Meer
Publicatiedatum: 16-08-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf A Lokale heffingen

Kader

In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. Leusden kent de volgende heffingen, op basis van door de raad vastgestelde verordeningen:
- Belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Hiertoe behoren de onroerendezaakbelastingen (OZB), hondenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting;
- Belastingen om kosten mee te verhalen: de heffingen en rechten. De opbrengst is niet vrij besteedbaar maar is gerelateerd aan de betreffende gemeentelijke zorgplicht of specifieke dienstverlening. Hiertoe behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, reinigingsrecht, rioolaansluitrecht, leges en lijkbezorgingsrechten.

Zie de bijlage voor een korte beschrijving van deze belastingen en heffingen.

In het Coalitieakkoord 2018 – 2022 is vastgelegd dat de gemeentelijke belastingen in beginsel niet worden verhoogd. Inflatiecorrectie is wel toegestaan. Voor gemeentelijke dienstverlening en de activiteiten waarbij dat van toepassing is blijft het principe van kostendekkendheid het uitgangspunt.

Tarieven 2019

In de Kaderbrief 2019 zijn de volgende uitgangspunten genoemd:
• Inflatie: de ontwikkeling van de inflatie leidt tot aanpassing van belastingen en heffingen met 3% (inclusief rioolheffing);
• Afvalstoffenheffing: 100% kostendekkend tarief.

 

In de tabel wordt de ontwikkeling van een aantal tarieven aangegeven.

 

*) De percentages voor de OZB wijzigen nog als gevolg van de WOZ-herwaardering (deze was nog niet gereed ten tijde van het samenstellen van deze begroting). Het voorstel met de herrekende tariefpercentages wordt aan de raad aangeboden, ter vaststelling in december 2018.

 

Afschaffen hondenbelasting

Bij de behandeling van de Kaderbrief heeft de raad op 13 september 2018 een motie aangenomen waarin het college wordt opgeroepen om voorbereidingen te treffen om de hondenbelasting vanaf 2019 in maximaal 10 jaar gefaseerd af te schaffen.  Voor 2019 voeren wij de eerste tranche van de afschaffing van de hondenbelasting uit. De tarieven voor de hondenbelasting hebben  we met 10% verlaagd (na inflatiecorrectie).
Het tarief voor de 1e hond bedraagt hierdoor € 77,70 in plaats van € 86,30. De opbrengst daalt met structureel € 20.000, waarvoor in deze begroting nog financiële ruimte is.

 
De raad heeft in de motie geen dekking aangeven voor de afschaffing van de hondenbelasting. Wij beschouwen de afschaffing van de hondenbelasting als een inspanningsverplichting. In komende jaren zal bij de begrotingsopstelling worden bezien of, en in welke mate verdere afschaffing tot de financiële mogelijkheden behoort in relatie tot de ontwikkeling van de begrotingspositie. In de Kaderbrief zullen wij de raad hierover jaarlijks een voorstel doen.  

Kostenonderbouwingen heffingen

Het BBV schrijft voor dat in deze paragraaf een overzicht van baten en lasten wordt opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De kostenonderbouwingen en gehanteerde uitgangspunten vindt u hier.

Opbrengst

 

Ontwikkelingen lokale lastendruk

Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de bedragen die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De woonlastendruk in Leusden kan als ‘gematigd’ en ‘beneden gemiddeld’ worden getypeerd.
Onderzoeken en publicaties bevestigen dat Leusden zowel op landelijk als op provinciaal niveau tot de goedkopere gemeenten behoort. Bureau Coelo van de Rijksuniversiteit Groningen houdt een landelijke ranglijst bij van ‘goedkope gemeenten’. In 2018 neemt Leusden op deze lijst met gemiddelde woonlasten van € 606 voor meerpersoonshuishoudens de 23e positie in van in totaal 380 gemeenten. Er zijn dus 22 gemeenten met lagere woonlasten en 357 gemeenten met hogere woonlasten. De landelijk en provinciaal gemiddelde woonlasten bedragen in 2018 respectievelijk € 721 en € 726.

 

In de tabel wordt de ontwikkeling van de lastendruk van 2018 naar 2019 aangegeven.

 

 

Op basis van de aangegeven cijfers stijgen de woonlasten voor Leusdense gezinnen in 2019 gemiddeld met 0,9%.
In 2019 blijven de gemiddelde woonlasten in Leusden ruim beneden het landelijk en provinciaal gemiddelde.

Toelichting:

Bij de afvalstoffenheffing gelden vanaf 2018 gedifferentieerde tarieven (diftar). Huishoudens betalen een vast bedrag per jaar, en een klein variabel bedrag per keer dat zij restafval aanbieden. Wie het afval goed scheidt, houdt minder restafval over en betaalt een lager bedrag aan variabele heffing. Per huishouden zijn de woonlasten hierdoor verschillend.
In 2017 bedroeg het gezinstarief € 195. In verband met de introductie van het nieuwe inzamelen is in de begroting 2018 de totale heffing voor een gemiddeld huishouden becijferd op € 190,40, uitgaande van 75 kg restafval per inwoner per jaar. Op basis van tussenresultaten over het 1e halfjaar 2018 wordt inmiddels verwacht dat de ingezamelde hoeveelheid restafval over geheel 2018 zal uitkomen op circa 71 kg per inwoner. Ook wordt verwacht dat huishoudens gemiddeld € 16 minder aan heffing hoeven te betalen ten opzichte van 2017.

 

 

In de afvalbegroting 2019 zijn diverse kosten- en opbrengstontwikkelingen verwerkt:
- De inzamelkosten dalen door een gunstig verlopen aanbesteding, met effect van circa € 10 per huishouden;
- De kosten voor verwerking van restafval dalen door een lager tonnage. De kosten voor de verwerking van gft stijgen door een hoger tonnage. De stijging van het tonnage gft is kleiner dan de daling van het restafval, bovendien is het verwerkingstarief voor gft lager dan voor restafval. Daardoor dalen de verwerkingskosten, effect circa € 5 per huishouden;
- De toename van het tonnage PMD leidt tot zowel een toename in de kosten van inzameling, sortering en vermarkting, als een toename van de daarvoor ontvangen vergoedingen. Deze houden gelijke tred;
- Kwd-bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afvalinzameling bieden minder restafval aan dan eerder was ingeschat, en dragen minder reinigingsrechten bij aan de afvalbegroting, verwacht effect circa € 2 per huishouden;
- Door het nieuwe inzamelen en genoemde kostendalingen wordt minder variabele afvalstoffenheffing ontvangen, gemiddeld € 16 per huishouden.

Evenals voorgaande jaren kan er in 2019 geen overschot in de egalisatievoorziening via tariefsverlaging aan de inwoners worden teruggegeven.

Voorgesteld wordt om de variabele tarieven ongewijzigd te laten. Uitgaande van 100% kostendekking zoals vermeld in de Kaderbrief komt het tarief voor het vaste deel dan uit op € 147. Dat is € 2 hoger dan in 2018. Daarmee wordt het diftar-systeem overigens niet duurder maar minder goedkoper: in 2018 zijn huishoudens gemiddeld immers beduidend goedkoper uit dan in 2017. In 2019 zijn huishoudens gemiddeld nog steeds goedkoper uit dan bij het oude inzamelsysteem, zij het iets minder dan in 2018. Bij de voorgestelde tarieven betaalt een gemiddeld huishouden in 2019 naar verwachting in totaal € 183 (gemiddeld 25 aanbiedingen x 1,44 = € 36 + € 147). Zonder de invoering van diftar zou het tarief in 2018 € 205 zijn geweest (zie paragraaf lokale heffingen begroting 2018).

De gedifferentieerde tarieven worden in december 2018 door de raad vastgesteld. Het vaste bedrag komt op de belastingaanslag van februari 2019 te staan. De afrekening voor het variabele bedrag volgt een jaar later in februari 2020, ook via een belastingaanslag.

 

Kwijtschelding

Voor de inwoners met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, hondenbelasting en rioolheffing.
De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid. Daar waar de wetgever verruimingen toestaat, zoals bijvoorbeeld voor kleine ondernemers/ZZP-ers, passen we die in Leusden toe (zie het raadsbesluit verruiming kwijtscheldingsbeleid).

Paragraaf B Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Algemeen

Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Leusden in staat is middelen vrij te maken om (incidentele) financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een financieel vangnet voor optredende gevolgen van risico’s die niet goed kunnen worden afgedekt op basis van het gevoerde risicomanagement. In deze paragraaf geven wij u inzicht in risico’s van de gemeente, het beschikbare en het benodigde weerstandsvermogen.

Beleidskader
Het beleid is vastgelegd in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2010. Er wordt onderscheid gemaakt in risico’s van de algemene dienst en die van het grondbedrijf. In het voorjaar van 2019 zullen wij de raad een voorstel tot actualisering van deze nota aanbieden.

Risicomanagement
Bewustwording van risico’s is een belangrijke stap in het beheersen van risico’s. Daarom is het van belang regelmatig stil te staan bij de risico’s die het bereiken van de doelstellingen in de weg staan en het gesprek hierover te organiseren. Onze risico’s worden systematisch in beeld gebracht en op mogelijke consequenties beoordeeld. Tweemaal per jaar wordt een monitor samengesteld waarbij risico’s worden geïnventariseerd dan wel geactualiseerd. Daarnaast zijn risico’s en risicobeheersing een vast onderdeel van de planning en control gesprekken in onze organisatie. Risicomanagement draagt zo bij aan een grotere weerbaarheid en wendbaarheid. En dat is goed voor de continuïteit van de gemeente als het gaat om de uitvoering van taken en verantwoordelijkheden in de samenleving.

Risico's Algemene Dienst

Op basis van de tweede risicomonitor 2018 zijn de belangrijkste risico’s van de algemene dienst in beeld gebracht aan de hand van een drietal scenario’s, namelijk het optimistische scenario (groen), het pessimistisch scenario (rood) en het midden scenario (oranje).

Weerstandsvermogen Algemene Dienst

Benodigd weerstandsvermogen Algemene dienst

Het benodigde weerstandsvermogen is genormeerd op 10% van de omzet van de algemene dienst. De (begrote) omzet van de algemene dienst voor 2019 bedraagt: € 56.167.000. Het benodigde weerstandsvermogen is genormeerd op € 5.617.000.

Omdat het totaal van de geïnventariseerde risico’s aan de hand van het midden scenario (€ 3.350.000) lager is dan het genormeerd benodigd weerstandsvermogen wordt bij berekening van het weerstandsvermogen uitgegaan van het genormeerd benodigd weerstandsvermogen.

