Meer
Publicatiedatum: 06-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf A Lokale heffingen

Kader

In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. Leusden kent de volgende heffingen, op basis van door de raad vastgestelde verordeningen:

  • Belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Hiertoe behoren de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting;
  • Belastingen om kosten mee te verhalen: de heffingen en rechten. De opbrengst is niet vrij besteedbaar maar is gerelateerd aan de betreffende gemeentelijke zorgplicht of specifieke dienstverlening. Hiertoe behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, reinigingsrecht, rioolaansluitrecht, leges en lijkbezorgingsrechten.

Zie de bijlage voor een korte beschrijving van deze belastingen en heffingen.

In het Coalitieakkoord 2018 – 2022 is vastgelegd dat de gemeentelijke belastingen in beginsel niet worden verhoogd. Inflatiecorrectie is wel toegestaan.
Voor gemeentelijke dienstverlening en activiteiten waarbij dat van toepassing is blijft het principe van het streven naar kostendekkendheid uitgangspunt.

Bestuurlijke samenvatting

De tarieven stijgen met 2% inflatie. De OZB wordt met € 60.000 extra verhoogd waardoor de tariefstijging bij de OZB in totaal uitkomt op 2,8%.
De afvalstoffenheffing stijgt gemiddeld met 2,2% en het rioolheffing tarief stijgt met 4,4%.
Bij elkaar genomen wordt voor Leusdense huishoudens een gemiddelde woonlastentoename van 2,9% a 3% verwacht.
Daarmee blijven de lokale woonlasten in 2021 beneden het landelijk en provinciaal gemiddelde.

Uitgangspunten tarieven 2021

In de Kaderbrief 2021 zijn de volgende uitgangspunten genoemd:

  • Inflatie: aanpassing van tarieven van belastingen en heffingen met 2%;
  • OZB: onder druk van een meerjarig financieel tekort is in de begroting 2020-2024 een gefaseerde extra OZB-verhoging opgenomen van 3 x € 60.000 gedurende 2021 t/m 2023 (€ 60.000 - € 120.000 - € 180.000). Het realiseren van de maatregel tijdens deze jaren is afhankelijk van de ontwikkeling van de begrotingspositie. Bij de Kaderbrief 2021 is besloten om de eerste stap met € 60.000 in 2021 toe te passen. De tarieven worden hiermee verhoogd;
  • Afvalstoffenheffing: 100% kostendekkend tarief;
  • Rioolheffing: op grond van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 is besloten tot een tariefstijging met € 3,00 per jaar in 2020 en 2021 (exclusief inflatiecorrectie). In het tarief voor 2021 wordt de tweede stap van € 3,00 verwerkt;
  • Hondenbelasting: bij de Kaderbrief 2019 heeft de raad een motie aangenomen waarin het college wordt opgeroepen om voorbereidingen te treffen om de hondenbelasting vanaf 2019 in maximaal 10 jaar gefaseerd af te schaffen. In de motie is geen financiële dekking aangegeven voor de afschaffing van de belasting. In 2019 is de eerste tranche van de afschaffing uitgevoerd waarbij de tarieven met 10% zijn verlaagd. Bij de Kaderbrief 2020 is besloten om de tweede stap van de gefaseerde afschaffing voor 2020 uit te stellen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat zolang de meerjarenbegroting het niet toelaat de gefaseerde afschaffing wordt uitgesteld voor de periode 2021-2023. Gelet op de begrotingspositie is bij de Kaderbrief 2021 besloten om ook de derde stap in 2021 uit te stellen. Dit betekent dat de tarieven in 2021 alleen met inflatiecorrectie worden aangepast.

Afvalstoffenheffing

In de reinigingsbegroting 2021 zijn budgetten bijgesteld als gevolg van diverse ontwikkelingen. Per saldo stijgen de kosten van de afvalinzameling en -verwerking met € 80.000 ten opzichte van 2020. De voornaamste ontwikkelingen zijn als volgt:

  • Verwerken restafval (AVU): Door een nieuwe aanbesteding stijgt het tarief per ton van de AVU per 2021 van € 89 naar
    € 154. Dit leidt tot kostenstijging van € 229.000;
  • Verwerken Gft (AVU): Door een nieuwe aanbesteding stijgt het tarief per ton van de AVU per 2021 van € 56 naar € 85. Dit leidt tot kostenstijging van € 126.000;
  • Verwerken PMD (AVU): Met ingang van 1 april 2020 is een systeemwijziging doorgevoerd waarbij de gemeente alleen nog verantwoordelijk is voor de inzameling van PMD. De verwerkingskosten komen te vervallen. Dit levert in de reinigingsbegroting een voordeel op van € 447.000;
  • Opbrengst PMD: Door de systeemwijziging daalt de vergoeding voor PMD. Dit geeft een nadeel van € 147.000;
  • Toerekening kosten: de kosten van personeel stijgen door formatie uitbreiding en toe te rekenen overhead. Bij elkaar een toename met € 78.000;
  • Tuingroen: Het tarief per ton daalt door de nieuwe aanbesteding. Het tonnage stijgt daarentegen. Per saldo ontstaat een voordeel van € 30.000;
  • In de reinigingsbegroting daalt de BTW met € 32.000, dit komt met name door het vervallen van de verwerkingskosten PMD.
  • Diverse overige ontwikkelingen in de reinigingsbegroting geven een nadeel van per saldo € 9.000.

Om de kosten te verhalen worden de tarieven van de afvalstoffenheffing verhoogd. Het tarief voor een 60 liter afvalzak stijgt van € 1,58 naar € 1,60. Het tarief voor het vaste deel stijgt van € 212 naar € 217. Bij deze tarieven betaalt een gemiddeld huishouden in 2021 naar verwachting € 245,80: gemiddeld 18 aanbiedingen x 1,60 + € 217.
In de begroting 2020 is een gemiddelde afvalstoffenheffing becijferd van € 240,40. Ten opzichte van 2020 neemt de heffing toe met € 5,40.

Ontwikkeling tarieven van 2020 naar 2021

*) De percentages voor de OZB wijzigen nog als gevolg van de WOZ-herwaardering (deze was nog niet gereed ten tijde van het samenstellen van deze begroting). Het voorstel met de herrekende tariefpercentages wordt aan de raad aangeboden ter vaststelling in december 2020.

Opbrengst

Procentuele verdeling lokale heffingen

Ontwikkelingen lokale lastendruk

Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de bedragen die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In de tabel hierna is aangegeven hoe de ontwikkelingen voor een gemiddeld Leusdens huishouden uitwerken op basis van de genoemde uitgangspunten. Het gaat om eigenaren/bewoners van een woning met gemiddelde Woz-waarde en om woninggebruikers/huurders. Voor elk afzonderlijk huishouden zal de feitelijke lastenontwikkeling anders kunnen zijn dan hieronder vermeld. Dat is afhankelijk van de waarde van de eigen woning ten opzichte van het gemiddelde, van het aanbiedgedrag van restafval, en van de vraag of men in aanmerking komt voor kwijtschelding.
Met deze kanttekeningen ontstaat het volgende beeld van de ontwikkeling van de woonlastendruk van 2020 naar 2021.

*) per 1-1-2019, opgave GBLT

Op basis van bovenstaande cijfers stijgen de lokale woonlasten voor Leusdense huishoudens met eigen woning gemiddeld met 2,9%. Voor huurders is de stijging 3%.
Onderzoeken en publicaties bevestigen dat Leusden qua woonlasten zowel op landelijk als op provinciaal niveau tot de goedkopere gemeenten behoort. Bureau Coelo van de Rijksuniversiteit Groningen houdt hier een landelijke ranglijst van bij.
Op deze lijst neemt Leusden in 2020 de 79e positie in van in totaal 355 gemeenten. De gemiddelde woonlasten van Leusden liggen in 2020 respectievelijk € 50 en € 67 beneden het landelijk en provinciaal gemiddelde. Met de in deze paragraaf geschetste ontwikkeling van de tarieven zal de lokale lastendruk ook in 2021 beneden gemiddeld zijn.

Kostenonderbouwingen heffingen

Het BBV schrijft voor dat in deze paragraaf een overzicht van baten en lasten wordt opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De kostenonderbouwingen en gehanteerde uitgangspunten vindt u hier.

Kwijtschelding

Voor de inwoners met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, hondenbelasting en rioolheffing.
De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid. Daar waar de wetgever verruimingen toestaat, zoals bijvoorbeeld voor kleine ondernemers/ZZP-ers, passen we die in Leusden toe (zie het raadsbesluit verruiming kwijtscheldingsbeleid). 

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Belang en doelstelling paragraaf

De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing heeft tot doel te informeren over het beleid rondom risicomanagement en inzicht te geven in risico’s van de gemeente, en het beschikbare en het benodigde weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Leusden in staat is middelen vrij te maken om (incidentele) financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een financieel vangnet voor optredende gevolgen van risico’s die niet goed kunnen worden afgedekt op basis van het gevoerde risicomanagement.

Bestuurlijke samenvatting

De gemeente Leusden kent een sluitende begroting en het weerstandsvermogen is toereikend waardoor er voldoende ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen. De ratio van het weerstandsvermogen van de algemene dienst is 1,06. Uit de beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot onze financiële positie komt naar voren dat de schuldenlast van Leusden ten opzichte van de eigen middelen relatief laag is. Hierdoor is de druk van de rentelasten en de aflossing van geldleningen op de exploitatie laag te noemen. Daarnaast kent Leusden ten opzichte van het landelijk gemiddelde een gematigde lokale lastendruk. De solvabiliteit is met in acht neming van het grote aandeel van onderhoudsvoorzieningen in de balans toereikend. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de financiële positie van Leusden goed is. Het kengetal grondexploitatie geeft aan dat onze boekwaarden aan voorraad gronden in de loop van 2021 zijn afgebouwd en onze risico’s verschoven zijn naar de passieve grondexploitaties (faciliterend). De actuele weerstandsratio van het grondbedrijf is 0,77 en valt net onder de bandbreedte van 0,8 - 1,2. De verwachting is echter dat deze ratio voor de jaren na 2021 weer boven de 1,0 stijgt waarmee we ook voor onze grondexploitaties voldoende weerstandsvermogen bezitten om eventuele financiële tegenvallers op te vangen.

Beleidskader

Het beleid is vastgelegd in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2010. Er wordt onderscheid gemaakt in risico’s van de algemene dienst en die van het grondbedrijf.

Ontwikkelingen

De structurele impact van het coronavirus is lastig in te schatten. Daarnaast speelt een nog meer onvoorspelbare factor, de herijking van het gemeentefonds vanaf 2022. Hiernaast lijken de zorgkosten nog altijd toe te nemen. Oorzaak hiervan is vooral het voorgestane rijksbeleid rondom abonnementstarief en autonome factoren als vergrijzing en extramuralisering. Het is onzeker of het beschikbare zorgbudget toereikend zal zijn. De gevolgen van het coronavirus hebben een significante impact op ons risicoprofiel. Dit uit zich bijvoorbeeld in hogere risico’s ten aanzien van de bijstand, lagere inkomsten aan belastingen, verhuur, etc. In combinatie met de risico’s in het sociaal domein ten aanzien van stijgende zorgkosten en risico’s ten aanzien van de herijking van het gemeentefonds die op ons afkomt wordt het een uitdaging om de komende jaren onze risico’s goed te beheersen om onze financiële positie gezond te houden.

Risicomanagement

Bewustwording van risico’s is een belangrijke stap in het beheersen van risico’s. Daarom is het van belang regelmatig stil te staan bij de risico’s die het bereiken van de doelstellingen in de weg staan en het gesprek hierover te organiseren. Onze risico’s worden systematisch in beeld gebracht en op mogelijke consequenties beoordeeld. Tweemaal per jaar wordt een monitor samengesteld waarbij risico’s worden geïnventariseerd dan wel geactualiseerd. Daarnaast zijn risico’s en risicobeheersing een vast onderdeel van de planning en control gesprekken in onze organisatie. Risicomanagement draagt zo bij aan een grotere weerbaarheid en wendbaarheid. En dat is goed voor de continuïteit van de gemeente als het gaat om de uitvoering van taken en verantwoordelijkheden in de samenleving.

Risico's algemene dienst

Op basis van de tweede risicomonitor 2020 zijn de belangrijkste risico’s van de algemene dienst voor 2021 in beeld gebracht aan de hand van een drietal scenario’s, namelijk het optimistische scenario, het pessimistisch scenario en het midden scenario.

Benodigd weerstandsvermogen Algemene dienst

Het benodigde weerstandsvermogen is genormeerd op 10% van de omzet van de algemene dienst (exclusief
sociaal domein). De (begrote) omzet van de algemene dienst voor 2021 bedraagt: € 49.567.000. Het benodigde weerstandsvermogen is genormeerd op € 4.957.000.

Omdat het totaal van de geïnventariseerde risico’s aan de hand van het midden scenario (€ 3.435.000) lager is dan het genormeerd benodigd weerstandsvermogen wordt bij berekening van het weerstandsvermogen uitgegaan van het genormeerd benodigd weerstandsvermogen.

Beschikbare weerstandsvermogen Algemene dienst

Het beschikbare weerstandsvermogen voor het afdekken van de risico’s bij de algemene dienst wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve (basisdeel). Het (begrote) beschikbare weerstandsvermogen voor 2021 bedraagt € 5.269.000. Dit betreft de geprognotiseerde stand van de algemene reserve; basisdeel per 31 december 2021.
Naast dit deel is voor het opvangen van risico’s in het sociaal domein een afzonderlijke reserve sociaal domein is ingesteld. De geprognotiseerde stand van deze reserve bedraagt per 31 december 2021: € 673.000.

Ratio weerstandsvermogen Algemene dienst

Wij drukken het weerstandsvermogen uit in een ratio. Met behulp van dit verhoudingsgetal wordt bepaald of het weerstandsvermogen toereikend is. De gemeente streeft naar een ratio van 1,0 met als toegestane bandbreedte een bovengrens van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Komt de ratio buiten de bandbreedte dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:

Conclusie:
De ratio van 1,06 (afgerond op 2 decimalen) valt binnen de bandbreedte. Het weerstandsvermogen is toereikend.

Risico's grondexploitatie

In de Actualisatie van de diverse grondexploitaties 2020 zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van grondexploitaties.

Benodigd weerstandsvermogen Grondbedrijf

In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is beschreven hoe de norm voor het benodigde weerstandsvermogen wordt berekend. Op basis van de grondexploitaties zoals opgenomen in de Actualisatie 2020 wordt het benodigde weerstandsvermogen grondbedrijf genormeerd op € 1.780.000.

Beschikbare weerstandsvermogen Grondbedrijf

Het beschikbare weerstandsvermogen grondbedrijf wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de Algemene Reserve Grondbedrijf. De geprognotiseerde omvang van deze reserve bedraagt per 31 december 2021 naar verwachting  € 1.379.000.

Ratio weerstandsvermogen Grondbedrijf

Evenals voor de Algemene Dienst wordt ook voor het Grondbedrijf uitgegaan van een ratio van minimaal 1,0 met als toegestane bandbreedte een bovengrens van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Komt de ratio buiten de bandbreedte dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:

Conclusie:
De actuele weerstandsratio van het grondbedrijf is 0,77. Dit valt buiten de bandbreedte van 0,8 - 1,2, welke in het voornoemde beleidskader is vastgelegd. De verwachting is echter dat de ratio in de jaren na 2021 weer boven de 1,0 komt.

Kengetallen financiële positie

Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. In de bestuurlijke samenvatting is de beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen.

Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van ‘zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+ gemeenten en het gemeenschappelijk (provinciaal) financieel toezichtskader 2020. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) horen. Wij zullen de kengetallen opnemen en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende waarden en het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan.

Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen.

De netto schuldquote van Leusden neemt in meerjarenperspectief toe omdat onze liquide middelen sterk afnemen door een aantal investeringsprojecten. Toch blijft onze netto schuldpositie laag en financieel gezond.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter.
Het aandeel doorgeleende gelden is voor Leusden relatief beperkt waardoor de uitkomst van dit kengetal niet of nauwelijks afwijkt van de netto schuldquote. Dit geeft aan dat het ‘terugbetalingsrisico’ gering is.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Leusden bevindt zich met een solvabiliteitsratio voor de begroting 2021 van 45% binnen deze bandbreedte. Dit betekent dat onze bezittingen zijn gefinancierd met 45% eigen vermogen (reserves) en 55% vreemd vermogen (voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden).

