Meer
Publicatiedatum: 14-06-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financiële begroting

Uiteenzetting financiële positie

Begrotingsresultaat 2019-2022

In onderstaande tabel geven wij u de uitkomsten van de begroting 2019-2022 waarbij als startpositie is genomen de Voorjaarsnota 2018. Separaat zijn hierin de consequenties van het CUP 2018-2022 weergegeven.

De begrotingspositie is over alle jaren positief. Dat is goed nieuws. De in de maartcirculaire verwerkte effecten van het Regeerakkoord Rutte III zijn door de meicirculaire en de problematiek rond het voorschot BCF wel minder rooskleurig geworden. Maar nog steeds bood dit de ruimte voor het opstellen van een College Uitvoeringsprogramma met een structurele last van bijna € 0,5 miljoen. Met deze ruimte zijn we in staat om een groot deel van onze ambities uit het coalitieakkoord uit te voeren. Ook dragen we bij aan de doelstellingen die het Kabinet heeft. Met name als het gaat om duurzaamheid.
Maar ook bij deze positieve cijfers moeten we alert blijven. Er zijn diverse ontwikkelingen die onze begrotingspositie onder druk kunnen zetten.
• De algemene uitkering uit het gemeentefonds blijft een onzekere factor. De meerjarige accressen zijn in historisch perspectief erg hoog. Als het economisch tegen zit en het Rijk wordt geconfronteerd met tegenvallers kan het gebeuren dat we ‘de trap weer af moeten’. Ook het voorschot BCF is een risico in onze begroting.
• In het Sociaal Domein hebben we nog geen stabiel financieel beeld. Het is nog onzeker of het huidige budgettaire kader structureel voldoende is waarbij we ons ook moeten realiseren dat Leusden in 2016 en 2017 heeft geprofiteerd van de regionale vereveningsafspraak. In het najaar 2018 worden nieuwe afspraken gemaakt over de verevening.
• Met de aantrekkende economie loopt tegelijkertijd de inflatie ook weer op. Er worden weer CAO’s afgesloten met beduidend hogere loonruimte dan de laatste jaren en de krapte op de arbeidsmarkt neemt toe. Met name in de bouwsector leidt dit tot prijsstijgingen. Voor de komende jaren heeft Leusden ook grote investeringen gepland (Hart van Leusden, twee IKC’s, renovatie de Korf). In deze begroting hebben we een stevige stelpost voor loon- en prijsontwikkeling geraamd. Het is wel de vraag of deze afdoende is.

Ontwikkelingen na opstelling Voorjaarsnota 2018
Het bij de Voorjaarsnota 2018 gepresenteerde resultaat was positief. Wij hebben hierbij echter ook aangegeven dat er nog diverse ontwikkelingen niet in de Voorjaarsnota zijn verwerkt. De meicirculaire en de voorschotregeling BCF hebben gezorgd voor een negatief budgettair effect. Voor een toelichting op deze ontwikkelingen verwijzen wij naar algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.
Hierna heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die zorgen voor een verbetering van het begrotingsresultaat waarvan wij hieronder de belangrijkste toelichten:
• Een deel van de loonkosten van de gemeente wordt gedekt uit zogenaamde externe kostendragers; grondexploitaties, kapitaalwerken en onderhoudsvoorzieningen. In 2015 is een besluit genomen deze toerekening structureel te verlagen vanwege de afloop van een aantal grote grondexploitaties. We hebben ook de formatie gereduceerd. Sinds 2016 trekt de economie echter weer aan en is er veel animo om locaties te ontwikkelen. Het budgettaire kader uit 2015 (lagere toerekening formatiekosten) is in deze begroting losgelaten. Dit betekent dat we de begrote loonkosten incl. overhead weer volledig toerekenen aan het grondbedrijf. Dit levert een meevaller op van € 182.000 aflopend naar € 97.000 in 2022.
• De kosten van bijzondere bijstand nemen toe de komende jaren. Ondanks dat het aantal bijstandscliënten redelijk gelijk blijft, geldt dit niet voor het beroep op de bijzondere bijstand. De kosten voor onder andere bewindvoering en maatwerk nemen met structureel € 32.000 toe.
• In de begroting is een nadeel van de samenwerking BLNP verwerkt. De samenwerking is in 2017 gestart op basis van een businesscase. Een deel van de ingerekende besparingen kan niet worden gerealiseerd. Hierdoor ontstaat een structureel nadeel van € 23.000 (zie ook de toelichting in de paragraaf bedrijfsvoering).

Financieel dekkingsplan CUP 2018-2022
In de kaderbrief hebben wij de uitwerking van het coalitieakkoord in het College Uitvoeringsprogramma opgenomen. De financiële vertaling van het CUP heeft in deze begroting plaatsgevonden. Bij de verschillende domeinen hebben wij de financiële gevolgen van de verschillende maatregelen weergegeven. In onderstaande tabel zijn de financiële consequenties van het CUP 2018-2022 en nieuw beleid 2019 weergegeven en geven we aan welke dekkingsmiddelen we kunnen inzetten.

