebouwen dekking uit voorzieningen onderhoud infrastructuur op basis van inspecties worden de definitieve onderhoudsmaatregelen in jaarplannen verwerkt.
C2. Investeringen onderhoudsplan sportterreinen, dekking uit voorziening onderhoud sportterreinen.
C3. Investeringen Gemeentelijk Rioleringsplan, dekking uit egalisatievoorziening rioolbeheer.
D. Investeringen die t.l.v. de grondexploitatie worden gebracht D1. Investeringen o.b.v. grondexploitatieopzetten, zoals grondaankoop en bouwrijp maken. Een negatief bedrag betekent grondverkopen.
Budgetautorisatie
Ter vereenvoudiging van de besluitvorming zijn de vervangingsinvesteringen van rubriek A voor de jaarschijf 2021 functioneel in de primitieve begroting geraamd. Ditzelfde geldt voor de investeringen uit rubriek C. Hierbij wordt aangetekend dat het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) eens in de vijf jaar aan de raad ter vaststelling wordt voorgelegd. In het raadsvoorstel wordt inzicht gegeven in de ophanden zijnde investeringen in de komende planperiode. Voor investeringen uit de categorie B worden u afzonderlijke besluiten ter vaststelling voorgelegd. De in rubriek D genoemde investeringen zijn overeenkomstig de laatste door de raad vastgestelde actualisering van de grondexploitatie. Een specificatie van de voor 2021 geraamde investeringen is opgenomen in bijlage B.

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

Op grond van het Besluit Begroting en verantwoording (BBV) is een gemeente verplicht om afzonderlijk in te gaan op de zogenoemde ‘jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume’. Bij deze verplichtingen is het doorslaggevend of het verloop van de uitgaven gedurende een aantal begrotingsjaren - in de regel betreft dit de begrotingsperiode van vier jaar - gelijkmatig dan wel ongelijkmatig is. Bij een gelijkmatig verloop zoals bijvoorbeeld lonen, premies en vakantiegeld moeten de uitgaven in de begroting worden geraamd. Is er sprake van een sterke omvangwisseling in het uitgavenpatroon dan moeten de uitgaven ten laste van een voorziening worden gebracht. De kosten van voormalig personeel en wethouderpensioenen worden gedekt uit voorzieningen omdat hier sprake is van een ongelijk volume. De hoogte van de voorzieningen (per 1 januari 2021 € 3.248.474) dient te zijn afgestemd op de achterliggende verplichtingen. Jaarlijks vindt er daarom een doorrekening plaats. Deze heeft laatstelijk plaatsgevonden bij het opstellen van de Jaarrekening 2019. De eerstvolgende actualisering vindt plaats bij de jaarrekening 2020.

Meerjarenbalans 2019-2024

Het BBV schrijft voor dat in de begroting een geprognosticeerde balans moet worden opgenomen. Met deze meerjarenbalans krijgt de raad meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. Hieronder is de meerjarenbalans 2019-2024 opgenomen. We benadrukken dat het voor de aangegeven begrotingsjaren een prognose is. In de balans zijn de belangrijkste ontwikkelingen verwerkt zoals we die op dit moment kennen. Door toekomstige besluitvorming en (financiële) dynamiek die er nu eenmaal altijd is bij gemeenten zullen de hieronder vermelde cijfers in werkelijkheid gaan afwijken. Dit maakt dat de meerjarenbalans een behoorlijke mate van onzekerheid in zich heeft.
bedragen x € 1.000 werkelijk Begroot
einde boekjaar 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Activa
Immateriële vaste activa 282 282 282 282 282 282
Materiële vaste activa 58.706 62.646 60.205 62.883 60.650 58.249
Financiële vaste activa 1.338 1.438 1.538 1.538 1.538 1.538
Voorraden 5.472 1.671 -40 3 3 3
Uitzettingen 15.816 18.272 19.880 19.474 18.778 19.051
Liquide middelen 275 453 509 458 458 457
Overlopende activa 3.363 3.363 3.363 3.363 3.363 3.363
85.252 88.125 85.737 88.001 85.072 82.943
Passiva
Reserves (eigen vermogen) 36.885 38.152 35.816 36.662 37.661 37.234
Resultaat boekjaar 1.655 2 2.338 1.492 493 920
Voorzieningen 18.721 18.721 17.130 14.891 12.759 11.427
Langlopende schulden 14.603 17.862 17.065 21.568 20.771 19.974
Vlottende passiva 13.388 13.388 13.388 13.388 13.388 13.388
85.252 88.125 85.737 88.001 85.072 82.943