De solvabiliteitsratio heeft als signaleringswaarde B. Dit wordt mede veroorzaakt door het grote aandeel van onderhoudsvoorzieningen in onze balans. Wanneer rekening wordt gehouden met deze voorzieningen, door deze uit het balanstotaal van de vaste en vlottende passiva te halen, dan komt de solvabiliteitsratio uit op 50% voor begrotingsjaar 2021. Hieruit blijkt dat Leusden in staat is zeer goed te voldoen aan zijn financiële verplichtingen.

Kengetal grondexploitatie
Dit cijfer geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren omvat. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Voor 2021 en verder heeft het kengetal een waarde van 0 omdat de grondexploitaties langzaam aflopen.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel
beïnvloeden. Deze posten zijn tijdelijk en/of hebben een eindig doel. Met andere woorden, er is een einddatum
bekend. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Het kengetal helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte onze gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte heeft als signaleringswaarde A en komt voor begrotingsjaar 2021 uit op 2% wat aangeeft dat er (beperkte) ruimte is om structurele tegenvallers op te vangen.

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale lokale woonlasten. Daaronder worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Als dit percentage belastingcapaciteit laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

Voor de begroting 2021 komt het kengetal voor de belastingcapaciteit uit op 93% De belastingcapaciteit ligt beneden het landelijk gemiddelde.

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Op het gebied van kapitaalgoederen worden twee fasen onderscheiden:

  • het verkrijgen (aanschaf) of vervaardiging van kapitaalgoederen
  • het onderhoud van kapitaalgoederen.

In deze paragraaf wordt een beeld geschetst van de actuele ontwikkelingen rond het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen, wat er in de begrotingsperiode aan uitvoering gaat plaatsvinden en welke middelen hiermee zijn gemoeid. Het onderhoud en beheer van kapitaalgoederen is van groot belang voor het goed functioneren van de gemeente. Het onderhoud van kapitaalgoederen bestaat uit twee soorten onderhoud: het dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten ten laste van de exploitatie komen en het groot onderhoud, waarvan de kosten ten laste worden gebracht van de gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen.

Evenals in voorgaande jaren zal aan het einde van de paragraaf kort worden ingegaan op een aantal projecten met betrekking tot (het verkrijgen/vervaardigen van) kapitaalinvesteringen op het beleidsterrein van Verkeer en Vervoer.

Beleidskader

Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in het jaar 2012 vastgelegd in de IBOR rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). Middels de rapportage Groot Onderhoud 2016-2019 zijn de diverse onderhoudsplannen per discipline financieel geactualiseerd. Eind 2020 worden de onderhoudsperspectieven geactualiseerd voor de nieuwe onderhoudsperiode 2020-2023. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie ‘basis’ (B) nagestreefd. Het dagelijks- en het groot onderhoud van deze kapitaalgoederen vergt circa 20% van de (jaarlijkse) gemeentelijke lasten.

Kapitaalgoederen in Leusden

Ontwikkelingen

Actualisatie groot onderhoud in 2020
Eind 2016 is een geactualiseerd groot onderhoudsperspectief ter besluitvorming voorgelegd aan het college voor de periode 2016-2019. De actualisatie vormt de basis voor de in de begroting opgenomen onderhoudsuitgaven.
Uitgangspunt hierbij blijft, dat het groot onderhoud op de kwaliteitsambitie ‘basis’ uitgevoerd wordt. In het najaar van 2020 worden de onderhoudsperspectieven geactualiseerd. De financiële gevolgen van de onderhoudsactualisatie worden middels de voorjaarsnota 2021 in de gemeentelijke begroting verwerkt.
De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de Kaderbrief 2021 een motie aangenomen waarmee zij het college de opdracht geeft ‘’om voor het groot onderhoud nieuwe kaders en uitgangspunten voor te leggen waarbij zo veel als mogelijk rekening wordt gehouden met een budget dat 7% lager ligt dan nu in de begroting geraamd’’. De motie wordt meegenomen bij de actualisatie van het groot onderhoud. In deze paragraaf worden – in afwachting van de komende onderhoudsactualisatie - de uitgavenbudgetten vermeld uit de meerjarige doorrekening behorend bij de onderhoudsactualisatie 2016-2019. De per onderhoudsdiscipline beschreven activiteiten zijn wél actueel voor het jaar 2021.

Ontsparingsmaatregel onderhoudsvoorzieningen
Als onderdeel van de Kerntakendiscussie 2013 is besloten om jaarlijks minder te sparen voor groot onderhoud. Dit betreft een financieel-technische ‘ontsparingsmaatregel’ waarbij jaarlijks € 425.000 minder aan de onderhoudsvoorzieningen wordt toegevoegd c.q. minder gespaard wordt voor het groot onderhoud van de infrastructuur. Met deze maatregel is de onderhoudsperiode waarvoor vanuit de onderhoudsvoorziening gespaard is verkort van 16 naar circa 12 jaar. Voor het feitelijke onderhoud heeft deze technische maatregel geen gevolgen. Het betekent wel dat de gemeente na verloop van tijd extra zal moeten sparen om het noodzakelijke groot onderhoud te kunnen uitvoeren. De lasten van toekomstig onderhoud worden namelijk doorgeschoven naar toekomstige jaren. De ontsparingsmaatregel wordt na het aflopen van een periode van 12 jaar teruggedraaid in de begroting. In de voorjaarsnota 2020 is daartoe een eerste stap genomen door € 100.000 van de eerder doorgevoerde besparing (€ 425.000) weer als voeding van de gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen in de begroting op te nemen. Dit effect wordt meegenomen bij de onderhoudsactualisatie welke in het najaar van 2020 plaatsvindt.

Actualiteit gemeentelijke beheerplannen
Per onderhoudsdiscipline wordt in deze paragraaf het door de raad vastgestelde beleidskader vermeld. Voor de beheerplannen en de financiële doorrekening die hier op gebaseerd wordt- geldt dat alle beheerplannen per eind 2020 worden geactualiseerd. De laatste actualisatie van de beheerplannen vond plaats in 2016. Hiermee vindt de voorgeschreven actualisatie van de beheerplannen plaats binnen de toegestane termijn van vijf jaar. De lasten van groot onderhoud worden opgevangen middels de hiertoe ingestelde onderhoudsvoorzieningen. Hierbij worden de onderhoudsvoorzieningen op een dermate niveau gebracht dat het noodzakelijke geachte onderhoud voor een periode van 12 jaar (vanaf het jaar van actualisatie) plaats kan vinden.

Onderhoudsdiscipline

Beheerplan

Actualisatiejaar

- waterbeheer

Groot onderhoud ’16-‘19

2020

- wegenbeheer

Groot onderhoud ’16-‘19

2020

- verkeersregelinstallaties

Groot onderhoud ’16-‘19

2020

- civiele kunstwerken

Groot onderhoud ’16-‘19

2020

- gebouwenbeheer

Groot onderhoud ’16-‘19

2020

- groenonderhoud

Groot onderhoud ’16-‘19

2020

- speelvoorzieningen

Groot onderhoud ’16-‘19

2020

- buitensportaccommodaties

Groot onderhoud ’16-‘19

2020

 

 

 

- riolering

GRP 2019-2023

2023-2024

- openbare verlichting

Beleidsplan OVL ’15 –‘24

2020

- ondergrondse afvalinzameling

Vervangingsplan ‘20-‘30

2020

 

Groot onderhoud jaarschijf 2021

Eind 2016 is de groot onderhoudsrapportage 2016-2019 opgesteld op basis van een uitgebreide inspectie.
In de onderhoudsactualisatie 2016 zijn ook de benodigde groot onderhoudsuitgaven voor het jaar 2021 in kaart gebracht.
Deze ramingen voor het jaar 2021 worden – vooruitlopend op de uitkomsten van de onderhoudsactualisatie per eind 2020 – in de gemeentelijke begroting 2021 gebracht. Onderstaand wordt per onderhoudsdiscipline ingegaan op de voorziene activiteiten in het jaar 2021.

Riolering
Uitvoeringsplan:
Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023

Stand van zaken: 
In 2020 wordt er uitvoering gegeven aan het Rioleringsplan dat is op gesteld voor de periode 2019-2023. In het GRP zijn de zorgplichten voor de omgang met hemel-, grond- en afvalwater verwoord en is een meerjarenplanning opgenomen voor zowel onderzoeken als vervangingen en renovaties. Ook wordt aandacht besteed aan maatregelen voor de klimaatadaptatie. In 2020 zijn uitvoeringswerkzaamheden voor de vervanging van 3.000 meter riolering in de Hessenweg in Achterveld afgerond. Daarnaast is er in het project veel verhard oppervlak van het openbaargebied afgekoppeld en al zo’n 60 % van alle particulieren percelen.
Tevens is een deel van het riool van de Ursulineweg vervangen. Verder worden voorbereidingen getroffen voor werkzaamheden aan het riool in de Burg. De Beaufortweg en in Leusden Zuid.
In 2021 wordt met de buurgemeenten Amersfoort, Nijkerk, Bunschoten, Soest en Baarn in een aantal gezamenlijke werken riolering geïnspecteerd en vernieuwd. Daarnaast worden in 2021 diverse reliningswerkzaamheden uitgevoerd. In 2021 zal het riool Leusden Zuid en de Burg. De Beaufortweg worden vervangen.

Water
Uitvoeringsplan:
Baggerplanning stedelijk gebied Leusden 2014-2023, onderhoudsplan stedelijk water 2011-2016, Groot onderhoud 2020-2023.

Stand van zaken:
In 2020 zijn de voor het oostelijke deel van Leusden geplande baggerwerkzaamheden nog niet uitgevoerd. Samen met het Waterschap wordt bekeken, waar het met PFAS vervuilde slib (betaalbaar) naar kan worden afgevoerd en wordt tevens onderzocht of er op een andere manier gebruik kan worden gemaakt van het slib om op stortkosten te besparen.
Op basis van slibmetingen in westelijk deel voor Leusden stond dit jaar in de planning om dit deel van Leusden te baggeren. In samenwerking met het Waterschap zal worden bekeken of dit werk zal volgen op het baggeren van het oostelijk deel van Leusden of dit indien mogelijk tegelijkertijd zal plaatsvinden. Echter kan dit alleen maar plaatsvinden als er een betaalbare oplossing is gevonden voor het storten van met PFAS vervuilde bagger. Tot slot worden er lokaal beschoeiingen en damwanden vernieuwd. In 2021 wordt indien mogelijk het baggerwerk uitgevoerd. In samenwerking met het Waterschap zal er een ecoscan van alle watergangen plaatsvinden.

Wegen
Uitvoeringsplan: 
Groot onderhoud 2020 – 2023

Stand van zaken:
Midden 2018 is er een weginspectie uitgevoerd. Deze vormt de basis voor het nieuwe grootonderhoudsplan.

Activiteiten 2021:
In 2021 wordt het regulier groot onderhoud uitgevoerd en waar mogelijk in combinatie met projecten van riolering of herinrichtingswerkzaamheden.
Het regulier groot onderhoud van het wegenarsenaal staat ook dit jaar weer in de planning op basis van de gegevens uit het wegbeheersysteem. Het betreft zowel de asfalt als ook de elementenverharding. Naast de genoemde activiteiten staan er bijdragen aan diverse projecten voor 2021 genoteerd, onder andere de volgende werken en locaties:
Burgemeester de Beaufortweg voorbereiding herinrichting
Leusden Zuid voorbereiding herinrichting en riool vervanging
Torenakkerweg voorbereiding herinrichting
Deze werken worden verder afgerond c.q. voorbereid en aanbesteed in het jaar 2021. Uitvoering van de werkzaamheden vindt naar verwachting hoofdzakelijk in het jaar 2021 plaats maar kent ook een gedeeltelijke overloop naar het jaar 2022. Afhankelijk van de voortgang van het werk zullen uitgavenbudgetten voor het jaar 2021 bijgesteld worden bij de voorjaarsnota of de najaarsnota van dat jaar.

Wegenbouwkundige Kunstwerken
Uitvoeringsplan:
Groot onderhoud 2020 - 2023

Stand van zaken:
Midden 2016 is er een visuele inspectie van de wegenbouwkundige kunstwerken uitgevoerd. Deze vormt de basis voor het grootonderhoudsplan wegenbouwkundige kunstwerken 2016-2020. Het vervangen/renoveren van een aantal civiele kunstwerken (bruggen en monumentale muur) is in voorbereiding en de uitvoering daarvan vindt eind 2020, begin 2021 plaats.
De vervanging van twee bruggen op de kopse kanten over de Kupersingel is aangehouden tot de actualisatie van de benodigde instandhoudingsuitgaven van alle civiele kunstwerken. Het niet vervangen van de bruggen is een besparingsmaatregel die tot de herijking van het onderhoudsperspectief wordt opengehouden.

Activiteiten 2021: 
In 2021 wordt regulier onderhoud uitgevoerd aan;

  • beton bruggen;
  • houten bruggen en steigers;
  • kademuren, monumentale muur, geluid- en grondkerende constructies;
  • tunnels en duikers.

Voor het totale onderhoud staat er voor het jaar 2021 een uitgave van € 165.000 in de planning op basis van de in 2016 uitgevoerde inspectie. De resultaten uit deze inspectie vormen de basis voor het huidige uitvoeringsprogramma. In 2021 zal een nieuwe visuele inspectie van de wegenbouwkundige kunstwerken plaatsvinden.

Verkeersregelinstallaties
Uitvoeringsplan:
Groot onderhoud 2020-2023

Stand van zaken:
Na het besluit om (in 2020) niet over te gaan tot vervanging van twee verkeersregelinstallaties (vri’s) wordt ook in het kader van het in voorbereiding zijnde Mobiliteitsplan de mogelijkheid onderzocht het aantal vri’s verder te beperken. Voor een gemeente van onze omvang heeft Leusden verhoudingsgewijs een groot aantal vri’s. Onderzocht wordt welke vri’s in aanmerking komen om te worden vervangen door andersoortige oplossingen. Omdat wij het fietsgebruik willen stimuleren geldt als uitgangspunt dat fietsverkeer prioriteit heeft ten opzichte van het autoverkeer. Op andere locaties waar een vri aantoonbaar meerwaarde heeft willen wij de bestaande vri’s geleidelijk vervangen door ‘intelligente’ vri’s. Vanzelfsprekend gebeurt dit als een vri aan vervanging toe is. Voor het jaar 2021 zijn dat de volgende vri’s:

  • Plesmanstraat-Flankement;
  • Heiligenbergerweg-Burg. De Beaufortweg-Lockhorsterweg.

Openbare Verlichting
Uitvoeringsplan:
Beleidsplan Openbare Verlichting 2015 – 2024
Groot onderhoud 2020-2023

Stand van zaken:
In april 2015 is het Beleidsplan Openbare Verlichting door de raad vastgesteld.
Een nieuw all-in contract voor onderhoud- en vervangingswerkzaamheden is in 2016 afgesloten. De geplande grootschalige vervanging van armaturen is in 2019 afgerond. Aan het eind van 2020 worden er 300 stabiliteitsmetingen uitgevoerd bij de oudste lichtmasten. De lampstoringen zijn door de toepassing van led verlichting tot een minimum gedaald.

Ondergrondse afvalinzameling
Uitvoeringsplan:
Vervangingsplan ondergrondse afvalinzameling 2020-2030,
Groot onderhoud 2020-2023

Stand van zaken:
In 2019 is een vervangingsplan opgesteld voor de vervanging van de ondergrondse afvalcontainers en GFT zuilen. Nieuwe glascontainers worden voorzien van geluid reducerend materiaal om geluidsoverlast te verminderen. De overige GFT zuilen worden opgeknapt zodat deze weer vijf jaar mee kunnen. In de periode 2025 tot 2030 worden de overige GFT zuilen, ondergrondse papier en PMD containers vervangen. Betonputten hoeven in deze periode niet te worden vervangen. In het jaar 2019 is een registratiesysteem in gebruik genomen waarmee de gemeente alle inzamelresultaten kan uitlezen en registreren in het kader van de DIFTAR. Inwoners kunnen vervolgens via een portal op de gemeentelijke website zien hoeveel afval er gestort is.