 

Beschikbare weerstandsvermogen Algemene dienst
Het beschikbare weerstandsvermogen voor het afdekken van de risico’s bij de algemene dienst wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve (basisdeel). Het (begrote) beschikbare weerstandsvermogen voor 2019 bedraagt € 5.182.000. Dit betreft de geprognotiseerde stand van de algemene reserve; basisdeel per 31 december 2019.
Naast dit deel is voor het opvangen van risico’s in het sociaal domein een afzonderlijke reserve sociaal domein is ingesteld. De geprognotiseerde stand van deze reserve bedraagt per 31 december 2019: € 592.000.

 

Ratio weerstandsvermogen Algemene dienst
Wij drukken het weerstandsvermogen uit in een ratio. Met behulp van dit verhoudingsgetal wordt bepaald of het weerstandsvermogen toereikend is. De gemeente streeft naar een ratio van 1,0 met als toegestane bandbreedte een bovengrens van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Komt de ratio buiten de bandbreedte dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:

 

Conclusie:
De ratio van 0,92 (afgerond op 2 decimalen) valt binnen de bandbreedte. Het weerstandsvermogen is toereikend.

Ons risicoprofiel bestaat voor een groot deel uit risico’s binnen het sociaal domein. Onze reserve sociaal domein is primair bedoeld is om deze risico’s (deels) op te vangen. Als we de reserve sociaal domein meenemen in onze berekening zou de ratio uitkomen op 1,03.

 

Risico's grondexploitatie

Tijdens de looptijd van de projecten met een grondexploitatie kunnen zich onvoorziene omstandigheden voordoen die een positief of negatief effect hebben op het plansaldo. Deze kansen en bedreigingen kunnen voortkomen uit opbrengst- en/of kostenstijgingen/dalingen, maar ook uit vertraging of versnelling van het plan.

In de Actualisatie van de diverse grondexploitaties 2018 zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van grondexploitaties.

Leusden voert een behoedzaam financieel beleid als het gaat om de grondexploitaties. Daarom zijn er financiële buffers beschikbaar voor het afdekken van de financiële risico’s in het grondbedrijf. Voor negatief sluitende grondexploitaties zijn de risico’s afgedekt door middel van een voorziening van in totaal € 4.118.000. Dit geldt voor alle grondexploitaties van dit type en voor het volledige verlies. Voor specifieke risico’s binnen de grondexploitaties zijn deze zoveel mogelijk verwerkt in de grondexploitaties zelf. Voor de meer algemene risico’s wordt voor het grondbedrijf een weerstandsvermogen aangehouden.

Weerstandsvermogen Grondbedrijf

Benodigd weerstandsvermogen Grondbedrijf

In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is beschreven hoe de norm voor het benodigde weerstandsvermogen wordt berekend. Op basis van de grondexploitaties zoals opgenomen in de Actualisatie 2018 wordt het benodigde weerstandsvermogen grondbedrijf genormeerd op € 2.908.000.

 

Beschikbare weerstandsvermogen Grondbedrijf
Het beschikbare weerstandsvermogen grondbedrijf wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de Algemene Reserve Grondbedrijf. De omvang van deze reserve per begin 2018 bedraagt € 2.908.000 (na bestemming resultaat grondexploitatie).

 

Ratio weerstandsvermogen Grondbedrijf
Evenals voor de Algemene Dienst wordt ook voor het Grondbedrijf uitgegaan van een ratio van minimaal 1,0 met als toegestane bandbreedte een bovengrens van 1,2 en een ondergrens van 0,8. Komt de ratio buiten de bandbreedte dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:

 

Conclusie:
Met een weerstandsratio van 1 is, afgezet tegen het gemeentelijke beleid zoals vastgelegd in de Nota risicomanagement & Weerstandscapaciteit meer dan voldoende weerstandsvermogen aanwezig.

Kengetallen financiële positie

Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen.

Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van ‘zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+gemeenten en die door meerdere gemeenten worden gehanteerd. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) behoren. Wij zullen de kengetallen opnemen en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest.

In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende waarden alsmede het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan.

Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. De netto schuldquote neemt in meerjarenperspectief toe omdat onze liquide middelen sterk afnemen door een aantal investeringsprojecten. Toch blijft onze netto schuldpositie van Leusden laag en financieel gezond.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terugbetaald worden geeft dit kengetal inzicht in wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. Het aandeel doorgeleende gelden is voor Leusden relatief beperkt waardoor de uitkomt van dit kengetal niet of nauwelijks afwijkt van de netto schuldquote. Dit geeft aan dat het ‘terugbetalingsrisico’ gering is.

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen hoe gezonder de gemeente. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Leusden bevindt zich met een solvabiliteitsratio voor de begroting 2019 van 46,6% binnen deze bandbreedte. Dit betekent dat onze bezittingen zijn gefinancierd met 46,6% eigen vermogen (reserves) en 53,4% vreemd vermogen (voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden).

De solvabiliteitsratio heeft als signaleringswaarde B. Dit wordt mede veroorzaakt door het grote aandeel van onderhoudsvoorzieningen in onze balans. Wanneer rekening wordt gehouden met deze voorzieningen, door deze uit het balanstotaal van de vaste en vlottende passiva te halen, dan komt de solvabiliteitsratio uit op 62,6% voor begrotingsjaar 2019. Hieruit blijkt dat Leusden in staat is zeer goed te voldoen aan zijn financiële verplichtingen.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Het kengetal geeft hiermee aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte heeft als signaleringswaarde B voor het begrotingsjaar 2019 maar gaat in meerjarenperspectief naar signaleringswaarde A.

Kengetal grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van gemeentes. De boekwaarde van de voorraad gronden is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.
Het kengetal geeft weer hoe de waarde van de grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. Hoe lager het kengetal, hoe beter. In meerjarenperspectief neemt ons kengetal af omdat de grondexploitaties langzaam aflopen. Dit is een gunstige ontwikkeling.

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Voor de begroting 2019 komt het kengetal voor de belastingcapaciteit uit op 87,4%. De belastingcapaciteit ligt onder het landelijk gemiddelde.

Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie
Het weerstandsvermogen van de Gemeente Leusden is toereikend waardoor er voldoende ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen. Daarnaast geven de financiële kengetallen aan dat Leusden een sterke financiële positie heeft. De schuldenlast van Leusden ten opzichte van de eigen middelen is relatief laag. Hierdoor is de druk van de rentelasten en de aflossing van geldleningen op de exploitatie laag te noemen. Ook is onze belastingdruk laag te noemen ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Voor Leusden is in het meerjarenperspectief sprake van een structurele vrije ruimte binnen onze begroting. Hiermee hebben we ruimte om structurele risico’s op te vangen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan dat wij nog boekwaarden aan voorraad gronden hebben die door middel van verkopen moeten worden goedgemaakt. In meerjarenperspectief neemt dit sterk af. Ook beschikken we voor onze grondexploitaties over ruim voldoende weerstandsvermogen om eventuele financiële tegenvallers op te vangen.

 

Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Op het gebied van kapitaalgoederen worden twee fasen onderscheiden:
- het verkrijgen (aanschaf) of vervaardiging van kapitaalgoederen;
- het onderhoud van kapitaalgoederen.
In deze paragraaf wordt een beeld geschetst van de actuele ontwikkelingen rond het onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen, wat er in de begrotingsperiode aan uitvoering gaat plaatsvinden en welke middelen hiermee zijn gemoeid. Het onderhoud en beheer van kapitaalgoederen is van groot belang voor het goed functioneren van de gemeente. Het onderhoud van kapitaalgoederen bestaat uit twee soorten onderhoud: het dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten ten laste van de exploitatie komen en het groot onderhoud, waarvan de kosten ten laste worden gebracht van de gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen.

Evenals in voorgaande jaren zal aan het einde van de paragraaf kort worden ingegaan op een aantal projecten met betrekking tot (het verkrijgen/vervaardigen van) kapitaalinvesteringen op het beleidsterrein van Verkeer en Vervoer.

Beleidskader

Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in het jaar 2012 vastgelegd in de IBOR rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). Middels de rapportage Groot Onderhoud 2016-2019 zijn de diverse onderhoudsplannen per discipline financieel geactualiseerd. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie ‘basis’ (B) nagestreefd. Het dagelijkse, kleinschalige onderhoud is als een maatregel van de Kerntakendiscussie 2013 vastgesteld op kwaliteitsniveau C met ingang van het jaar 2015. Vanaf het jaar 2017 zijn structureel middelen in de begroting opgenomen om delen van het verzorgende onderhoud terug op niveau B te brengen.

Kapitaalgoederen in Leusden

Het dagelijks- en het groot onderhoud van deze kapitaalgoederen vergt circa 20% van de (jaarlijkse) gemeentelijke lasten.

Ontwikkelingen

Actualisatie groot onderhoud
Eind 2016 is een geactualiseerd groot onderhoudsperspectief ter besluitvorming voorgelegd aan het college voor de periode 2016-2019. De actualisatie vormt de basis voor de in de begroting opgenomen onderhoudsuitgaven.
Uitgangspunt hierbij blijft, dat het groot onderhoud op de kwaliteitsambitie ‘basis’ uitgevoerd wordt.

Ontsparingsmaatregel onderhoudsvoorzieningen
Als onderdeel van de Kerntakendiscussie 2013 is besloten om jaarlijks minder te sparen voor groot onderhoud. Dit betreft een financieel-technische ‘ontsparingsmaatregel’ waarbij jaarlijks € 425.000 minder aan de onderhoudsvoorzieningen wordt toegevoegd c.q. minder gespaard wordt voor het groot onderhoud van de infrastructuur. Met deze maatregel is de onderhoudsperiode waarvoor vanuit de onderhoudsvoorziening gespaard is verkort van 16 naar circa 12 jaar. Voor het feitelijke onderhoud heeft deze technische maatregel geen gevolgen. Het betekent wel dat de gemeente na verloop van tijd extra zal moeten sparen om het noodzakelijke groot onderhoud te kunnen uitvoeren. De lasten van toekomstig onderhoud worden doorgeschoven naar toekomstige jaren en zullen in de toekomst vragen om de beschikbaarstelling van aanvullend budget.