De totale kosten van de bestuursopdrachten zijn onder A. weergegeven. De kosten voor nieuw beleid 2019 zijn onder B. opgenomen. Onder C. is de dekking weergegeven. Deze lichten wij als volgt toe:
1. Ruimte nieuw beleid
In de reguliere begroting is voor nieuw beleid € 80.000 incidenteel en € 50.000 structureel beschikbaar.
De incidentele ruimte voor 2019 wordt verspreid over 2019 en 2020 volledig ingezet. Daarnaast zetten we een deel van de incidentele ruimte van 2020 in. De structurele ruimte is voor € 8.000 benodigd voor dekking van nieuw beleid. De overige ruimte wordt volledig ingezet als dekking voor het CUP 2018-2022.
2. Overige dekking
Incidenteel:
- In de Voorjaarsnota 2018 hebben wij een voorstel opgenomen om het weerstandsvermogen van de algemene dienst weer op de norm te brengen door middel van het verlagen van de reserve van het Grondbedrijf die een te hoge ratio had. Binnen de algemene reserve van het grondbedrijf resteert hierna nog een surplus van € 256.000, welke nu ter dekking van de incidentele kosten van het CUP wordt ingezet.
- In het CUP zijn bestuursopdrachten op het gebied van volkshuisvesting opgenomen. Voor de uitvoering van deze bestuursopdrachten zijn diverse budgetten beschikbaar. Bij de Svn is een budget startersleningen beschikbaar van € 334.000. In de reserve met aangewezen bestemming is een fonds volkshuisvestingdoeleinden beschikbaar van € 330.000. De ruimte in de reserve fonds maatschappelijke vraagstukken bevat voor wonen een budget van € 500.000. Wij gaan er vanuit dat onze ambities kunnen worden gerealiseerd vanuit de twee eerstgenoemde bedragen. De middelen uit het fonds maatschappelijke vraagstukken kunnen worden ingezet voor het CUP.
- Na de inzet van de hiervoor genoemde middelen resteert er nog een te dekken bedrag van € 1.175.500. Hiervoor wenden wij de algemene reserve toevoeging exploitatie aan. Deze reserve heeft per 1 januari 2018 een saldo van € 5.441.000. Deze reserve heeft de functie als spaarpot waarvan het rendement wordt gebruikt als structureel dekkingsmiddel. Indien we deze reserve aanwenden ter dekking van het CUP dienen we de renteopbrengst in de begroting te compenseren. Dit betreft oplopend tot 2022 een structureel bedrag van € 11.800.
Structureel:
- Stelpost slimmere zorg Sociaal Domein: Wij stellen onszelf tot doel om met een 2% taakstelling tot een duurzame besparing te komen. De taakstelling loopt op van € 45.000 in 2019 tot € 180.000 in 2022. Het is geen bezuiniging maar een ambitie. De inspanningen en investeringen zijn erop gericht om resultaat te behalen en tegelijkertijd betere zorg. Zoals de afgelopen jaren is gebleken zijn de totale kosten van de zorg lastig in te schatten en is de toename ook afhankelijk van niet beïnvloedbare factoren. Het college heeft de ambitie om innovatie in de zorg te stimuleren. Maatregelen die wij in het CUP hebben opgenomen zijn daarop gericht. We willen die maatregelen monitoren om te laten zien wat het opbrengt. We hebben niet de illusie dat daarmee alle autonome kostenstijgingen worden gecompenseerd. De hoogte van de stelpost is op 2% van het budget geraamd. Dit percentage is gebaseerd op een inschatting op basis van ervaringscijfers in de regio.

Formatie-uitbreidingen
De Leusdense organisatie is de laatste jaren ingekrompen. Er is fors bezuinigd op het personeel. In 2013 is een taakstelling 9 fte opgelegd en vervolgens nog een keer 9 fte bij de interne kerntakendiscussie. Deels is deze formatiereductie omgezet in een flexibele schil. We merken echter dat we de flexibele schil continue volledig inzetten en dat we daarmee nog niet uitkomen. We zien de capaciteitsvraag toenemen en hebben de afgelopen jaren veel ingehuurd. Enerzijds komt dit door nieuwe wettelijke taken en anderzijds door eigen lokale ambities. In de Najaarsnota 2017 is reeds een structurele formatie-uitbreiding in verband met de toenemende regeldruk/controlelast en de toenemende dynamiek aan de ruimtelijke- en gebieds-ontwikkelingskant opgenomen. Daarbij is destijds ook aangegeven dat overige formatieve knelpunten nog zouden worden geïnventariseerd. Deze inventarisatie heeft inmiddels plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat er nog de nodige structurele- en incidentele knelpunten liggen.

Uit de inventarisatie blijkt o.a. dat een aantal taken structureel is, terwijl de dekking incidenteel geregeld is. Incidentele inhuur is met de aantrekkende markt duurder dan mensen bij ons in dienst nemen. Omdat we zien dat de taken structureel zijn, willen we hier een structurele oplossing voorstellen (informatieanalist, ICT- specialist, medewerker DIM en de financieel adviseur).