Structureel evenwicht

Onder begrotingsresultaat en in de aanbieding is het resultaat weergegeven van alle lasten en baten in deze begroting. De begroting bevat structurele lasten en baten, incidentele lasten en baten en lasten en baten die worden gedekt ten laste van reserves. Het BBV schrijft voor dat inzichtelijk moet worden gemaakt of er sprake is van een structureel evenwicht. De incidentele baten en lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo. Indien de incidentele baten en lasten buiten beschouwing worden gelaten is het structureel evenwicht voor deze begroting als volgt:
bedragen x € 1.000
Presentatie van het structureel begrotingssaldo Begroting 2021 MJR 2022 MJR 2023 MJR 2024
Saldo van baten en lasten -2.265 -998 -303 -1.293
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves 2.340 1.492 493 920
Begrotingssaldo na bestemming 75 494 190 -373
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) 6 -18 0 0
Structureel begrotingssaldo 81 476 190 -373
Een specificatie van de incidentele baten en lasten en de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves is opgenomen in het onderdeel overzicht baten en lasten.

EMU-saldo

Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de begroting een meerjarige berekening van het EMU-saldo opnemen. Het EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van de overheidsfinanciën te bepalen. De overheden mogen een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). In dit tekort van 3% hebben, naast de rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Het aandeel voor de gezamenlijke gemeenten is tot en met 2022 genormeerd op 0,27%. Om aan afzonderlijke gemeenten een beeld te geven wat dit voor hen betekent publiceert het Ministerie van BZK jaarlijks een lijst met individuele referentiewaarden. Voor Leusden wordt in 2021 een referentiewaarde van € 2,2 miljoen vermeld. Dit bedrag is geen norm, maar geeft een indicatie voor het aandeel in de gezamenlijke tekortnorm. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar van ontvangsten en uitgaven op basis van transacties binnen een begrotingsjaar. Het ene jaar kan het EMU-saldo van de gemeente daardoor een tekort vertonen en het andere jaar een overschot. Dit komt door schommelingen in de hoogte van de investeringen en het aan- en verkopen van bouwgronden. Uit de tabel blijkt dat het EMU-saldo van Leusden in 2021 beneden de referentiewaarde blijft.
bedragen x € 1.000
2020 2021 2022 2023 2024
1. (+) Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -386 75 494 190 -373
2. (-) Mutatie (im)materiële vaste activa 3.940 -2.441 2.678 -2.233 -2.401
3. (+) Mutatie voorzieningen 0 -1.591 -2.239 -2.132 -1.332
4. (-) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -3.801 -1.711 43 0 0
5. (-) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa 0 0 0 0 0
Berekend EMU-saldo -525 2.636 -4.466 291 696
Referentiewaarde gem. Leusden -2.199 -2.195 -2.195 -2.195 -2.195
EMU-saldo blijft onder referentiewaarde 1.674 4.831 2.486 2.891
EMU-saldo overschrijdt referentiewaarde -2.271