Gebouwen
Uitvoeringsplan:
Groot onderhoud 2020-2023

Stand van zaken:
De uitvoeringsplanning voor het groot onderhoud van 2021 is gebaseerd op de uitgevoerde NEN 2767 inspectie vanuit de in 2019 uitgevoerde nulmeting op het gebouwenonderhoud (in 2021 word de reguliere her-inspectie uitgevoerd). Bij panden welke niet tot de basisvoorraad behoren (huisvestingsplan 2016-2030) kan het zijn dat een geplande onderhoudsmaatregel wordt aangehouden. Dit om kapitaalvernietiging te voorkomen.
Ook worden geplande onderhoudsmaatregelen ‘on hold’ gezet wanneer er een relatie is met een mogelijke verduurzamingsmaatregel waar nog geen besluitvorming over is geweest.
Zowel projecten als andere werkzaamheden met meer prioriteit, zoals de aanbesteding van het gemeentelijke gebouwenonderhoud, hebben tijd gevraagd. En dat heeft er toe geleid dat in 2019 en 2020 niet al het geplande onderhoud is uitgevoerd.
Bij een aantal panden is er een vereniging van eigenaren (VvE) actief. Dit betreft de locaties: Huis van Leusden, MFC Atlas en MFC Antares. De VvE in kwestie is bij de genoemde panden verantwoordelijk voor het groot onderhoud aan onder andere de gevels en de daken.
Belangrijke activiteiten in het jaar 2021:

  • cv-installatie bij de Smederij;
  • rookgasafzuiging bij de brandweergarage LC
  • voorbereiding op- dan wel feitelijke renovatie van brandweerkazerne Leusden-Centrum;
    kleinere bouwkundige en installatietechnische maatregelen.

Groen
Uitvoeringsplan:
Groot onderhoud 2020-2023
Oplegnotitie Prioritering Groenbeleid gemeente Leusden,
Bomenplan 2012-2021, Groenbeheerplan 2019 - 2030

Stand van zaken:
Het groot onderhoud groen is vanaf 2015 gedeeltelijk opgenomen in het woonomgevingsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is een jaarlijks bedrag van € 40.000 opgenomen voor groenrenovaties in de directe woonomgeving. In het kader van ‘’de samenleving voorop’’ kunnen bewoners initiatieven indienen voor onderhoud en inrichting van het openbaar groen. Door middel van het beschikbaar gestelde budget kunnen plannen die door de groenaannemer en bewoners worden uitgewerkt - na gemeentelijke goedkeuring- worden uitgevoerd. Het overige budget wordt met name gebruikt voor renovaties in de groene hoofdstructuren van de gemeente Leusden. Uitgangspunt voor deze renovaties is met name het Groenbeheerplan 2019 - 2030. In het Groenbeheerplan staat de omvang en de gewenste kwaliteit van de te beheren arealen beschreven en de (financiële) middelen die daarvoor nodig zijn. Elke vier jaar wordt een groeninspectie uitgevoerd. De informatie uit deze groeninspectie wordt verwerkt in ons groenbeheerplan zodat deze informatie actueel wordt gehouden en aansluit op de situatie buiten.

Activiteiten 2021:
Het uitvoeren van diverse kleinere groenrenovaties op basis van ons Groenbeheerplan en de resultaten uit de groeninspectie die in 2018 is uitgevoerd. Daarnaast het inboeten van bomen op diverse locaties in Leusden.


Speelvoorzieningen
Uitvoeringsplan:
Speelruimteplan 2011-2021
Groot onderhoud 2020-2023
Uitvoeringsplan speelruimte 2020-2023

Stand van zaken:
In maart 2012 is het Speelruimteplan 2011-2021 vastgesteld. Volgens dit plan gaat de gemeente het aantal speeltoestellen in de openbare ruimte verminderen om op onderhoudskosten te besparen. Als onderdeel van het Uitvoeringsplan spelen 2020-2023 is een systematiek ontwikkeld die als leidraad dient bij het realiseren van de bezuiniging. De bij Nieuw Beleid 2017 door de raad beschikbaar gestelde geldelijke impuls van € 25.000 per jaar wordt ingezet om zo efficiënt mogelijk speeltoestellen te vervangen. In de komende jaren zullen veel verouderde speeltoestellen vervangen moeten worden. Er is echter niet altijd een duur speeltoestel nodig om kinderen uit te dagen buiten te spelen of om mensen aan te moedigen elkaar te ontmoeten. Binnen de kaders van het Uitvoeringsplan Spelen 2020-2023 zoeken we naar mogelijkheden om invulling te geven aan de wensen van inwoners. Er wordt ingezet om meerdere speelplekken per jaar op te knappen. Hiervoor zullen aannemers worden gevraagd om in te schrijven en een plan van aanpak op te stellen. Na beoordeling hiervan door de gemeente, kan dan tot uitvoering worden overgegaan.

Sportterreinen
Uitvoeringsplan:
Groot onderhoud 2020-2024: meerjarenplanning Buitensportaccommodaties

Stand van zaken:
In 2016 is in samenwerking met ingenieursbureau Kybys het model voor het onderhoud van de buitensportaccommodaties opgesteld. Deze nieuwe meerjarenplanning sluit nog beter aan op de praktijksituatie. In 2019 heeft er in het model een update van de meerjarenplanning buitensportaccommodaties plaatsgevonden en zijn de meest recente (kostentechnische) inzichten meegenomen. In de meerjarenplanningplanning zijn alle kosten tot en met het jaar 2040 inzichtelijk gemaakt zodat duidelijk is welke financiële middelen gereserveerd dienen te worden om alle buitensportaccommodaties in stand te houden. Voor het jaar 2021 staan de renovatie van twee natuurgrasvelden, het natuurgras trainingsveld en een toplaag renovatie van het kunstgrasveld bij SV Achterveld (SVA) in de planning. In overleg met SVA hebben we besloten om de toplaag renovatie van het kunstgrasveld met één jaar uit te stellen. De toplaag renovatie voeren we in 2022 uit omdat in dit jaar ook het hoofdveld van Roda’46 een toplaag renovatie krijgt. Door beide renovaties gezamenlijk aan te besteden verwachten wij deze werkzaamheden iets goedkoper te kunnen laten uitvoeren. Verder lopen er nog gesprekken met Roda ’46 over natuurgras veld 2. Dit veld moet al een tijdje gerenoveerd worden. Er wordt samen met de vereniging bekeken wat de nieuwe invulling van het veld moet worden.

Activiteiten 2021:
Renovatie van twee natuurgrasvelden en een natuurgras trainingsveld SVA.

Budgetten

Onderstaande tabel geeft inzicht in de totale kosten voor het groot onderhoud van de kapitaalgoederen, zoals opgenomen in de diverse programma’s van de begroting. De uitgaven zijn inclusief indirecte kosten en BTW, daar waar de BTW kostprijsverhogend doorwerkt in de budgetten. De budgetten zijn gebaseerd op de groot onderhoudsactualisatie 2016-2019 van de onderhoudsvoorzieningen.

Onderhoudsvoorzieningen

Het groot onderhoud aan de kapitaalgoederen wordt gedekt uit diverse onderhoudsvoorzieningen. Naar huidige inzichten zijn er voor de instandhouding van de verschillende kapitaalgoederen per 1 januari 2021 de volgende bedragen beschikbaar in de (onderhouds)voorzieningen (x € 1.000):

Toevoegingen aan de voorzieningen
Via de exploitatie worden jaarlijks middelen toegevoegd aan de diverse onderhoudsfondsen.
De structurele toevoeging aan de onderhoudsvoorziening (exclusief riolering) loopt in de meerjarenbegroting op naar € 3,6 mln. in het jaar 2024. De jaarlijkse dotatie is hierbij verlaagd met € 425.000 als gevolg van de eerder vermelde technische maatregel uit de kerntakendiscussie 2013 waarbij jaarlijks minder wordt gereserveerd ten behoeve van toekomstig groot onderhoud. In de laatste jaarschijf van de meerjarenbegroting, het begrotingsjaar 2024, wordt de in het verleden doorgevoerde korting op de onderhoudsvoorzieningen met een eerste stap van € 100.000 hersteld.

Kapitaalinvesteringen beleidsplan Verkeer en Vervoer

Op 2 juli is fase 1 van het nieuwe Mobiliteitsplan ‘Leusden kijkt vooruit’ vastgesteld. In dit document staan de kernopgaven en ambities voor de komende jaren. Deze moeten worden ‘vertaald’ naar een Mobiliteitsvisie met een daarbij horende uitvoeringsagenda. Hierin worden de maatregelen en activiteiten beschreven die de komende 2 a 3 jaar in gang worden gezet. Deze uitvoeringsagenda heeft een dynamisch karakter. Deze wordt periodiek geactualiseerd waarbij de financiële positie van onze gemeente een belangrijk aandachtspunt is. In de uitvoeringsagenda staan de maatregelen die nodig zijn om Leusden op langere termijn bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Daarbij wordt ook ingezoomd op het onderwerp duurzaamheid.

Het Mobiliteitsplan wordt in de eerste helft van 2021 ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden.
Vooruitlopend op de vaststelling van het daarbij horende uitvoeringsagenda is het lastig om uitspraken te doen over welke projecten in 2021 ter hand worden genomen. Deze keuzes moeten in 2021 door de raad worden gemaakt.

De uitvoeringsmaatregelen uit het nieuwe Mobiliteitsplan worden in eerste instantie gedekt vanuit de nog binnen de reserve bovenwijkse voorzieningen vrij aanwendbare middelen. Hierop aanvullend is in het CUP 2018 – 2022 een extra investeringsvolume opgenomen van € 3,75 mln. (€ 0,75 mln. per jaar). Nieuwe initiatieven en projecten vanuit het Mobiliteitsplan zullen vanuit de beide dekkingsbronnen worden bekostigd.

Herinrichting Torenakkerweg
De aansluiting/kruising Torenakkerweg-Asschatterweg wordt door velen als een onoverzichtelijke en daardoor onveilige locatie ervaren. Wij zijn voornemens deze gecompliceerde aansluiting om te vormen tot een gelijkwaardige eenvoudige T-aansluiting zonder ingewikkelde oversteekvoorzieningen voor fietsverkeer. Om dit te kunnen realiseren moet in ieder geval het noordelijk deel van de Torenakkerweg in de uitwerking worden meegenomen. Maar omdat de kwaliteit van de rijbaan en die van de vrijliggende fietspaden ook te wensen overlaat, willen wij ook het resterende deel van de Torenakkerweg herinrichten. Dekking kan plaatsvinden vanuit de gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen en daar waar nodig zal de raad gevraagd worden om aanvullende middelen beschikbaar te stellen vanuit de reserve bovenwijkse voorzieningen dan wel de in de begroting/CUP opgenomen reservering voor aanvullende investeringen.

Aanvullende maatregelen Randweg
Op het meest westelijk deel van de Randweg (tussen A28 en Groene Zoom) is soms sprake van filevorming.
Dit speelt met name tijdens de ochtendspits. Dit probleem kan worden verminderd door een verlenging van zowel de opstelstrook richting Plesmanstraat als die van de ‘rechtsaffer’ richting Groene Zoom. De hiermee samenhangende kosten worden begroot op € 135.000. Ook deze uitgaaf kan uit de reserve bovenwijkse voorzieningen worden gedekt.

Paragraaf D Financiering

Treasury-functie

De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van de overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. De functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de ministeriële Regeling Uitzettingen
en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO) en de Treasuryverordening 2016.

 

Bestuurlijke samenvatting

We verwachten voor 2021 amper rentebaten te realiseren. De rentelasten over reeds aangetrokken leningen zijn € 214.000 voor 2021. Op deze aangetrokken leningen lossen we in 2021 bijna € 800.000 af.
Naast reeds geplande financiering is er naar verwachting geen aanvullende financieringsbehoefte voor 2021.

Financieringsbeleid

De gemeente zet overtollige geldmiddelen uit bij de Nederlandse Staat (schatkistbankieren).
Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering met externe middelen beperkt door eerst eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn worden externe middelen in de vorm van projectfinanciering aangetrokken.

Financieringspositie

Om de financieringsbehoefte te bepalen wordt gekeken in welke mate de boekwaarde van de vaste activa en de bouwgrondexploitaties worden gefinancierd met eigen vermogen (reserves) en lang vreemd vermogen (voorzieningen en langlopende leningen). Hierbij is rekening gehouden met geplande projectfinanciering voor IKC Groenhouten. De berekening wordt in onderstaande tabel weergeven. Uit de tabel blijkt dat er de komende jaren geen aanvullende financieringsbehoefte is.

Indicatoren

Om vooral de financieringsrisico’s (renterisico’s) te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Daarnaast is met het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald.
De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet.

Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is om tot een spreiding binnen de langlopende lening portefeuille te komen zodat het renterisico wordt beperkt. De jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
De jaarlijks verplichte aflossingen van de reeds aangetrokken leningen vallen ruim binnen de gestelde norm. De aangetrokken leningen hebben een vast afgesproken rentepercentage voor de gehele looptijd, renteherziening is hierop niet van toepassing.

Kasgeldlimiet
Het doel van de kasgeldlimiet is om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. Gemeenten mogen hun financieringsbehoeften slechts voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) financieren. In de wet FIDO is bepaald dat de gemiddelde netto vlottende schuld (looptijd korter dan een jaar) per kwartaal de kasgeldlimiet niet mag overschrijden. De norm is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.
De Gemeente Leusden heeft op dit moment geen schulden met een looptijd korter dan een jaar (kort geld).

Drempelbedrag schatkistbankieren
De lagere overheden zijn verplicht overtollige middelen aan te houden bij het Ministerie van Financiën (schatkist). Om het dagelijkse kasbeheer doelmatig uit te kunnen voeren is een drempelbedrag bepaald dat buiten de schatkist mag worden gehouden: een bedrag van 0,75% van het begrotingstotaal. Wij mogen in 2021 een positief rekening-courantsaldo bij de banken hebben van € 481.000; al het meerdere zal dagelijks naar de schatkist worden overgemaakt.

Rente en liquide middelen

Rentebeleid
In lijn met de BBV-richtlijnen verantwoorden we in de begroting alleen de (verwachte) werkelijk te betalen en te ontvangen rente.
Op het taakveld Treasury wordt de te betalen rente over de investeringen meerjarig geraamd op basis van de aangetrokken leningen. Aan activa worden de werkelijke rentelasten van externe leningen toegerekend. In de Leusdense begroting is dit alleen het geval bij de rente van projectfinanciering (zie hierna bij ‘Betaalde rente leningenportefeuille’). Voor de overige activa zijn geen leningen aangetrokken, waardoor er geen rentelasten maar alleen afschrijvingslasten worden toegerekend.
De te ontvangen rente wordt geraamd op basis van de opgestelde liquiditeitsprognose en bijgesteld met de wegvallende renteopbrengsten van de aanwendingen van de algemene reserve toevoeging exploitatie, conform de Kaderbrief 2021.

Betaalde rente leningenportefeuille

  • De Gemeente Leusden heeft geldleningen aangetrokken voor de financiering van de projecten MFC Atria, Hart van Leusden en IKC Berkelwijk. De verplichte aflossingen en verschuldigde rentelasten zijn hieronder opgenomen. De rentelasten van deze geldleningen worden toegerekend aan de betreffende projecten.
  • In de begroting 2021 is ook gerekend met een 25-jarige lening van € 300.000 voor het voorbereidings-krediet voor IKC Groenhouten per 01-01-2023 met een rentepercentage van 2%. Het daadwerkelijk aantrekken van deze lening wordt meegenomen in de totale investering voor IKC Groenhouten en is afhankelijk van het besluit over het uitvoeringskrediet, renteontwikkelingen en de beschikbaarheid van eigen financieringsmiddelen.
  • De in 2020 aangetrokken lening van € 3,9 miljoen voor de projecten MFC Atria (uitbreiding 2 lokalen) en MKC ’t Ronde en de daarbij behorende rentelast is, vanwege tijdstip aantrekken lening, niet verwerkt in de begroting 2021-2024. Omdat de rentelasten uit de reserve kapitaallasten vernieuwingen en uitbreidingen onderwijs worden gedekt verloopt dit budgettair neutraal. Voor een complete beeld in deze paragraaf zijn lening en werkelijke rentelast wel opgenomen in de 2 onderstaande overzichten.