Vanaf september 2018 zijn we gehuisvest in het Huis van Leusden. Eén van de belangrijkste redenen voor de ontwikkeling van het voormalige gemeentehuis naar het Huis van Leusden is het creëren van een herkenbare plek waar de ontmoeting van de samenleving centraal staat. Om dit te bewerkstelligen achten wij het nodig om het gastvrijheidsconcept verder uit te denken en uit te werken. In 2018 hebben we daarom expertise op dit vakgebied (Hospitality Group) ingehuurd om een goed fundament neer te zetten en ‘oude’ gebruiken en gedagspatronen die niet aansluiten bij de hospitalitygedachte weg te nemen. Ook na 2018 zullen we daar nog op inzetten. De raad heeft bij amendement besloten dat de kosten beperkt moeten blijven tot het voor 2019 geraamde budget van € 65.000.

Tenslotte is inzet nodig op het gebied van Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en Beheer openbare ruimte (BOR). We zetten in op een strategisch adviseur om doelmatig en efficiënt samen te kunnen werken in de regio en in samenwerking te komen tot een Strategische Agenda. En we zetten in op werkzaamheden voortkomend uit Omgevingsvisies en het Sociaal Domein.

Afschaffing Hondenbelasting
Bij de behandeling van de Kaderbrief 2019 heeft de raad een motie aangenomen om de hondenbelasting vanaf 2019 in maximaal 10 jaar gefaseerd af te schaffen. In deze begroting hebben wij de eerste tranche van deze gefaseerde afschaffing verwerkt en de tarieven van de hondenbelasting met 10% verlaagd (zie ook de paragraaf lokale heffingen). De verlaging van de hondenbelasting met 10% kost structureel € 20.000.

Sociaal Domein

De begroting van het Sociaal Domein beslaat circa 1/3 deel van de gemeentelijke begroting. Op een aantal terreinen binnen het Sociaal Domein doen zich in 2018/ 2019, vanuit financieel oogpunt, relevante ontwikkelingen voor die hun weerslag (zullen) hebben op deze Meerjarenbegroting:


1. De belangrijkste ontwikkeling is een verdere toename van de zorgkosten voor de nieuwe taken WMO en Jeugd. In juli is de eerste prognose van de zorgkosten over 2018 door Amersfoort afgegeven. Voor de regio Amersfoort werd daarbij een overschrijding van circa 10% op het budget verwacht, waarbij de oorzaak met name ligt op de onderdelen ambulante behandeling JGGZ en Opvoed en opgroeihulp.

2. De invoering van een nieuw inkoopmodel voor zorg en ondersteuning. Vanaf 2019 vindt de regionale inkoop van de zorg in natura plaats op basis van taakgerichte financiering. Daarbij zal een groot deel van de zorg, circa 60%, worden geleverd door7 grote zorgaanbieders (de “breed spectrum aanbieders”). De budgettaire gevolgen van de inkoop 2019-2022 zullen worden verwerkt in de najaarsnota 2018, onderdeel structurele gevolgen.

3. Met ingang van 2019 wordt de regeling “Maximalisatie Eigen Bijdrage regeling tot € 17,50 per 4 weken” ingevoerd. Als gevolg van deze maatregel verwachten wij een inkomstenderving van € 190.000 en een aanzuigende werking op de zorgkosten van € 150.000. Deze effecten en de te verwachten compensatiebijdrage van het Rijk (€ 181.000) hebben wij in de voorliggende meerjarenbegroting verwerkt.
Daarnaast speelt nog het voornemen om vanaf 2020 een algemeen abonnementstarief in te voeren waarbij ook de bijdrage voor de Algemene Voorziening zal worden gemaximeerd.

4. Het nieuwe college legt in het coalitieakkoord de nadruk op het belang van een betere monitoring binnen het Sociaal Domein waardoor er meer mogelijkheden zijn om te kunnen sturen op kosten. Dit is, naast het onderzoek van Twijnstra en Gudde, mede aanleiding geweest om de zorgadministratie voor Wmo en Jeugdhulp opnieuw aan te besteden.De aanbestedingsprocedure loopt tot en met het vierde kwartaal 2018. De financiële gevolgen van het aanbestedingsresultaat zullen wij bij de najaarsnota in de meerjarenbegroting verwerken.

5. Vanaf 2019 treedt er een wijziging op in de regionaal afgesproken vereveningssystematiek. Risicoverevening is een vorm van onderlinge solidariteit op financieel gebied met betrekking tot de taakgerichte bekostiging (breed spectrum aanbieders), Landelijke Transitie Arrangementen en Save/ Veilig Thuis 18. De kosten per cliënt zijn hierbij gemiddeld hoger en het aantal cliënten is relatief klein. Ook is de invloed van de gemeenten op deze zorg beperkter. De kosten worden vanaf 2019 verdeeld op basis van een 50-50 mix van profijt- en solidariteitsbeginsel. Van de totale lasten voor onze regio verevenen we 50% via de verdeelsleutel integratie-uitkering jeugd uit de septembercirculaire 2018 en de andere 50% van de lasten 2019 verdelen op basis van realisatie in 2018. Welke financiële effecten dit voor Leusden zal hebben weten we pas bij de jaarrekening 2019, maar gelet op het voordelig herverdeeleffect in 2016 en 2017 ligt hier wel een financieel risico.
Voor de landelijke regelingen ‘transformatiefonds’ (regionaal niveau) en ‘stroppenpot’ (lokaal niveau) zijn aanvragen ingediend. De aanvraag voor het transformatiefonds betreft een Regionaal budget van 3 x € 671.000 voor de jaren 2018 t/m 2020 en wordt volledig ingezet om de transformatie bij de genoemde breedspectrumaanbieders te versterken. De aanvraag voor de stroppenpot bedraagt € 0.4 miljoen voor Leusden. Indien de totale aanvraag hoger ligt dan de in het fonds aanwezige middelen van € 200 miljoen zal door het rijk een staffelcorrectie worden toegepast. Een mogelijke toekenning vanuit de stroppenpot zal bij de decembercirculaire bekend worden.