Overzicht baten en lasten

Overzicht baten en lasten

bedragen x € 1.000
Exploitatie Werkelijk 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 MJR 2022 MJR 2023 MJR 2024
Domein Bestuur
Lasten -5.797 -4.894 -4.789 -4.748 -4.743 -4.733
Baten 464 363 357 310 287 287
Saldo -5.333 -4.531 -4.432 -4.438 -4.456 -4.446
Domein Leefomgeving
Lasten -16.302 -16.093 -15.415 -15.352 -15.209 -15.412
Baten 8.453 8.343 7.015 6.971 6.892 6.892
Saldo -7.849 -7.750 -8.400 -8.381 -8.317 -8.520
Domein Samenleving
Lasten -26.723 -27.930 -27.783 -27.580 -27.263 -27.277
Baten 4.891 5.265 5.177 5.214 5.261 5.261
Saldo -21.832 -22.665 -22.606 -22.366 -22.002 -22.016
Domein Ruimte
Lasten -13.898 -11.733 -6.602 -2.792 -2.374 -3.001
Baten 13.060 9.046 4.363 821 623 580
Saldo -838 -2.687 -2.239 -1.971 -1.751 -2.421
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Lasten -1.128 -1.049 -1.196 -1.111 -1.500 -1.910
Baten 41.555 43.093 44.588 45.282 45.496 45.838
Saldo 40.427 42.044 43.392 44.171 43.996 43.928
Overhead
Lasten -8.312 -8.744 -8.253 -8.286 -8.046 -8.091
Baten 1.046 963 335 335 335 335
Saldo -7.266 -7.781 -7.918 -7.951 -7.711 -7.756
Onvoorzien
Lasten 0 -61 -62 -62 -62 -62
Saldo van baten en lasten -2.690 -3.431 -2.265 -998 -303 -1.293
Toevoeging aan reserves
Domein Bestuur 0 0 0 0 0 0
Domein Leefomgeving -2.857 -2.406 -812 -805 -798 -798
Domein Samenleving -418 0 -54 -20 -26 -31
Domein Ruimte -937 -1.102 -681 181 -869 0
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien -5.680 -1.743 -2.195 0 0 0
Overhead -15 0 0 0 0 0
Totaal toevoegingen -9.907 -5.251 -3.742 -644 -1.693 -829
Onttrekking aan reserves
Domein Bestuur 93 51 29 8 8 8
Domein Leefomgeving 2.808 2.741 1.851 1.764 1.631 1.557
Domein Samenleving 2.272 523 278 142 38 9
Domein Ruimte 692 1.647 602 -281 509 175
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 8.275 3.295 3.081 261 0 0
Overhead 113 429 241 242 0 0
Totaal onttrekkingen 14.253 8.686 6.082 2.136 2.186 1.749
Saldo van toevoegingen en onttrekkingen 4.346 3.434 2.340 1.492 493 920
Gerealiseerd saldo van baten en lasten 1.655 3 75 494 191 -372
Toelichting verschillen
Domein Bestuur
Binnen het Domein Bestuur neemt het saldo 2020 ten opzichte van 2021 af met circa € 0,1 mln. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door een daling in de lasten en worden op hoofdlijnen verklaard door de volgende ontwikkelingen: - € 0,04 mln. hogere lasten door stijging van de gemeentelijke bijdrage voor de VRU; - € 0,03 mln. hogere lasten als gevolg van Tweede Kamerverkiezingen in 2021 (geen verkiezing in 2020); - € 0,02 mln. lagere lasten voor onderzoekskosten brandweerkazerne Leusden (incidenteel budget doorloop in 2020); - € 0,15 mln. lagere lasten personeelskosten als gevolg van incidentele formatie uitbreiding en budget neutrale verschuivingen.
Domein Leefomgeving
Binnen het Domein Leefomgeving nemen de lasten in 2021 ten opzichte van het begrotingsjaar 2020 af met circa € 0,68 mln. De lasten afname binnen het Domein worden op hoofdlijn verklaard door de volgende ontwikkelingen: - € 0,18 mln. lagere lasten door een in 2020 incidenteel geraamd budget voor de energietransitie gedekt vanuit de klimaatmiddelen; - € 0,12 mln. lagere lasten sloopkosten sportzaal Groenhouten (in 2020 incidenteel budget in begroting opgenomen); - € 0,03 mln. lagere lasten door een in 2020 incidenteel geraamd budget voor aanleg zonnepanelen sporthal Antares ; - € 0,15 mln. lagere lasten personeelskosten als gevolg van incidentele formatie uitbreiding en budget neutrale verschuivingen. - € 0,12 mln. lagere lasten inzamelen en verwerken afval; - € 0,49 mln. lagere lasten overige verrekeningen door technische wijziging baten naar negatieve lasten (budgetneutraal met lagere opbrengst); - € 0,02 mln. hogere lasten bijstelling budgetten riolering nieuw GRP; - € 0,05 mln. hogere lasten bestek openbare ruimte; - € 0,12 mln. hogere dotatie in gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen; - € 0,22 mln. hogere lasten afschrijvingen; Ten opzichte van het begrotingsjaar 2020 nemen de baten binnen het Domein Leefomgeving af met circa € 1,39 mln. per jaar. Deze afname van baten in het jaar 2021 wordt met name veroorzaakt door: - € 0,76 mln. lagere opbrengsten door een in 2020 incidenteel geraamde inkomst voor grondverkoop; - € 0,49 mln. lagere opbrengsten overige verrekeningen door technische wijziging baten naar negatieve lasten (budgetneutraal met lagere lasten); - € 0,17 mln. lagere opbrengsten afval; - € 0,09 mln. hogere opbrengsten verhuur Lisidunalaan 2 – Fila Tekna