Voorzieningen ondergrondse afvalinzameling
In het jaar 2018 is de invoering van het Nieuwe inzamelen afgerond. Er zijn nu 120 restafvalcontainers en 29 PMD containers. Deze zijn allen voorzien van paslezers. Vanaf 2019 worden de afgeschreven containers vervangen. Hierbij wordt ook gekeken naar het actualiseren van de gft zuilen. De oude- en afgeschreven zuilen worden vervangen door moderne, meer gebruiksvriendelijke zuilen. In 2019 worden maatregelen genomen om bij hoogbouwlocaties de inzameling van PMD beter te laten plaatsvinden. Dit vindt plaats in overleg met de bewoners. Besluitvorming hierover wordt aan de raad voorgelegd.

Openbare Verlichting
In april 2015 is het Beleidsplan Openbare Verlichting door de raad vastgesteld. Eind 2016 is een all-in contract voor onderhoud en vervangingswerkzaamheden voor een contractperiode van 15 jaar afgesloten. In 2017 is gestart met een grootschalige vervanging van armaturen. Op dit moment bevindt de vervanging zich in een afrondende fase. In financiële zin levert het nieuwe contract naar verwachting een besparing op ten opzichte van de kaders van het Beleidsplan Openbare Verlichting. Naar huidige inzichten zal in het jaar 2019 volledig inzichtelijk zijn hoe hoog de feitelijke besparingen op investeringslasten en exploitatie lasten liggen. Tot die tijd vormt de financiële uitwerking van het Beleidsplan Openbare Verlichting het kader dat in de gemeentebegroting wordt opgenomen.

Groot onderhoud 2016-2019

Eind 2016 is de groot onderhoudsrapportage 2016-2019 opgesteld op basis van een uitgebreide inspectie.
Deze rapportage vormt de basis voor de in de programmabegroting 2019 opgenomen onderhoudsbudgetten. Onderstaand wordt per onderhoudsdiscipline ingegaan op de voorziene activiteiten in het jaar 2019.

Onderhoudsplan 2019

Riolering
Uitvoeringsplan: Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023
Stand van zaken: In 2019 wordt een nieuw GRP vastgesteld voor de planperiode van 2019-2023. In het GRP zijn de zorgplichten voor de omgang met hemel-, grond- en afvalwater verwoord en is een meerjarenplanning opgenomen voor zowel onderzoeken als vervangingen en renovaties. Ook wordt aandacht aan maatregelen voor de klimaatadaptatie.
In 2019 wordt met de buurgemeenten Amersfoort, Nijkerk en Bunschoten in een aantal gezamenlijke werken riolering geïnspecteerd en vernieuwd. Daarnaast worden er verbetermaatregelen doorgevoerd aan de rioleringsstelsels van Leusden Zuid en Oud Hamersveld. In 2019 wordt gestart met de uitvoeringswerkzaamheden voor de vervanging van 3.000 meter riolering in de Hessenweg in Achterveld. Daarbij worden ook maatregelen getroffen voor de in ontwikkeling zijnde Zuiveringskas in De Glind in onze buurgemeente Barneveld. De gemeente Leusden draagt bij door het vuilwater van Achterveld via een persleiding naar de Zuiveringskas aan te leveren. De eerste werkzaamheden voor de aanleg van de persleiding worden vooruitlopend op de ontwikkeling van de Zuiveringskas nu al meegenomen in de werkzaamheden van de Hessenweg.

Water
Uitvoeringsplan: Baggerplanning stedelijk gebied Leusden 2014-2023, onderhoudsplan stedelijk water 2011-2016, Groot onderhoud 2016-2019.
Stand van zaken: Op basis van slibmetingen in Leusden en Achterveld is een nieuwe baggerplanning en prioritering opgesteld. De eerste baggerwerken vonden plaats in 2018 en worden in 2019 voortgezet. Naast baggerwerk worden in de wijk Valleipark de wadi’s definitief ingericht en landschappelijk ingepast. Tot slot worden er lokaal beschoeiingen en damwanden vernieuwd of gerenoveerd.

Wegen
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016 - 2019
Stand van zaken: Begin 2014 is er een weginspectie uitgevoerd. Deze vormt de basis voor het huidige grootonderhoudsplan. Geconstateerd is dat er nagenoeg geen sprake is van achterstallig onderhoud.
Activiteiten 2019: In 2019 wordt het regulier groot onderhoud uitgevoerd.
   o uitvoering regulier onderhoud asfalt verhardingen;
   o uitvoering regulier onderhoud elementen verhardingen.
Voor regulier onderhoud staat er voor het jaar 2019 een uitgave van € 800.000 in de planning op basis van de in 2014 uitgevoerde verhardingsinspectie. In 2018 wordt er een nieuwe weginspectie uitgevoerd. Als de resultaten uit deze inspectie hiertoe aanleiding geven, kunnen er op grond hiervan aanpassingen in het uitvoeringsprogramma worden gedaan. Voor asfalt en elementen dient ook meer kleinschalig onderhoud te worden uitgevoerd. Hiervoor is circa € 50.000 benodigd. Voor de aanleg van enkele nieuwe parkeervakken en kleine reconstructies wordt een uitgave van € 30.000 benodigd. Voor de actualisering van het wegenbeheerplan is incidenteel € 50.000 opgenomen. Naast eerder genoemde activiteiten staan er onderhoudswerken- en bijdragen aan diverse projecten voor 2019 genoteerd, te weten de volgende werken en locaties:
  -Hessenweg                                         reconstructie van de Hessenweg in Achterveld.
  -Leusden Zuid                                     herinrichting en riool vervanging.
  -Hart van Leusden                           herinrichting openbare ruimte winkelcentrum.
  -Hamersveldseweg-zuid              herinrichting en aanleg fietspad
  -Horsterbrug                                       vervanging verkeersbrug. Uitvoering start in november 2018.
  -Horsterweg-Plesmanstraat     kleine aanpassingen wegprofiel en vervangen asfaltdeklaag.
  -Ursulineweg                                      herinrichting en rioolvervanging.
Deze werken worden verder voorbereid en aanbesteed in het jaar 2019. Uitvoering van de werkzaamheden vindt naar verwachting hoofdzakelijk in het jaar 2019 plaats maar kent ook een gedeeltelijke overloop naar het jaar 2020. Afhankelijk van de voortgang van het werk zullen uitgavenbudgetten voor het jaar 2019 bijgesteld worden bij de voorjaarsnota of de najaarsnota. Groot onderhoudsuitgaven vanuit de discipline wegen vinden plaats binnen de financiële kaders van de meerjarige onderhoudsraming 2016-2019.

Wegenbouwkundige Kunstwerken
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016 - 2019
Stand van zaken: Het vervangen/renoveren van civiele kunstwerken (bruggen) is in voorbereiding en de uitvoering daarvan vindt eind 2018, begin 2019 plaats. Naar aanleiding van een brandbrief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu over de constructieve veiligheid van bestaande bruggen zijn de bruggen over het Valleikanaal getoetst op constructieve veiligheid. Hieruit is naar voren gekomen dat de brug over de Horsterweg dient te worden vervangen en verbreed (op basis van geconstateerde schade/aantasting). Middels de najaarsnota 2018 wordt aanvullend krediet aangevraagd bij de raad. Bij de vervanging wordt ook gekeken naar de beeldkwaliteit als onderdeel van de Grebbelinie en van de Entree van Leusden. Ook de bruggen bij de Asschatterweg en de Langesteeg zullen mogelijk extra versterkt moeten worden. Naar verwachting kan medio 2019 bepaald worden in hoeverre er additionele middelen nodig zijn teneinde de laatste twee bruggen in stand te houden.
Onderhoud aan de parkeergarages is doorgeschoven tot na de oplevering van het Huis van Leusden. In 2019 wordt onderzocht wat nodig is om de parkeergarage weer op niveau te krijgen. Renovatie van kademuren in de Hamershof wordt gekoppeld aan de besluitvorming van het project Hart van Leusden.

Verkeersregelinstallaties
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019
Stand van zaken: Voor de verkeerregelinstallaties (VRI’s) is zowel jaarlijks storingsonderhoud als grootschalig vervangings- of renovatiebeheer van belang. Het storingsonderhoud wordt gezamenlijk uitgevoerd met de buurgemeenten Amersfoort en Soest. In 2019 wordt deze samenwerking voortgezet en een nieuwe aanbesteding voorzien zodat het meerjarig onderhoud geborgd blijft. Op het gebied van groot onderhoud staat er een vervanging gepland van de VRI bij de Horsterweg ter hoogte van de Plesmanstraat. In een gezamenlijk project met de disciplines verkeer en wegbeheer wordt bezien of dit vervangingsmoment aanleiding geeft tot aanpassing aan de inrichting van de weg en de fietsoversteek. Tot slot wordt in 2019 op globaal niveau de werking en functionaliteit van de VRI’s beschouwd zodat afgewogen kan worden of er aanpassingen aan de VRI’s plaats dienen te vinden of dat het aantal VRI’s op termijn kan worden beperkt. In aanvulling op deze globale verkenning wordt er een nadere analyse uitgevoerd van de verwerkingscapaciteit van de verkeerslichten aan de Randweg.

Openbare Verlichting
Uitvoeringsplan: Beleidsplan Openbare Verlichting 2015 – 2024 en Groot onderhoud 2016-2019
Stand van zaken: In april 2015 is het Beleidsplan Openbare Verlichting door de raad vastgesteld.
Een nieuw all-in contract voor onderhoud en vervangingswerkzaamheden is in 2016 afgesloten. In 2019 vinden vervangingsinvesteringen plaats conform het beleidsplan. Dit dient bij te dragen aan een verdere reductie van de jaarlijkse exploitatielasten van de Openbare Verlichting zoals beschreven in het Beleidsplan Openbare Verlichting.