6. De Reserve Sociaal Domein zal met name door het opvangen van de begrote tekorten op de zorgkosten 2018 en 2019 (gebaseerd op kostenniveau eind 2017) afnemen van ruim € 1 miljoen in 2018 tot € 0,5 miljoen. Vooralsnog willen wij de reserve Sociaal Domein handhaven gelet op de financiële risico’s en de nog te verwachten stijging van de zorgkosten de komende jaren.

7. In de zomer van 2019 zal een nieuw beleidskader voor het Sociaal Domein aan de raad worden voorgelegd waarin ook de financiële uitgangspunten voor de komende jaren zullen worden vastgesteld. We streven op beleids- en uitvoerend niveau naar een integrale benadering in het Sociaal Domein in het kader van zowel preventie, vroegsignalering als maatwerk. Hiertoe hebben we diverse maatregelen en middelen opgenomen in het CUP. Inzet is gericht op het leveren van doelmatig zorg mede in het licht van de beheersbaarheid van toenemende kosten.

Financiering en rente

Het rentebeleid is in 2017 vernieuwd. Vernieuwing was noodzakelijk door de wijzigingen in het BBV en de verplichting tot schatkistbankieren. Met de BBV vernieuwing zijn de fictieve rentesoorten komen te vervallen. We rekenen dus geen bespaarde rente meer over reserves en aan investeringen waar geen geldlening voor is aangetrokken wordt ook geen rente meer toegerekend. In feite kennen we nu alleen nog werkelijke rentebaten en rentelasten. De rentebaten zijn de opbrengsten uit het schatkistbankieren. Het rendement is nog steeds historisch laag. In de begroting gaan we uit van een meerjarig rendement van 1% maar dat wordt op dit moment niet gehaald. Voor het begrotingsjaar 2019 ramen we een rendement van 0,5%. De rentelasten worden gevormd door aangetrokken leningen. Voor grote investeringen wordt onder bepaalde voorwaarden projectfinanciering aangetrokken. Dat is in 2016 gedaan voor MFC Atria. Ook voor het project Hart van Leusden gaan we een geldlening aantrekken. Afhankelijk van de liquiditeitspositie en de ontwikkeling van de marktrente wordt deze lening eind 2018 of begin 2019 aangetrokken. Toekomstige investeringen in IKC’s komen ook in aanmerking voor projectfinanciering.
Door alleen de werkelijke rentebaten en –lasten te ramen is de begroting ook transparanter geworden en is de administratieve last aanzienlijk verminderd. Het conform BBV voorgeschreven renteoverzicht is opgenomen in de paragraaf financiering.

Reserves en voorzieningen

De reserves en voorzieningen zijn te beschouwen als het fundament voor de Leusdense financiële positie. Door onze reserves en voorzieningen zijn wij in staat om nieuwe beleidsvoornemens te realiseren en de infrastructuur in stand te houden (onderhoudsvoorzieningen). Daarnaast wordt een deel van het eigen vermogen ingezet om de begrotingspositie te verbeteren (rente over algemene en bestemmingsreserves). De stand van de reserves en voorzieningen per 1 januari 2019 en de prognose in meerjarenperspectief is als volgt:

Uit het overzicht blijkt dat de totale vermogenspositie in meerjarenperspectief per saldo met € 8,5 miljoen afneemt. Onderstaand lichten wij de voornaamste mutaties toe:

Reserves
• Algemene reserve; flexibel inzetbaar
De afname van de reserve in 2019 wordt met name veroorzaakt door dekking nieuw beleid (afname € 71.000) en incidentele formatie (afname € 139.000).
• Algemene reserve toevoeging exploitatie
De afname van de reserve wordt met name veroorzaakt voor dekking van het CUP. In de periode 2019-2021 wordt € 1,1 miljoen vanuit deze reserve ingezet.
• Algemene reserve Fonds maatschappelijke vraagstukken
De afname van de reserve wordt veroorzaakt door eenmalige dekking van het CUP (€ 418.000) in 2019.
• Reserve egalisatie kapitaallasten economisch en maatschappelijk nut
Investeringen met een economisch nut als ook investeringen met een maatschappelijk nut dienen te worden geactiveerd. Gedurende de toekomstige gebruiksduur wordt de investering afgeschreven en de kapitaallasten in de exploitatie opgenomen. De dekking van de kapitaallasten vindt gedeeltelijk plaats door een onttrekking uit een reserve egalisatie kapitaallasten met economisch nut of de reserve egalisatie kapitaallasten met maatschappelijk nut . Op deze wijze wordt de lasten van investeringen met economisch- en een maatschappelijk nut (gedeeltelijk) gedekt uit reserves en kostenneutraal verantwoord in de exploitatie.
• Reserve bovenwijkse voorzieningen
De reserve wordt de komende jaren nog beperkt door bijdragen vanuit de grondexploitaties. De in de reserve resterende middelen worden aangewend voor (gedeeltelijke) dekking van majeure infrastructurele projecten. Prioritering van middelen vindt plaats middels het Mobiliteitsplan dat nog aan de raad ter besluitvorming zal worden voorgelegd. In het CUP is voor deze raadsperiode € 3,75 miljoen opgenomen voor investeringen in de infrastructuur.
• Reserve Sociaal Domein
In 2019 wordt het tekort zorgkosten (€ 272.000) gedekt uit deze reserve. De kosten voor de projectleider op het sociaal domein (€ 52.000) komen eveneens ten laste van deze reserve.