Domein Samenleving
Binnen het domein Samenleving neemt het (negatieve) saldo 2021 ten opzichte van 2020 af met € 0,06 mln. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de lasten met 0,15 mln. en afname van de baten met € 0,09 mln. De afname van de baten wordt veroorzaakt door: - € 0,03 mln. lagere opbrengsten van derden (retributie kinderopvang Fila Tekna, bijdrage provincie voor Collectief Vervoer en bijdrage Fonds Samenlevingsinitiatieven voor Vuelta - € 0,05 mln. lagere opbrengsten door vervallen incidentele subsidie ZonMw Pilot lokale aanpak verward gedrag De afname van de lasten wordt met name veroorzaakt door: - € 0,06 mln. hogere lasten door incidentele verhoging subsidiebudget VVE/Peuteropvang vanuit ruimte nieuw beleid; - € 0,26 mln. lagere lasten als gevolg van het realiseren van een deel van de taakstelling Sociaal Domein - € 0,04 mln. hogere lasten als gevolg van formatie uitbreidingen en budget neutrale verschuivingen. - € 0,05 mln. lagere lasten Fonds Samenlevingsinitiatieven (o.a. vervallen incidentele bijdrage Kamp Amersfoort 2020); - € 0,10 mln. lagere lasten als gevolg van vervallen incidentele CUP budgetten 2020 (transformatiebudget); - € 0,18 mln. hogere lasten als gevolg van de contractherziening Breedspectrumaanbieders waarbij aanvullende afspraken zijn gemaakt over de transformatieopgave.
Domein Ruimte
Binnen het Domein Ruimte nemen de lasten ten opzichte van het begrotingsjaar 2020 af. De belangrijkste oorzaken daarvoor zijn: - Mutaties in grondexploitaties van € 3,8 mln. Deze worden echter budgettair neutraal in de begroting geraamd. - Een in 2020 incidenteel geraamd budget van € 0,27 mln. voor uitvoering van diverse CUP projecten; - Een in 2020 incidenteel geraamd budget van € 0,26 mln. voor gemeentelijke (plan)kosten voortkomend en gedekt uit anterieure overeenkomsten; - Een in 2020 incidenteel geraamd budget van € 0,14 mln. voor het omgevingsplan Buitengebied; - € 0,10 mln. lagere lasten personeelskosten in 2020 als gevolg van incidentele formatie uitbreidingen en budget neutrale verschuivingen.
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Binnen het Onderdeel Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien nemen de baten ten opzichte van 2020 toe tot een bedrag van € 2,7 miljoen in 2024. Voornaamste oorzaak voor deze toename zijn de stijgende accressen van de Algemene Uitkering Gemeentefonds. Deze stijging zet zich ook de komende jaren door tot een bedrag van € 3,3 miljoen in 2024 ten opzichte van 2020. De OZB inkomsten stijgen met € 0,7 miljoen. Hiernaast is een stelpost opgenomen voor het opvangen van loon- en prijsstijgingen binnen het Sociaal Domein, oplopend naar € 1,3 mln. in 2024. De lasten op dit onderdeel stijgen in 2021 ten opzichte van 2020 met € 0,2 miljoen. Voornaamste oorzaak van deze stijging zijn de hoger geraamde stelposten voor loon- en prijsstijgingen. Voor een verdere specificatie van- en inhoudelijke toelichting op de bedragen verwijzen wij u naar het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.
Overhead
Binnen de overhead neemt het saldo 2021 ten opzichte van het begrotingsjaar 2020 toe met 0,14 mln. Voor de inhoudelijke toelichting verwijzen wij u naar het domein Overhead en onderdeel baten en lasten in de paragraaf E Bedrijfsvoering. Het overzicht baten en lasten taakvelden 2021-2024 is als bijlage opgenomen onder de “Meerknop”