Rentevisie
Het jaar 2020 is het jaar waarin de wereld werd getroffen door de corona-crisis. In het begin gaf de enorme onzekerheid rond dit nieuwe virus schommelingen in de rente. De steunmaatregelen om de financiële markten rustig te houden (opkoopprogramma ECB, herstelfonds) misten hun uitwerking niet. De renteschommelingen kort na het uitbreken van het virus veranderden toch redelijk snel in een kabbelende rentemarkt met lage renteniveaus. Renteverwachtingen uitspreken in een onzekere wereld over een mogelijk oplaaiend virus blijft echter riskant. Tegelijkertijd zijn groeiverwachtingen laag evenals de inflatie, beiden zijn ingrediënten voor een lage rente. Lage rente lijkt dan voorlopig ook ‘het nieuwe normaal’. De gemeente Leusden heeft daar van kunnen profiteren bij het aantrekken van de 25-jarige lening voor MFC Atria en MKC ‘t Ronde. Het rentetarief is 0,245% voor de gehele looptijd (lening aangetrokken in augustus 2020).
Korte rente half augustus 2020 : 6-maands rente -/- 0,42% (sept 2019 -/- 0,44%)
Lange rente half augustus 2020: 10-jaars rente -/- 0,25% (sept 2019 -/- 0,28%)

Liquiditeitsprognose en projectfinanciering (aantrekken geldleningen)
Uitgaande van de investeringsplanning maken we een liquiditeitsprognose waarmee, op basis van het gekozen rendement, een opbrengstraming in de begroting wordt opgenomen. Het belang van de liquiditeitsprognose is toegenomen omdat we geen bespaarde rente meer rekenen over onze reserves. Er valt dus geen last (de bespaarde rente) meer vrij in onze begroting indien een reserve wordt aangewend om een investering te dekken. Er is alleen sprake van een wegvallende renteopbrengst. Daarom is het van belang dat elke investering wordt opgenomen in de liquiditeitsprognose en de planning regelmatig wordt bijgesteld.
Op basis van de door de raad genomen besluiten over investeringen en andere geplande investeringen is de liquiditeitsprognose geactualiseerd. Hierin is gerekend met het aantrekken van externe projectfinanciering voor de volgende geplande projecten:

Uitbreiding MFC Atria (2 lokalen)  € 0,9 miljoen (volgens raming 2020)
MKC ’t Ronde incl BSO  € 3,2 miljoen (volgens raming 2020)
IKC Groenhouten  € 5,3 miljoen totaal (volgens raming 2022)


Liquiditeitsprognose 2020-2034 inclusief geplande externe projectfinanciering

Liquide middelen en renteopbrengst
Het totaal aan liquide middelen bij schatkist en banken bedraagt per eind 2021 naar verwachting € 14,4 miljoen. In de begroting 2021 wordt uitgegaan van een rente opbrengst over deze liquide middelen van € 72.000. Gerelateerd aan het totaal aan liquide middelen van € 14,4 miljoen is dit een verwacht rendement van 0,5%.
In meerjarenperspectief is een rendement geraamd van 1%. De huidige lage marktrente lijkt voor een langere periode aan te houden. In deze meerjarenbegroting hebben we het rendement meerjarig nog wel op 1% gehandhaafd maar de rente opbrengst is op basis van diverse raadsbesluiten (zie in de tabel regel 4/5/6) naar beneden bijgesteld zodat de effectieve renteopbrengst in meerjarenperspectief laag is. Door deze afbouw is er dus geen sprake meer van een structureel (op basis van de werkelijke rentestanden) niet te realiseren rentebaat in onze begroting.

*OO-voorstel = voorstel Organisatie Ontwikkeling

Deposito’s
De gemeente Leusden heeft geen overtollige liquide middelen meer. En op basis van de liquiditeitsprognose verwachten we die voor de komende jaren ook niet te krijgen.

Renteschema
In onderstaand schema wordt uiteen gezet hoe de rentetoerekening in de begroting 2021 plaatsvindt:

a.

externe rentelasten over korte en lange financiering

 

203.900

b.

externe rentebaten

 

17.000

 

Saldo rente lasten en rentebaten

 

€ 186.900

c1.

rente die aan grondexploitatie wordt doorberekend

0

 

c2.

rente van projectfinanciering die aan betreffende taakvelden moet worden doorberekend

 

203.900

 

 

Aan taakvelden toe te rekenen rente

 

17.000

d1

rente over eigen vermogen

 

-

d2

rente over voorzieningen

 

-

 

Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente

 

 € 17.000

e

aan taakvelden toegerekende rente

 

-

 

Positief renteresultaat op het taakveld treasury

 

 € 17.000

De externe rente lasten (a.) betreffen de rentelasten van de leningen die zijn aangetrokken voor de financiering van de projecten MFC Atria, Hart van Leusden en IKC Berkelwijk. Dit betreft projectfinanciering die wordt toegerekend aan de betreffende taakvelden (c2). Aangezien Leusden geen andere leningen heeft wordt er geen rente doorberekend aan de grondexploitaties (c1) en ook niet aan de overige taakvelden (e). Conform het vernieuwde rentebeleid wordt er geen rente meer berekend over reserves en voorzieningen.

Overig

Starters- en Duurzaamheidsleningen
De gemeente Leusden heeft € 551.700 eeuwig durend beschikbaar gesteld voor het verstrekken van startersleningen (aanvullende lening voor de aankoop van de eerste woning) en € 75.000 voor duurzaamheidsleningen (lening voor investering in energiebesparende maatregelen in de eigen woning).
Het fonds voor de startersleningen is in 2014 uitgebreid met € 150.000 (eeuwig durend revolverend). Het fonds voor de duurzaamheidsleningen was tot en met 2016 uitgebreid naar totaal € 200.000. Bij de behandeling van de kaderbrief 2017 is ingestemd met een verdere uitbreiding naar totaal € 400.000 tot en met 2030 (looptijd van de duurzaamheidsagenda). Bij de herijking van de duurzaamheidsagenda eind 2019 is ingestemd met een ophoging van € 100.000 jaarlijks in 2020 en 2021. Ook deze € 200.000 is tijdelijk revolverend tot en met 2030. Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) verzorgt het financiële beheer van de leningen.
Beide fondsen werken volgens het zogenaamde ‘revolving fund’ principe, dit betekent voor de looptijd van de fondsen een onafgebroken financieel hergebruik van de euro’s die de gemeente eenmalig in de fondsen heeft gestort.

Garantstelling geldleningen
De gemeente Leusden heeft zich door de jaren heen garant gesteld voor geldleningen die diverse stichtingen en verenigingen hebben aangetrokken. Per 1 januari 2021 zijn er tien lopende gemeentegaranties met een geborgd volume van € 2,54 miljoen De meest omvangrijke borgstelling - qua bedrag - werd in 2018 verstrekt aan de Vereniging van Eigenaren van bewoners in het Hoofdcentrum in Leusden, voor een bedrag van € 1,7 miljoen in verband met het renoveren en verduurzamen van 97 woningen in de Hamershof. In 2020 zijn er geen nieuwe garanties bijgekomen.

Achtervang sociale woningbouw
De leningen van in Leusden werkzame woningbouwcorporaties worden in eerste aanleg geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). In totaal gaat het om een leningsbedrag van € 106,6 miljoen. De gemeente heeft samen met het Rijk een achtervangpositie in het WSW, en staat daardoor op indirecte wijze garant.

Achtervang eigen woningbezit
De Nationale Hypotheekgarantie is een borgstellingsinstrument dat wordt uitgevoerd door het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Per 2011 is de achtervangpositie van de gemeente Leusden in het WEW beëindigd voor nieuwe hypotheekgaranties. Sindsdien neemt het Rijk de volledige achtervang voor nieuwe hypotheekgaranties op zich. Voor de tot en met 2010 verstrekte, nog lopende garanties blijft de gemeentelijke achtervang in stand. In Leusden gaat het om 709 hypotheekgaranties van in totaal € 129 miljoen.

Paragraaf E Bedrijfsvoering

Doel en inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering geeft op hoofdlijnen inzicht in de stand van zaken en beleidsvoornemens van de bedrijfsvoering in onze gemeente voor het jaar 2021.
De gemeente is er voor haar inwoners. Voor de samenleving “Leusden” betekent dat veel organiseren en veel regelen. Dat zien we terug in de taken (bijvoorbeeld ophalen huisvuil), de verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld sociale zorg) en de (nieuwe) doelstellingen op de programma’s voor dat jaar. Om al die taken uit te kunnen voeren en om onze plannen en ambities te realiseren is het van belang dat de organisatie goed is toegerust. Daarvoor is een goede bedrijfsvoering nodig.

Bedrijfsvoering gaat over mensen, middelen en mogelijkheden om de gemeente goed te laten functioneren en over de randvoorwaarden die onze ambities, plannen en voornemens helpen realiseren. Onderwerpen die daarbij aan de orde komen zijn: personeel, organisatie, automatisering, huisvesting, financiën enzovoorts.

Bestuurlijke samenvatting

In 2021 zal het merendeel van de onderwerpen van de organisatieontwikkeling worden opgepakt en geïmplementeerd. In 2021 wordt met name ingezet op integraliteit, professionaliteit en personele kansen.
Uit de evaluatie bestuurlijke p&c is een top 5 van aanbevelingen voortgekomen. Doel is de toegankelijkheid, leesbaarheid en inzichtelijkheid van onder meer de (digitale) begroting en jaarrekening te verbeteren. In deze begroting 2021 is hiermee een begin gemaakt.

Personeel en organisatie Leusden

Organisatieontwikkeling
We willen een wendbare, flexibele en solide organisatie zijn die in staat is om veranderingen/ ontwikkelingen op tijd te signaleren en er adequaat op in te spelen. Dit doen we door in te zetten op 3 ontwikkellijnen:

  1. Samenhang verbeteren;
  2. Effectiviteit in het werk vergroten;
  3. Leiderschap versterken.

In 2020 zijn middelen beschikbaar gesteld om deze ontwikkellijnen in 3 jaar tijd te realiseren. Ook is er een planning opgesteld als richtsnoer voor de uitwerking van de organisatieontwikkeling. 2021 is het 2e jaar van de organisatieontwikkeling. In 2020 is ingezet op een nieuw team van teammanagers, het versterken van de strategische adviesfunctie, en de structuur in de organisatie. In 2021 zal het merendeel van de onderwerpen van de organisatieontwikkeling worden opgepakt en geïmplementeerd. In 2021 wordt met name ingezet op integraliteit, professionaliteit en personele kansen (voor verduidelijking van deze onderwerpen wordt verwezen naar het raadsbesluit Organisatieontwikkeling van 12 maart 2020).

Tegelijkertijd is met het besluit over de organisatieontwikkeling ook de opgave neergelegd om binnen deze 3 jaar dekking te vinden voor de structurele formatiekosten die incidenteel zijn gedekt. Dit betreft een bedrag van € 400.000,- waarvoor structurele dekking moet worden gezocht binnen de begroting. In 2021 moet helder zijn hoe de dekking te realiseren.

Risico Inventarisatie & Evaluatie (RIE)
Wettelijk (Arbeidsomstandighedenwet artikel 5, lid 4) geldt dat iedere 4 jaar een Risico Inventarisatie & Evaluatie (RIE) plaats moet vinden. Deze RIE heeft plaatsgevonden na de inhuizing in het Huis van Leusden. Bij veranderingen in de organisatie zal het Plan van aanpak van de RIE worden aangepast. In 2021 wordt het Plan van aanpak geactualiseerd gezien de organisatieontwikkelingen en de ontwikkelingen rond de Coronamaatregelen binnen het Huis van Leusden en de Milieustraat.

Sturing en verantwoording

Verbetering/vernieuwing bestuurlijke planning en control
Met de raadswerkgroep P&C is een evaluatie van de bestuurlijke P&C producten gehouden. Uit deze evaluatie is een top 5 van aanbevelingen voortgekomen. Doel is de toegankelijkheid, leesbaarheid en inzichtelijkheid van onder meer de (digitale) begroting en jaarrekening te verbeteren. Het doorvoeren van de aanbevelingen wordt gezien als een proces van meerjarige ontwikkeling. We hebben toegezegd dat we zullen kijken welke aanbevelingen in deze begroting kunnen worden meegenomen.
Wat betreft de voortgang in het algemeen en in relatie tot de begroting 2021 kunnen we het volgende melden:

  • In de digitale begroting (de App) is het nu mogelijk om makkelijker te navigeren door de documenten; links in het scherm blijft de inhoudsopgave nu zichtbaar en er zijn bladzijdenummers toegevoegd, waardoor de behandeling/verwijzing makkelijker is geworden;
  • Er is een begin gemaakt om, daar waar dit toegevoegde waarde heeft, in de verschillende hoofdstukken (bijvoorbeeld uiteenzetting financiële positie) P&C “kopjes” te maken met een samenvatting en een bestuurlijke duiding van de informatie. Hierdoor kan er makkelijker en sneller tot de kern gekomen worden.
  • Er is een start gemaakt om de grafieken en tabellen aan te passen op vormgeving, inzichtelijkheid en toelichtende verklaring en conclusies (titel, kop, inhoud en gebruik + en -). Daarnaast is getoetst of “tekst” meer visueel in bijvoorbeeld grafieken kan worden weergegeven.
  • De vermogenspositie, in het bijzonder de reserves, hebben we meer visueel weergegeven, inclusief een bestuurlijke duiding wat betreft belang, betekenis, conclusies en oordeelsvorming. In de Kaderbrief 2021 hebben we hiertoe al een eerste aanzet gedaan. In deze begroting trekken we deze lijn door.
  • Om zicht te houden op waar we precies staan in de P&C-cyclus (welke document wordt nu behandeld met welke doel in welke tijdsvolgorde) hebben we de “P&C-kaart” toegevoegd aan het begin van de begroting 2021.

Huisvesting gemeentehuis

In maart 2020 brak de Coronacrisis uit en moesten alle medewerkers, die niet betrokken waren bij de dienstverlening aan de burger, ineens thuiswerken. Gelukkig waren we daar op voorbereid. Iedereen heeft een laptop en het thuiswerken is op die manier gefaciliteerd. Het Huis van Leusden is ook Coronaproof ingericht en voorzien van alle ontsmettingsmaatregelen.
We hebben ook de mogelijkheid geboden om schermen en bureaustoelen te lenen om het thuiswerken verder te faciliteren. Omdat we verwachten dat het thuiswerken nu een grotere vlucht gaat nemen dan vóór de crisis hebben we de kantoorruimten anders ingericht. Er zijn meer vergaderplekken gecreëerd ten koste van de werkplekken. Daarnaast is een schema opgesteld zodat de medewerkers in kleine groepen op kantoor kunnen samenwerken als het werk of de sociale cohesie dit vereist. De sociale cohesie was een van de onderwerpen waaraan aandacht geschonken moest worden in de organisatie ontwikkeling.
Doordat we verwachten dat een aantal medewerkers vaker thuis zullen gaat werken hebben we meer beeldschermen nodig om het thuiswerken te faciliteren. Onderzocht moet worden welke faciliteiten er nog meer beschikbaar gesteld moeten worden. De werkgever is verantwoordelijk voor een arbo conforme thuiswerkplek.