Gebouwen
Uitvoeringsplan: Groot onderhoud 2016-2019
Stand van zaken: De uitvoeringsplanning voor het groot onderhoud van 2019 is gebaseerd op de inspectie vanuit het prestatiecontract (van de aannemers Bloemendal en Croon) per voorjaar 2015 en is bijgewerkt met het daadwerkelijk uitgevoerde onderhoud tot en met 2017. Bij panden waar een keuze tot renovatie voorligt worden geplande onderhoudsmaatregelen voorlopig uitgesteld.
Vanwege de geplande aanbesteding van het prestatie contract en een hieruit mogelijk volgende wisseling van aannemer is de verwachting dat het uit te voeren groot onderhoud in 2019 beperkt zal zijn. Bij de aankomende aanbesteding van het prestatie contract voor het preventieve (jaarlijkse) onderhoud wordt bekeken of- en voor welk deel de voorziene groot onderhoudsmaatregelen hierin meegenomen kunnen worden.
Voor een aantal relatief ‘nieuwe gebouwen’ zijn nog gemiddelde jaarbedragen opgenomen in de uitgavenplanning. Dit betreft bijvoorbeeld het Huis van Leusden en ook de gymzaal van MFC Atlas. De in de begroting van 2019 voor deze panden opgenomen bedragen zullen naar verwachting niet gespendeerd worden maar dienen uiteraard wel beschikbaar te blijven in de onderhoudsvoorziening. Overwegend zijn er dan ook veelal kleinere maatregelen in uitvoering in het jaar 2019. Belangrijke activiteiten in het jaar 2019:
- als gevolg van nieuwe regelgeving is de gemeente verplicht om een ventilatiesysteem aan te brengen in de sportzaal Achterveld. Dit    doordat nieuwe regelgeving warmteterugwinning eist (per 1 januari 2017). De gevolgen van de nieuwe regelgeving voor de gemeentelijke panden worden nog in beeld gebracht worden. Indien noodzakelijk zullen hiertoe aanvullend benodigde middelen bij de Raad worden aangevraagd;
- het vervangen van de luchtbehandelingskast bij de gebouwen Fort33 en bibliotheek LC;
- de vervanging van de dakbedekking bij de Moespot;
- het maken van nadere onderhoudsafspraken rond het Huis van Leusden (deels vanuit de vereniging van eigenaren);
Voorziene projecten in 2019:
- het opknappen van locatie van de voormalige bibliotheek in Achterveld voor de nieuwe broedplaats;
- voorbereiding op- dan wel feitelijke renovatie van MFA de Korf, afhankelijk van besluitvorming hier over door de raad.

Groen
Uitvoeringsplan:     Groenbeleidsplan gemeente Leusden ‘Groene rijkdom in beeld’ (2005),
                                           Oplegnotitie Prioritering Groenbeleid gemeente Leusden,
                                           Bomenplan 2012-2021
Stand van zaken: Het groot onderhoud groen is vanaf 2015 gedeeltelijk opgenomen in het woonomgevingsbestek voor de openbare ruimte. In dit bestek is een jaarlijks bedrag van € 40.000 opgenomen voor groenrenovaties in de directe woonomgeving. In het kader van ‘’de samenleving voorop’’ kunnen bewoners initiatieven indienen voor onderhoud en inrichting van het openbaar groen. Door middel van het beschikbaar gestelde budget kunnen plannen die door de groenaannemer en bewoners worden uitgewerkt - na gemeentelijke goedkeuring- worden uitgevoerd. Het overige budget wordt met name gebruikt voor renovaties in de groene hoofdstructuren van de gemeente Leusden. Uitgangspunt voor deze renovaties is met name het Groenbeleidsplan en de oplegnotitie prioritering Groenbeleid gemeente Leusden.
In 2019 moeten de uitgangspunten uit deze twee beleidsdocumenten verwerkt zijn en een groenbeheerplan voor de gemeente Leusden. Doel van dit beheerplan is om inzicht te geven in de manier waarop de openbare ruimte duurzaam in stand wordt gehouden. Het beschrijft de omvang en de gewenste kwaliteit van de te beheren arealen en de (financiële) middelen die daarvoor nodig zijn.

Speelvoorzieningen
Uitvoeringsplan:        Speelruimteplan 2011-2021
                                             Groot onderhoud 2016-2019
                                             Uitvoeringsplan Spelen 2017-2025
Stand van zaken: In maart 2012 is het Speelruimteplan 2011-2021 vastgesteld. Volgens dit plan gaat de gemeente het aantal speeltoestellen verminderen om op onderhoudskosten te besparen. Als onderdeel van het Uitvoeringsplan Spelen 2017-2025 is een systematiek ontwikkeld die als leidraad dient bij het realiseren van de bezuiniging. Met deze systematiek zetten we in 2019 actiever in op het reduceren van het aantal speeltoestellen. De wensen van direct omwonenden worden zo goed mogelijk betrokken bij de nieuwe inrichting van pleinen waar speeltoestellen worden verwijderd. De bij Nieuw Beleid 2017 door de raad beschikbaar gestelde geldelijke impuls van € 25.000 per jaar wordt met name hiervoor ingezet. Er is niet altijd een speeltoestel nodig om kinderen uit te dagen buiten te spelen of om mensen aan te moedigen elkaar te ontmoeten. In gesprek met omwonenden zoeken we naar alternatieven om deze functies toch een plek te geven op de Leusdense veldjes en pleinen. De manier van omgaan met buurtinitiatieven (Samenleving Voorop) zetten we in 2019 voort. Binnen de kaders van het Uitvoeringsplan Spelen 2017-2025 zoeken we naar mogelijkheden om invulling te geven aan de wensen van inwoners. Eigen inzet van bewoners in de vorm van meedenken, zoeken van draagvlak, zo mogelijk een financiële bijdrage, uitvoering van werkzaamheden, sponsoring, is daarbij een voorwaarde. Bij het opnieuw inrichten van pleinen hebben we bijzondere aandacht voor de sociale functie die ze kunnen vervullen voor meerdere generaties in de wijk.

Sportterreinen
Uitvoeringsplan:  Groot onderhoud 2016-2019: meerjarenplanning Buitensportaccommodaties
Stand van zaken: In 2016 is in samenwerking met ingenieursbureau Kybys een nieuw model opgesteld voor het onderhoud van de buitensportaccommodaties. Deze nieuwe meerjarenplanning sluit nog beter aan op de praktijksituatie en in het model zijn de meest recente (kostentechnische) inzichten meegenomen. In het nieuwe model zijn alle kosten tot en met het jaar 2040 inzichtelijk gemaakt
zodat duidelijk is welke financiële middelen gereserveerd dienen te worden om alle buitensportaccommodaties duurzaam in stand te houden. Voor het jaar 2019 staan alleen een aantal kleinere onderhoudsmaatregelen gepland. Voor 2020 staan kunstgrasvelden 3 en 4 van Roda’46 in de planning voor de renovatie van de toplaag. Momenteel worden met Roda’46 de mogelijkheden verkend voor de omvorming van natuurgrasveld 2 naar een (semi)kunstgrasveld. Roda’46 dient deze wens tot omvorming zelf te bekostigen.

Budgetten

Onderstaande tabel geeft inzicht in de totale kosten voor het groot onderhoud van de kapitaalgoederen, zoals opgenomen in de diverse programma’s van de begroting. De uitgaven zijn inclusief indirecte kosten en BTW, daar waar de BTW kostprijsverhogend doorwerkt in de budgetten. De uitgavenbudgetten zijn gebaseerd op de groot onderhoudsactualisatie 2016-2019 van de onderhoudsvoorzieningen.

Onderhoudsfondsen

Het groot onderhoud aan de kapitaalgoederen wordt gedekt uit diverse onderhoudsvoorzieningen. Naar huidige inzichten zijn er voor de instandhouding van de verschillende kapitaalgoederen per 1 januari 2019 de volgende bedragen beschikbaar in de (onderhouds)voorzieningen (x€ 1.000):

 

Toevoegingen aan de voorzieningen

Via de exploitatie worden jaarlijks middelen toegevoegd aan de diverse onderhoudsfondsen.

De structurele toevoeging aan de onderhoudsvoorziening (exclusief riolering) loopt in de meerjarenbegroting op naar € 3,2 miljoen in het jaar 2022. De jaarlijkse dotatie is hierbij verlaagd met € 425.000 als gevolg van de eerder vermelde technische maatregel uit de kerntakendiscussie 2013 waarbij jaarlijks minder wordt gereserveerd ten behoeve van toekomstig groot onderhoud.

De middelen in de voorzieningen in combinatie met de jaarlijks toevoegingen die cumulatief toenemen garanderen de uitvoering van het onderhoud zoals vastgelegd in de meerjarenonderhoudsplannen.

Kapitaalsinvesteringen beleidsplan Verkeer en Vervoer

Het vigerende Beleidsplan verkeer en vervoer is gedateerd. Dat geldt ook voor het uitvoeringsprogramma dat daarop gebaseerd is. Daarom wordt gestart met het opstellen van een nieuw Mobiliteitsplan. Ook dit plan krijgt een uitvoeringsprogramma waarin staat welke maatregelen nodig zijn om Leusden op langere termijn bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Daarbij wordt een prominente rol toegekend aan het onderwerp duurzaamheid.
Aan de hand van het nieuwe Mobiliteitsplan wordt bepaald welke maatregelen nodig zijn, op welk moment en in welke volgorde deze uitgevoerd moeten worden.
Belangrijke aandachtspunten zijn:
- de ontsluitingswegen moeten voldoende capaciteit hebben om het verkeersaanbod te kunnen verwerken om daarmee sluipverkeer door woonwijken zoveel mogelijk te beperken;
- er wordt doorlopend slim gebruik gemaakt van de technische mogelijkheden om de doorstroming te waarborgen, bijvoorbeeld door een optimale afstemming van verkeerslichten;
- waar technische mogelijkheden niet toereikend zijn om de groei van het autoverkeer op te vangen, is uitbreiding van de beschikbare capaciteit nodig. Dit komt neer op het aanbrengen van extra asfalt;
- de mogelijkheden en toegevoegde waarde van het openbaar vervoer worden meegenomen in het Mobiliteitsplan.

De uitvoeringsmaatregelen uit het nieuwe Mobiliteitsplan worden in eerste instantie gedekt vanuit de nog binnen de reserve bovenwijkse voorzieningen vrij aanwendbare middelen. Hierop aanvullend is in het CUP 2018 – 2022 een extra investeringsvolume opgenomen van € 3,75 mln. (€ 0,75 mln. per jaar). Nieuwe initiatieven en projecten vanuit het Mobiliteitsplan zullen vanuit de beide dekkingsbronnen worden bekostigd.

Vooruitlopend op het Mobiliteitsplan geven wij een overzicht van de projecten die inmiddels zijn opgestart of die komend jaar in gang worden gezet.

Verkeersplan Achterveld
In het eerste kwartaal van 2019 willen we starten met de herinrichting van de Hessenweg in de kern Achterveld. Directe aanleiding is de vervanging van het in deze weg gelegen hoofdriool. In overleg met de Denktank is een herinrichtingsplan opgesteld dat nu nader wordt uitgewerkt. De insteek is om de Hessenweg veiliger en leefbaarder te maken en weer een dorps karakter te geven. Een belangrijk deel van de kosten wordt gedekt uit een provinciale subsidie (Actieplan Fiets).