Grondslag van de begrotingsramingen

De begrotingsramingen zijn gebaseerd op de volgende grondslagen:
2021 2022 2023 2024
Loon- en prijspeil:
- prijsstijgingen* 0% 1,6% 1,6% 1,5%
- loonstijgingen* 0% 1,7% 1,6% 1,5%
- loonpeil salarissen 1-10-2020
- gesubsidieerde instellingen* 0% 1,7% 1,6% 1,5%
Rentepercentages:
- rendement beleggingen 0,5% 1% 1% 1%
Woningbouw en inwoners:
- woningen per 1 januari 13.218 13.340 13.506 13.668
- inwoners per 1 januari 30.548 30.630 30.808 30.973
Geplande woningbouw (telt mee per 1 januari van volgend jaar):
- Mastenbroek II 23 22
- Tabaksteeg 28
- Valleipark
- Maanweg/Maanwijk 60 60
- Groot Agteveld 58 32
- Rossenberg 3
- Klimrakker 15
- Bouwdriest 19
- Hamersveldseweg 17
- Lisidunahof 51 51
- Voormalige schoollocaties / Berkelwijk 10 15
- Buitengebied 5 5 5 5
- Inbreidingslocaties Leusden 5 8 8 8
Algemene uitkering:
- circulaire mei 2020 mei 2020 mei 2020 mei 2020
- uitkeringsfactor 1,656 1,700 1,726 1,751
Belastingen en rechten:
- inflatiecorrectie op alle tarieven exclusief afvalstoffenheffing 2%
* Conform de maatregelen vanuit de scenario's ter dekking van het begortingstekort wordt voor de inflatiecorrectie van de gemeentelijke budgetten en de subsidies voor de begrotingsjaren 2020 en 2021 de nullijn toegepast.