Intergemeentelijke samenwerking bedrijfsvoering

Per 1 januari 2017 werken de gemeente Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten samen op het gebied van bedrijfsvoering. De samenwerking is aangegaan omdat er voordelen en resultaten kunnen worden behaald op de zogenaamde 4K’s:

  • een betere kwaliteit van dienstverlening;
  • een minder kwetsbare positie bij een toenemend takenpakket en de eisen die daaraan gesteld worden;
  • een kostenbesparing door gezamenlijke inkoop, standaardisatie en harmonisatie van werkzaamheden;
  • een grotere kans voor het personeel in (door-) ontwikkeling en breedte en diepte in het takenpakket.

Samenwerking vindt plaats op de volgende taakvelden:

Financiën
De doelen voor het taakveld financiën komen voor 2021 in grote lijnen overeen met 2020. Belangrijkste thema is harmoniseren van processen. In 2020 en 2021 wordt gewerkt aan het harmoniseren van de werkprocessen van de P&C producten. Hiermee wordt een belangrijke basis gelegd voor een verdere verbreding van de samenwerking. Een ander onderwerp waar we stappen willen zetten is de interne controle. Door bij elkaar reviews en controles uit te voeren worden de (V)IC’s onafhankelijker en kan de accountant daar meer op steunen. Ook op andere financiële taken wordt de samenwerking gezocht waarbij op dit moment veel wordt ingezet op kennisdeling waardoor de kwaliteit wordt verhoogd. De focus binnen het taakveld moet van werken voor één gemeente naar werken voor vier gemeenten.

ICT
In het perceel van informatisering is nog steeds leidend het vastgestelde beleidsplan. We hebben daaruit de strategische stappen voor de komende tijd aangegeven. We werken samen op 7 deelgebieden, waarvan de onderdelen veiligheidsbeleid en privacy al geheel BLNP breed worden opgepakt. Belangrijk doel is de werkzaamheden van de systeembeheerders en de service desk ook geheel vanuit BLNP te organiseren.
Voor het (deels lopende en) komende jaar ligt onze focus op de volgende punten:

  • In technische zin hebben we een gezamenlijk BLNP office 365 omgeving. Door de Corona is het beeld bellen versneld ingevoerd. Het gebruik van teams wordt uitgerold op een uniforme wijze.
  • Er is nog verschil in techniek. Op de planning staat om daar weer verdere stappen in te nemen.
  • De procedure voor het onderbrengen van de licenties van de office producten in één contract .
  • Het harmoniseren van meer applicaties tussen de BLNP gemeenten op basis van het uitgangspunt: “waar liggen kansen en wat levert het meeste op, qua efficiency, effectiviteit en kosten”;
  • We werken de projecten uit aan de hand van ons jaarplan.

HRM
Ook in 2021 wordt op het taakveld HRM de samenwerking in BLNP voortgezet. In 2020 is gestart met de voorbereiding voor de harmonisering van de arbeidsvoorwaarden van de 4 gemeenten. In de loop van 2021 wordt dat traject afgerond. Na afronding van de harmonisering van de arbeidsvoorwaarden wordt gestart met een nieuw project waarin wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor de hantering van een gemeenschappelijke functiewaarderingsmethodiek.
Ook in 2020 is de aanbesteding voor Arbodienstverlening gestart. Deze wordt volgens planning afgerond per 01-01-2021. De doorontwikkeling van de Personeel- en Salarisadministratie gaat onverminderd door. Ook daar is het doel om tot efficiency te komen. Tot slot zal er eveneens aandacht zijn voor de (door)ontwikkeling van het team HRM/BLNP.

Juridisch
In 2021 staat het thema ‘van strategie naar operatie’ centraal. Met de functionele overdracht van taken en verantwoordelijkheden naar de BLNP-organisatie is een belangrijke stap gezet om de uitvoering van plannen verder inhoud te geven. Het juridisch team ontwikkelt in 2021 op alle onderdelen één systemische benadering om als team op structurele wijze de juridische kwaliteit van de vier gemeenten te vergroten.

  • Juridische advisering
    Het juridisch team geeft gevraagd en ongevraagd juridisch advies aan de vakambtenaren en bestuurders van de vier gemeenten. In 2021 vergroten we de mogelijkheden om laagdrempelig advies te vragen en richten we ons op het snel vanuit het team geven van een juridisch advies vanuit een integrale benadering.
  • Juridische kwaliteitszorg
    Het juridisch team geeft structurele impulsen ter vergroting van de juridische kwaliteit van de organisaties. In 2021 bieden we voor het eerst een complete basisopleiding aan de vakambtenaren aan, waarbij bestuurders kunnen aansluiten.
  • Secretariaat commissie
    Bezwaarschriften Het juridisch team behandelt bezwaren. In 2021 richten we ons erop de problematiek meer helder en begrijpelijk in beeld te brengen waardoor het bezwaarproces meer kan bijdragen aan verbetering van de kwaliteit van het besluitvormingsproces en de relatie tussen overheid en burger.
  • Klachtenbehandeling
    Het juridische team coördineert de behandeling van klachten tegen ambtenaren en bestuurders. In 2021 richten we ons op het vergroten van het leereffect van de behandeling van klachten, wat bijdraagt aan de kwaliteit van het gemeentelijk handelen.

Lasten en baten bedrijfsvoering

Apparaatskosten zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van onder andere personeel, organisatie, automatisering (ICT), huisvesting, externe inhuur en dergelijke voor de uitvoering van organisatorische taken. Het zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. In bovenstaande tabel staan de totale apparaatskosten vermeld. Hierin is een onderverdeling gemaakt van kosten voor het primaire proces en de overhead. De kosten van het primaire proces zijn verdeeld over de domeinen. De kosten van de overhead worden toegelicht bij het betreffende onderdeel binnen de begroting.

De totale apparaatskosten bedragen € 15.651.000 ten opzichte van de begroting 2020 zijn deze kosten gestegen met € 1.505.000.
De apparaatskosten die toe te rekenen zijn aan het primaire proces zijn gestegen met € 710.000.
De overheadskosten zijn per saldo gestegen met € 795.000.
Voor verantwoording van de stijging op de overheadskosten, zie onderdeel overhead binnen de begroting.

De stijging van de apparaatskosten (€ 710.000) binnen het primaire proces wordt veroorzaakt door hogere personeelskosten van € 415.000 in verband met loonontwikkelingen en € 375.000 voor tijdelijke en structurele formatie uitbreidingen waaronder de organisatieontwikkeling, beleidsprioriteiten/nieuw beleid, sport, nieuwe afvalinzameling. Daarnaast is er een voordeel van € 90.000 op de totale inhuurkosten, door minder benodigde inzet op projecten van het Grondbedrijf.

Inhuurkosten
De externe inhuurkosten in 2021 bedragen € 380.000.
Binnen het primaire proces zijn de inhuurkosten € 216.500. In het domein Ruimte betreft dit inzet op projecten van het Grondbedrijf en is volledig toe te rekenen aan deze projecten.
De inhuurkosten binnen de overhead bedragen € 163.500. Van deze kosten is € 138.000 de flexibele schil en wordt gedurende het jaar ingezet over alle domeinen binnen de begroting.

In totaal zijn de externe inhuurkosten € 362.000 lager ten opzichte van de begroting 2020 (€ 742.000). Het inhuurpercentage bedraagt 3,0% op de totale loonsom. Dit is een daling van 3,9 ten opzichte van de begroting voorgaand jaar (6,9%).

Kengetallen organisatie

BBV indicatoren bestuur en organisatie
De verplicht op te nemen beleidsindicatoren komen voor de programma’s van de bron waarstaatjegemeente.nl. Voor het onderdeel bestuur en organisatie zijn ook vijf indicatoren ontwikkeld die echter door de gemeente uit de eigen gegevens of de eigen begroting overgenomen moeten worden omdat er geen landelijke bron beschikbaar is. Deze indicatoren hebben wij opgenomen bij het onderdeel overhead en in deze paragraaf bedrijfsvoering:

Indicator

Eenheid

Leusden

Begroting 2020

Leusden Begroting 2021

Formatie

fte per 1.000 inwoners

4,6 fte

4,9 fte

Bezetting

fte per 1.000 inwoners

4,5 fte

4,9 fte      

Apparaatskosten

kosten per inwoner

€ 465,69

€ 512,34

Externe inhuur

kosten externe inhuur als % van totale loonsom

6,9%

3,0%

Overhead

Overhead in % van totale kosten

11,5%

12,5%

ENSIA, informatieveiligheid, Corona en thuiswerken

Door de corona crisis werken medewerkers vooral thuis en vergaderen we voornamelijk digitaal. De (bijna) volledige afhankelijkheid van thuiswerkfaciliteiten vraagt om een nieuwe analyse van risico’s, bijvoorbeeld om de beschikbaarheid te garanderen. Het is reëel te verwachten dat het op grotere schaal thuiswerken voor lange tijd is en misschien wel “het nieuwe normaal” wordt. Het komende jaar wordt daarom in BLNP verband het veilig thuiswerken en digitaal vergaderen verder geoptimaliseerd. Hierin wordt veel aandacht besteed aan het bewustzijn bij medewerkers. Immers doet thuiswerken een nog groter beroep op de eigen verantwoordelijkheid en het bewustzijn van de medewerkers om veilig met informatie te blijven werken.

Naast deze nieuwe ontwikkelingen gaan wij in BLNP verband ook verder met de uitvoering van het BIO-beleid (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). In het jaar 2021 wordt de focus gelegd op het loggingbeleid, toegangsbeleid, doorstroombeleid en de invoering van Security Information & Event Management (SIEM) en Security Operations Center (SOC). SIEM/SOC stelt ons in staat om dreigingen en aanvallen in een zeer vroeg stadium te detecteren. Op basis van deze vroegtijdige detectie wordt er actie ondernomen om de aanval zo snel mogelijk te stoppen of in een aantal gevallen zelfs te voorkomen.

Tevens laten de gemeenten een penetratietest uitvoeren op het gemeentelijk netwerk voor het oplossen van eventuele technische kwetsbaarheden. Ook in 2020 leggen we verantwoording af over de kwaliteit van onze informatieveiligheid via de verplichte Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA).

Paragraaf F Verbonden Partijen

Algemeen

Belang van samenwerken met andere partners
De gemeente Leusden wil beoogde doelen uit kadernota’s en programmabegrotingen optimaal realiseren. Een optimale borging van het publieke belang is daarbij essentieel. Soms realiseert de gemeente daarbij zelfstandig taken en resultaten, en in andere gevallen zoekt ze samenwerking met derden (bijvoorbeeld andere gemeenten), of belegt de uitvoering extern via subsidiëring of inkoop.
Een specifieke vorm van externe uitvoering is de verbonden partij. Soms volgt dit uit wetgeving, bijvoorbeeld bij de Veiligheidsregio’s en de Regionale Uitvoeringsdiensten. Soms nopen de ontwikkelingen van schaalvergroting en nieuwe gemeentelijke taken tot regionale samenwerking voor de uitvoering van deze taken.

Financieel en bestuurlijk belang verbonden partijen
Verbonden partijen zijn derde rechtspersonen waarin de gemeente zowel een bestuurlijk belang als een financieel belang heeft. Dit betreft enerzijds de publiekrechtelijke gemeenschappelijke regelingen en anderzijds privaatrechtelijke deelnemingen in vennootschappen, verenigingen en stichtingen.
Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van de verbonden partij, of het hebben van stemrecht.
Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij of wanneer de financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. Als de financiële relatie alleen bestaat uit gemeentelijke bijdragen in de vorm van inkomens- of vermogensoverdrachten zoals een subsidie, dan is er geen sprake van een financieel belang. Deze relaties zijn daarom niet in deze paragraaf opgenomen.

Lokale en regionale sturing op Verbonden Partijen

Het laten uitvoeren van gemeentelijke taken door Verbonden Partijen heeft het risico dat de democratische controle niet optimaal is. Bij de realisering van beoogde gemeentelijke doelen is een optimale borging van het publieke belang echter essentieel. Sinds 2015 is (op initiatief van de Leusdense raad) daarom een regionale werkwijze voor de sturing en controle op verbonden partijen van kracht. Deze werkwijze is ook beschreven in de Nota Verbonden Partijen (2013). De werkwijze is in 2014 regionaal opgenomen in het Manifest Verbonden Partijen, dat is ondertekend door 10 gemeenteraden uit de regio Zuid-Oost Utrecht. De werkwijze haakt in op de aangescherpte Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) 2015. Krachtens de Wgr dienen verbonden partijen jaarlijks vóór 15 april een kadernota met algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar aan de raad aan te bieden. Dit is vooral van groot belang bij voorgenomen inhoudelijke of financiële wijzigingen. In de regionale werkwijze worden de verbonden partijen verzocht hun kadernota uiterlijk op 31 januari in te dienen, zodat de raad nog een zienswijze op voorgestelde wijzigingen kan indienen vóórdat het AB van de verbonden partij de concept-begroting vaststelt. Zo wordt het zwaartepunt van sturing door de raad meer vooraan in de beleids- en begrotingscyclus geplaatst.

De raad heeft per verbonden partij twee “rapporteurs” benoemd. Zij volgen namens de hele raad de ontwikkelingen bij de verbonden partij nauwgezet en informeren de raadsfracties.

Gemeentelijk vindt geregeld overleg plaats tussen de accounthouders (beleidsadviseurs) en de financiële adviseurs. Zij toetsen het vastgestelde afsprakenkader rondom sturing en controle aan de praktijk en bespreken nieuwe ontwikkelingen op dit gebied.

Coalitieakkoord 2018-2022

In het Coalitieakkoord 2018-2022 zetten we, waar dat bewezen de best denkbare vorm is, ook in de regio in op samenwerking en partnerschap. We zoeken op alle mogelijke terreinen naar schaalvoordeel en we willen samen werken om de efficiency en innovatie van beleid en uitvoering te verbeteren. Onze eigen effectief gebleken werkmethodes (best practices) delen wij met onze partners in en buiten de regio.

Beheersingsmethodiek voor verbonden partijen

De gemeente monitort de verbonden partijen door het beoordelen van management- en bestuursrapportages, kaderbrieven, begrotingen en jaarrekeningen van de betreffende instellingen. Het college rapporteert de raad gedurende het jaar in de P&C-documenten over relevante ontwikkelingen zoals het aangaan of beëindigen van verbonden partijen, wijzigingen in de doelstellingen, nieuwe financiële risico’s en beleidswijzigingen in de uitvoering van de taken.

Het Coalitieakkoord 2018-2022 en de Nota Verbonden Partijen zijn daarbij kaders.

Overzicht verbonden partijen en deelnemersbijdragen 2021

Financieel belang
In totaal zal in 2021 door Leusden een deelnemersbijdrage aan de verbonden partijen van € 4,67 miljoen worden betaald. Dit is circa 6,88% van de totale gemeentebegroting. Het grootste deel van deze bijdrage is gekoppeld aan afgenomen producten en diensten. Het resterende deel betreft een bijdrage naar rato van het aantal inwoners of woningen.
Het financiële belang van de gemeente Leusden in de verschillende Verbonden Partijen varieert tussen 0,5% en 29,0%, afhankelijk van het aantal en de omvang van de andere deelnemers in een Verbonden Partij.

 

Bestuurlijke samenvatting

De impact van de Coronacrisis op de begroting van de GGDrU is nog niet bekend. Waarschijnlijk gaat de compensatie van extra gemaakte kosten rechtstreeks via het rijk lopen en is de garantie afgegeven dat er geen korting via het gemeentefonds komt.

Gegevens en ontwikkelingen per verbonden partij

1. Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Vestigingsplaats:

Utrecht

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke regeling

 

Deelnemers:

Alle gemeenten in de provincie Utrecht en de Meldkamer Ambulancezorg

(MKA). De politie Eenheid Midden Nederland is aan de veiligheidsregio verbonden door een convenant.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Burgemeester G.J. Bouwmeester

Doel deelname:

Uitvoering brandweerzorg, organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening bij rampen en noodhulpverlening in de regio Utrecht.

Openbaar belang:

Adequate brandweerzorg, rampen- en crisisbestrijding.