Aanleg fietsvoorzieningen Hamersveldseweg-zuid
Langs de westzijde van de Hamersveldseweg-zuid wordt een vrijliggend fietspad aangelegd. Omdat de ruimtelijke mogelijkheden beperkt zijn worden in het gedeelte tussen de Grasdrogerijweg en de voormalige spoorwegovergang langs weerszijden van de weg rode fietsstroken aangelegd. Ter verhoging van de verkeersveiligheid wordt laatstgenoemd deel van de Hamersveldseweg aangewezen en ingericht als 30 km-gebied.

Fietsplan Leusden
We willen uitvoering geven aan een aantal in het onlangs vastgestelde Fietsplan genoemde maatregelen, waaronder de start van een haalbaarheidsstudie naar de aanleg van een fietspad langs de Pon-lijn en de aanleg van fietsvoorzieningen langs de Leusbroekerweg (tussen Hamersveldseweg en de Arnhemseweg).

Paragraaf D Financiering

Treasury-functie

De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van de overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. De functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet FIDO, de ministeriële regeling Ruddo en de Treasuryverordening 2016.

 

Financieringsbeleid

De gemeente zet de overtollige geldmiddelen uit bij de Nederlandse Staat (schatkistbankieren).
Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering met externe middelen beperkt door eerst de eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn kunnen externe middelen in de vorm van projectfinanciering worden aangetrokken.

Financieringspositie

Om de financieringsbehoefte te bepalen wordt gekeken in welke mate de boekwaarde van de vaste activa en de bouwgrondexploitaties worden gefinancierd met eigen vermogen (reserves) en lang vreemd vermogen (voorzieningen en langlopende leningen). Hierbij is rekening gehouden met projectfinanciering voor Hart van Leusden, IKC Berkelwijk en IKC Groenhouten. De berekening wordt in onderstaande tabel weergeven.
Uit de tabel blijkt dat er de komende jaren geen aanvullende financieringsbehoefte is.

Indicatoren

Om vooral de financieringsrisico’s (renterisico’s) te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Daarnaast is met het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald.
De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet.

Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is om tot een spreiding binnen de langlopende lening portefeuille te komen zodat het renterisico wordt beperkt. De jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In 2015 is een 25-jarige BNG-lening van € 6,0 miljoen aangetrokken voor MFC Atria. In de begroting 2019 is gerekend met een 25-jarige lening van € 5,7 miljoen voor Hart van Leusden per 1-1-2018. Het daadwerkelijke moment van aantrekken is afhankelijk van de renteontwikkelingen en de beschikbaarheid van eigen financieringsmiddelen.
De jaarlijks verplichte aflossingen van deze leningen vallen ruim binnen de gestelde norm.

Kasgeldlimiet
Het doel van de kasgeldlimiet is om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. Gemeenten mogen hun financieringsbehoeften slechts voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) financieren. In de wet Fido is bepaald dat de gemiddelde netto vlottende schuld (looptijd korter dan een jaar) per kwartaal de kasgeldlimiet niet mag overschrijden. De norm is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.
De Gemeente Leusden heeft op dit moment geen schulden met een looptijd korter dan een jaar (kort geld).

Drempelbedrag schatkistbankieren
De lagere overheden zijn verplicht overtollige middelen aan te houden bij het Ministerie van Financiën (schatkist). Om het dagelijkse kasbeheer doelmatig uit te kunnen voeren is een drempelbedrag bepaald wat buiten de schatkist mag worden gehouden: een bedrag van 0,75% van het begrotingstotaal. Wij mogen in 2019 dus een positief rekening-courantsaldo bij de banken hebben van € 431.000; al het meerdere zal dagelijks naar de schatkist worden overgemaakt.

Rente en beleggingsvolume

Rentebeleid
In lijn met de BBV-richtlijnen verantwoorden we in de begroting alleen de (verwachte) werkelijk te betalen en te ontvangen rente. Op het taakveld Treasury worden de rentelasten van de investeringen meerjarig geraamd op basis van de liquiditeitsprognose. Aan activa worden de werkelijke rentelasten van externe leningen toegerekend. In de Leusdense begroting is dit alleen het geval bij de rente van projectfinanciering (zie hierna bij ‘Betaalde rente’). Voor de overige activa zijn geen leningen aangetrokken, waardoor er alleen afschrijvingslasten worden toegerekend.
De fictieve renteboekingen (bespaarde rentevergoeding over het eigen vermogen en interne rekenrente) zijn vanaf 2018 afgeschaft.

 

Betaalde rente
- Het tarief van de in 2015 aangetrokken geldlening bij de BNG van € 6 miljoen is 1,705% voor de hele looptijd (25 jaar). Deze geldlening wordt gebruikt voor de financiering van het project MFC Atria. De rentelast van deze geldlening wordt toegerekend aan dit MFC.
- In de begroting 2019 is gerekend met een 25-jarige lening van € 5,7 miljoen voor Hart van Leusden per 1-1-2018 met een rentepercentage van 1,65%. Het daadwerkelijke moment van aantrekken is afhankelijk van de renteontwikkelingen en de beschikbaarheid van eigen financieringsmiddelen.

Rentevisie
Uit diverse rentenotities blijkt dat de banken en financiële instellingen nog niet verwachten dat de rente op korte termijn gaat stijgen. De Europese Centrale Bank heeft aangekondigd dat het obligatieaankoopprogramma vanaf december 2018 stop wordt gezet en verwacht dat renteverhogingen pas na de zomer 2019 aan de orde zullen zijn. De renteontwikkelingen in de Verenigde Staten zijn van invloed op de renteonwikkeling in de Eurozone. Ook in de VS blijft een noemenswaardige stijging van de lange rente uit, de korte rente is daar wel onder druk gezet door het vooruitzicht van waarschijnlijke renteverhogingen door de Amerikaanse Federal Reserve (de FED is de centrale bank van de VS). De korte rente (sept 2018: 6 maands euribor -/- 0,27 %) en de lange rente (sept 2018: 10 jaars rente 0,48 %). Bij de invoering van schatkistbankieren gingen we uit van een structureel rendement van 1%. Door de rendementsontwikkelingen staat dit uitgangspunt onder druk, zeker voor de korte termijn. Wat betreft de rentebaten gaan we in de begroting 2019, net als in 2016, 2017 en 2018, uit van een rendement van 0,5%. Dit is conform de Kaderbrief 2018. In meerjarenperspectief handhaven we het rendement op 1%.

Liquiditeitsprognose
Uitgaande van de investeringsplanning maken we een liquiditeitsprognose waarmee op basis van het gekozen rendement een opbrengstraming in de begroting wordt opgenomen. Het belang van de liquiditeitsprognose is toegenomen omdat we geen bespaarde rente meer rekenen over onze reserves. Er valt dus geen last (de bespaarde rente) meer vrij in onze begroting indien een reserve wordt aangewend om een investering te dekken. Er is alleen sprake van een wegvallende renteopbrengst. Daarom is het van belang dat elke investering wordt opgenomen in de liquiditeitsprognose en de planning regelmatig wordt bijgesteld.
Op basis van de door de raad genomen besluiten over investeringen en andere geplande investeringen is de actuele liquiditeitsprognose als volgt:

Projectfinanciering (aantrekken geldlening)
Uit de voorgaande liquiditeitsprognose blijkt dat het liquiditeitsoverschot vanaf 2022 omslaat in een liquiditeitstekort. Om het financieringsoverschot beschikbaar te houden voor het onderhoud van de infrastructuur is het instrument projectfinanciering in 2015 geïntroduceerd. Op basis van de hiervoor geformuleerde kaders wordt voor de volgende projecten externe financiering aangetrokken:
Hart van Leusden € 5,7 miljoen (volgens beschikbaar gesteld krediet in 2018)
IKC Berkelwijk € 4,7 miljoen (volgens raming in 2020)
IKC Groenhouten € 5,1 miljoen (volgens raming in 2022)

Bij aantrekken van projectfinanciering voor deze drie investeringen wordt de liquiditeitsprognose als volgt:

Beleggingsvolume en –opbrengst
Het totaal aan liquide middelen bij schatkist en banken bedraagt per ultimo 2019 naar verwachting € 13,7 miljoen. In de begroting 2019 wordt uitgegaan van een beleggingsopbrengst van € 68.500. Gerelateerd aan het beleggingsvolume van € 13,7 miljoen is dit een verwacht rendement van 0,5%.

Beleggingsstrategie
Op basis van liquiditeitsprognose en rentevisie worden geen overtollige liquide middelen voor korte of (middel)lange termijnen in deposito bij de Staat (schatkist) weggezet.

Renteschema
In onderstaand schema wordt uiteen gezet hoe de rentetoerekening in de begroting 2019 plaatsvindt:

De externe rente lasten (a.) betreffen de rentelasten van de lening die is aangetrokken voor MFC Atria en van de lening die nog wordt aangetrokken voor het project Hart van Leusden. Dit betreft projectfinanciering die wordt toegerekend aan de betreffende taakvelden (c2). Aangezien Leusden geen andere leningen heeft wordt er geen rente doorberekend aan de grondexploitaties (c1) en ook niet aan de overige taakvelden (e). Conform het vernieuwde rentebeleid wordt er geen rente meer berekend over reserves en voorzieningen.

Overig

Starters- en Duurzaamheidsleningen
De gemeente Leusden heeft € 551.700 eeuwig durend beschikbaar gesteld voor het verstrekken van startersleningen (aanvullende lening voor de aankoop van de eerste woning) en € 75.000 voor duurzaamheidsleningen (lening voor investering in energiebesparende maatregelen in de eigen woning).
Het fonds voor de startersleningen is in 2014 uitgebreid met € 150.000 (eeuwig durend revolverend). Het fonds voor de duurzaamheidsleningen was tot en met 2016 uitgebreid naar totaal € 200.000. Bij de behandeling van de kaderbrief 2017 is ingestemd met een verdere uitbreiding naar totaal € 400.000 tot en met 2030 (looptijd van de duurzaamheidsagenda). Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) verzorgt het financiële beheer van de leningen.
Beide fondsen werken volgens het zogenaamde ‘revolving fund’ principe, dit betekent voor de looptijd van de fondsen een onafgebroken financieel hergebruik van de euro’s die de gemeente eenmalig in de fondsen heeft gestort.