Overzicht incidentele baten en lasten

Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken en om projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. een eindig doel hebben. In onderstaande tabellen wordt inzicht gegeven in de incidentele baten en lasten per programma. In de eerste tabel worden de zich in de jaarbudgetten voordoende incidentele baten en lasten weergegeven. Teneinde een totaalbeeld te geven van de incidentele baten en lasten binnen de gemeentelijke begroting wordt vervolgens inzicht gegeven in de zich binnen de gemeentelijke begroting voordoende reserve mutaties (zowel incidenteel als structureel van aard).
bedragen x € 1.000
Domein 2021 2022 2023 2024
Incidentele lasten
1. Verzekering Overhead 10 0 0 0
2. Verkeer en vervoer Ruimte 10 0 0 0
3. Openbaar groen en (openlucht) recreatie Ruimte 50 0 0 0
Incidentele baten
4. Beheer overige gebouwen en gronden Leefomgeving -53 -11 0 0
5. Afbouw rente grondbedrijf Alg.dekk.mid -22 -8 0 0
6. Opbrengst reclamedragers Ruimte 12 0 0 0
Saldo incidentele baten en lasten exploitatie 6 -18 0 0
Toelichting: 1. Voor de verzekering vindt een taxatie op panden en inventarissen plaats en zorgt in 2021 voor een incidentele last. 2. Via het CUP is incidenteel voor de jaren 2019 t/m 2021 budget voor plaatsing van laadpalen beschikbaar gesteld. 3. Via de Voorjaarsnota 2020 is voor bestrijding van de eikenprocessierups (EPR) voor de jaren 2020 en 2021 incidenteel extra budget beschikbaar gesteld. 4. De huur van het gemeentelijk pand Fila Tekna aan kinderopvang Humanitas is verlengd tot en met medio 2022. 5. Er vindt jaarlijks een onttrekking uit de Algemene reserve Grondbedrijf plaats. Dit betreft de afbouw van de rente. 6. De opbrengst reclamedragers wordt het komend jaar verminderd en zorgt in 2021 voor een (negatieve) incidentele baat. Voor de jaren 2020-2023 worden de onderstaande incidentele baten en lasten verrekend met een reserve. Van de vermelde reserve mutaties wordt per Domein toegelicht met welke gemeentelijke reserve de incidentele bate of last wordt verrekend en met welke motivatie.
bedragen x € 1.000
- = toevoeging reserve en + = onttrekking reserve 2021 2022 2023 2024 S/I
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
A1 Dekking incidenteel nieuw beleid 462 130 0 0 I
A2 Afbouw rente grondbedrijf 22 8 0 0 I
A3 Dekking opbouw weerstandsvermogen, nieuw beleid en CUP 2.433 123 0 0 I
A4 Dekking frictiekosten Organisatie ontwikkeling 83 0 0 0 I
A5 Dekking incidentele ruimte nieuw beleid 80 0 0 0 I
A6 Dotatie opbouw weerstandsvermogen en nieuw beleid -2.195 0 0 0 I
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
A1 Dekking incidenteel nieuw beleid Voor de jaren 2021 en 2022 is een bedrag van € 672.000 aan incidenteel nieuw beleid gehonoreerd. € 80.000 was daarvan op voorhand gereserveerd in de algemene reserve flexibel deel (zie A5). Het restant wordt voor deze jaren ten laste gebracht van de algemene bedrijfsreserve basisdeel. A2 Dekking afbouw rente grondbedrijf Vanaf 2017 is het niet meer toegestaan om rente door te berekenen aan de grondexploitaties als geen externe financiering is aangetrokken voor dit doel. De wegvallende rentelasten voor de algemene dienst worden gefaseerd (afbouw in 7 stappen) onttrokken aan de algemene reserve grondbedrijf A3 Dekking opbouw weerstandsvermogen, nieuw beleid en CUP Er wordt in 2021 aan de Algemene bedrijfsreserve toevoeging exploitatie € 592.000 voor incidenteel nieuw beleid onttrokken. Daarnaast wordt in 2021 € 1,6 miljoen onttrokken en toegevoegd aan het basisdeel ter versterking van het weerstandsvermogen. Tot slot worden de CUP budgetten voor de laatste 2 jaarschijven van het CUP 2010-2022 van respectievelijk € 238.600 en € 123.300 aan deze reserve onttrokken; A4 Dekking frictiekosten organisatieontwikkeling Er is incidenteel budget beschikbaar gesteld voor frictiekosten dat wordt onttrokken aan de algemene bedrijfsreserve, toevoeging exploitatie. A5 Dekking incidentele ruimte nieuw beleid Vanuit de Algemene reserve flexibel deel is voor de jaarschijf 2021 het reguliere budget voor de incidentele ruimte nieuw beleid onttrokken. A6 Dotatie versterking weerstandsvermogen en incidenteel nieuw beleid Bij de kaderbrief 2021 is besloten een bedrag van € 1,6 miljoen aan de algemene bedrijfsreserve basisdeel toe te voegen om de weerstandsratio binnen de bandbreedte te brengen. Daarnaast is een bedrag van € 592.000 toegevoegd om de extra lasten incidenteel nieuw beleid te kunnen dekken.
bedragen x € 1.000
- = toevoeging reserve en + = onttrekking reserve 2021 2022 2023 2024 S/I
Domein Bestuur
B1 Dekking capaciteit formatie veiligheid 21 0 0 0 I
B2 Dekking kpl nieuwbouw brandweergarage 8 8 8 8 S
Domein Bestuur
B1 Dekking capaciteit formatie veiligheid Incidentele capaciteit CUP onderdeel CUP 2.1 veiligheid wordt onttrokken aan de algemene bedrijfsreserve met aangewezen bestemming. B2 Dekking kapitaallasten nieuwbouw brandweergarage Een deel van de kapitaallasten brandweerkazerne Achterveld wordt onttrokken aan de reserve dekking kapitaallasten investeringen met economisch nut