Bestuurlijk belang:

Alle burgemeesters van de 26 Utrechtse gemeenten hebben zitting in het AB.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:
Geen actuele ontwikkelingen.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Veiligheid

Gemeentelijke bijdrage 2021:

€ 1.612.000

 

Financieel belang:

Jaarlijkse inwonerbijdrage op basis van verhoudingen van budgetten binnen het gemeentefonds, de zgn. “ijkpuntscores”.

Financieel belang in % Leusden:

1,89%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

€ 0, i.c. sluitende begroting na bijdragen deelnemende gemeenten

Eigen vermogen VP:

€ 13.081.000 (eind 2019 inclusief resultaat 2019)

Vreemd Vermogen VP:

€ 44.443.000 (eind 2019)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Financiële consequenties wegvallen OMS opbrengsten.

Formatie en/of frictiekosten door de komst van de Omgevingswet.

2. GGD regio Utrecht (GGDrU)

Vestigingsplaats:

Zeist

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke Regeling

Deelnemers:

Alle gemeenten in de provincie Utrecht

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder P. Kiel.

Doel deelname:

Het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeente op het gebied van openbare gezondheidszorg. De dienst voert wettelijke “basistaken” en op lokaal beleid gebaseerde “keuzetaken” uit.

Openbaar belang:

Invulling geven aan de wettelijke rol bij crises en rampen.

Bevorderen van een goede basisgezondheid en gelijke kansen op gezondheid voor de inwoners, onder meer door preventie.

Bestuurlijk belang:

Elke gemeente is met een lid vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur en (met uitzondering van gemeente Utrecht) ook in de bestuurscommissie. Het AB benoemt het DB.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:
De bestuursagenda 2019-2023 legt inhoudelijke accenten op de werkzaamheden die we vanuit onze maatschappelijke opgave (zoals uit de Wet publieke gezondheid) doen. De inhoudelijke prioriteiten zijn gericht op gezond opgroeien, gezonde leefomgeving, positieve gezondheid en eigentijds besturen.

De acties uit het actieprogramma worden uitgevoerd binnen het bestaande financiële kader van GGDrU. De acties worden namelijk deels opgepakt door slimme inzet en herschikking van reguliere taken binnen de bestaande begroting en deels via maatwerkafspraken met die gemeenten die specifieke ambities delen.

Ten tijde van het vaststellen van de begroting 2021 speelt het Coronavirus. De GGD heeft hiervoor aan de lat gestaan en zal voorlopig nog actief hiermee zijn. Ten tijde van het vaststellen van de begroting is het nog niet bekend welke impact dit heeft op de begroting van de GGDrU. Waarschijnlijk gaat de compensatie voor de extra door GGD gemaakte kosten ten behoeve van inzet bestrijding coronavirus rechtstreeks via het rijk lopen en niet via de gemeentelijke bijdragen. Daarbij heeft het rijk via de VNG de gemeenten de garantie gegeven dat zij niet zullen worden gekort via het gemeentefonds.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Veiligheid

Domein Samenleving – programma Sociaal Domein

Gemeentelijke bijdrage 2021:

€ 1.071.944

Financieel belang:

De kosten van de wettelijke basistaken worden bij alle deelnemers in rekening gebracht; keuzetaken/maatwerk alleen bij de gemeenten waarvoor de taken zijn uitgevoerd.

Een voordelig of nadelig saldo over het begrotingsjaar wordt over de deelnemende gemeenten omgeslagen op basis van het aantal inwoners per 1 januari van dat jaar.

Financieel belang in % Leusden:

ca 2,7%

Financieel resultaat VP:

-/- € 336.000 dekking vanuit het Eigen Vermogen

Eigen vermogen VP:

€ 2.756.000 (stand ultimo 2020)

Vreemd Vermogen VP:

€ 13.185.000 (stand ultimo 2020)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

De verhouding tussen de vaste (inwoner)bijdrage en de maatwerk- opbrengsten moet zodanig zijn, dat de GGDrU in de financieringsstructuur een eventuele daling van maatwerkinkomsten zelf kan opvangen.

Afwentelen overhead als gevolg van bezuinigingen op overige deelnemers.

3. Afvalverwijdering Utrecht (AVU)

 

Vestigingsplaats:

Soest

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke regeling

Deelnemers:

Alle gemeenten in de provincie Utrecht

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder W. Vos

Doel deelname:

Zorgdragen voor een goede, reguliere en milieuverantwoorde verwijdering van door de Utrechtse gemeenten ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen.

Openbaar belang:

Zorgen voor overslag, transport en hoogwaardige verwerking van huishoudelijk afval en grondstoffen; de contractvorming en het -beheer hiertoe; monitoring van de samenstelling van het huishoudelijk restafval; advisering en communicatieve (campagnes) en beleidsmatige ondersteuning van de deelnemende gemeenten.

 

Bestuurlijk belang:

Het AB bestaat uit één lid uit elke gemeente.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:
AVU werkt samen met Circulus-Berkel en ROVA in “CirkelWaarde”, een samenwerking waarmee de drie organisaties de circulaire economie - met name op het gebied van de circulaire verwerking van grondstoffen uit het afval - willen stimuleren.

Programma in begroting:

Domein Leefomgeving – programma Duurzaamheid

Gemeentelijke bijdrage 2021:

€ 838.479

Financieel belang:

Baten en lasten worden 100% aan de deelnemers doorberekend. De GR heeft een 100% belang in de NV Afvalverwijdering Utrecht (en is zo hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele omzetbelastingschulden van de NV), en een minderheidsbelang in de NV Rova Holding.

Financieel belang in % Leusden:

2,2%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

€ 0

Eigen vermogen VP:

€ 494.290 (eind 2019)

Vreemd Vermogen VP:

€ 17.580.965 (eind 2019)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Normale bedrijfsrisico’s zoals rente-, krediet-, debiteuren- en investeringsrisico’s

4. Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT)

 

Vestigingsplaats:

Zwolle

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke regeling

Deelnemers:

Vijf waterschappen en zes gemeenten, te weten Bunschoten, Dalfsen, Dronten, Nijkerk, Leusden en Zwolle.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder W. Vos

Doel deelname:

Een efficiënte en effectieve heffing en invordering van gemeentelijke belastingen (en waterschapsbelastingen) en uitvoering van WOZ-taken op een hoog kwaliteitsniveau tegen zo laag mogelijke kosten.

Openbaar belang:

Juiste en klantgerichte uitvoering van gemeentelijke belastingverordening en kwijtscheldingsregels en waardering onroerende zaken.

Bestuurlijk belang:

Elke deelnemer heeft met één bestuurslid zitting in het AB.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:
In 2020 heeft het AB een bestuurlijke positiebepaling vastgesteld waarin de kwaliteit van dienstverlening voorop wordt gesteld. De huidige samenstelling van deelnemers met 5 waterschappen en 6 gemeenten is toereikend echter uitbreiding wordt in de toekomst niet helemaal uitgesloten. In vervolg op de positiebepaling wordt onderzocht onder welke randvoorwaarden en criteria een deelnemer kan toetreden als deze zich op eigen initiatief zou aanmelden. Ook wordt onderzocht of de GR qua opzet en stemverhouding moet worden herzien in geval de samenstelling zou veranderen.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Samenwerking

Gemeentelijke bijdrage 2021:

€ 470.000

Financieel belang:

De grondslagen voor de gemeentelijke bijdrage zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen en de WOZ-basisregistratie (aantallen inwoners en WOZ-objecten).

Financieel belang in % Leusden:

2,5%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

€ 0 (sluitende begroting na bijdragen deelnemers)

Eigen vermogen VP:

€ 0 (eind 2019)

Vreemd Vermogen VP:

€ 6.298.000 (eind 2019)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Geen bijzondere risico’s. GBLT beschikt in principe niet over eigen

(weerstands-)vermogen. Financiële resultaten worden verrekend met de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling.

5. Regionale uitvoeringsdienst (RUD)

Vestigingsplaats:

Utrecht

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke regeling gevestigd te Utrecht

Deelnemers:

De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Soest, Utrecht, Woudenberg, alsmede de provincie Utrecht.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder E. van Beurden

Doel deelname:

Uitvoeren van milieutaken op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving voor de deelnemende gemeenten.

Openbaar belang:

Het behartigen van de belangen van de deelnemers tezamen en van iedere deelnemer afzonderlijk op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het zorgdragen van een goede, klantvriendelijke en efficiënte uitvoering van de opgedragen milieutaken.

Bestuurlijk belang:

Elke deelnemende gemeente heeft een zetel in het Algemeen Bestuur.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:
De RUD Utrecht is per 2018 overgegaan op een systematiek van output financiering. De gemeente Leusden heeft een op deze systematiek gebaseerd nieuwe dienstverleningsovereenkomst 2018-2021 met de RUD Utrecht gesloten. De dienstverleningsovereenkomst is per 2020 aangevuld met taken voor bedrijfsmatige asbestsaneringen en bodemenergiesystemen.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Veiligheid

Domein Leefomgeving – programma Duurzaamheid

Gemeentelijke bijdrage 2021:

€ 381.000

Financieel belang:

De gemeentelijke bijdrage is opgebouwd uit een vaste bijdrage in de overhead (o.b.v. aandeel in de RUD) en variabele kosten op basis van de dienstverleningsovereenkomst. Afrekening vindt voor het variabele deel plaats op basis van de werkelijke productie.

Financieel belang in % Leusden:

 2,7%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

 € 6.000

Eigen vermogen VP:

 € 1.332.000 (eind 2019)

Vreemd Vermogen VP:

€  2.411.000 (eind 2019)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Outputfinanciering (productie, kengetallen en innovatie), ziekteverzuim, bedrijfsvoering.

6. Regionale werkvoorziening Amersfoort e.o. (RWA)

 

Vestigingsplaats:

Amersfoort

Juridische rechtsvorm:

Gemeenschappelijke regeling

Deelnemers:

De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder P. Kiel

Doel deelname:

Het uitvoeren van alle gemeentelijke taken die voortvloeien uit de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en de daarmee verband houdende voorschriften en regelingen.

 

Openbaar belang:

Het realiseren van voldoende passend werk voor mensen met een WSW-indicatie.

Bestuurlijk belang:

Elke deelnemende gemeente is in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Werk en inkomen.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:
De transitie naar een mensontwikkelbedrijf is in volle gang, waarbij de focus is komen te liggen op het realiseren van passend werk voor alle SW-medewerkers. De vergrijzing van het personeelsbestand betekent een toename van de ondersteuningsbehoefte. Door innovatie en aandacht voor duurzame inzetbaarheid en vitaliteit blijven ook de oudere medewerkers zo lang mogelijk aan het werk.

 

Programma in begroting:

Domein Samenleving – programma Sociaal Domein

Gemeentelijke bijdrage 2021:

€ 211.000

Financieel belang:

De gemeente stelt het deel van het Participatiebudget, dat kan worden toegerekend aan de WSW, volledig ter beschikking aan RWA. Daarnaast draagt elke gemeente naar rato bij in een eventueel negatief exploitatieresultaat.

 

 

 

eventueel negatief exploitatiesaldo.

Financieel belang in % Leusden:

6,28%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

Begroot exploitatietekort € 5.401.000, gedekt door Amfors met € 2.039.000 en door gemeenten met € 3.362.000.

Eigen vermogen VP:

€ 0,-

Vreemd Vermogen VP:

€ 15.956.000 (eind 2019)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

De uitstroom van SW-medewerkers loopt niet synchroon met de afname van de rijksbijdrage. Hierdoor blijft een negatief subsidieresultaat, dat echter in de komende jaren minder negatief zal worden. Het negatieve subsidieresultaat moet worden opgevangen door het netto resultaat van Amfors. Dit Amfors-resultaat wordt negatief beïnvloed door een afnemende productiviteit van de SW-werknemers vanwege vergrijzing.  Dit kan gevolgen hebben voor de gemeentelijke bijdrage. Landelijke wijziging rondom het lage inkomensvoordeel en de CAO van SW-medewerkers maken hier onderdeel van uit.

7. Amfors Holding BV

Vestigingsplaats:

Amersfoort

Juridische rechtsvorm:

Besloten Vennootschap (met gemeentelijke deelneming)

Deelnemers:

De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder P. Kiel

Doel deelname:

 

Instandhouding van werkbedrijven waarheen werknemers van RWA gedetacheerd worden om te (leren) werken.

Openbaar belang:

Het realiseren van voldoende passend werk voor mensen met een WSW-indicatie.

Bestuurlijk belang:

De portefeuillehouders Financiën uit de deelnemende gemeenten zijn aandeelhouder van Amfors Holding. Zij controleren begroting, jaarrekening en beleidsplannen.

Daarnaast is er een Raad van Commissarissen bestaande uit personen zonder bestuurlijke binding met de gemeenten.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:
Zie verbonden partij ‘RWA’ (nummer 6).

 

Programma in begroting:

Domein Samenleving – programma Sociaal Domein

Gemeentelijke bijdrage 2021:

€ 0

Financieel belang:

De gemeente Leusden bezit aandelen Amfors.

Financieel belang in % Leusden:

6,28%

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

Exploitatieoverschot van € 2.039.000 en na aanzuivering tekort aan RWA met
€ 2.039.000 een financieel resultaat van € 0.

Eigen vermogen VP:

€ 2.500.000 (eind 2019)

Vreemd Vermogen VP:

€ 4.251.000 (eind 2019)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

De uitstroom van SW-medewerkers loopt niet synchroon met de afname van de rijksbijdrage. Hierdoor blijft een negatief subsidieresultaat, dat echter in de komende jaren minder negatief zal worden. Het negatieve subsidieresultaat moet worden opgevangen door een hoger netto resultaat van Amfors. Dit Amfors-resultaat wordt negatief beïnvloed door een afnemende productiviteit van de SW-werknemers vanwege vergrijzing. Dit kan gevolgen hebben voor de gemeentelijke bijdrage. Landelijke wijziging rondom het lage inkomensvoordeel en de CAO van SW-medewerkers maken hier onderdeel van uit. De gemeente is erg afhankelijk van het behalen van de operationele resultaten van Amfors, die ter aanvulling van het negatief subsidieresultaat RWA nodig is om zodoende de gemeente niet meer te laten bijdragen.

8. Vitens NV

 

Vestigingsplaats:

Zwolle

Juridische rechtsvorm:

Naamloze Vennootschap

Deelnemers:

Vitens heeft honderdtien aandeelhouders, die gezamenlijk voor € 5.777.247 aandelen bezitten.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Wethouder W. Vos

Doel deelname:

Zeggenschap op basis van het aantal aandelen in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Openbaar belang:

Vitens is het grootste drinkwaterbedrijf in Nederland en verzorgt de levering van drinkwater aan haar 5,7 miljoen klanten waaronder de gemeente Leusden. Vitens wil daarbij op duurzame basis een uitstekende kwaliteit drinkwater leveren met de daarbij behorende dienstverlening. drinkwaterbedrijven.

Bestuurlijk belang en bestuurlijke vertegenwoordiger:

De gemeente is aandeelhouder. Wethouder W. Vos is aandeelhouder namens de gemeente Leusden.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:
Door veranderende externe omstandigheden neemt het risicoprofiel van Vitens de komende jaren toe (klimaatextremen, drukte in de ondergrond en fysieke- en cyberbeveiliging). De komende jaren worden, op basis van het Investeringsplan (IP) 2019-2023, fors hogere investeringen verwacht die noodzakelijk zijn om de effecten van klimaatverandering op te kunnen vangen en om aan de vraag te kunnen blijven voldoen. Om dit te kunnen realiseren wordt het financieel beleid aangescherpt met als uitgangspunt het waarborgen van de continuïteit. Dit wordt de komende 3 jaren vormgegeven door o.a. het verbeteren van de solvabiliteit, een lichte stijging van de drinkwatertarieven en een aanpassing van het beleid rondom dividend- uitkeringen. De ontstane situatie noopt Vitens om de eerder met de aandeelhouders gedeelde financiële perspectieven neerwaarts bij te stellen. Daarbij is de verwachting dat in 2020 en 2021 geen dividend wordt uitgekeerd.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Samenwerken

Gemeentelijke bijdrage 2021:

€ 0

Financieel belang:

€ 25.902. Gemeente Leusden heeft sinds 2006 een aandelenportefeuille van 25.902 aandelen Vitens met een nominale waarde van € 1,00 per stuk.