Voorzieningen
• Voorziening onderhoud infrastructuur
De voorziening onderhoud infrastructuur neemt per saldo de komende jaren af met € 3 mln. De belangrijkste oorzaken zijn onderhoud wegen € 1,5 mln., onderhoud gebouwen € 0,8 mln., onderhoud sportterreinen € 0,3 mln. en onderhoud groenvoorziening € 0,4 mln. Ten aanzien van toekomstige investeringen in de riolering wordt over de komende jaren gedoteerd € 1 mln.

Meerjarig investeringsplan (MIP)

Alle vervangingsinvesteringen worden bijeengebracht op het Meerjarig Investeringsplan (MIP). In bijlage B is een overzicht opgenomen van het complete MIP, waarbij de investeringen per programma zijn weergegeven. In de tabel hierna geven wij u een samenvatting van de geplande investeringen.

 

De onderdelen van het MIP lichten wij nader toe:

Budgetautorisatie
Ter vereenvoudiging van de besluitvorming zijn de vervangingsinvesteringen van rubriek A voor de jaarschijf 2018 functioneel in de primitieve begroting geraamd. Ditzelfde geldt voor de investeringen uit rubriek C. Hierbij wordt aangetekend dat het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) eens in de vijf jaar aan de raad ter vaststelling wordt voorgelegd. In het raadsvoorstel wordt inzicht gegeven in de ophanden zijnde investeringen in de komende planperiode. Voor investeringen uit de categorie B worden u afzonderlijke besluiten ter vaststelling voorgelegd. De in rubriek D genoemde investeringen zijn overeenkomstig de laatste door de raad vastgestelde actualisering van de grondexploitatie.

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

Op grond van het Besluit Begroting en verantwoording (BBV) is een gemeente verplicht om afzonderlijk in te gaan op de zogenoemde ‘jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume’. Bij deze arbeidsgerelateerde verplichtingen is het doorslaggevend of het verloop van de uitgaven gedurende een aantal begrotingsjaren - in de regel betreft dit de begrotingsperiode van vier jaar - gelijkmatig dan wel ongelijkmatig is. Bij een gelijkmatig verloop zoals bijvoorbeeld lonen, premies en vakantiegeld moeten de uitgaven in de begroting worden geraamd. Is er sprake van een sterke omvangwisseling in het uitgavenpatroon dan moeten de uitgaven ten laste van een voorziening worden gebracht. De kosten van voormalig personeel en wethouderspensioenen worden gedekt uit voorzieningen omdat hier sprake is van een ongelijk volume.
De hoogte van de voorzieningen (per 1 januari 2019 € 2.747.000) dient te zijn afgestemd op de achterliggende verplichtingen. Jaarlijks vindt er daarom een doorrekening plaats. Deze heeft laatstelijk plaatsgevonden bij het opstellen van de Jaarrekening 2017. De eerstvolgende actualisering vindt plaats bij de jaarrekening 2018.

Meerjarenbalans 2017-2022

Het BBV schrijft voor dat in de begroting een geprognosticeerde balans moet worden opgenomen. Met deze meerjarenbalans krijgt de raad meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte.
Hieronder is de meerjarenbalans 2017-2022 opgenomen. We benadrukken dat het voor de aangegeven begrotingsjaren een prognose is. In de balans zijn de belangrijkste ontwikkelingen verwerkt zoals we die op dit moment kennen. Door toekomstige besluitvorming en (financiële) dynamiek – die er nu eenmaal altijd is bij gemeenten – zullen de hieronder vermelde cijfers in werkelijkheid gaan afwijken. Dit maakt dat de meerjarenbalans een behoorlijke mate van onzekerheid in zich heeft.

 

De vaste activa zijn voor deze meerjarenbalans geactualiseerd met de geplande grote investeringen waarover besluiten zijn genomen ten tijde van het opstellen van deze begroting. Op dit moment wordt er veel in Leusden geïnvesteerd: in het nieuwe gemeentehuis, aankoop sporthal Antares (in 2018) en Hart van Leusden. De vaste activa laten in 2018 dan ook een stijging zien. De liquide middelen en voorzieningen nemen als gevolg hiervan af.
In de meerjarige ontwikkeling van de voorraden, waar de boekwaarden van de grondexploitaties onder zijn opgenomen, is te zien dat de voorraad bouwgrond in exploitatie afneemt. De post langlopende schulden betreft de lening die als projectfinanciering voor MFC Atria is aangetrokken en in 25 jaar wordt afgelost. In 2018 is een stijging te zien. Dit is de projectfinanciering voor Hart van Leusden. En naar verwachting wordt er in 2020 en 2022 projectfinanciering aangetrokken voor IKC Berkelwijk en IKC Groenhouten.