bedragen x € 1.000
- = toevoeging reserve en + = onttrekking reserve 2021 2022 2023 2024 S/I
Domein Leefomgeving
L1 Dekking formatie Organisatie Ontwikkeling 98 98 0 0 I
L2 Dekking uitgaven beheer de Schammer 19 19 19 19 S
L3 Dekking bijdr. Energieakkoord buitengebied 10 0 0 0 I
L4 Dekking OZB MFC Atlas 22 22 22 22 S
L5 Dekking beheerskst. Duurzaamheidsleningen 1 1 1 1 S
L6 Dekking kapitaallasten onderwijshuisvesting 735 722 724 724 S
L7 Dekking kap.lasten investeringen economisch nut 397 391 356 285 S
L8 Dekking kap.lasten investeringen maatschappelijk nut 515 512 508 505 S
L9 Dekking werkbudget CUP 9.3 doorontwikkeling winkelgebieden 54 0 0 0 I
L10 Dotatie terugverdieninvesteringen MFC'en duurzaamheid -86 -86 -86 -86 S
L11 Dotatie sluitingsvergoeding zwembad -16 -16 -16 -16 S
L12 Dotatie reserve dekking kap.lasten onderwijshuisvesting -710 -706 -697 -697 S
Domein Leefomgeving
L1 Dekking formatie Organisatie Ontwikkeling Er is incidenteel budget beschikbaar gesteld voor capaciteitsuitbreiding ten behoeve van sporthalbeheerders en beleidsadvisering Openbare ruimte en wordt onttrokken aan de algemene bedrijfsreserve, toevoeging exploitatie. L2 De structurele onderhoudslasten aan de Schammer worden onttrokken aan de algemene reserve, aangewezen bestemming. L3 Dekking CUP 4.1 bijdrage energieakkoord buitengebied Er is incidenteel budget beschikbaar voor de bijdrage energieakkoord buiengebied. L4 Dekking OZB MFC Atlas De kosten van de OZB voor MFC Atlas worden onttrokken aan de algemene bedrijfsreserve met aangewezen bestemming. L5 Dekking beheerkosten duurzaamheidsleningen De beheerskosten (inzet SVN) voor het verstrekken van duurzaamheids- en startersleningen worden gedekt uit de bestemmingsreserve rente starters- en duurzaamheidsleningen. L6 Dekking kapitaallasten onderwijshuisvesting De geboekte kapitaallasten worden onttrokken aan de reserve vernieuwing en uitbreiding onderwijshuisvesting. L7 Dekking kapitaallasten investeringen met een economisch nut De geboekte kapitaallasten van investeringen met een economisch nut worden onttrokken aan de reserve dekking kapitaallasten investeringen met een economisch nut. L8 Dekking kapitaallasten investeringen met een maatschappelijk nut De overige investeringen met een maatschappelijk nut worden onttrokken aan de reserve dekking kapitaallasten met een maatschappelijk nut. L9 Dekking werkbudget CUP 9.3 doorontwikkeling winkelgebied. Het restantkrediet plankosten Hart van Leusden is omgezet naar een werkbudget voor de doorontwikkeling winkelgebieden. Het werkbudget wordt onttrokken uit de reserve kapitaallasten met maatschappelijk nut. L10 Dotatie terugverdieninvesteringen MFC’en duurzaamheid Jaarlijks wordt een bedrag gestort in de algemene bedrijfsreserve met aangewezen bestemming als gevolg van terugverdieninvesteringen in mfc’s en duurzaamheid. L11 Dotatie sluitingsvergoeding zwembad. Jaarlijks wordt een bedrag gestort in de algemene bedrijfsreserve met aangewezen bestemming ten behoeve van de compensatievergoeding aan SRO bij sluiting van het zwembad (uitvoering groot onderhoud) L12 Dotatie reserve dekking kap.lasten onderwijshuisvesting De ontvangen rijksmiddelen worden gestort in de reserve vernieuwing en uitbreiding onderwijshuisvesting.
bedragen x € 1.000
- = toevoeging reserve en + = onttrekking reserve 2021 2022 2023 2024 S/I
Domein Samenleving
S1 Dekking formatie Organisatie ontwikkeling 54 54 0 0 I
S2 Dekking CUP 3.8 Signalering van armoede 35 0 0 0 I
S3 Dekking kosten leerlingenprognose 3 3 3 10 S
S4 Dekking herziening contract Breedspectrumaanbieders 152 51 0 0 I
S5 Dekking CUP project positieve gezondheid 35 35 35 0 I
S6 Dotatie reserve Kapitaallasten onderwijs -55 -20 -25 -31 S
Domein Samenleving
S1 Dekking formatie Organisatie Ontwikkeling Er is incidenteel budget beschikbaar gesteld voor capaciteitsuitbreiding van een strategisch adviseur en wordt onttrokken aan de algemene bedrijfsreserve, toevoeging exploitatie. S2 Dekking CUP onderdeel 3.8 Signalering van armoede, extra middelen worden ingezet voor lokaal Geldloket en worden onttrokken aan de algemene bedrijfsreserve met aangewezen bestemming. S3 Dekking kosten leerlingenprognoses. De kosten worden onttrokken aan de reserve vernieuwing en uitbreiding onderwijshuisvesting. S4 De meerkosten als gevolg van contractherziening Breed Spectrumaanbieders worden onttrokken aan de egalisatiereserve Sociaal Domein. S5 Kosten voor CUP project positieve gezondheid worden onttrokken aan de egalisatiereserve Sociaal Domein. S6 Storting reserve kapitaallasten Onderwijs Betreft het toevoegen van rente (€ 21.000) aan de reserve en de mutatie als gevolg van lagere kapitaallasten.
bedragen x € 1.000
- = toevoeging reserve en + = onttrekking reserve 2021 2022 2023 2024 S/I
Domein Ruimte