Financieel belang in % Leusden

Ongeveer 0,5%

Financieel resultaat VP:

€ 41.400.000 (jaarrekening 2019)

De verwachte solvabiliteit blijft naar verwachting ook in 2021 onder de 30%. Op basis van de in de AVA vastgestelde financiële beleidsregels van Vitens wordt in dat geval in beginsel geen dividend aan de aandeelhouders uitgekeerd.

Eigen vermogen VP:

€ 533.300.000 (jaarrekening 2019)

Vreemd Vermogen VP:

€ 1.293.000.000 (jaarrekening 2019)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

De financiële risico’s zijn zeer beperkt. Er is geen verplichte afdekking van een eventueel tekort; aandeelhouders van een NV zijn niet aansprakelijk voor de schulden van een NV.

9. VvE Atlas

Programma in begroting:

Domein Leefomgeving, accommodaties

Doel:

De gemeente Leusden is eigenaar van de scholen, de gymzaal en de BSO ruimte in MFC Atlas. De Vereniging van Eigenaren is opgericht voor het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke delen.

Betrokkenen:

Gemeente Leusden, Woningstichting Leusden (WSL) en gebruikers waaronder Voila, Cordeo en Human Kind.

Openbaar belang:

Het beheren en exploiteren van de gemeenschappelijke delen van VvE Atlas.

Bestuurlijk belang:

Het behartigen van de belangen van de gemeente Leusden als gedeeltelijke eigenaar van het complex. De VvE wordt bestuurd door Woningstichting Leusden. De concerncontroller is door het college van B&W gemachtigd om namens de gemeente het stemrecht in de VvE uit te oefenen.

Aandelen belang:

In de splitsingsakte is vastgelegd dat de gemeente voor 52% eigenaar is (appartementsindex 1: onderwijs, gymzaal en BSO) en de Woningstichting Leusden 48% (appartementsindex 2: woningen).

Financieel belang:

De bijdrage van de gemeente in de VvE Atlas bedraagt op basis van de vastgestelde jaarrekening 2019 € 11.654.

Materiële risico’s:

Geen.

Ontwikkelingen:

Er zijn geen bijzondere ontwikkelingen.

Ambtelijke benoemingen:

De concerncontroller vertegenwoordigt de gemeente tijdens de ledenvergaderingen. Twee financieel adviseurs van de gemeente Leusden vormen de kascommissie van de VvE.

10. VvE MFC Antares

Programma in begroting:

Domein Leefomgeving, accommodaties

Doel:

De gemeente Leusden is eigenaar van de sportzaal in MFC Antares. De Vereniging van Eigenaren is opgericht voor het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke delen.

Betrokkenen:

Woningstichting Leusden (WSL) en Gemeente Leusden en gebruikers waaronder Voila, Real-gym, Leusden ZET,  De Maxima’s (horeca exploitant)

Openbaar belang:

Het beheren en exploiteren van de gemeenschappelijke delen van VvE Antares.

Bestuurlijk belang:

Het behartigen van de belangen van de gemeente Leusden als gedeeltelijke eigenaar van het complex. De VvE wordt bestuurd door Woningstichting Leusden. De beleidsadviseur vastgoed is door het college van B&W gemachtigd om namens de gemeente het stemrecht in de VvE uit te oefenen.

Aandelen belang:

In de splitsingsakte is vastgelegd dat de gemeente voor 12,5% eigenaar is (appartementsindex 5: sportzaal) en de Woningstichting Leusden voor 87,5% (Onderwijs, Horeca, kinderopvang, commercieel en woningen).

Financieel belang:

De begroting van de VvE wordt jaarlijks vastgesteld door de Algemene Leden Vergadering. De jaarlijkse bijdrage van de gemeente is € 33.350.

Materiële risico’s:

Geen

Ontwikkelingen:

Er zijn geen bijzondere ontwikkelingen

Ambtelijke benoemingen:

De beleidsadviseur vastgoed vertegenwoordigt de gemeente tijdens de ledenvergaderingen. Twee financiële adviseurs van de gemeente Leusden vormen de kascommissie van de VvE.

11. VvE Huis van Leusden

Programma in begroting:

Domein Leefomgeving, accommodaties

Doel:

De gemeente is eigenaar van kantoorruimte op de begane grond en de 1e en 2e verdieping van het Huis van Leusden. De Vereniging van Eigenaren is opgericht voor het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke delen.

Betrokkenen:

Gooi & Eemland VvE Beheer en Advies (bestuurder en beheerder), Gemeente Leusden (appartementsrecht 1: eigenaar van kantoorruimte op de begane grond, 1e en 2e verdieping. Woningstichting Leusden: eigenaar van de stallingsruimten en bergingen in het souterrain van gebouw, (zorg)woonruimten op de 1e tot en met de 5e verdieping van het gebouw.

Openbaar belang:

Het beheren en exploiteren van de gemeenschappelijk delen van VvE Huis van Leusden.

Bestuurlijk belang:

Het behartigen van de belangen van de gemeente Leusden als gedeeltelijke eigenaar van het complex. De VvE wordt bestuurd door Gooi & Eemland VvE Beheer en Advies.

Aandelen belang:

In de splitsingsakte is vastgelegd dat de gemeente voor 27,7% eigenaar is.

Financieel belang:

Jaarlijks wordt de begroting van de VvE besproken en vastgesteld door de Algemene Leden Vergadering. De bijdrage van de gemeente voor 2020 is vastgesteld op € 1.343.

Materiële risico’s:

Geen

Ontwikkelingen:

Er zijn geen bijzondere ontwikkelingen.

Ambtelijke benoemingen:

De beleidsadviseur vastgoed vertegenwoordigt de gemeente tijdens de ledenvergaderingen.

12. VvE De Biezenkamp 29
De VvE De Biezenkamp is niet meer in deze paragraaf opgenomen omdat de gemeente vanaf 1 november 2020 geen eigenaar meer is.

13. Inkoop Bureau Midden Nederland (IBMN)

Vestigingsplaats:

Vianen

Juridische rechtsvorm:

Stichting

Deelnemers:

De gemeenten IJsselstein, Leusden, Molenlanden, Montfoort, Scherpenzeel, Woudenberg en Vijfheerenlanden en de gemeenschappelijke regelingen Reinigingsbedrijf Midden Nederland en Avres.

 

 

Doel deelname:

 

Het behalen van financiële, kwalitatieve en procesmatige voordelen door de leden, door inkoop in te zetten als strategisch en tactisch instrument voor waarde creatie.

Openbaar belang:

Professionalisering inkoopproces voor deelnemende gemeenten.

Bestuurlijk belang en bestuurlijke vertegenwoordiger:

In het bestuur van de stichting wordt de gemeente vertegenwoordigd door de gemeentesecretaris. Voor Leusden neemt directeur-gemeentesecretaris W.H. de Graaf-Koelewijn deel aan het AB.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:
Geen actuele ontwikkelingen.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Samenwerking

Gemeentelijke bijdrage 2021:

€ 86.456 (o.b.v. begroting 2020)

Financieel belang:

Op basis van de afgesloten dienstverleningsovereenkomst wordt een vaste bijdrage en een garantieafname vergoed, daarnaast worden de meer uren op basis van feitelijke afname vergoed aan het IBMN.

Financieel belang in % Leusden:

De gemeente Leusden draagt circa 13% bij in de totale begroting van het IBMN (begroting 2020).

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

€ 45.590 nadelig (jaarrekening 2019)

Eigen vermogen VP:

€ 203.924 (jaarrekening 2019)

Vreemd Vermogen VP:

€ 124.920 (jaarrekening 2019)

Risico’s voor financiële positie gemeente:

Niet realiseren van doelstelling van kostendekkendheid organisatie IBMN (regulier bedrijfsvoeringsrisico IBMN).

14. Samenwerking Bedrijfsvoering BLNP

Vestigingsplaats:

Bij gastgemeente (Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten), dit is wisselend afhankelijk van het onderwerp.

Juridische rechtsvorm:

Regeling zonder meer

Deelnemers:

De gemeenten Bunschoten, Nijkerk, Leusden en Putten.

Bestuurlijk vertegenwoordiger:

Burgemeester G.J. Bouwmeester

Doel deelname:

 

Doel is om op een aantal bedrijfsvoeringsgebieden (Financiën, Juridische Zaken, HRM en ICT) structureel samen te werken.

Algemeen belang:

Ondersteuning van een passende dienstverlening voor de deelnemende gemeenten.

Bestuurlijk belang:

De Regeling zonder meer heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid, bestuur en begroting. Wel kent de organisatie een stuurgroep waarin de burgemeesters zitting hebben en een regiegroep waarin de gemeentesecretarissen deelnemen.

Bestuurlijke ontwikkelingen in de Verbonden Partij:
Zie voor een uiteenzetting hiervan de paragraaf Bedrijfsvoering in deze begroting.

Programma in begroting:

Domein Bestuur – programma Samenwerken

Gemeentelijke bijdrage 2021:

€ 0

Financieel belang:

De verdeelsleutel voor de BLNP-samenwerking is de verhouding van de optelsom van de omvang van het begrotingsdeel in hun huidige gemeentelijke begroting op de vier samenwerkingstaken ten aanzien van personeelskosten, kosten inhuur derden en ICT-kosten.

Financieel belang in % Leusden:

Zie de toelichting bij financieel belang. De verdeelsleutel voor Leusden is 28,95%. Dit percentage geldt als aandeel in de kosten van investeringen, jaarlijkse lasten en op te realiseren besparingen binnen de samenwerking.

Financieel resultaat VP:

De samenwerking geschiedt in de vorm van een Regeling zonder meer. Deze vorm kent geen eigen begroting en rekening. Daarom is er geen sprake van een financieel resultaat zoals dat wordt bedoeld bij verbonden partijen. Eén van de doelen van de samenwerking is kostenbesparing (naast kwaliteit verbetering, kwetsbaarheid verminderen en kansen voor personeel). De samenwerking levert wel besparingen op maar dit zijn met name besparingen doordat we nieuwe taken gezamenlijk oppakken en daarmee goedkoper zijn (minder meerkosten).

Eigen vermogen VP:

De samenwerking heeft geen eigen vermogen, hiervoor dient het eigen vermogen van de afzonderlijke gemeenten.

Vreemd Vermogen VP:

De samenwerking heeft geen rechtspersoonlijkheid, kan daarom geen geldleningen sluiten en er is dus geen sprake van vreemd vermogen.

Financieel resultaat VP begrotingsjaar:

In de samenwerking zijn voor de vier taakvelden businesscases opgesteld. Voor Leusden is een besparing becijferd van € 100.000. Bij de Najaarsnota 2018 is aan de raad gerapporteerd dat de ingeboekte besparingen niet volledig worden gerealiseerd. De taakstelling is met € 32.600 verlaagd.

Paragraaf G Grondbeleid

Belang en doelstelling paragraaf

De paragraaf grondbeleid heeft tot doel te informeren over het beleid rondom de ontwikkeling van grond binnen de gemeente. Met grondbeleid wordt bedoeld de beleidsafweging aangaande de grondproductie en de keuze in het daarbij wettelijke en gemeentelijke instrumentarium. Daarbij wil de gemeente transparant zijn over haar handelen en de juiste instrumenten bieden voor de realisatie van de ruimtelijke programma’s die al zijn vastgesteld. Hoe de gemeente invulling geeft aan het grondbeleid is verder uitgewerkt in de Nota Grondbeleid 2020.

Bestuurlijke samenvatting

In 2021 zullen we de actualisatie van de grondexploitaties per 1 januari 2021 in mei / juni aanbieden aan de raad. In 2021 verwachten we te gaan werken met een nieuwe nota financiële beleidskaders grondbedrijf. We verwachten op de grondexploitaties tot en met 2024 nog ongeveer € 1,4 miljoen aan winst te kunnen nemen. Voor eventuele gevolgen in het kader van de gevolgen van de coronacrisis hebben we buffer van € 330.000 beschikbaar in de Algemene Reserve Grondbedrijf. We verwachten verder geen specifieke risico’s ten opzichte van de risico’s benoemd in de Actualisatie Grondexploitaties 2021. Per 1 januari 2021 is de verwachte weerstandsratio 0,77, waarbij de verwachting is dat deze weerstandsratio na 2021 weer zal gaan stijgen.

Grondbedrijf en planning-en-controlcyclus

In de planning-en-controlcyclus wordt de gemeenteraad jaarlijks drie keer geïnformeerd over de exploitatie van grond in de gemeente Leusden. Dat is op de volgende momenten:

  1. In november via de paragraaf grondbeleid in de programmabegroting
  2. In mei/juni via de Actualisatie Grondexploitaties
  3. In juli via de paragraaf grondbeleid in de jaarrekening

Beleidskaders

De Nota Grondbeleid 2020 geeft kaders die moeten bijdragen aan een voldoende adequaat grondbeleid. Dit gelet op de ontwikkeling van Leusden en de rol en positieneming van de gemeente Leusden in de samenleving, in het bijzonder het ruimtelijk domein. De financiële beleidskaders zullen nog worden geactualiseerd en als onderdeel worden toegevoegd aan de Nota Grondbeleid 2020. In het najaar van 2020 verwachten wij het onderdeel met de financiële beleidskaders aan de raad te kunnen aanbieden. Voor de begroting 2021 beschikken we dan ook voor de financiële sturing over actuele beleidskaders.

In onderstaand model is aangegeven in welke nota’s de kaders rondom het grondbeleid zijn vastgelegd en in welke documenten de wijze van uitvoering van het grondbeleid naar voren komt.

Ontwikkelingen

Omgevingswet
In relatie tot de ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet wordt verwezen naar domein ‘Ruimte’ in de programmabegroting.

Vennootschapsbelastingplicht
De gemeente Leusden is met ingang van 1 januari 2016 vennootschapsbelastingplichtig. Uit een eerdere analyse is destijds naar voren gekomen dat de vennootschapsbelastingplicht ook geldt voor het voeren van grondexploitaties.

De gemeente heeft eind 2019 een vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten met de Belastingdienst waarin onder meer afspraken zijn vastgelegd over de wijze waarop de fiscale openingsbalanswaarde moet worden bepaald. Dit leidt voor de gemeente tot een aanzienlijk lagere vennootschapsbelasting-last dan oorspronkelijk was geraamd.

In 2020 werd nog rekening gehouden met een vennootschapsbelasting-last van ongeveer € 14.000 over 2021 t/m 2024. Over 2021 tot en met 2024 (ramingen Actualisatie Grondexploitaties 2020) is naar verwachting sprake van een fiscaal verlies en zal de vennootschapsbelasting-last daarmee nihil zijn.

Coronacrisis
Aan de financiële gevolgen van de coronacrisis is in de impactanalyse 2020 uitvoerig aandacht geschonken. De actualisatie van de impactanalyse (en de mogelijke na-ijlende financiële gevolgen) wordt betrokken bij de actualisering van de grondexploitaties 2021. Het voornemen is deze in mei 2021 aan de raad ter vaststelling aan te bieden.

Relaties met programma's

Het grondbeleid van de gemeente Leusden houdt nauw verband met de diverse programma’s in de begroting en jaarrekening van de gemeente Leusden.

Begroting 2021 Grondbedrijf

De begroting 2021 van het grondbedrijf bestaat uit:

  • De jaarschijven 2021 uit de grondexploitaties, zoals vastgesteld bij de Actualisatie Grondexploitaties 2020. De geraamde mutaties binnen de grondexploitaties worden als vermeerdering of vermindering bijgeschreven op de (balans-)boekwaarde en vormen daarom geen toe- of afname op het begrotingsresultaat van de gemeente.
  • Een raming van Algemeen beheer Grondbedrijf, bestaande uit interne doorbelaste uren van ambtelijk personeel en advieskosten derden. Deze mutaties worden verrekend met de Algemene Reserve Grondbedrijf.

De raming van de Vennootschapsbelasting is niet opgenomen in de exploitatiebegrotingen. Deze maakt onderdeel uit van de begroting van de Algemene Dienst en zal, voor wat betreft het aandeel van het Grondbedrijf, worden gedekt vanuit de Algemene Reserve Grondbedrijf.