Structureel evenwicht

Onder begrotingsresultaat en in de aanbieding is het resultaat weergegeven van alle lasten en baten in deze begroting. De begroting bevat structurele lasten en baten, incidentele lasten en baten en lasten en baten die worden gedekt ten laste van reserves. Het BBV schrijft voor dat inzichtelijk moet worden gemaakt of er sprake is van een structureel evenwicht. De incidentele baten en lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo. Indien de incidentele baten en lasten buiten beschouwing worden gelaten is het structureel evenwicht voor deze begroting als volgt:

Een specificatie van de incidentele baten en lasten is opgenomen in het onderdeel overzicht baten en lasten.

EMU-saldo

Het BBV schrijft voor dat gemeenten in de begroting een meerjarige berekening van het EMU-saldo opnemen.
Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). In dit maximale tekort van 3% hebben, naast de rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. De rijksoverheid maakt daar afspraken over met het IPO, de VNG en de UvW in het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen (Bofv). In 2018 zijn afspraken gemaakt over de EMU-tekortnorm en de onderlinge verdeling naar overheidslaag voor de periode 2019 t/m 2022. Het aandeel voor de gezamenlijke gemeenten is genormeerd op 0,27%. Om aan afzonderlijke gemeenten een beeld te geven wat dit voor hen betekent heeft het Ministerie van BZK een lijst gepubliceerd met individuele referentiewaarden voor 2019. Op deze lijst is voor Leusden een referentiewaarde van € 2,1 miljoen vermeld. Dit bedrag betreft geen norm, maar is een indicatie voor het aandeel in de gezamenlijke tekortnorm.

De berekening van het EMU-saldo vindt plaats op kasbasis, terwijl gemeenten sturen op een sluitende begrotingspositie volgens het stelsel van baten en lasten. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het begrotingsresultaat volgens het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente hierdoor toch een negatief EMU-saldo hebben. De berekening en de uitkomst van het EMU-saldo in de tabel hieronder is daardoor niet direct relevant voor de sturing op een sluitende begrotingspositie door de raad.

De in de tabel met een plus (+) opgenomen posten verkleinen het EMU-tekort, die met een min (-/-) vergroten het tekort.
Geconcludeerd kan worden dat de Leusdense begroting in 2019 met een negatief EMU-saldo van ruim € 1,6 miljoen bijdraagt aan het EMU-tekort. Dit bedrag ligt onder de referentiewaarde van € 2,1 miljoen.

Overzicht baten en lasten

Overzicht baten en lasten

Toelichting verschillen

Domein Bestuur
Binnen het Domein Bestuur neemt het saldo ten opzichte van het begrotingsjaar 2018 af met € 0,4 mln. De belangrijkste oorzaken daarvoor zijn:
- Verwerking van de CUP opdracht 2.1 capaciteit veiligheid ad. € 0,06 mln.
- Stijging van de gemeentelijke bijdrage voor de VRU ad. € 0,1 mln.
- Kosten van financiering voor het uitvoeren van gemeenschappelijke, via de VNG gecoördineerde activiteiten (o.a. KING, A+O fonds) ad. € 0,1 mln

Domein Leefomgeving
Binnen het Domein Leefomgeving nemen de lasten ten opzichte van het begrotingsjaar 2018 toe met circa € 0,7 mln.
De lastentoename binnen het Domein worden op hoofdlijn verklaard door de volgende ontwikkelingen:
- hogere kapitaallasten naar aanleiding van investeringen in gemeentelijke accommodaties ad. € 0,3 mln;
- hogere dotatie in gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen ad. € 0,14 mln;
- hogere kapitaallasten voortkomend uit investeringen van maatschappelijk nut € 0,13 mln;
- aanvullend budget voor plaatsing elektrische laadpalen (CUP), aanvullend budget bomenonderhoud (VJN ’18) en extra budget t.b.v. het faciliteren van bewonersinitiatieven en verbeteren van groenonderhoud, totaal € 0,11 mln.

Ten opzichte van het begrotingsjaar 2018 dalen de baten binnen het Domein Leefomgeving met circa
€ 3,2 mln. per jaar. Deze afname in 2019 wordt veroorzaakt door:
- € 0,8 mln incidenteel geraamde bate uit grondverkoop in 2018;
- € 0,9 mln incidenteel geraamde onttrekking uit voorziening onderhoud wegen in 2018;
- € 1,5 mln incidenteel geraamde onttrekking aan voorziening egalisatie rioolbeheer in 2018.

Domein Samenleving
Binnen het domein Samenleving neemt het saldo 2019 ten opzichte van 2018 af met € 1,7 mln. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van de lasten met € 1,6 mln. Het saldo is op hoofdlijnen als volgt te specificeren:
- Verwerking van CUP opdrachten Sociaal Domein (Zorg en Welzijn, Jeugdzorg en Onderwijs) ad. € 0,5 mln.;
- Aansluiting van de zorgbudgetten op het inkoopkader Sociaal Domein ad. € 0,9 mln.;
- Bijstelling van het budget voor Huishoudelijke Hulp als gevolg van aanzuigende werking eigen bijdrage maatregel en volume- en prijsstijgingen ad. € 0,2 mln.