Garantstelling geldleningen
De gemeente Leusden heeft zich in het verleden garant gesteld voor geldleningen die door diverse stichtingen en verenigingen zijn aangetrokken. Per 1 januari 2019 zijn er negen lopende gemeentegaranties met een geborgd volume van afgerond € 2,6 miljoen. In 2018 zijn er twee nieuwe gemeentegaranties verstrekt. Ten eerste aan stichting De Vallei voor een bedrag van € 250.000 ten behoeve van de aanschaf van een blaashal. En ten tweede aan de Vereniging van Eigenaren van bewoners in het Hoofdcentrum in Leusden voor € 1,7 miljoen in verband met het renoveren en verduurzamen van 97 woningen in de Hamershof. Voor de verleende garantie aan stichting De Vallei heeft de Stichting Waarborgfonds Sport zich ten behoeve van de gemeente voor 50% mede borg gesteld.

Achtervang sociale woningbouw
De leningen van in Leusden werkzame woningbouwcorporaties worden primair geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). In totaal betreft dit een leningsbedrag van € 95 miljoen. De gemeente heeft samen met het Rijk een achtervangpositie in het WSW, en staat daardoor op indirecte wijze garant.

Eigen woningbezit
De Nationale Hypotheekgarantie is een borgstellingsinstrument dat wordt uitgevoerd door het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Per 2011 is de achtervangpositie van de gemeente Leusden in het WEW beëindigd voor nieuwe hypotheekgaranties. Sindsdien neemt het Rijk de volledige achtervang voor nieuwe hypotheekgaranties op zich. Voor de tot en met 2010 verstrekte, nog lopende garanties blijft de gemeentelijke achtervang in stand. In Leusden betreft het 740 hypotheekgaranties van in totaal € 136 miljoen.

Paragraaf E Bedrijfsvoering

Doel en inleiding

De gemeente heeft veel ambities. Dat zien we terug in de taken (bijvoorbeeld ophalen huisvuil), de verantwoordelijkheden (bijvoorbeeld sociale zorg) en de (nieuwe) doelstellingen op de programma’s voor dat jaar. Om die ambities te realiseren is het van belang dat de organisatie goed is toegerust. Daarvoor is een goede bedrijfsvoering nodig. Een goede bedrijfsvoering is geen doel op zich, maar draagt op effectieve en efficiënte wijze bij aan het realiseren van de ambities. Bedrijfsvoering gaat over de manier waarop de processen in onze gemeente zijn georganiseerd en worden aangestuurd, maar ook op welke wijze de bedrijfsmiddelen worden ingezet.

De paragraaf bedrijfsvoering geeft op hoofdlijnen inzicht in de stand van zaken en beleidsvoornemens van de bedrijfsvoering in onze gemeente voor het jaar 2019. Onderwerpen die daarbij aan de orde komen zijn: personeel, organisatie, informatisering, automatisering, huisvesting, planning en control enzovoorts.

Beleidskaders

Voor beleid van de bedrijfsvoering geldt een aantal kaders:

Personeel en organisatie

Organisatiedoelstellingen
De wereld om ons heen verandert. Daarbij gaan de ontwikkelingen zo snel, dat we aan de slag moeten om hierop in te spelen. Kern van de in 2017 opgestelde organisatievisie is dat we de wendbaarheid van de organisatie vergroten, waardoor we in staat zijn in te spelen op toekomstige ontwikkelingen. We werken aan 3 sporen:
• Vanuit de ervaringen met Samenleving Voorop zetten we in op het opgavegericht werken. Kern van het opgavegericht werken is het centraal stellen van het maatschappelijk vraagstuk en het bundelen van krachten van externe en interne partijen om samen meer te realiseren. We zetten in op samenwerken en staan zoveel mogelijk ‘samen aan de lat’ met partners en inwoners
• We denken en werken vanuit de bedoeling van onze organisatie. We kunnen niet leven en werken zonder regels, procedures en beleid (de systeemwereld). Maar systemen mogen niet tot doel worden verheven, waardoor we de reden waarom we het doen uit het oog verliezen.
• We zetten in op de zelfstandigheid, flexibiliteit en de gezonde werkbalans van onze ambtenaren. Onze mensen zijn het belangrijkste kapitaal en daarmee de sleutel tot succes.
Bij de eerste twee sporen werken we met pilots. Daar hebben we in 2018 de eerste ervaringen in opgedaan. Het derde spoor stond in 2018 vooral in het teken van de verhuizing naar het Huis van Leusden. We hebben ingezet op het Activiteit Gericht Werken (AGW) en hebben verschillende trainingen aangeboden om de overgang naar het Huis van Leusden soepeler te laten verlopen. In 2019 zetten we blijvend in op bovengenoemde sporen.

 

Formatie-uitbreidingen
De Leusdense organisatie is de laatste jaren ingekrompen. Er is fors bezuinigd op het personeel. In 2013 is een taakstelling 9 fte opgelegd en vervolgens nog een keer 9 fte bij de interne kerntakendiscussie. Deels is deze formatiereductie omgezet in een flexibele schil. We merken echter dat we de flexibele schil continue volledig inzetten en dat we daarmee nog niet uitkomen. We zien de capaciteitsvraag toenemen en hebben de afgelopen jaren veel ingehuurd. Enerzijds komt dit door nieuwe wettelijke taken en anderzijds door eigen lokale ambities.
In de Voorjaarsnota is een aantal structurele en incidentele formatie-uitbreidingen opgenomen. Middels een amendement heeft de raad wel ingestemd met de uitbreidingen op de AVG en de projectleider. In de kaderbrief 2018 zijn de overige formatie-uitbreidingen opgenomen. De formatie-uitbreidingen zijn nu verwerkt in deze begroting. Het gaat om de volgende beleidsterreinen:

 

 

HRM-beleid

Zoals in bovenstaande bij de organisatiedoelstellingen weergegeven zetten we in 2019 in op de drie sporen uit de organisatievisie. Daarnaast blijven we de focus houden op de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. De beleidsontwikkeling op dat gebied wordt zoveel mogelijk in samenwerking met de BLNP gemeenten gezocht.

 

Risico Inventarisatie en evaluatie/Medewerkers tevredenheidsonderzoek
De inhuizing in het nieuwe Huis van Leusden is in september 2018 een feit. Een Risico Inventarisatie en evaluatie (RI&E) is daarom noodzakelijk. Dit om de veiligheid en gezondheid van onze medewerkers ook in het nieuwe gebouw te waarborgen/bevorderen. De nieuwe manier van werken in het Huis van Leusden: Activiteit Gerelateerd Werken, waarbij medewerkers afhankelijk van de werkzaamheden die ze uitvoeren een werkplek kiezen, zal invloed hebben op de manier van werken. Het nieuwe gebouw is ingericht om deze manier van werken optimaal te ondersteunen. Omdat alle medewerkers een aantal maanden aan de nieuwe situatie moeten wennen, staat de RI&E gepland in het eerste kwartaal 2019. Aansluitend worden de uitkomsten van de RI&E besproken en noodzakelijke aanpassingen gedaan. In 2019 wordt een planning gemaakt voor het eerstvolgende MTO. Vermoedelijk wordt dit MTO in 2020 uitgevoerd.

Kengetallen organisatie

BBV indicatoren bedrijfsvoering
Naast de verplichten BBV indicatoren die zijn opgenomen op waarstaatjegemeente.nl zijn er ook vijf indicatoren voor het onderdeel bestuur en organisatie die door de gemeente uit de eigen gegevens of de eigen begroting overgenomen moeten worden. Deze indicatoren hebben wij opgenomen bij het onderdeel overhead en in deze paragraaf bedrijfsvoering:

Sturing en verantwoording

Bestuurlijke planning en control

De in het College Uitvoeringsprogramma 2018 – 2022 opgenomen ambities voor een sociaal en duurzaam Leusden worden gecombineerd met een solide financieel beleid. De financiële bestuursstijl is gericht op een zorgvuldige omgang met de beschikbare budgetten en beheersing van de uitgaven. Inzichtelijk moet worden gemaakt hoe Leusden er financieel voor staat. Hiervoor wordt een monitoringinstrument ontwikkeld dat actuele informatie over de financiële positie verschaft en waarmee de grip op de gemeentefinanciën kan wordt verstevigd. Het college zal de raad middels de raadswerkgroep Financiële Verantwoording te verzoeken de randvoorwaarden op te stellen om de bestaande en eventueel nieuw te ontwikkelen Planning & Control-instrumenten effectiever en efficiënter in te kunnen zetten.
Verder zal in 2019 de aandacht gericht zijn op het synchroniseren van de (digitale) begroting en jaarrekening en zullen aan de begrotingsapp 2 tegels worden toegevoegd waarin de balans en de paragrafen (nu nog onder de knop “meer”)worden opgenomen.

 

Softcontrols

Eind 2017 is, naar aanleiding van de aanbeveling van de accountant om een overkoepelend anti-corruptiebeleid op te stellen en te implementeren, besloten om ons hierop verder te beraden. Onderzocht wordt of:

  • een regelarme oplossing voor fraudebestrijding/integriteitsbevordering getroffen kan worden, omdat alleen beleid met meer regels niet per definitie leidt tot minder kans op ongewenst gedrag/incidenten. Het stimuleren van het nemen van eigen en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor gedrag en werkzaamheden is krachtiger en past beter bij de geldende organisatieprincipes;
  • het sturen op bevordering  van integriteit binnen de gremia van de BLNP-samenwerking kan worden opgepakt.  Wanneer deze aansluiting binnen BLNP niet gevonden kan worden, kan dit onderwerp als actiepunt worden opgepakt binnen bedrijfsvoering;
  • gelijktijdig wordt gewerkt aan het actualiseren van verouderde afsprakenkaders: regeling Klokkenluiders 2003 (vanwege de nieuwe Wet huis voor klokkenluiders 2016), algemeen beleidskader Integriteit  2003 en de Gedragscode;
  • binnen de bestaande interne control werkzaamheden aandacht kan worden besteed aan corruptie- en omkopingsrisico’s door in te zetten op zogenaamde softcontrols. Dit zijn beheersingsmaatregelen die van invloed zijn op bij voorbeeld de motivatie, loyaliteit, integriteit, inspiratie en normen en waarden  van medewerkers.

Informatisering en automatisering

Informatievoorziening

Digitaal werken maakt een steeds groter deel uit van onze werkzaamheden. In het Huis van Leusden willen we hierin opnieuw een flinke stap zetten. Om de organisatie digitaal toekomstbestendig te maken is het nodig kennis, capaciteit, kunde en infrastructuur hierop in te richten. Daartoe heeft Leusden het Informatieplan 2016-2019 opgesteld en wordt er in 2019 opnieuw een aantal projecten uit het Informatieplan Leusden uitgevoerd.