Actuele prognose resultaat en winstneming

In deze paragraaf grondbeleid is de uitkomst van de projecten gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2020. In onderstaande overzichten is de prognose weergegeven van de balansposten en de verwachte resultaten zoals deze voortkomen uit de Actualisatie Grondexploitaties 2020.

De voorzieningen voor de verliesgevende grondexploitaties zijn gewaardeerd tegen de netto contante waarde. Het effect ten opzichte van de waardering op nominale waarde op de te verwachten resultaten voor zowel de negatieve als positieve grondexploitaties is hieronder toegelicht. De hieronder genoemde nog te verwachten kosten en opbrengsten volgen uit de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2020.

Te verwachten resultaten actief grondbeleid
De gemeentelijke activiteiten inzake grondexploitatie zijn te onderscheiden in zogenoemd actief en faciliterend grondbeleid. Bij actief grondbeleid voert de gemeente zelf alle fasen van de grondexploitatie uit: van de aankoop van de gronden en eventuele opstallen, sloop, bouwrijp en woonrijp maken tot en met de uitgifte/verkoop van de bouwkavel. De gemeente heeft de te ontwikkelen grond in eigen bezit.

De huidige boekwaarde ad € 5,7 miljoen zal in de toekomst terugverdiend moeten worden door het genereren van de hierboven genoemde opbrengsten. Voor het project de Buitenplaats is reeds een voorziening getroffen ter hoogte van het verwachte verlies ad € 210.000.

De eindconclusie is dat de te verwachten te nemen winst in komende jaren € 666.000 (nominaal) bedraagt voor de actieve grondexploitaties. Het genoemde verlies is al in 2019 en eerdere jaren verwerkt in het resultaat.

Te verwachten resultaten faciliterend grondbeleid
Bij faciliterend grondbeleid is de bouwkavel in het bezit van een private partij (ontwikkelaar, particulier, etc.) en wordt deze door die partij ontwikkeld. De gemeente treedt enkel c.q. vooral op als overheid, die de plannen van private partijen faciliteert als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is.

De hierboven genoemde nog te verwachten kosten en opbrengsten volgen uit de geactualiseerde passieve grondexploitaties per 1 januari 2020. Bovenstaande betekent dat de huidige boekwaarde volgens de verwachting niet volledig terug zal worden verdiend. Voor het verwachte verlies is binnen de exploitatie Biezenkamp een voorziening getroffen per 1 januari 2020.

De eindconclusie is dat de te verwachten te nemen winst in komende jaren € 777.000 (nominaal) bedraagt voor de faciliterende grondexploitaties. De genoemde verliezen zijn reeds in 2018 en eerdere jaren verwerkt in het resultaat.

De totale nog te nemen winst op alle grondexploitaties wordt geraamd op € 1.443.000 (in de komende 3 jaar).

Algemene reserve grondexploitatie (weerstandsvermogen)

Grondexploitaties brengen risico’s met zich mee. Om mogelijke risico’s af te dekken, wordt er een buffer gevormd in de vorm van de algemene reserve grondexploitaties.

Zoals toegelicht in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ van deze begroting, is de actuele weerstandsratio van het grondbedrijf 0,77. Dit valt buiten de bandbreedte van 0,8 - 1,2, welke in het voornoemde beleidskader is vastgelegd. Dit is inclusief de ‘strategische buffer’ voor het opvangen van de mogelijke financiële risico’s ten gevolge van de coronacrisis. De verwachting is dat de ratio voor de jaren na 2021 weer boven de 1,0 stijgt. Voor een toelichting op de actuele ratio weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. Zie voor een nadere toelichting de Voorjaarsnota 2020 in relatie tot de ‘strategische buffer’ coronacrisis.

Voorzieningen grondexploitaties

Biezenkamp
Deze voorziening dient ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie De Biezenkamp. Het saldo van de voorziening is in 2019 aangepast aan de hand van het berekende projectresultaat in de Actualisatie Grondexploitaties 2020. Naar verwachting zal de onttrekking ten laste van deze voorziening plaatsvinden in 2020.

Voorziening De Buitenplaats
Deze voorziening dient ter dekking van het verwachte negatieve resultaat van de grondexploitatie De Buitenplaats. Het saldo van de voorziening is in 2019 aangepast aan de hand van het berekende projectresultaat in de Actualisatie Grondexploitaties 2020. Naar verwachting zal de onttrekking ten laste van deze voorziening plaatsvinden in 2020.

Risico's per complex

Voor een nadere beschrijving van de risico’s per complex wordt verwezen naar de Actualisatie Grondexploitaties 2020, welke in het voorjaar van 2020 ter vaststelling aan de raad is aangeboden. Hierin zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van alle grondexploitaties.

Paragraaf H Toezicht en verantwoording

Algemeen

Deze paragraaf beschrijft hoe we invulling geven aan toezicht & verantwoording over de onderwerpen toezichtinformatie, rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. Naar deze onderwerpen wordt gestructureerd onderzoek verricht of verantwoording gegeven door verschillende actoren en kan schematisch als volgt worden weergegeven:

Invoering rechtmatigheidsverantwoording

Het is de verwachting dat vanaf 2022 gemeenten, provincies, gemeenschappelijke regelingen een rechtmatigheids-verantwoording moeten opnemen (over het verslagjaar 2021) in de jaarrekening. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen binnen de betreffende organisatie. Over de naleving van de voorwaarden voor subsidies bijvoorbeeld, maar ook over misbruik en oneigenlijk gebruik en lasten, waarvoor geen voorafgaande dekking opgenomen was in de begroting. De paragraaf Bedrijfsvoering wordt de aangewezen plek om een nadere toelichting te geven door het college op zaken die de rechtmatigheid raken en hoe de beheersing is vormgegeven. Er is vooralsnog geen uitbreiding (noch een inperking) beoogd van de rechtmatigheidstoetsing. Dit betekent dat naar verwachting kan worden volstaan met huidige set van interne controles.

Rechtmatigheid en accountantscontrole

Bij rechtmatigheid gaat het om het beantwoorden van de vraag of bij de uitvoering van beleid en taken aan wettelijke kaders en regelgeving wordt voldaan. Op het gebied van rechtmatigheid is eveneens de accountant actief. Deze toetst de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie. De raad stelt jaarlijks het controleprotocol met het bijhorende normenkader (alle relevante wet- en regelgeving) vast. Het normenkader fungeert als belangrijkste uitgangspunt voor de rechtmatigheidscontrole door de accountant. De accountant geeft jaarlijks door middel van de rechtmatigheidsverklaring een oordeel over de mate waarin de gemeente Leusden (financieel) rechtmatig handelt. Bij het beoordelen van de rechtmatigheid baseert de accountant zich voor een belangrijk deel op de uitkomsten van de gemeentelijke verbijzonderde interne controle (VIC). In de begroting is € 57.800 geraamd voor accountantscontrole.

Na invoering van de rechtmatigheidsverantwoording zal de accountant toetsten of de informatie van het College van B&W:

  • juist en toereikend/volledig is;
  • geschikt is voor het doel waarvoor deze wordt verstrekt;
  • bij de gemeenteraad geen ander beeld oproept, dan overeenkomst met de feiten.

De controlerende rol van de gemeenteraad wordt ondersteund, door in het kader van ‘checks en balances’ de betrouwbaarheid van de rechtmatigheidsverantwoording te toetsen. Daarom is ervoor gekozen de rechtmatigheidsverantwoording een verplicht onderdeel te laten zijn van de jaarrekening. De controlerend accountant van de gemeente toetst of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële positie en de rechtmatigheid.

Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand

Het onderzoek door de rekenkamer is gericht op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid. Ofwel: heeft het beleid de gewenste resultaten opgeleverd en is dit tegen zo min mogelijk kosten tot stand gekomen? De rekenkamer kan ook de rechtmatigheid onderzoeken. Ten aanzien van de afgeronde onderzoeken geldt dat de rekenkamer na een periode van circa anderhalf à twee jaar nagaat hoe de aanbevelingen door de gemeente in praktijk zijn gebracht en welke uitwerking zij hebben. In de begroting is voor rekenkameronderzoek € 31.000 geraamd.

Doelmatigheid en doeltreffendheid

Het college verricht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur op grond van artikel 213a van de Gemeentewet. In de Verordening Onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Leusden is bepaald dat bij dit ‘zelfonderzoek’ van het college naar het gevoerde bestuur het accent op de doelmatigheid wordt gelegd. Voor de uitvoering kiezen we voor de pragmatische insteek dat regulier te houden onderzoeken dan wel audits als collegeonderzoek worden aangemerkt.

Interbestuurlijk Toezicht (IBT)

Interbestuurlijk toezicht is een wettelijke taak van de provincie waarbij zij toezicht houdt op de taakuitoefening door gemeenten. Het wettelijke uitgangspunt is dat de provincie voor alle beleidsterreinen de toezichthouder op gemeenten is met uitzondering van de terreinen waarop de provincie geen taken heeft. Het specifieke toezicht vormt hierop een uitzondering, waarbij met name het financieel toezicht integraal, op alle gemeentelijke domeinen, van toepassing is. De verantwoording van de toezichtgebieden wordt in de begroting en de jaarrekening opgenomen. Het proces verloopt als volgt: In de jaarrekening worden de resultaten benoemd van de toezichtgebieden. De provincie beoordeelt of de gemeente het goed of slecht doet op de verschillende onderdelen. In de begroting die daarop volgt komen de verbeteracties aan de orde op die punten waarvan in rekening is gebleken dat verbeteringen noodzakelijk zijn. Het Interbestuurlijk Toezicht van de provincie betreft de volgende toezichtgebieden:

Huisvesting Statushouders
Gemeenten geven uitvoering aan de wettelijke taak om verblijfsgerechtigden te huisvesten. In de halfjaarlijkse taakstelling wordt door het Rijk het aantal verblijfsgerechtigden vastgesteld dat in Leusden gehuisvest moet worden. De provincie monitort de resultaten vanuit haar toezichthoudende rol.

WABO ( Bouwen en Milieu)
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering van toezicht en handhaving (Milieu en bouwen) en deugdelijke kwaliteit van het nalevingstoezicht. De provincie toetst of de wettelijk verplichte documenten, als basis voor het systematisch en programmatisch uitvoeren van toezicht en handhaving, aanwezig zijn. Het betreft hier onder andere een actueel beleidsplan, een jaarlijks uitvoeringsprogramma en een jaarverslag over de uitvoering van toezicht en handhaving in het voorgaande kalenderjaar. De provincie toetst niet de werkelijke uitvoering van toezicht en handhaving in de dagelijkse praktijk.

Ruimtelijke Ordening
De gemeenteraad stelt, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente, een of meer structuurvisies en bestemmingsplannen vast. Door de provincie wordt getoetst of gemeenten actuele en gebiedsdekkende bestemmingsplannen hebben en of de gemeente bij deze bestemmingsplannen de algemene regels van het Rijk in acht neemt. En of in de bestemmingsplannen voldoende rekening wordt gehouden met de beheersing van risico’s voor de veiligheid en gezondheid van mensen.

Erfgoedwet 2016
Ten aanzien van bescherming van archeologische waarden en monumenten is er toezicht op gemeentelijke ruimtelijke plannen en op vergunningverlening en handhaving. Het belangrijkste risico van inadequate uitvoering of borging van de wettelijke taken op dit gebied is het verloren gaan van onroerend cultureel erfgoed: cultuurhistorie, archeologie en monumenten. Door de provincie wordt getoetst of het erfgoedbelang afdoende is geborgd in de gemeentelijke bestemmingsplannen, de advisering door monumentencommissies goed functioneert en voldoende rekening gehouden wordt met archeologie in het vergunningentraject.

Archieftoezicht
Het doel van het toezicht op archief- en informatiebeheer is te komen tot een betrouwbare informatievoorziening waardoor verantwoording kan worden afgelegd aan burgers en anderen.

Overzicht van uitgevraagde toezichtinformatie
Op basis van de verordening systematische toezichtinformatie provincie Utrecht wordt voor bovengenoemde toezicht gebieden in het overzicht Oordeel provincie taakuitoefening en verbeterpunten ingegaan hoe wij om gaan met de door de provincie geconstateerde verbeterpunten.

Financieel toezicht
De provincie beoordeelt de gemeentelijke begroting aan de hand van het criterium "structureel en reëel evenwicht”. De toezichthouder let er op dat de begroting materieel in evenwicht is: de structurele lasten moeten worden gedekt door structurele baten. Het financieel toezicht is een continue proces dat zich steeds meer kenmerkt door een risicogerichte aanpak. De begrotings- en jaarstukken die de gemeente indient worden niet losstaand beoordeeld, maar in samenhang met elkaar en vanuit een historisch besef. Dit betekent dat de begroting 2021 in evenwicht moet zijn en als dat niet zo is dient de meerjarenraming aannemelijk te maken, dat in de eerstvolgende jaren een structureel en reëel evenwicht tot stand zal worden gebracht. Daarnaast toetst de provincie ook of de jaarrekening in evenwicht is. Het financieel toezicht is in beginsel repressief (achteraf). Preventief toezicht komt alleen voor bij hoge uitzondering. Voor de begroting 2021 voldoen we aan de toetsingscriteria. Leusden zal naar verwachting ook in 2021 voor repressief toezicht in aanmerking komen. Dit betekent dat we de begroting en begrotingswijzigingen direct kunnen uitvoeren zonder dat we afhankelijk zijn van de voorafgaande goedkeuring van Gedeputeerde Staten.

Paragraaf I Taakstellingen

Belang en doelstelling paragraaf

Met ingang van de begroting 2020 nemen wij een paragraaf taakstellingen op. Het doel van deze paragraaf is de raad te informeren over welke taakstellingen er in de begroting zijn opgenomen en over de voortgang van de uitvoering van de maatregelen.

Totaaloverzicht bezuinigingsmaatregelen

In de programmabegroting 2020-2023 is een pakket aan bezuinigingsmaatregelen opgenomen voortkomend uit de drie scenario’s die bij de Kaderbrief 2020 door de raad zijn vastgesteld. Hiernaast is vanuit de Kaderbrief 2020 een gefaseerde OZB verhoging vastgesteld vanaf 2021. Tot slot resteert nog een taakstelling vanuit een eerdere bezuinigingsronde. Het totaal aan bezuinigingsmaatregelen sluit in meerjarenperspectief op een bedrag van € 1,7 mln.

Om de voortgang te kunnen monitoren is een totaallijst van bezuinigingsmaatregelen opgesteld. Hierbij is per maatregel de status opgenomen: Gerealiseerd, Nog te realiseren of Besparingsverlies.

In de bijlage D Maatregelen scenario’s begrotingstekort (onder de knop ‘Meer’) is per maatregel een toelichting opgenomen.

Voortgang bezuinigingstaakstellingen

De raad heeft de eerste monitor bezuinigingen 2020 tezamen met de Voorjaarsnota 2020 vastgesteld. Hierbij is de haalbaarheid van de taakstellingen tussentijds geëvalueerd. Een aantal maatregelen dat in 2020 tot een besparing had moeten leiden is niet (volledig) haalbaar gebleken. De raad is voorgesteld een totaalbedrag van niet gerealiseerde maatregelen van € 246.000 incidenteel en € 80.000 structureel als besparingsverlies te nemen.

Ten opzichte van de monitor bezuinigingen 2020-1 zijn er twee maatregelen gewijzigd:

  • De eerste stap van de gefaseerde OZB verhoging ad. € 60.000 vanuit de Kaderbrief 2020 is in de OZB-tarieven 2021 verwerkt en hiermee structureel gerealiseerd.
  • De bezuinigingsmaatregel accommodatiebeleid van € 35.500 is in 2021 en 2022 gerealiseerd. Vanaf 2023 is € 3.600 hiervan gerealiseerd en € 31.900 nog te realiseren.

Onderstaande tabel geeft weer welk aandeel van de totale bezuinigingsmaatregelen tot dusver gerealiseerd, nog te realiseren en als besparingsverlies afgeboekt is.