Domein Ruimte
Binnen het Domein Ruimte nemen de lasten ten opzichte van het begrotingsjaar 2018 af. De belangrijkste oorzaken daarvoor zijn:
- Mutaties in grondexploitaties. Deze worden echter budgettair neutraal in de begroting geraamd.
- Een in 2018 incidenteel geraamd budget voor implementatie van de omgevingswet.
- Verwerking van een aantal CUP opdrachten ad. € 0,4 mln.

Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Binnen het Onderdeel Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien nemen de baten ten opzichte van 2018 toe met € 1,5 miljoen. Voornaamste oorzaak voor deze toename zijn de stijgende accressen van de Algemene Uitkering Gemeentefonds.
Deze stijging zet zich ook de komende jaren door tot een bedrag van € 3,7 miljoen in 2022 ten opzichte van 2018.
De lasten op dit onderdeel stijgen in 2019 ten opzichte van 2018 met € 0,6 miljoen. Voornaamste oorzaak van deze stijging zijn de hoger geraamde stelposten voor loon- en prijsstijgingen, en een aantal gerealiseerde bezuinigingen die hoger zijn uitgevallen dan de daarvoor in de begroting opgenomen budgetten.
Voor een verdere specificatie van- en inhoudelijke toelichting op de bedragen verwijzen wij u naar het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.

Overhead
Binnen de overhead neemt het saldo 2019 ten opzichte van het begrotingsjaar 2018 toe met 0,1 mln. Voor de inhoudelijke toelichting verwijzen wij u naar het domein Overhead.

Grondslag van de begrotingsramingen

De begrotingsramingen zijn gebaseerd op de volgende grondslagen:

 

Overzicht baten en lasten taakvelden 2019-2022

Dit overzicht is als bijlage opgenomen onder de "Meerknop".

 

Overzicht incidentele baten en lasten

Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken en om projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. een eindig doel hebben.

In onderstaande tabellen wordt inzicht gegeven in de incidentele baten en lasten per programma. In de eerste tabel worden de zich in de jaarbudgetten voordoende incidentele baten en lasten weergegeven. Teneinde een totaalbeeld te geven van de incidentele baten en lasten binnen de gemeentelijke begroting wordt vervolgens inzicht gegeven in de zich binnen de gemeentelijke begroting voordoende reserve mutaties (zowel incidenteel als structureel van aard).

Toelichting:
1. Voor de samenwerking BLNP is er twee jaar een budget beschikbaar voor een juridische kennisbank en opleidingen.
2. Er is incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de signalering van armoede en het bekend maken van de mogelijkheden voor (financiële) ondersteuning.
3. Er is incidenteel budget beschikbaar gesteld voor het onderzoeken van de mogelijkheden om het ontstaan van niet meer herbruikbaar (rest)afval te voorkomen.
4. De gemeente ontvangt van de Belastingdienst met terugwerkende kracht BTW terug over gedane investeringen in buitensportaccommodaties. De teruggaaf loopt door tot en met het jaar 2022.
5. Er vindt jaarlijks een onttrekking uit de Algemene reserve Grondbedrijf plaats. Dit betreft de afbouw van de rente.

Voor de jaren 2019-2022 worden de onderstaande incidentele baten en lasten verrekend met een reserve. Van de vermelde reserve mutaties wordt per Domein toegelicht met welke gemeentelijke reserve de incidentele bate of last wordt verrekend en met welke motivatie.

Toelichting:

Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
7. Dekking afbouw rente grondbedrijf
Vanaf 2017 is het niet meer toegestaan om rente door te berekenen aan de grondexploitaties als geen externe financiering is aangetrokken voor dit doel. De wegvallende rentelasten voor de algemene dienst worden gefaseerd (afbouw in 7 stappen) onttrokken aan de algemene reserve grondbedrijf.
8. Dekking CUP uit algemene reserve, toevoeging exploitatie
Het CUP wordt grotendeels gedekt uit de algemene reserve, toevoeging exploitatie.
9. Dekking CUP uit algemene reserve, flexibel inzetbaar
In 2019 en 2020 worden de incidentele lasten nieuw beleid gedekt uit de algemene reserve, flexibel inzetbaar.
10. Dekking CUP Fonds maatschappelijke vraagstukken
In 2019 wordt een gedeelte van het CUP gedekt uit het Fonds maatschappelijke vraagstukken.
11. Dekking incidenteel nieuw beleid 2019
De incidentele kosten met betrekking tot nieuw beleid 2019 worden onttrokken aan de algemene bedrijfsreserve, flexibel inzetbaar.