Het zijn o.a. de volgende projecten:

1. Inrichten gegevensmanagement van basisregistraties en koppelingen.

2. Digitaliseren van het proces van Vergunningenverstrekking en handhaving (onder andere de koppeling tussen de bouwvergunningenapplicatie en het zaaksysteem).

3. Professionalisering i-organisatie en i-voorziening.

4. Ontwikkelen informatievoorzieningen voor de omgevingswet.

5. Inrichten van de informatievoorzieningen voor de Algemene Verordening Gegevensbescherming en Privacy.

Daarnaast wordt in de samenwerking met Bunschoten, Nijkerk en Putten gezamenlijk uitvoering gegeven aan het “Informatiebeleidsplan BLNP 2017-2020”. In dit BLNP-plan zijn 12 thema’s geïdentificeerd waarvoor maximale synergie tussen de 4 gemeentes geprobeerd wordt te verkrijgen.

 

AVG en privacy

Sinds  25 mei 2018 is de (Europese) Algemene Verordening Gegevensbeheer (AVG) van toepassing. De AVG heeft de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vervangen. Inmiddels is in BLNP-verband door een projectteam, ondersteund door BMC, een aantal voorzieningen getroffen om persoonsgegevens behoorlijk, rechtmatig en transparant te kunnen verwerken en beschermen. Voor de vier gemeente gezamenlijk is een (wettelijk verplichte) Functionaris Gegevensbescherming (FG) aangesteld (in totaal 32 uur pw).

De AVG zal een grote impact hebben op het werk binnen de gemeente en in relatie tot organisaties waarmee de gemeente samenwerkt.

In 2019 wordt geïnvesteerd in verdere de bewustwording ten aanzien van bescherming van persoonsgegevens en met name het daadwerkelijk onderkennen en toepassen van  privacybeschermende maatregelen binnen de eigen taakvelden/de organisaties, onder meer door:

  • kunnen anticiperen op verzoeken van betrokkenen die hun (privacy)rechten willen doen gelden;
  • uitvoeren van PIA’s (privacychecks);
  • waar nodig aanpassen van taken, procedures en werkprocessen;
  • zorgen voor gerichte opleiding van diverse medewerkers;
  • maken en vastleggen van afspraken met derden en ketenpartners;
  • het respecteren van (wettelijke) bewaartermijnen van persoonsgegevens.

Huisvesting

Gemeentehuis
Naar verwachting wordt in september 2018 het Nieuwe Huis van Leusden in gebruik genomen door de gemeente Leusden en haar medegebruikers Larikslaan2, Voila en Futurum. In het Huis van Leusden wordt gewerkt via de principes van het activiteit gerelateerd werken (AGW). Activiteit gerelateerd werken houdt in dat dié werkplek gekozen wordt welke het beste past bij de werkzaamheden die gedaan moeten worden. Het inrichtingsplan van de nieuw werkomgeving is gebaseerd op AGW. De werkvorm ‘activiteit gerelateerd werken’ wordt gefaciliteerd vanuit een ICT werkplekconcept dat in de lijn ligt met de eerder gemaakte keuzes in de visie en de ontwikkeling van het Huis van Leusden. De raad heeft in januari 2018 aanvullend budget beschikbaar gesteld voor de benodigde ICT inrichting van het huis van Leusden.
Bij intrek in het Huis van Leusden wordt ook het nieuwe eet-werk café in gebruik genomen. Het eet-werk café biedt medewerkers, bezoekers en gasten de gelegenheid om elkaar in een plezierige setting te ontmoeten, (informeel) te overleggen, te werken en te eten. De inrichtingskosten van het eet-werk café worden in rekening gebracht bij de exploitant van het eet-werk café.
Het jaar 2019 staat in het teken van het borgen van het beheer en onderhoud- en facilitair management van de nieuwe accommodatie. Het financieel kader voor de gebouw gebonden kosten bestaat hierbij uit de bepalingen van de businesscase behorende van de herontwikkeling. Onderliggend uitgangspunt- en opgave hierbij is dat de gebouw gebonden kosten van de nieuwe gemeentelijke accommodatie niet hoger mogen liggen dan de huisvestingslasten van de oude accommodatie.

Intergemeentelijke samenwerking bedrijfsvoering

Per 1 januari 2017 werken de gemeente Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten samen op het gebied van bedrijfsvoering. De samenwerking is aangegaan omdat er voordelen en resultaten kunnen worden behaald op de zogenaamde 4K’s:
• een betere kwaliteit van dienstverlening;
• een minder kwetsbare positie bij een toenemend takenpakket en de eisen die daaraan gesteld worden;
• een kostenbesparing door gezamenlijke inkoop, standaardisatie en harmonisatie van werkzaamheden;
• een grotere kans voor het personeel in (door-) ontwikkeling en breedte en diepte in het takenpakket.
Samenwerking vindt plaats op de volgende taakvelden.

De businesscase voor de samenwerking is opgesteld in 2015. We zien in de verantwoording over 2016 en 2017 en de doorkijk naar 2018 en verdere jaren dat de ingeboekte besparingen onder druk staan. De wereld heeft niet stil gestaan sinds 2015. We zien bij de taakvelden ICT, juridisch en financiën dat de taken en eisen die (al dan niet wettelijk) worden gesteld sterk toenemen. Dit betekent dat besparingen die zijn ingeboekt worden achterhaald doordat we juist moeten intensiveren op deze taakvelden. Door dit binnen de samenwerking te doen besparen we wel maar niet op de ingeboekte taakstellingen.

Financiën
De samenwerking op het taakveld financiën krijgt langzaam vorm. De basis is gelegd is met het operationeel maken van de gezamenlijke financiële applicatie en het ontwikkelen van een gezamenlijk rekeningschema. Door één rekeningschema zijn we beter in staat om processen te harmoniseren en de financiële administratie gezamenlijk uit te voeren. Ook op andere financiële taken wordt de samenwerking gezocht waarbij op dit moment veel wordt ingezet op kennisdeling waardoor de kwaliteit wordt verhoogd. In 2019 moeten de volgende stappen worden gezet De focus binnen het taakveld moet van werken voor één gemeente naar werken voor vier gemeenten. Concrete resultaten die in 2019 moeten worden behaald zijn:
• Mogelijk maken van het ontvangen van E-facturen
• Gezamenlijke aanbesteding van de brandverzekering
• Uitvoering aan het gezamenlijke interne controle plan
• Financiële administratie op orde houden
• Samenstellen P&C producten op elkaar afstemmen en processen waar mogelijk harmoniseren
• Beleidsontwikkelingen en wetgeving die van invloed is op het financiële beleid en beheer gezamenlijk oppakken

ICT
In 2018 is het BLNP informatiseringsbeleid vastgesteld voor de komende jaren. Uit dit beleid komen de volgende projecten voort. Binnen de samenwerking BLNP worden de volgende projecten de komende tijd opgepakt:
• Gezamenlijk opzetten van een BLNP Office 365 cloud.
• Inrichten van een gezamenlijke ICT Helpdesk (Topdesk).
• Het groeien naar een gezamenlijke systeembeheerders afdeling.
• Het harmoniseren van meer applicaties tussen de BLNP gemeenten.
• De uitwijk realiseren tussen de gemeente Bunschoten en Putten.
• Op strategisch niveau worden de landelijke programma’s van de Digitale Agenda (DA2020) gevolgd en tijdig opgepakt.
• Voor het informatiebeheer (archiefbeheer en digitalisering archieven) gaan we toewerken naar een uniform beleid.
• Ten aanzien van de ontwikkelingen in het GEO beheer gaan we een gezamenlijk traject oppakken. Dit ook mede gezien ter voorbereiding van de stappen die gemaakt moeten worden voor de implementatie van de omgevingswet.
• Er is een visie document vastgesteld door de regiegroep. De komende jaren zal dat nader worden ingevuld.

P&O
In 2017 en 2018 is ingezet op de implementatie van het E-hrm pakket in de BLNP gemeenten. Eind 2019 zal YouForce volledig ingericht en operationeel zijn. YouForce faciliteert medewerkers en leidinggevenden optimaal bij de uitvoering van de personeels- en salaris administratie (PSA). In 2019 wordt aan de volgende resultaten gewerkt:
• Doorontwikkeling digitaal salarisbureau
• Doorontwikkeling personeelsadministratie
• Invoeren Skilsmanagement (zoals vaardigheden en opleidingen)
• Invoeren Performance-management (waaronder de gesprekssyclus)
• Uitvoering geven aan weg normalisering rechtspositie ambtenaren
• Komen tot een eenduidige arbodienstverlening

Juridisch
Volgens de afspraken verricht ieder vakgebied/team binnen BLNP vast omschreven taken uit voor de 4 gemeenten. Deze zijn beschreven in de Gemeenschappelijke regeling. Per genoemde taak wordt voor het vakgebied Juridische Zaken gepland dat de volgende werkzaamheden voor de vier gemeenten samen worden verricht:

Juridische advisering
• Juridische adviezen worden aan bestuurders en ambtenaren gegeven
• Verzoeken Wet openbaarheid bestuur worden gecoördineerd.
Secretariaat commissie bezwaarschriften en coördineren afdoening klachten (AWB)
• Bezwaarschriften voor de vier gemeentes worden behandeld
• Klachten voor de vier gemeentes worden gecoördineerd.
Juridische kwaliteitszorg
Het systeem Juridische kwaliteitszorg is al opgezet, er wordt niet verwachten dat in 2019 veranderingen in het systeem nodig zijn. Door het team wordt één plan Juridische kwaliteitszorg uitgevoerd voor de vier gemeenten. Voor 2019 wordt dit plan in samenspraak met het bestuur van iedere gemeente meer gedetailleerd vormgegeven. Dit is afhankelijk van de bestuurlijke wensen die voor 2019 zijn ingebracht en de beschikbare capaciteit.
Voor nu is de verwachting dat in 2019:
• cursussen worden gegeven (aan medewerkers/bestuurders van de vier gemeenten gezamenlijk)
• expertmeetings met vakambtenaren uit de vier gemeentes over specifieke juridische deelonderwerpen worden georganiseerd
• nieuwe handreikingen aan de 4 gemeentes ter beschikking worden gesteld.
• een juridische audit bij de vier gemeenten wordt verzorgd.
Verzoeken om juridische inhuur worden gecoördineerd.