Domein Ruimte
12. Dekking personele beheerslasten grondbedrijf
De beheerslasten financiële administratie grondbedrijf worden onttrokken aan de algemene reserve grondbedrijf.
13. Dekking grondbedrijf algemeen
Het werkbudget restant buitengebied wordt onttrokken aan de algemene reserve grondbedrijf.
14. Dekking verkeerstelling
Eén keer in de drie jaar wordt een meer grootschalige verkeerstelling gehouden. Dekking vindt plaats uit de algemene bedrijfsreserve, flexibel deel.
15. CUP 7.1 Realiseren woningbouwprogramma
Er is incidenteel budget beschikbaar voor de actualisatie van de Woonvisie.
16. CUP 7.2 Nieuwe woningbouwlocaties
Er is incidenteel budget beschikbaar voor het monitoren van de woningvraag en het onderzoek naar nieuwe woningbouwlocaties.
17. Dekking beheerskosten duurzaamheids- en startersleningen
De beheerskosten (inzet SVN) voor het verstrekken van duurzaamheids- en startersleningen worden gedekt uit de bestemmingsreserve rente starters- en duurzaamheidsleningen.
18. Onttrekking algemene reserve grondbedrijf tbv bovenwijkse voorziening
De dotatie reserve bovenwijkse voorziening wordt gedekt uit de algemene reserve grondbedrijf.
19. Dotatie reserve bovenwijkse voorzieningen
De reserve wordt gedoteerd door onttrekking uit de algemene reserve grondbedrijf.
20. Dotatie algemene reserve grondbedrijf
Toevoeging van het resultaat afgesloten grondexploitaties aan de algemene reserve grondbedrijf.

Domein Bestuur
21. Dekking content manager
De loonkosten voor de content manager worden gedekt uit de algemene reserve, flexibel deel.
22. Dekking kapitaallasten brandweerkazerne Achterveld
Een deel van de kapitaallasten brandweerkazerne Achterveld wordt onttrokken aan de reserve dekking kapitaallasten investeringen met economisch nut.

Domein Leefomgeving
23. Dotatie reserve dekking kapitaallasten onderwijshuisvesting
De ontvangen rijksmiddelen worden gestort in de reserve vernieuwing en uitbreiding onderwijshuisvesting.
24. Dekking kapitaallasten onderwijshuisvesting
De geboekte kapitaallasten worden onttrokken aan de reserve vernieuwing en uitbreiding onderwijshuisvesting.
25. Dekking adviseur openbare ruimte
De loonkosten voor de adviseur openbare ruimte worden incidenteel gedekt uit de algemene reserve, flexibel inzetbaar.
26. Bijdrage ten behoeve van gymzalen Antares
De bijdrage ten behoeve van de gymzalen Antares wordt onttrokken uit de reserve vernieuwing en uitbreiding onderwijshuisvesting.
27. Dekking kapitaallasten investeringen met een economisch nut
De geboekte kapitaallasten van investeringen met een economisch nut worden onttrokken aan de reserve dekking kapitaallasten investeringen met een economisch nut.
28. Dekking kapitaallasten Hart van Leusden
De kapitaallasten voor de investering het Hart van Leusden worden onttrokken aan de reserve dekking kapitaallasten met een maatschappelijk nut.
29. Dekking kapitaallasten investeringen met een maatschappelijk nut
De overige investeringen met een maatschappelijk nut worden onttrokken aan de reserve dekking kapitaallaten met een maatschappelijk nut.
30. Dotatie in reserve voor terugverdieninvesteringen zwembad de Octopus
Jaarlijks wordt een bedrag gestort in de algemene bedrijfsreserve met aangewezen bestemming als gevolg van terugverdieninvesteringen in mfc’s en duurzaamheid.
31. Dekking uitgaven beheer de Schammer
De structurele onderhoudslasten aan de Schammer worden onttrokken aan de algemene reserve, aangewezen bestemming.
32. Dotatie vernieuwingsinvesteringen zwembad de Octopus
Jaarlijks wordt een bedrag gestort in de algemene bedrijfsreserve met aangewezen bestemming ten behoeve van toekomstige vernieuwingsinvesteringen zwembad de Octopus.
33. Dekking kapitaallasten tweede sporthal
De geboekte kapitaallasten worden onttrokken aan de reserve dekking kapitaallasten investeringen met economisch nut.

Domein Samenleving
34. Projectleider Sociaal Domein
De loonkosten voor de projectleider Sociaal Domein wordt onttrokken uit de egalisatiereserve Sociaal Domein.
35. Dekking opstellen leerling prognoses
De kosten voor het opstellen van leerling prognoses worden structureel onttrokken aan de egalisatiereserve sociaal domein.
36. Dekking bekostiging huishoudelijke hulp WMO
De kosten van huishoudelijke hulp worden incidenteel onttrokken aan de egalisatiereserve Sociaal Domein.
37. Stimulering wijkactiviteiten MFC Antares
De projectsubsidie voor ondersteuning wijkactiviteiten wordt incidenteel onttrokken aan de egalisatiereserve Sociaal Domein.

38. Voorkeursmodel Peuteropvang en VVE
De extra kosten voor peuteropvang en VVE worden in 2019 incidenteel onttrokken aan de egalisatiereserve Sociaal Domein.
39. Dekking tekort zorgkosten
Het tekort zorgkosten wordt in 2019 gedekt uit de egalisatiereserve Sociaal Domein.
40. CUP 3.6 Positieve gezondheid en zorg
Er is incidenteel budget beschikbaar gesteld voor het ondersteunen van lokale initiatieven.

Domein Overhead
41. Knelpunt personeelszaken

In 2019 zijn extra incidentele formatiekosten geraamd voor personeelsadministratie en HRM-advies (besluit Najaarsnota 2017). De kosten worden onttrokken uit de algemene reserve, flexibel deel.