Naast het uitvoeren van de eigenlijke taken worden ook activiteiten verricht om deze taken goed of beter uit te voeren. In 2019 wordt een goede centrale digitale voorziening in gebruik genomen waar bestuurders, collega’s van de vier gemeentes en wij elkaar op juridisch gebied makkelijker kunnen bereiken. Er wordt een verdere ontwikkeling in zelfsturing tot stand gebracht (onder meer met gebruikmaking van externe expertise).
Opgemerkt wordt dat het grootste deel van de in de businesscase genoemde randvoorwaarden al is gerealiseerd en dat we daar geen wijziging in verwachten. Zo is al een overeenkomst gesloten met één gezamenlijke huisadvocaat voor de vier gemeenten en is er één gemeentelijke ombudsman voor drie gemeenten (gemeente Leusden heeft afgezien van aansluiting).

Lasten en baten bedrijfsvoering

Apparaatskosten zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van onder andere personeel, organisatie, automatisering (ICT), huisvesting, externe inhuur en dergelijke voor de uitvoering van organisatorische taken. Het zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.

In bovenstaande tabel staan de totale apparaatskosten vermeld. Hierin is een onderverdeling gemaakt van kosten voor het primaire proces en de overhead. De kosten van de overhead worden toegelicht bij het betreffende onderdeel binnen de begroting. De kosten van het primaire proces zijn verdeeld over de domeinen.

De totale apparaatskosten zijn met € 800.000 gestegen ten opzichte van voorgaand jaar. Binnen het primaire proces is de kostenstijging € 460.000 voor de overhead is dit € 340.000 en wordt met name veroorzaakt door een stijging in de personele kosten. In de najaarsnota 2017 is besloten om op een aantal tijdelijke en structurele knelpunten binnen de diverse taakvelden extra personele capaciteit in te zetten. Dit betreft inzet in de ruimtelijke- en gebiedsontwikkeling, openbare ruimte en publieke dienstverlening. Daarnaast is in de kaderbrief besloten om formatie structureel en incidenteel uit te breiden. Dit betreft onder andere inzet op duurzaamheid, veiligheid, Sociaal domein. Ook is er structurele en incidentele formatie uitbreiding binnen de overhead waaronder ICT, Privacy, Informatie management.

De externe inhuur in 2019 bedraagt € 362.000. Hiervan is incidenteel € 65.000 voor Hospitality wat binnen de kosten van de overhead valt en € 297.000 betreft inzet binnen het primaire proces. Er wordt € 233.000 ingezet binnen het domein Ruimte. In dit domein zijn ook de projecten van het Grondbedrijf opgenomen. De inzet binnen dit domein is volledig voor deze projecten en daarmee toe te rekenen aan deze projecten. De externe inhuur binnen het primaire proces is gedaald met € 100.000 ten opzichte van voorgaand jaar. Dit is een daling van 1,26%. Door vaste formatie flexibel in te zetten is minder externe inhuur nodig.

 

Sub-paragraaf informatieveiligheid

Informatieveiligheid is in één van de belangrijke thema’s van deze tijd. De verdergaande digitalisering maakt de overheid efficiënt maar ook kwetsbaar. We gaan daarom verder met de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG). Dit is het landelijke normenkader voor de gemeentelijke informatiebeveiliging. Ons doel is het bereiken van volwassenheid op het gebied van informatieveiligheid. We leggen de lat elk jaar een stukje hoger.
• We voeren een risico-analyse uit en stellen op basis hiervan een verbeterplan op om de veiligheid van onze informatie op baselineniveau te krijgen.
• We laten een penetratietest uitvoeren op ons gemeentelijk netwerk en lossen de gevonden kwetsbaarheden op.
• We blijven privacybewustwording onder medewerkers stimuleren.
• We doen er alles aan om datalekken te voorkomen. Als we toch een ernstig datalek hebben dan melden we dit indien nodig aan de Autoriteit Persoonsgegevens en eventueel aan de betrokkenen.
• We leggen verantwoording af over de kwaliteit van onze informatieveiligheid via de verplichte Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) en de jaarrekening.
• We werken op het thema informatieveiligheid zo veel mogelijk samen met de gemeenten Bunschoten, Nijkerk en Putten.

Paragraaf F Verbonden Partijen

De Verbonden Partij; een specifieke samenwerkingspartner

Om verschillende redenen voert de gemeente Leusden diverse gemeentelijke taken niet zelf uit, maar laat dit door een derde rechtspersoon doen. Vaak vanwege schaalvoordelen, soms vanwege
de noodzaak om slagvaardiger te kunnen handelen. De vorm waarin de samenwerking wordt gegoten – een (publiekrechtelijke) gemeenschappelijke regeling waarin wij samenwerken met andere overheden of een publiek-private samenwerking met private partijen– is afhankelijk van de aard van de uitbestede taak. Soms kan de gemeente niet vrij kiezen om een taak zelf uit te voeren en is zij op grond van wetgeving min of meer verplicht om een gemeenschap-pelijke regeling aan te gaan (bijvoorbeeld VRU en RUD). Alle rechtspersonen waarin wij samenwerken noemen wij verbonden partijen.
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording zijn Verbonden Partijen externe organisaties waarin de gemeente zowel een bestuurlijk belang als een financieel belang heeft. Het gaat dan om
Gemeenschappelijke Regelingen op grond van de Wgr en om deelnemingen in vennootschappen, verenigingen en stichtingen. Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur van de verbonden partij, of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in het geval van faillissement van de verbonden partij en/of als de financiële consequenties van problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente (overigens geldt dit niet bij deelnemingen in een NV).

Verbonden partijen dienen een publiek, openbaar belang en dragen bij aan de realisatie van beoogde doelstellingen van de beleidsprogramma’s. De gemeente blijft uiteindelijk (mede)verantwoordelijk voor het realiseren van deze beleidsprogramma’s. De raad heeft een kader stellende en controlerende taak en ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de programma’s.

Coalitieakkoord 2018-2022

In het coalitieakkoord 2018-2022 zetten we, waar dat bewezen de best denkbare vorm is, ook in de regio in op samenwerking en partnerschap. We zoeken op alle mogelijke terreinen naar schaalvoordeel en we willen samen werken om de efficiency en innovatie van beleid en uitvoering te verbeteren. Onze eigen effectief gebleken werkmethodes (best practices) delen wij met onze partners in en buiten de regio.

Grip en invloed op Verbonden Partijen

Het laten uitvoeren van gemeentelijke taken door Verbonden Partijen heeft het risico dat de democratische controle niet optimaal is. Bij de realisering van beoogde gemeentelijke doelen is een optimale borging van het publieke belang echter essentieel.
Sinds 2015 is (op initiatief van de Leusdense raad) daarom een regionale werkwijze voor de sturing en controle op verbonden partijen van kracht. Deze werkwijze is ook beschreven in de Nota Verbonden Partijen (2013). De werkwijze is in 2014 regionaal opgenomen in het Manifest Verbonden Partijen, dat is ondertekend door 10 gemeenteraden uit de regio Zuid-Oost Utrecht. De werkwijze haakt in op de aangescherpte Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) 2015. Krachtens de Wgr dienen verbonden partijen jaarlijks vóór 15 april een kadernota met algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar aan de raad aan te bieden. Dit is vooral van groot belang bij voorgenomen inhoudelijke of financiële wijzigingen. In de regionale werkwijze worden de verbonden partijen verzocht hun kadernota uiterlijk op 31 januari in te dienen, zodat de raad nog een zienswijze op voorgestelde wijzigingen kan indienen vóórdat het AB van de verbonden partij de concept-begroting vaststelt. Zo wordt het zwaartepunt van sturing door de raad meer vooraan in de beleids- en begrotingscyclus geplaatst.
De raad heeft per verbonden partij twee “rapporteurs” benoemd. Zij volgen namens de hele raad de ontwikkelingen bij de verbonden partij nauwgezet en informeren de raadsfracties.

Toetsing en monitoring Verbonden Partijen

De gemeente monitort de verbonden partijen door het beoordelen van management- en bestuursrapportages en de begrotingen en jaarrekeningen van de betreffende instellingen. Het college rapporteert de raad gedurende het jaar in de P&C-documenten over relevante ontwikkelingen zoals het aangaan of beëindigen van verbonden partijen, wijzigingen in de doelstellingen, nieuwe financiële risico’s en beleidswijzigingen in de uitvoering van de taken.

Het Coalitieakkoord 2018-2022 en de Nota Verbonden Partijen van 2013 zijn daarbij kaders. Sturing en controle op verbonden partijen is en blijft belangrijk voor de raad. Daarom is het goed om met de nieuwe raad na te gaan of de huidige nota niet moet worden geactualiseerd.

Overzicht Verbonden Partijen

Bestuurlijke ontwikkelingen binnen de Verbonden Partijen

GGD regio Utrecht
Het geactualiseerde ombuigingsplan 2018 dat in het Algemeen Bestuur van 28 maart 2018 is vastgesteld is, geeft in het meerjarenperspectief een sluitende begroting voor 2019 en heeft als ambitie om de organisatie en dienstverlening te verbeteren en draagt bij aan een eigentijdse dienstverlening. Na de actualisatie van het ombuigingsplan blijkt dat de GGDrU nog steeds op koers zit. De ombuigingen van 1.3 miljoen structureel vanaf 2022 en tussen de 1.4 miljoen en 1.6 miljoen per jaar tot 2022 kunnen met inzicht van nu binnen het bestaande financiële kader plaatsvinden. Hieruit blijkt dat de GGDrU in control is.

AVU
De transitie naar een bedrijfsvoeringsorganisatie, college-regeling conform de Wgr 2015, heeft zijn beslag gekregen in 2018.

RUD
De RUD Utrecht is per 2018 overgegaan op een systematiek van output financiering. De gemeente Leusden heeft een op deze systematiek gebaseerd nieuwe dienstverleningsovereenkomst 2018-2021 met de RUD Utrecht gesloten.

RWA en Amfors
RWA en Amfors bevinden zich in een transitiefase. Het traditionele SW-bedrijf wordt omgevormd naar een ‘mens- ontwikkel-bedrijf’.

Ontwikkelingen/voornemens Vitens
De Waterschappen (waaronder Vitens) hebben samen met de gemeenten en provincies meegewerkt aan de totstandkoming van het Inter Bestuurlijk Programma (IBP). Met name de opgaven “Samen aan de slag voor het klimaat” en “Naar een vitaal platteland’ zijn daarbij relevant zijn voor water.

Samenwerking Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT)
Op 10 april 2018 is besloten de samenwerking Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) als projectorganisatie voort te zetten tot eind 2020. Deze organisatie heeft niet het karakter van een verbonden partij maar er wordt door de deelnemende gemeenten (Woudenberg, Scherpenzeel en Barneveld wel samengewerkt op de taakveld)

Actuele informatie per Verbonden Partij